ECLI:NL:RBGEL:2025:10666

ECLI:NL:RBGEL:2025:10666, Rechtbank Gelderland, 03-09-2025, 171152

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 171152
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001941

Samenvatting

taakstraf van 180 uren, waarvan 90 dagen voorwaardelijk in verband met de voorbereiding van hennepteelt. Verdachte had hennep gerelateerde goederen voorhanden. Rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn en buitenlandse veroordeling na ten laste gelegde feit. Daarnaast vrijspraak (gewoonte)witwassen. Enkelvoudige kasopstelling (EKO) zoals aangedragen door het OM is niet bruikbaar voor het bewijs. Geen sprake van een economische eenheid tussen alle betrokken verdachten. De rechtbank kan op basis van de berekening van het OM niet vaststellen dat sprake was van een voorwerp van witwassen in de vorm van onverklaarbaar vermogen (min-post). Het is niet aan de rechtbank om de EKO die ten grondslag ligt aan de verdenking van het OM dusdanig ingrijpend te wijzigen. Dit zou bovendien in strijd zijn met de goede procesorde.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05/171152-22 en 05/180319-22

Datum uitspraak : 3 september 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadslieden: mr. M.C.E.A. Kloosterman en mr. W.S. de Zanger, advocaten te Laren.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/171152-22

Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met

29 oktober 2019 te Nijmegen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, in elk geval zich een of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- ( telkens) een voorwerp, danwel een of meer voorwerpen, te weten: een of meer geldbedragen van (in totaal) ongeveer 411.846 euro, althans (telkens) een of meer (grote) geldbedragen, waaronder:

- een of meer grote geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 255.126 euro) contant gestort op verschillende bankrekeningen en/of

- een of meer grote contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 49.245 euro) heeft besteed aan de aankoop van zeven, althans één of meer, voertuigen en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 34.578 euro) heeft besteed aan de aan kosten voor levensonderhoud en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal 30.667 euro heeft besteed aan kleding en/of luxe artikelen en/of drugs-gerelateerde goederen (contant-bonnen) en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van 5.250 euro) heeft gestort op rekening van [bedrijf 1] en/of - een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van 6.250 euro) heeft ingelegd ten behoeve van de oprichting van het bedrijf [bedrijf 1] en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van 7.400 euro) middels een of meer money-transfers heeft overgemaakt aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [nummer]

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 5.996 euro) heeft besteed aan een Audi (met kenteken [kenteken] ), bestaande die (contante) bestedingen uit betaling van een of meer (achterstallige) leasetermijnen en/of onderhoud en/of reparaties van voormeld voertuig, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van een of meer van die voorwerpen gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), dat die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk- (geheel of gedeeltelijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Parketnummer 05/180319-22

Hij op of omstreeks 05 december 2018 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen, op één of meer locaties in/op het perceel [adres 2] aldaar,stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten

in een oplegger (nummer 1):

1. armatuur en/of

9 assimilatielampen en/of

3 schakelborden en/of

3 tijdschakelaars en/of

4 koperen transformatoren en/of

2 printplaat transformatoren en/of

1. koolstoffilter en/of

6 luchtafzuigers en/of

14 slakkenhuizen en/of

1. metalen ventilator en/of

4 CO-boosters en/of

1. kachel en/of

136 temperatuurventilatieregelaars en/of

4 dompelpompen en/of

1. droogrek en/of

16 dozen steenwol stekblokjes en/of

en/of

in een oplegger (nummer 2):

- 200 met potgrond en hydrokorrels gevulde plantenbakken en/of

- 24 assimilatielampen en/of

- 3 koolstoffilters en/of

- 1 afzuiginstallatie

en/of

in een oplegger (nummer 3):

- 200 met potgrond en hydrokorrels gevulde plantenbakken en/of

- 24 assimilatielampen en/of

- 3 koolstoffilters en/of

- 1 afzuiginstallatie

en/of

in een container (kleur blauw):

- een groot aantal assimilatielampen en/of

- flexibele luchtslangen en/of

- jerrycans met voedingsstoffen

en/of

in een container (kleur groen):

- flexibele luchtslangen en/of

- waterslangen en/of

- kachels en/of

- elektriciteitskabels en/of

- buizen bestemd/geschikt voor afzuigsystemen

en/of

in een loods:

- 2 armaturen en/of

- 65 assimilatielampen en/of

- 1 koperen transformator en/of

- 2 metalen ventilatoren en/of

- 2 temperatuurventilatieregelaars en/of

- 1 dompelpomp en/of

- 157 jerrycans met voedingsmiddelen en/of

- 1 hygro PH/ec thermometer en/of

- koolstoffilters en/of

- pallets met potgrond

en/of

in een oplegger (nummer 5):

- 1 armatuur en/of

- 1 schakelbord en/of

- 2 printplaattransformatoren en/of

- 15 koolstoffilters en/of

- 2 luchtafzuigers en/of

- 22 slakkenhuizen

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/171152-22 (vrijspraak)

De standpunten

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van (gewoonte)witwassen.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 oktober 2019 (hierna: de onderzoeksperiode) samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen in de zin van de artikelen 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Om tot een bewezenverklaring van (gewoonte)witwassen te kunnen komen, moet de rechtbank allereerst de vraag beantwoorden of het ten laste gelegde voorwerp, in dit geval een geldbedrag van ongeveer € 411.846,-, afkomstig is uit enig misdrijf. Dit geldbedrag betreft het saldo van de door het Openbaar Ministerie aangedragen eenvoudige kastopstelling (hierna: EKO). Bij een EKO wordt nagegaan of en in hoeverre een betrokkene in de onderzoeksperiode meer contante uitgaven heeft gedaan dan via legale bron kan worden verantwoord, ofwel beschikbaar was. Als de totale contante uitgaven groter zijn dan de beschikbare legale contante gelden, dan is sprake van onverklaarbaar vermogen (het saldo). Men kan immers niet meer contant geld uitgeven dan men fysiek aan kasgeld beschikbaar heeft. Een negatieve kas (minpost) kan een vermoeden opleveren dat dit geldbedrag een criminele herkomst heeft.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de door het Openbaar Ministerie aangedragen EKO als volgt.

Het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen om één EKO op te stellen voor de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gezamenlijk. Een EKO kan alleen worden opgesteld voor meerdere personen gezamenlijk, indien deze personen samen een economische eenheid vormden in de periode waarover de EKO is opgesteld. Er moet in die periode dan sprake zijn geweest van een gezamenlijke (financiële) huishouding, waarbij de betalingen van de één, ook kunnen worden toegerekend aan de ander. De feitelijke situatie is daarbij bepalend. In dit geval is niet in discussie dat geen sprake is geweest van een economische eenheid tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] enerzijds en [medeverdachte 2] anderzijds; [medeverdachte 2] voerde geen gezamenlijke financiële huishouding met [verdachte] en [medeverdachte 1] . Dit staat nog los van de vraag of er gedurende de gehele onderzoeksperiode sprake was van een economische eenheid tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] .

Reeds de vaststelling dat er geen economische eenheid werd gevormd door de drie

verdachten samen betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het niet mogelijk is om één EKO te gebruiken voor de drie verdachten, zoals in dit dossier wel is gedaan. De rechtbank kan de door het Openbaar Ministerie aangedragen EKO daarom niet zonder meer voor het bewijs gebruiken.

Als het dossier en het verhandelde ter terechtzitting daartoe voldoende duidelijke en vastomlijnde aanknopingspunten bieden, die onderwerp zijn geweest van het partijdebat, kan de rechtbank een herberekening maken en de EKO aanpassen. In dit geval echter zou splitsing van de EKO in twee dan wel drie afzonderlijke EKO’s moeten plaatsvinden wat tot een ingrijpende wijziging zou leiden. Het zou hier bovendien gaan om een complexe herberekening. Een deel van de contante bedragen die op de bankrekeningen van [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn gestort, zijn afkomstig uit de contant ontvangen (legale) omzet van [bedrijf 2] vof (hierna: [bedrijf 2] ). [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn vennoten van [bedrijf 2] . Bij een splitsing van de EKO moet worden bepaald welk deel van die omzet aan welke vennoot moet worden toegerekend. Ook moet worden bepaald aan wie de kasstortingen moeten worden toegerekend die zijn gedaan op de bankrekening van [bedrijf 2] , die eveneens in de EKO zijn meegenomen. Aan de complexiteit van een herberekening draagt verder bij dat er onduidelijkheid is over de hoogte van de omzet van [bedrijf 2] , waaronder de met verkoop van voertuigen gegenereerde omzet, waarover hierna meer. Naar het oordeel van de rechtbank geldt als uitgangspunt dat het niet aan haar is om een dergelijke complexe herberekening te maken en aldus de door het Openbaar Ministerie aangedragen EKO ingrijpend te wijzigen. Het Openbaar Ministerie heeft bovendien voldoende gelegenheid gehad om tot een aangepaste berekening te komen en is daar door de rechtbank zelfs nadrukkelijk toe uitgenodigd. Daar komt bij dat als de rechtbank al een dergelijke herberekening zou maken, deze geen onderwerp is geweest van het partijdebat, zodat het gebruik voor het bewijs van het resultaat daarvan, te weten een ingrijpend aangepaste EKO, in strijd zou zijn met de goede procesorde.

Om de voormelde redenen ziet de rechtbank in dit geval af van het maken van een herberekening (en een aangepaste EKO). Daarbij is nog van belang dat de rechtbank ook niet over de benodigde gegevens beschikt om een dergelijke herberekening op een juiste manier uit te voeren (de hiervoor benoemde onduidelijkheid over de gegenereerde omzet). Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

De verdediging heeft in het voorbereidend onderzoek gesteld dat sprake was van legale contante inkomsten uit de handel in voertuigen door [bedrijf 2] . Daaruit - en uit contant ontvangen huurinkomsten - zou het bezit van contanten volgens de verdediging verklaard kunnen worden. Uit het op verzoek van de rechtbank opgemaakte aanvullende dossier, waarin de contante geldstroom in de vrachtwagenhandel is geanalyseerd, valt af te leiden dat van handel in voertuigen sprake was. De volledige omvang van de inkomsten uit die handel zijn daaruit echter niet te destilleren. De politie stelt vast dat er tijdens de onderzoeksperiode voertuigen zijn verkocht, waarvan in die periode geen inkoop is te zien. Daaraan wordt de conclusie verbonden dat de voertuigen zijn ingekocht met crimineel geld. Die conclusie is naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer juist. Het kan immers zo zijn dat deze voertuigen al vóór de aanvang van de onderzoeksperiode zijn ingekocht en tot de voorraad van [bedrijf 2] behoorden. Of dit het geval was, had aan de hand van de bij de boekhouder in beslag genomen digitale administratie (de auditfiles) kunnen worden onderzocht, namelijk door na te gaan of er van een voorraad sprake was. Dat is niet gebeurd.

Verder zijn alle gegevens van de Douane Nederland gevorderd die zien op de export van voertuigen door [bedrijf 2] gedurende de onderzoeksperiode (p. AVD-37). Uit deze gegevens blijkt dat er vier voertuigen zijn geëxporteerd. Slechts drie daarvan komen voor in de auditfiles van [bedrijf 2] . De verkoop van één van de voertuigen komt dus niet voor in de administratie van [bedrijf 2] , terwijl de verkoop wel heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht daarom onvoldoende uitgesloten dat de omvang van de voertuigenhandel, waarbij sprake is geweest van betaling in contanten, groter was dan uit de administratie naar voren komt.

[boekhouder] – de boekhouder van [bedrijf 2] – verklaarde voorts op 5 oktober 2023 bij de rechter-commissaris dat tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 2] een bijzondere transactie had plaatsgevonden die zag op een kraan. Het ging om een transactie van rond de ton. [boekhouder] heeft daarbij aangegeven dat hij dit nog weet, omdat het een heel specifieke transactie was. Ook uit deze verklaring valt af te leiden dat er mogelijk meer inkomsten uit de voertuigenhandel waren dan uit de administratie van [bedrijf 2] blijkt. Of deze transactie heeft plaatsgevonden, had kunnen worden geverifieerd door een vertegenwoordiger van [bedrijf 2] te horen. Ook dat is ten onrechte niet gebeurd.

Conclusie

De rechtbank concludeert dat bij gebreke van een specifiek op verdachte toegesneden EKO niet kan worden vastgesteld dat sprake is van onverklaarbaar vermogen (het voorwerp). Daarmee ontbreekt bewijs dat sprake is van een voorwerp dat afkomstig is van enig misdrijf. Dat leidt ertoe dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 05/171152-22 tenlastegelegde.

Ten aanzien van parketnummer 05/180319-22

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, aangezien niet bewezen kan worden dat de ten laste gelegde goederen bestemd waren tot het plegen van hennepteelt.

Beoordeling door de rechtbank

Op 5 december 2018 is de politie gestart met een onderzoek naar de oorzaak van een brand in het bedrijfspand van [bedrijf 2] aan de [adres 2] in Nijmegen. Door verbalisant [verbalisant 1] is beschreven dat bij dit onderzoek op het terrein van het bedrijfspand vijf opleggers werden aangetroffen, waarvan er twee geheel als nieuwe hennepkwekerij waren ingericht, alleen de hennepplanten ontbraken. Een van de opleggers was kennelijk recentelijk als knipruimte gebruikt. In die oplegger werden nog groene en vers lijkende hennepplantrestanten aangetroffen. In een andere oplegger werden nieuwe en gebruikte benodigdheden voor een hennepkwekerij aangetroffen. In de vijfde oplegger bevond zich een kennelijk gebruikte en ogenschijnlijk afgedankte hennepkwekerij.

Bij de doorzoeking van het perceel werden door de politie de hierna genoemde goederen aangetroffen:

Oplegger 1 (de rechtbank begrijpt dat dit oplegger 2 op de tenlastelegging betreft)

Alle plantenbakken konden door middel van een irrigatiesysteem van een vloeistof worden voorzien. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Oplegger 2 (de rechtbank begrijpt dat dit oplegger 3 op de tenlastelegging betreft)

Alle plantenbakken konden door middel van een irrigatiesysteem van een vloeistof worden voorzien. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.

Oplegger 1 en oplegger 2 waren volgens de verbalisanten volledig ingericht als hennepkwekerij. Alleen de hennepplanten ontbraken.

Oplegger 1 ( op de tenlastelegging ) (Hennep benodigdheden opslag):

De verbalisanten hebben beschreven dat de goederen nieuw en ongebruikt waren. Het is hen ambtshalve bekend dat al deze goederen worden gebruikt bij de hennepteelt.

In de loods op het terrein stonden verder twee containers. In de blauwe container werden de volgende goederen aangetroffen:

In de groene container werden de volgende goederen aangetroffen:

Op diverse plaatsen in de loods werden de volgende hennepgerelateerde goederen aangetroffen:

Het is de verbalisanten ambtshalve bekend dat al deze goederen worden gebruikt bij de hennepteelt.

De verbalisanten zagen dat in een vierde oplegger vanaf de onderkant van de oplegger een gele slang liep naar een iets verder gelegen put. Voorin de trailer zagen zij een wc, die aangesloten was op de gele slang. De verbalisanten zagen dat er na de wc een hok was. In het hok stond een tiental stoelen. De verbalisanten zagen dat er op diverse stoelen verse hennep en resten THC zaten. Verder zagen de verbalisanten dat er boven in het hok diverse stalen buizen waren bevestigd. Het is de verbalisanten ambtshalve bekend dat men deze buizen plaatst om daar de henneptakken aan op te hangen, zodat deze gedroogd kunnen worden. De verbalisanten herkenden de oplegger ambtshalve als droog- dan wel kniphok, dat gebruikt wordt bij het telen van hennep.

In oplegger 5 (op de tenlastelegging) werden de volgende goederen aangetroffen:

De verbalisanten hebben beschreven dat het allemaal nieuwe goederen betroffen, waarbij het hen ambtshalve bekend is dat al deze zaken worden gebruikt bij de hennepteelt. Het gehele terrein stond naar het oordeel van de verbalisanten in het teken van de hennepteelt dan wel het verhandelen van hennep gerelateerde goederen.

Verdachte was de eigenaar van [bedrijf 2] . Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij dagelijks bij het bedrijf aanwezig was en dat hij wist dat er in de loods een voorraad aan growshopartikelen van het bedrijf van [bedrijf 3] (de rechtbank begrijpt: het bedrijf van de broer van verdachte) stond. Oplegger 1, 2 en 3 waren ook van [bedrijf 3] .

De rechtbank stelt vast dat alle ten laste gelegde voorwerpen zijn aangetroffen op het bedrijfsterrein van [bedrijf 2] . Verdachte was eigenaar van [bedrijf 2] en was dagelijks aanwezig op het bedrijfsterrein. De aanwezigheid van de goederen, kan verdachte, gelet op de grote hoeveelheid, niet zijn ontgaan, zodat hij daarvan ook wetenschap moet hebben gehad. De rechtbank acht het, mede gelet op de context waarin de goederen werden aangetroffen ongeloofwaardig dat verdachte niet wist dat twee van de opleggers als hennepkwekerij waren ingericht. Daarbij komt nog belang toe aan het feit dat verdachte op6 december 2018, toen hij werd geconfronteerd met de in de twee opleggers aangetroffen hennepkwekerijen, tegen twee verbalisanten heeft verklaard dat er geen planten in stonden. Hieruit kan worden opgemaakt dat hij weet had van de inhoud van de opleggers. Het gaat om voorwerpen die geschikt zijn om te gebruiken bij het telen van hennep en daarvoor in de praktijk ook worden gebruikt. Gezien de hoeveelheid en de aard van de voorwerpen zou daarmee ook grootschalig en/of beroeps- of bedrijfsmatig hennep geteeld kunnen worden.

De enkele omstandigheid dat deze goederen gezamenlijk zijn aangetroffen is op zichzelf onvoldoende voor het oordeel dat deze goederen bestemd zijn voor het beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalig telen van hennep. Daarvoor zijn aanvullende aanwijzingen nodig waaruit blijkt dat de gedragingen van de verdachten ertoe strekten om de grootschalige en/of beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt voor te bereiden of te vergemakkelijken. Gezien de context waarin de goederen zijn aangetroffen, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van dergelijke aanvullende aanwijzingen. Op het terrein stonden immers niet alleen hennepgerelateerde goederen opgeslagen, maar er waren ook twee opleggers volledig ingericht als nieuwe hennepkwekerij, geheel voorzien van een irrigatiesysteem en een afzuiginstallatie. In een derde oplegger, waarin een knipruimte werd aangetroffen, werden groene en vers ogende hennepplantresten aangetroffen. Gelet hierop volgt de rechtbank de conclusie van de politie dat deze ruimte nog recentelijk als knipruimte was gebruikt. In die oplegger waren verder stalen buizen bevestigd om henneptakken te drogen en er was een toilet aanwezig. Deze omstandigheden, in onderling verband bezien, brengen de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van hennepteelt, door de goederen zoals ten laste gelegd voorhanden te hebben. Aan het verweer van de verdediging dat de goederen niet bestemd waren voor enige (toekomstige) hennepteelt gaat de rechtbank, gezien de hiervoor beschreven omstandigheden, voorbij.

Daarnaast heeft verdachte aangevoerd dat de politie met de aanwezigheid van de goederen op het bedrijfsterrein bekend was. Voor zover hij daarmee tot uitdrukking heeft willen brengen dat de aanwezigheid van die goederen door de politie gedoogd werd, volstaat de rechtbank met de constatering dat het dossier daarvoor geen ondersteuning biedt.

Medeplegen

De rechtbank is voorts van oordeel dat het ten laste gelegde medeplegen kan worden bewezen. Verdachte heeft verklaard dat de hennepgerelateerde goederen en opleggers van het bedrijf van zijn broer waren, die een growshop exploiteerde. Ook de vader van verdachte heeft dit verklaard. Gelet hierop kan worden verondersteld dat verdachte de goederen in nauwe en bewuste samenwerking met (in ieder geval) zijn broer voorhanden heeft gehad. Bovendien wijzen de grote hoeveelheid aangetroffen goederen en de aanwezigheid van twee volledig ingerichte kwekerijen en een kniphok op een bedrijfsmatige opzet die normaliter ook een taakverdeling en afstemming vergt.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/180319-22 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Hij op of omstreeks 5 december 2018 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen, op één of meer locaties in/op het perceel [adres 2] aldaar, stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden heeft gehad, te weten

in een oplegger (nummer 1):

1. armatuur en/of

9 assimilatielampen en/of

3 schakelborden en/of

3 tijdschakelaars en/of

4 koperen transformatoren en/of

2 printplaat transformatoren en/of

1. koolstoffilter en/of

6 luchtafzuigers en/of

14 slakkenhuizen en/of

1. metalen ventilator en/of

4 CO-boosters en/of

1. kachel en/of

136 temperatuurventilatieregelaars en/of

4 dompelpompen en/of

1. droogrek en/of

16 dozen steenwol stekblokjes en/of

en/of

in een oplegger (nummer 2):

- 200 met potgrond en hydrokorrels gevulde plantenbakken en/of

- 24 assimilatielampen en/of

- 3 koolstoffilters en/of

- 1 afzuiginstallatie

en/of

in een oplegger (nummer 3):

- 200 met potgrond en hydrokorrels gevulde plantenbakken en/of

- 24 assimilatielampen en/of

- 3 koolstoffilters en/of

- 1 afzuiginstallatie

en/of

in een container (kleur blauw):

- een groot aantal assimilatielampen en/of

- flexibele luchtslangen en/of

- jerrycans met voedingsstoffen

en/of

in een container (kleur groen):

- flexibele luchtslangen en/of

- waterslangen en/of

- kachels en/of

- elektriciteitskabels en/of

- buizen bestemd/geschikt voor afzuigsystemen

en/of

in een loods:

- 2 armaturen en/of

- 65 assimilatielampen en/of

- 1 koperen transformator en/of

- 2 metalen ventilatoren en/of

- 2 temperatuurventilatieregelaars en/of

- 1 dompelpomp en/of

- 157 jerrycans met voedingsmiddelen en/of

- 1 hygro PH/ec thermometer en/of

- koolstoffilters en/of

- pallets met potgrond

en/of

in een oplegger (nummer 5):

- 1 armatuur en/of

- 1 schakelbord en/of

- 2 printplaattransformatoren en/of

- 15 koolstoffilters en/of

- 2 luchtafzuigers en/of

- 22 slakkenhuizen

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/180319-22

medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, uitgaande van een bewezenverklaring van zowel het (gewoonte)witwassen als de voorbereiding van hennepteelt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat een (voorwaardelijke) taakstraf passend is in het geval de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van voorbereiding van hennepteelt. Verder is verzocht om bij het bepalen de hoogte van de straf rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, gelet op de veroordeling van verdachte in Duitsland in 2020. Ook is verzocht om rekening te houden met het feit dat verdachte inmiddels aan het werk is en dat hij in de afgelopen jaren niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft samen met een ander op zijn bedrijfsterrein een grote hoeveelheid goederen voorhanden gehad die bestemd was voor de grootschalige en professionele hennepteelt. Daarmee heeft verdachte een belangrijke rol gespeeld in het faciliteren van deze hennepteelt. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat hennepteelt en de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard gaan met vele andere vormen van criminaliteit, waardoor de samenleving schade wordt berokkend.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een ernstig feit, waarbij in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf past. De rechtbank constateert echter dat sprake is van een zeer oude zaak. De goederen zijn bij verdachte aangetroffen op 5 december 2018 en verdachte is hierover in september 2019 gehoord. In de forse overschrijding van de redelijke termijn, die niet aan verdachte valt toe te rekenen, ziet de rechtbank aanleiding om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer op te leggen. Hoewel artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht formeel niet van toepassing is, weegt de rechtbank verder in strafverminderende zin mee dat verdachte na zijn verhoor in 2019 - te weten op 26 augustus 2020 - door de Duitse rechter is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf in een andere strafzaak.

Alles afwegende acht de rechtbank passend een taakstraf van 180 uren, waarvan 90 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar. De taakstraf kan worden vervangen door 90 dagen hechtenis, indien deze niet naar behoren wordt verricht.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

- 11 a van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde onder parketnummer 05/171152-22;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder parketnummer 05/180319-22, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

 bepaalt dat deze een gedeelte van deze taakstraf, te weten 90 (negentig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaar schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Wasmann, voorzitter, mr. K.A.M. van Hoof en

mr. R.P.W. van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2025.

Mr. Jansen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.J. Wasmann
  • mr. K.A.M. van Hoof
  • mr. R.P.W. van de Meerakker

Griffier

  • mr. H. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?