ECLI:NL:RBGEL:2025:10641

ECLI:NL:RBGEL:2025:10641, Rechtbank Gelderland, 08-08-2025, 398734 (vonnis)

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 08-08-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 398734 (vonnis)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Rechtbank veroordeelt broer en zus voor onder andere sextortion

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.398734.24

Datum uitspraak : 8 augustus 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [P.I.] .

Raadsman: mr. G.F. Schadd, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2020 tot en met 31 maart 2023 te Veldhoven, Lichtenvoorde, Wageningen, Ootmarsum, Hommerts, Stiens, Emmeloord,

Renswoude, Groningen, Velp en/of Elst, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 1] tot de afgifte van 20.339,00 euro (zaak 1),

- [slachtoffer 2] tot de afgifte van 500,00 euro (zaak 2),

- [slachtoffer 3] tot de afgifte van 650,00 euro (zaak 3),

- [slachtoffer 4] tot de afgifte van 4100,00 euro (zaak 6),

- [slachtoffer 5] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 7 ),

- [slachtoffer 6] tot de afgifte van 63.372 euro (zaak 8),

- [slachtoffer 7] tot de afgifte van 150,00 euro (zaak 10),

- [slachtoffer 8] tot de afgifte van 1.900,00 euro (zaak 11) en/of

- [slachtoffer 9] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 13),

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] ,

[slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of

zijn medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl,

Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben

en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een

website, en/of

- via voornoemde (chat)websites aan (één of meer) voornoemde personen een mobiel nummer te sturen, om het (erotisch getinte) gesprek via WhatsApp en/of Telegram voort te kunnen zetten

en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van voornoemde personen naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen

berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van

hun persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of

- voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende

mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed,

onder meer inhoudende dat voornoemde personen één of meer geldbedragen moesten

overmaken en/of betalen omdat verdachte die personen anders bekend zou maken op internet

en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van

ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van

voornoemde personen zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren;

2.

hij op of omstreeks de periode 9 augustus 2020 tot en met 11 januari 2022 te Veldhoven, Made

en/of Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 10] (zaak 9) en/of

- [slachtoffer 11] (zaak 12)

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan

aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl,

Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben

en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een

website, en/of

- via voornoemde (chat)websites voornoemde personen te stimuleren om het (erotisch getinte)

gesprek voor te zetten via WhatsApp en/of Telegram en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van voornoemde personen naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen

berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van

hun persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of

- voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende

mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed,

onder meer inhoudende dat voornoemde personen één of meer geldbedragen moesten

overmaken en/of betalen omdat verdachte die personen anders bekend zou maken op internet

en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van

ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van

voornoemde personen zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 januari 2019 tot en met 18 december 2024 te Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een of meerdere voorwerpen, meerdere geldbedragen te weten:

- € 20.339,- (zaak 1),

- € 500,- (zaak 2),

- € 650,- (zaak 3),

- € 4.100,- (zaak 6),

- € 300,- (zaak 7)

- € 63.372,- (zaak 8)

- € 150,- (zaak 10),

- € 300,- ( zaak 13) en/of

- € 9.976,- (zaak 14),

althans enig goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf, terwijl hij, verdachte, van het plegen van dat feit een gewoonte heeft gemaakt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank zal de feiten 1 en 2, gelet op de onderlinge samenhang, samen behandelen. Feit 1 ziet op de voltooide afdreiging van negen aangevers en feit 2 ziet op de poging tot afdreiging van twee aangevers.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2. Voor wat betreft zaak 1 ( [slachtoffer 1] ) onder feit 1, heeft de officier gesteld dat ook dit onderdeel van de tenlastelegging bewezen kan worden, gezien de modus operandi en de verklaringen van verdachten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte in de zaak [slachtoffer 1] wordt vrijgesproken, nu niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte iets met deze zaak te maken heeft. De raadsman benadrukt dat verdachte alle overige zaken bekent en openheid van zaken geeft, maar dat hij met deze zaak niets te maken heeft. Verdachte moet daarom partieel worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Daarnaast kan in zaak 6 ( [slachtoffer 4] ) niet van medeplegen worden gesproken, aldus de raadsman. Verdachte heeft dit alleen gedaan en is daarom een pleger en geen medepleger.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte, met uitzondering van zaak 1, als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (zaak 2), p. 358-360;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (zaak 3), p. 378-380;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] (zaak 6), p. 410-412;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] (zaak 7), p. 495-498;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] (zaak 8), p. 530-533, bijlagen op p. 535-541;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] (zaak 9), p. 630-632;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] (zaak 10), p. 641-643;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] (zaak 11), p. 657-659;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] (zaak 12), p. 687-688;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] (zaak 13), p. 708-710;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 juni 2025.

Zaak 1, aangever [slachtoffer 1] - vrijspraak

Uit het dossier leidt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden af.

Op 28 juni 2020 heeft aangever [slachtoffer 1] uit Veldhoven via de website Sexjobs.nl gereageerd op een advertentie. Het gesprek ging verder via WhatsApp en aangever werd gevraagd om een foto van zijn geslachtsdeel te sturen, hetgeen hij deed. Op 30 juni 2020 ontving hij een app-bericht. In dit bericht stond dat aangever geld moest betalen en anders zou er aan zijn vriendin en collega’s bekend worden gemaakt dat hij ‘een viezerik’ is. Aangever moest 200 euro betalen via de applicatie Tikkie en dit heeft hij gedaan. In het jaar dat volgde heeft aangever wekelijks bedragen overgemaakt naar diverse bankrekeningnummers of via Tikkie, resulterend in een totaalbedrag van € 20.339,00. De laatste betaling vond plaats op 29 juli 2021. Het grootste gedeelte van de betalingen is gedaan aan twee bankrekeningen van de medeverdachte in deze zaak. Het restant is op diverse rekeningen op naam van andere personen terechtgekomen. Mogelijk waren dit katvangers. Er is niet onderzocht wat er nadien met dat geld is gebeurd.

Het dossier geeft geen aanleiding om aan te nemen dat er betalingen zijn gedaan aan verdachte.

In eerste instantie heeft aangever telkens de Whats-app berichten verwijderd en geen telefoonnummers bewaard. Vanaf 4 augustus 2021 heeft hij de berichten en telefoonnummers bewaard. De telefoonnummers waar aangever berichten van ontving zijn [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . Deze nummers staan niet op naam van verdachte en ook is niet uit het dossier gebleken dat verdachte berichten heeft gestuurd aan aangever. Daarnaast is het telefoonnummer [telefoonnummer 3] gebruikt om Tikkies mee te versturen aan aangever. Volgens de zus van verdachte, tevens medeverdachte in deze zaak, is dit nummer van verdachte. Uit het dossier blijkt echter dat het een Lyca prepaid telefoonnummer is, dat niet op naam staat. De rechtbank overweegt dat noch op basis van het dossier, noch op basis van het onderzoek ter terechtzitting met zekerheid gesteld kan worden dat het nummer [telefoonnummer 3] van verdachte is en dat hij daarom de Tikkies heeft verstuurd.

Conclusie

Verdachte heeft beide feiten bekend, afgezien van deze zaak. De enige link richting verdachte betreft het feit dat de aangever in deze zaak meerdere Tikkies van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] heeft ontvangen en dat de zus van verdachte heeft verklaard dat het telefoonnummer mogelijk aan verdachte toebehoort. Dit in combinatie met de gehanteerde modus operandi acht de rechtbank – anders dan de officier van justitie – onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Hoewel de modus operandi een belangrijke overeenkomst tussen de afzonderlijke zaken vormt, is de enkele overeenstemming in de gevolgde werkwijze niet voldoende voor een bewezenverklaring. De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat het dossier aanknopingspunten bevat dat de verdachten niet in alle zaken (in dezelfde samenstelling) met elkaar hebben samengewerkt. De rechtbank heeft alleen die feiten bewezen geacht, waarin er telkens ten minste één concreet bewijsmiddel is dat specifiek in de richting van een verdachte wijst, zoals bijvoorbeeld het gegeven dat een aangever contact heeft gehad met een telefoonnummer ten aanzien waarvan is vast komen te staan dat dat in gebruik is bij een verdachte of het gegeven dat geld is overgemaakt naar een rekeningnummer op naam van een verdachte. Nu een dergelijk concreet bewijsmiddel ten aanzien van verdachte in zaak 1 ontbreekt, zal de rechtbank verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dit feit waar het gaat om zaak 1 ( [slachtoffer 1] ), zaak 3 ( [slachtoffer 3] ), zaak 8 ( [slachtoffer 6] ) en zaak 14 ( [slachtoffer 12] ). Ten aanzien van zaak 14 ( [slachtoffer 12] ) dient uit te worden gegaan van een bedrag van € 9.976,00 en daarmee komt het eindbedrag op € 12.726,00.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de bedragen ten aanzien van de zaak [slachtoffer 1] (zaak 1) in mindering moeten worden gebracht op het totaalbedrag, gezien de bepleite vrijspraak in deze zaak. De zaak [slachtoffer 12] (zaak 14) betreft een oplichting waar verdachte slechts katvanger was. Om die reden was verdachte een medeplichtige en geen medepleger in deze zaak. Ook dit bedrag dient om die reden in mindering te worden gebracht op het totaalbedrag. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd.

Beoordeling door de rechtbank

Enkele opmerkingen vooraf

De in de tenlastelegging onder feit 3 genoemde geldbedragen betreffen steeds totaalbedragen die deels bestaan uit geld dat door aangevers op bankrekeningen op naam van de verdachten (al dan niet via Tikkie) is overgemaakt en deels op bankrekeningen van andere personen, vermoedelijk katvangers. Er is geen onderzoek gedaan naar de vraag wat er, nadat het geld op bankrekeningnummers van de vermoedelijke katvangers werd overgemaakt, met dat geld is gebeurd. Reeds om die reden kan witwassen ten aanzien van deze bedragen niet worden vastgesteld, omdat op zijn minst vast zou moeten staan dat de verdachten op enig moment feitelijke zeggenschap over die gelden hebben gekregen.

Nu het op eigen rekening laten overmaken van (onmiddellijk) uit eigen misdrijf afkomstig geld op zichzelf niet bijdraagt aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan, komt de rechtbank hierna uitsluitend tot een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen ten aanzien van die bedragen waarvan vaststaat dat deze op rekeningen op naam van een verdachte zelf zijn overgemaakt.

Zaak 1, aangever [slachtoffer 1] - vrijspraak

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder feit 3 tenlastegelegde voor zover dat op zaak 1 ( [slachtoffer 1] ) onder feit 1 ziet. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte het uit misdrijf afkomstige bedrag van € 20.339,00 heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet of hier gebruik van heeft gemaakt. De rechtbank zal verdachte daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Zaak 14 , aangeefster [slachtoffer 12] - vrijspraak

Ten aanzien van zaak 14 ( [slachtoffer 12] ) geldt dat uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte slechts zijn bankrekening, inloggegevens van internetbankieren en zijn bankpas ter beschikking heeft gesteld aan twee voor hem onbekende personen. Verdachte wist van de verdachte omstandigheden, namelijk dat twee onbekende personen gebruik wilden maken van zijn bankrekening en dat hier geldbedragen op gestort zouden worden, maar heeft toch zijn pinpas met pincode overhandigd.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gedragingen die verdachte in zaak 14 heeft verricht van onvoldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen aan witwassen. Daarvoor is in het bijzonder van belang dat niet blijkt dat verdachte zelf handelingen heeft verricht met betrekking tot de gelden of dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad hierover. De gedragingen van verdachte kunnen mogelijk voldoende zijn voor medeplichtigheid aan witwassen, maar dat is niet tenlastegelegd. De rechtbank spreekt verdachte daarom ook vrij van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Voor de overige bedragen in de tenlastelegging onder feit 3 geldt dat er sprake is van een bekennende verdachte, met uitzondering van zaak 1 en zaak 14, als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (zaak 2), p. 358-360;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] (zaak 6), p. 410-412;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] (zaak 7), p. 495-498;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] (zaak 8), p. 530-533, bijlagen op p. 535-541;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] (zaak 10), p. 641-643;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] (zaak 13), p. 708-710;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 juni 2025.

De rechtbank gaat niet bij iedere zaak uit van dezelfde bedragen als de officier van justitie. Onderstaand volgt een bespreking van de bedragen die de rechtbank al dan niet bewezen zal verklaren onder feit 3.

Zaak 2, aangever [slachtoffer 2] - bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 2] heeft € 500,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] dat op naam staat van de medeverdachte in deze zaak. Tevens is in deze zaak sprake van medeplegen. Dit bedrag hebben beide verdachten aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 3, aangever [slachtoffer 3] - vrijspraak

Aangever [slachtoffer 3] heeft €150,00 overgemaakt naar een rekeningnummer dat niet op naam staat van de verdachten in deze zaak. Daarnaast heeft hij voor € 500,00 euro aan Pay Safe kaarten gekocht. Uit het dossier volgt niet dat verdachte deze bedragen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet of hier gebruik van heeft gemaakt.. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Zaak 6, aangever [slachtoffer 4] - bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 4] heeft € 4.100,00 overgemaakt naar drie rekeningnummers die allen op naam staan van verdachte. Het gaat om de rekeningnummers [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en [rekeningnummer] . Tevens heeft de rechtbank in deze zaak geoordeeld dat er sprake is van plegen en niet van medeplegen. Dit bedrag heeft verdachte aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 7, aangever [slachtoffer 5] – bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 5] heeft € 300,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] dat op naam staat van de medeverdachte in deze zaak. Tevens is in deze zaak sprake van medeplegen. Dit bedrag hebben beide verdachten aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 8, aangever [slachtoffer 6] - partiële vrijspraak (bedragen die niet zijn overgemaakt op rekeningnummers t.n.v. verdachten) en bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 6] heeft, uitgaande van zijn aangifte en de bijlagen bij de aangifte minimaal € 63.372,00 overgemaakt naar diverse rekeningnummers. De rechtbank komt niet tot een bewezenverklaring van witwassen waar het de bedragen betreft die op rekeningnummers van vermoedelijke katvangers zijn overgemaakt, omdat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld dat verdachte hier op enig moment feitelijke zeggenschap over heeft gekregen.

Zo heeft aangever in eerste instantie verschillende bedragen overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van ‘ [naam 1] ’. Aan dit rekeningnummer is in totaal € 12.700,00 overgemaakt. Aangever heeft daarnaast € 19.099,00 overgemaakt aan een buitenlands rekeningnummer dat niet op naam staat. Het betreft het rekeningnummer [rekeningnummer] . Ook is er eenmalig een Tikkie van € 400,00 betaald door aangever aan het rekeningnummer [rekeningnummer] dat op naam van ‘ [naam 1] ’ staat.

De rechtbank spreekt verdachte, gelet op het voorgaande, vrij van het (eenvoudig) witwassen van voornoemde geldbedragen.

In de periode van 8 november 2022 tot en met 30 december 2022 heeft aangever een totaalbedrag van € 30.033,00 aan [rekeningnummer] op naam van ‘ [verdachte] ’ overgemaakt. Op 24 januari 2023 heeft aangever € 850,00 overgemaakt naar een rekeningnummer dat ook op naam van ‘ [verdachte] ’ stond, namelijk [rekeningnummer] , maar dit bedrag is direct teruggestort door de bank omdat het rekeningnummer geblokkeerd was. Over dit bedrag heeft verdachte daarom nooit beschikkingsmacht gehad. In de periode van 24 januari 2023 tot en met 5 maart 2023 heeft aangever een totaalbedrag van € 4.140,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] . Dit rekeningnummer stond op naam van medeverdachte [verdachte] . Ten slotte heeft aangever op 24 en 27 maart 2023 een totaalbedrag van € 2.000,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] dat ook op naam stond van ‘ [verdachte] ’.

Gelet op het voorgaande en de bekennende verklaring van verdachte, gaat de rechtbank bij dit feit daarom uit van een bedrag van € 36.173,00 dat verdachte heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 10, aangever [slachtoffer 7] – bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 7] heeft € 150,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] dat op naam staat van verdachte. Tevens heeft de rechtbank in deze zaak geoordeeld dat er sprake is van plegen en niet van medeplegen. Dit bedrag heeft verdachte aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 13, aangever [slachtoffer 9] – bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 9] heeft € 300,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] dat op naam staat van de medeverdachte in deze zaak. Tevens is in deze zaak sprake van medeplegen. Dit bedrag hebben beide verdachten aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte meerdere uit (eigen) misdrijf verkregen geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2020 tot en met 31 maart 2023 te Veldhoven, Lichtenvoorde, Wageningen, Ootmarsum, Hommerts, Stiens, Emmeloord,

Renswoude en Groningen, Velp en/of Elst, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans en alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 1] tot de afgifte van 20.339,00 euro (zaak 1),

- [slachtoffer 2] tot de afgifte van 500,00 euro (zaak 2),

- [slachtoffer 3] tot de afgifte van 650,00 euro (zaak 3),

- [slachtoffer 4] tot de afgifte van 4100,00 euro (zaak 6),

- [slachtoffer 5] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 7 ),

- [slachtoffer 6] tot de afgifte van 63.372 euro (zaak 8),

- [slachtoffer 7] tot de afgifte van 150,00 euro (zaak 10),

- [slachtoffer 8] tot de afgifte van 1.900,00 euro (zaak 11) en/of

- [slachtoffer 9] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 13),

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7], [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of

zijn medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl en Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben

en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl en Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een

website, en/of

- via voornoemde (chat)websites aan (één of meer) voornoemde personen een mobiel nummer te sturen, om het (erotisch getinte) gesprek via WhatsApp en/of Telegram voort te kunnen zetten

en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van voornoemde personen naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen

berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van

hun persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of

- voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende

mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed,

onder meer inhoudende dat voornoemde personen één of meer geldbedragen moesten

overmaken en/of betalen omdat verdachte die personen anders bekend zou maken op internet

en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van

ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van

voornoemde personen zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren;

2.

Hij in op of omstreeks de periode 9 augustus 2020 tot en met 11 januari 2022 te Veldhoven, en Made en/of Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans en alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 10] (zaak 9) en/of

- [slachtoffer 11] (zaak 12)

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan

aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl,

Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben

en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een

website, en/of

- via voornoemde (chat)websites voornoemde personen te stimuleren om het (erotisch getinte)

gesprek voor te zetten via WhatsApp en/of Telegram en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van voornoemde personen naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen;

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen

berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van

hun persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of;

- voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende

mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed,

onder meer inhoudende dat voornoemde personen één of meer geldbedragen moesten

overmaken en/of betalen omdat verdachte die personen anders bekend zou maken op internet

en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van

ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van

voornoemde personen zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 januari 2019 tot en met 18 december 2024 te Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans en/of alleen (van) een of meerdere voorwerpen, meerdere geldbedragen te weten:

- € 20.339,- (zaak 1),

- € 500,- (zaak 2),

- € 650,- (zaak 3),

- € 4.100,- (zaak 6),

- € 300,- (zaak 7)

- € 63.372, (zaak 8)

- € 150,- (zaak 10), en

- € 300,- (zaak 13) en/of

- € 9.976,- (zaak 14),

heeft verworven en voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) die geldbedragen - onmiddellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van afdreiging, meermalen gepleegd;

en

afdreiging, meermalen gepleegd;

feit 2:

poging tot medeplegen van afdreiging;

en

poging tot afdreiging;

feit 3:

medeplegen van eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd;

en

eenvoudig witwassen.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd in het rapport van 2 mei 2025. Daarnaast vordert de officier van justitie een contactverbod met slachtoffer [slachtoffer 8] op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht en de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat bij het bepalen van de strafmaat rekening wordt gehouden met behoud van perspectief op een zo spoedig mogelijke behandeling van de verslavingsproblematiek van verdachte.

De bovengrens in soortgelijke zaken is volgens de raadsman 20 tot 24 maanden en de raadsman verzoekt de rechtbank om dit uitgangspunt te volgen en daarnaast een groot deel van die straf voorwaardelijk op te leggen, zodat verdachte zo spoedig mogelijk naar een kliniek kan voor zijn verslavingsproblematiek.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan sextortion. Verdachte heeft in ieder geval 10 slachtoffers die in de bewezenverklaring vermeld staan, afgedreigd of gepoogd af te dreigen.

Verdachte deed dit soms samen met zijn zus en soms alleen. Hij en zijn zus hebben op verschillende websites advertenties geplaatst voor betaalde seks en via deze weg contact gelegd met slachtoffers. Sommige slachtoffers wilden een afspraak maken voor betaalde seks. Verdachte achterhaalde of kreeg hun persoonsgegevens en dreigde vervolgens dat hij de gesprekken zou doorsturen aan eventuele partners, familie, collega’s of de werkgever van het slachtoffer. Om dit te voorkomen moesten de slachtoffers geld overmaken. De meeste slachtoffers hebben dit gedaan en sommige slachtoffers hebben dit zelfs veelvuldig gedaan.

Verdachte heeft op deze manier welbewust en op een geraffineerde manier persoonlijke gegevens van slachtoffers achterhaald. Hij maakte hen kwetsbaar door te dreigen gesprekken te openbaren en hen zo in verlegenheid te brengen. Verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van de aan hem verstrekte informatie. Een groot deel van de slachtoffers heeft ook daadwerkelijk één of meerdere keren betaald. Het enige doel van de afdreiging door verdachte was geld verdienen ten koste van de slachtoffers. Verdachte liet blijken geen enkel respect te hebben voor de slachtoffers. Sommige slachtoffers hebben zich voor langere tijd angstig en onveilig gevoeld, hetgeen ook duidelijk is geworden uit de indringende slachtofferverklaring van slachtoffer [slachtoffer 8] . Verdachte ging echter volledig voorbij aan deze gevoelens van angst en onveiligheid en had enkel oog voor zijn eigen geldelijk gewin.

Doordat de slachtoffers het geld (deels) op rekeningnummers op naam van de verdachten moesten overmaken, zijn die uit eigen misdrijf verkregen gelden door de verdachten eenvoudig witgewassen.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte, gelet op de justitiële documentatie van 23 juni 2025, al eerder is veroordeeld voor afpersing, overige vermogensdelicten en geweldsdelicten. Er lijkt sprake te zijn van een delictpatroon, iets wat ook de reclassering benoemt in haar rapport van 2 mei 2025. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte toegelicht dat hij de delicten voornamelijk heeft gepleegd om zijn verslaving aan cocaïne te financieren. Hij heeft sinds het begaan van de bewezenverklaarde feiten een hoop meegemaakt en heeft verklaard zijn leven een drastisch andere wending te willen geven. Volgens de reclassering is het belangrijk dat verdachte wordt behandeld voor zijn problematische middelengebruik en gediagnosticeerde PTSS en zij adviseren om die reden een toezicht met voorwaarden om verdachte in een forensisch kader te kunnen begeleiden.

De rechtbank zal daarnaast rekening houden met het tijdsverloop. De bewezen verklaarde feiten zijn inmiddels alweer langere tijd geleden gepleegd.

De op te leggen straf

De hoeveelheid slachtoffers en de ernst van de feiten rechtvaardigen een forse gevangenisstraf. De rechtbank zal echter een lagere straf aan verdachte opleggen dan de officier van justitie heeft geëist. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat er geen sprake is van een bewezenverklaring in zaak 1 ( [slachtoffer 1] ) en omdat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen en openheid van zaken heeft gegeven tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat verdachte wordt behandeld voor zijn PTSS en middelengebruik om het bestaande delictpatroon te doorbreken.

Mede gelet op voornoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte en op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden opleggen, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank zal geen contactverbod met benadeelde [slachtoffer 8] opleggen, nu de noodzaak hiervoor ontbreekt.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] (zaak 1) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 20.339,00 aan materiële schade en € 2.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair verzoekt de raadsman om de vergoeding van de immateriële schade te matigen.

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] (zaak 6) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.100,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de materiële schade gerefereerd.

Benadeelde partij [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] (zaak 11) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.200,00 aan materiële schade en € 1.500,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen, maar dat er rekening moet worden gehouden met het feit dat de Fraudedesk van de Rabobank € 1.000,00 heeft tegengehouden en teruggeboekt.

Ter zitting heeft mevrouw [naam 2] van Slachtofferhulp Nederland toegelicht dat met het door de raadsman genoemde bedrag al rekening is gehouden bij de vordering. Het gevorderde bedrag is daarom € 4.700,00.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] (zaak 3) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 800,00 aan materiële schade en € 1.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat € 650,00 euro aan materiële schade kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.

Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren nu deze schade niet is onderbouwd.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 650,00. Ten aanzien van het smartengeld refereert de raadsman zich.

Beoordeling door de rechtbank

Benadeelde [slachtoffer 1]

Verdachte is vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

Benadeelde [slachtoffer 4] , materiële schade

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat benadeelde [slachtoffer 4] het gevorderde bedrag heeft overgemaakt aan verdachte. De vordering is voldoende onderbouwd en de rechtbank zal deze toewijzen. Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 11 maart 2022. Deze datum ligt in het midden van de periode dat aangever geld heeft overgeboekt aan verdachte. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte. De rechtbank wijst af de vordering van de officier van justitie om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen nu de medeverdachte in deze zaak is vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Verdachte is daarom de enige pleger ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 4] .

Benadeelde [slachtoffer 8] , materiële schade

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat benadeelde [slachtoffer 8] het gevorderde bedrag heeft overgemaakt aan verdachte en de medeverdachte. De vordering is voldoende onderbouwd en de rechtbank zal deze toewijzen. Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 12 januari 2023. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte. De rechtbank wijst toe de vordering van de officier van justitie om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen nu er ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 8] sprake is van medeplegen.

Benadeelde [slachtoffer 3] , materiële schade

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat benadeelde [slachtoffer 3] € 650,00 heeft overgemaakt aan verdachte. De vordering is voldoende onderbouwd en de rechtbank zal deze toewijzen. Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 31 mei 2021. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte. De rechtbank wijst af de vordering van de officier van justitie om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen nu de medeverdachte in deze zaak is vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Verdachte is daarom een pleger ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 3] en daarmee in zijn eentje verantwoordelijk voor de door [slachtoffer 3] geleden (materiële) schade.

Immateriële schade [slachtoffer 8] en [slachtoffer 3]

Voor de beoordeling van de gevorderde immateriële schade stelt de rechtbank het volgende voorop. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 maart 2019 (ECLI:NL:HR:2019:376) als uitgangspunt voorop gesteld dat van de in artikel 6:106, eerste lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze in ieder geval sprake is, indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van in de artikel 6:106, eerst lid, onder b BW bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze sprake is. De benadeelde partij die zich hierop beroept zal in beginsel moeten stellen en met concrete gegevens moeten onderbouwen dat de ernstige normschending dermate ingrijpende gevolgen voor haar heeft gehad, dat zij in haar persoon is aangetast. In sommige gevallen kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de daaruit voor betrokkene voortvloeiende nadelige gevolgen zozeer voor de hand liggen dat aantasting in de persoon (zonder meer) kan worden aangenomen.

Verder heeft de Hoge Raad overwogen dat van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b BW niet reeds sprake is bij de enkele schending van een fundamenteel recht.

In onderhavige zaak zijn de benadeelden afgedreigd via een website voor intieme contacten en via WhatsApp. De rechtbank acht het zeer voorstelbaar dat de benadeelden hierdoor gevoelens van angst, slapeloosheid en/of andere (psychische)gevoelens hebben ondervonden. Gelet op het hiervoor weergegeven kader van de Hoge Raad, overweegt de rechtbank dat dit echter niet voldoende is om een aantasting in de persoon op andere wijze te kunnen aannemen.

De benadeelde partijen [slachtoffer 8] en [slachtoffer 3] hebben hun vordering niet voldoende met stukken kunnen onderbouwen waaruit blijkt dat bij hen sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. De rechtbank zal deze benadeelde partijen (voor dit deel) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Zij kunnen daarom hun vordering nog voorleggen aan de burgerlijke rechter.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 57, 318, 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 8] van de volgende bedragen aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente vanaf

1. [slachtoffer 4] € 4.100,00 11 maart 2022

2. [slachtoffer 3] € 650,00 31 mei 2021

3. [slachtoffer 8] 3.200,00 12 januari 2023

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade/smartengeld te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Gijzeling

1. [slachtoffer 4] € 4.100,00 51 dagen;

2. [slachtoffer 3] € 650,00 13 dagen.

3. [slachtoffer 8] € 3.200,00 42 dagen;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 8] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;

 bepaalt ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 8] dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 augustus 2025.

Mrs. Sno, Leen en Witteveen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.P. Sno
  • mr. R.D. Leen

Griffier

  • mr. M.C.N. Witteveen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?