RECHTBANK GELDERLAND
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/435077 / HA ZA 24-221 512/1547
Vonnis in incident van 23 juli 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ALTECH B.V.,
gevestigd te Hoevelaken,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. P. Bavelaar LLM. te Amsterdam,
tegen
de vennootschap naar Turks recht
TERMODINAMIK MAKINE SANAYI VE TICARET A.S.,
gevestigd te Izmir, Turkije,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. P.M. Hoogstad te Breukelen.
Partijen zullen hierna Altech en Termodinamik genoemd worden.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 3 juli 2024
het herstelexploot van 11 juli 2024
de akte inbreng producties en uitlating betekening van Altech
de rolbeslissing van 4 december 2024
de tweede akte inbreng producties en uitlating betekening van Altech
de advocaatstelling door Termodinamik op 21 maart 2025
de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring
de incidentele conclusie van antwoord.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
Altech heeft in het najaar van 2022 (onderdelen voor) 420 houtkachels besteld bij Termodinamik. Na levering aan Altech heeft zij kachels aan eindgebruikers verkocht en geleverd. Kopers hebben zich bij Altech beklaagd over loslatende coating. Volgens Altech heeft Termodinamik, anders dan was overeengekomen, een coating op (de onderdelen voor) de kachels laten aanbrengen die slechts bestand was tegen temperaturen van ten hoogste 200 °C in plaats van 500 °C, zoals was afgesproken. In de hoofdzaak vordert Altech schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie.
In de dagvaarding heeft Altech ter zake van rechtsmacht in de eerste plaats verwezen naar art. 22 lid 3 van de Metaalunievoorwaarden 1 januari 2019, welke bepaling voor zover relevant als volgt luidt: “De Nederlandse burgerlijke rechter die bevoegd is in de vestigingsplaats van de opdrachtnemer neemt kennis van geschillen.” Altech is opdrachtnemer in de zin van deze voorwaarden en zij is gevestigd in het rechtsgebied van Rechtbank Gelderland, aldus Altech. Subsidiair acht Altech deze rechtbank bevoegd, omdat de bestelde zaken door Termodinamik op haar vestigingsadres zijn afgeleverd.
Termodinamik vordert dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren. Altech voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Vaststaat dat Termodinamik niet is gevestigd op het grondgebied van een lidstaat, zodat de hoofdregel van artikel 4 van de Brussel I-bis Verordening (nr. 1215/2012, hierna Brussel I-bis) niet van toepassing is. Altech beroept zich op het forumkeuzebeding in algemene voorwaarden die hier volgens haar van toepassing zijn, hetgeen Termodinamik betwist. Het antwoord op de vraag of deze rechtbank op die grond rechtsmacht heeft, moet worden beoordeeld aan de hand van art. 25 Brussel I-bis. De omstandigheid dat Termodinamik niet is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie doet hieraan niet af. De woonplaats van partijen is voor de toepassing van art. 25 immers niet relevant, gelet op lid 1 van deze bepaling en de slotbijzin van art. 6 lid 1 Brussel I-bis.
Het begrip ‘overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht’ uit art. 25 lid 1 Brussel I-bis moet worden uitgelegd als een autonoom begrip (zie onder meer HvJ EU 7 februari 2013, ECLI:EU:C:2013:62, r.o. 40). Beslissend is dus niet of de Metaalunievoor-waarden met daarin het forumkeuzebeding, getoetst aan art. 8 van het Weens Koopverdrag (Trb. 1986/61), van toepassing zijn, zoals Termodinamik doet. Het gaat erom of kan worden aangenomen dat partijen een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht hebben gesloten op een van de sub a, b of c van art. 25 lid 1 Brussel I-bis bedoelde manieren. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie is de aangezochte rechter gehouden te onderzoeken of de desbetreffende forumkeuze daadwekelijk voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komt,
en moet deze bepaling strikt worden uitgelegd, omdat een uitzondering wordt gemaakt op de hoofdregel van art. 4 Brussel I-bis. De vereisten hebben als doel te waarborgen dat tussen partijen inderdaad wilsovereenstemming bestaat (zie o.a. HvJ EU 20 april 2016, ECLI:EU:C:2016:282 en HvJ EU 7 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:525). Op Altech rusten in dit verband stelplicht en bewijslast, nu zij zich op de rechtsgevolgen van het forumkeuzebeding beroept (vergelijk Hof Arnhem-Leeuwarden, 19 november 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7033). In dit verband is het volgende van belang.
Altech heeft verwezen naar de zogenoemde purchase orders die zij in de periode 16 augustus tot en met 9 december 2022 aan Termodinamik heeft toegezonden. Onderaan deze orders staat:
Op al onze offertes, op alle opdrachten aan ons en alle met ons gesloten overeenkomsten zijn toepasselijk de METAALUNIEVOORWAARDEN gedeponeerd ter Griffie van de Rechtbank te Rotterdam, zoals deze luiden volgens de laatstelijk aldaar neergelegde tekst. De leveringsvoorwaarden worden u op verzoek toegestuurd.
Termodinamik had met een eenvoudige zoekopdracht aan Google deze voorwaarden in de Engelse taal kunnen vinden en raadplegen en dus ook het forumkeuzebeding, aldus Altech
Hieruit kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat partijen over de forumkeuze daadwerkelijk bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst een duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking gebrachte wilsovereenstemming hebben bereikt, zoals bedoeld in art. 25 lid 1 aanhef en onder a. Altech stelt niet dat zij de forumkeuze tevoren mondeling met Termodinamik heeft besproken en ook niet dat zij de algemene voorwaarden met daarin het forumkeuzebeding daadwerkelijk aan Termodinamik heeft medegedeeld. De omstandigheid dat Termodinamik eenvoudig op internet de Engelse vertaling van de Metaalunievoorwaarden met het beding had kunnen vinden en tegen de toepasselijkheid ervan niet heeft geprotesteerd, is voor dergelijke wilsovereenstemming niet voldoende. Het op die wijze nagaan van een (Nederlandstalige) verwijzing naar algemene voorwaarden vergt van Termodinamik een meer dan normale zorgvuldigheid (vergelijk hof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2024, ECLI:NLGHARL:2024:7033, r.o. 4.7).
Gelet op art. 25 lid 1 aanhef en onder c van Brussel I-bis kan een overeenkomst ter zake van forumkeuze in de internationale handel ook worden gesloten in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen. Indien dat komt vast te staan, worden partijen op grond daarvan vermoed met dat branchegebruik bekend te zijn geweest (zie o.a. HvJ EU 20 april 2016 ECLI:EU:C:2016:282).
Altech heeft in dit verband gesteld dat de Metaalunievoorwaarden in de branche zeer gebruikelijk zijn en dat er veelvuldig naar wordt verwezen. De omstandigheid dat het hanteren van deze voorwaarden in de branche gebruikelijk is wil echter nog niet zeggen dat het in de branche ook gebruikelijk is om voor het overeenkomen van een forumkeuze te volstaan met de enkele verwijzing in purchase orders naar deze voorwaarden. Ook op deze grond kan daarom geen geldige forumkeuze worden vastgesteld.
Ter zake van de subsidiair en en tertiair gestelde grond voor rechtsmacht, de plaats van levering, geldt het volgende.
Termodinamik is niet gevestigd op het grondgebied van een EU-lidstaat. Art. 5 lid 1 van het EEX-verdrag waarop Altech zich beroept, noch art. 7 lid 1 van de thans in plaats van dit verdrag geldende Brussel I-bis verordening kan dan een grondslag voor rechtsmacht opleveren. Over rechtsmacht is ook niet in een verdrag met Turkije, waar Termodinamik is gevestigd, iets bepaald. Voor de beoordeling moet dan worden teruggevallen op Nederlandse wetgeving, zo volgt ook uit art 1 Rv. Gelet op de stellingen van Altech en het bepaalde in art. 6 aanhef en onder a en art. 6a aanhef en onder a Rv, is het vervolgens de vraag of de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd, waarbij in dit geval van koop van roerende zaken nader geldt dat de plaats van uitvoering in Nederland is gelegen als de zaken volgens de overeenkomst in Nederland geleverd werden of geleverd hadden moeten worden.
Volgens Altech zijn de bestelde (onderdelen voor) houtkachels geleverd in Hoevelaken en is deze rechtbank daarom internationaal bevoegd. Termodinamik werpt op dat deze zaken volgens de overeenkomst ‘Ex Works’, dus bij de fabriek van Termodinamik in Izmir, Turkije, aan Altech werden geleverd. Ter ondersteuning van deze betwisting heeft zij gewezen op haar e-mail van 26 november 2021 aan Altech met een prijsaanbod voor kachelonderdelen, waarop onder Sales conditions is vermeld “EXW Factory IZMIR” en op pro forma facturen voor kachelonderdelen uit november 2021 en juli en september 2022, waarop staat: “Delivery Term: EXW IZMIR, KEMALPASA FACTORY”.
Tegenover deze betwisting heeft Altech onvoldoende gemotiveerd gesteld dat is overeengekomen dat Termodinamik de zaken in Hoevelaken zou leveren. Volgens Altech heeft zij de pro forma facturen nooit ontvangen en zien de pro forma facturen niet op de bestelde (onderdelen van) houtkachels in kwestie. Over de e-mail van 26 november 2021 merkt zij op dat ook die geen betrekking heeft op onderhavige bestelling en voorts dat de zaken waarop deze e-mail wel ziet feitelijk in opdracht van Termodinamik naar Hoevelaken zijn vervoerd, net als de litigieuze zaken.
De feitelijke gang van zaken is hier echter niet doorslaggevend. Het gaat erom of de zaken volgens de overeenkomst in Nederland geleverd werden. Termodinamik erkent dat zij een enkele keer op uitdrukkelijk verzoek van Altech het transport van zaken naar Nederland heeft geregeld, maar dat dit aan de overeengekomen plaats van levering niet afdoet. Altech heeft daarover geen concrete andersluidende stellingen ingenomen en ook voor het overige geen feiten en omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat zij met Termodinamik heeft afgesproken dat de zaken in Hoevelaken werden geleverd.
Verder is nog van belang dat volgens Altech overeenstemming over de eis dat de geleverde (onderdelen voor) houtkachels bestand moesten zijn tegen temperaturen tot 500 °C, moet worden afgeleid uit de hiervoor bedoelde e-mail van Termodinamik van 26 november 2021. In de rede ligt dan dat de leveringsconditie van Termodinamik in die e-mail eveneens op deze litigieuze partij ziet. Altech stelt ook niet dat de kosten van het vervoer voor rekening kwamen van Termodinamik. Altech heeft nog wel bewijs aangeboden van haar stelling dat de gang van zaken feitelijk zo was dat Termodinamik een transporteur inschakelde. Daaraan gaat de rechtbank echter voorbij. Zoals gezegd is de feitelijke gang van zaken niet doorslaggevend. Ook op basis van art. 6 Rv kan dus geen rechtsmacht worden aangenomen.
Ten slotte baseert Altech rechtsmacht van de Nederlandse rechter erop dat Termodinamik, door (onderdelen voor) houtkachels te leveren die niet bestand waren tegen temperaturen tot 500 °C niet alleen een wanprestatie heeft geleverd, maar ook onrechtmatig jegens Altech heeft gehandeld waardoor Altech schade lijdt in Nederland. De aanspraken die Altech hier te gelde probeert te maken vloeien echter louter voort uit de hiervoor besproken verbintenissen uit overeenkomst. Het aannemen van rechtsmacht op de enkele stelling dat deze wanprestatie ook een onrechtmatige daad oplevert, is niet aan de orde.
Overigens geldt dat uit art. 6 aanhef en onder e Rv volgt dat bij verbintenissen uit onrechtmatige daad rechtsmacht bestaat indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Zoals hiervoor is overwogen kan er niet vanuit worden gegaan dat Termodinamik de zaken in Nederland heeft geleverd en staat vast dat de beweerdelijk verkeerde coating in Turkije is aangebracht. Altech stelt aldus in wezen dat zij vermogensschade heeft geleden als gevolg van een door haar geleden, in Turkije ingetreden aanvankelijke schade. Daarop ziet het begrip ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ uit art. 6 sub e Rv niet. Ook om deze reden kan op deze grond dus geen rechtsmacht worden aangenomen.
Ook overigens ziet de rechtbank geen grond om zich internationaal bevoegd te achten om deze zaak te behandelen en te beslissen. De vordering van Termodinamik in het incident is toewijsbaar.
Altech zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, aan de zijde van Termodinamik begroot op € 598,00 (1 punt, tarief II).
Altech zal ook in de proceskosten van de hoofdzaak worden veroordeeld, nu zij nodeloos kosten heeft veroorzaakt door die hoofdzaak bij de verkeerde rechter aanhangig te maken. De kosten aan de zijde van Termodinamik in de hoofdzaak worden begroot op € 6.861,00 aan griffierecht, te vermeerderen met de gevorderde nakosten zoals na te vermelden.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,
veroordeelt Altech in de kosten van het incident, aan de zijde van Termodinamik tot op heden begroot op € 598,00,
in de hoofdzaak
veroordeelt Altech in de proceskosten, aan de zijde van Termodinamik tot op heden begroot op € 6.861,00, ter zake van nasalaris te vermeerderen met € 131,00 en in geval van betekening verder te vermeerderen met € 68,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.