ECLI:NL:RBGEL:2025:10669

ECLI:NL:RBGEL:2025:10669, Rechtbank Gelderland, 03-09-2025, 171215

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 171215
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0008804

Samenvatting

Veroordeling wegens voorhanden hebben wapen en munitie (pepperspray en een grote hoeveelheid kogel- en volmantelpatronen) in woning. Bekennende verdachte. De rechtbank legt geen straf of maatregel op met toepassing van art. 9a Sr, gelet op de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte al twee dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht naar aanleiding van (onder meer) deze verdenking. Daarnaast vrijspraak (gewoonte)witwassen. Enkelvoudige kasopstelling (EKO) zoals aangedragen door het OM is niet bruikbaar voor het bewijs. Geen sprake van een economische eenheid tussen alle betrokken verdachten. De rechtbank kan op basis van de berekening van het OM niet vaststellen dat sprake was van een voorwerp van witwassen in de vorm van onverklaarbaar vermogen (min-post). Het is niet aan de rechtbank om de EKO die ten grondslag ligt aan de verdenking van het OM dusdanig ingrijpend te wijzigen. Dit zou bovendien in strijd zijn met de goede procesorde.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05/171215-22 en 05/179676-22

Datum uitspraak : 3 september 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. M.J. Schimmel, advocaat te Bussum.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/171215-22

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 oktober 2019 te Nijmegen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, in elk geval zich een of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s)

- ( telkens) een voorwerp, danwel een of meer voorwerpen, te weten een of meer geldbedragen van (in totaal) ongeveer 411.846 euro, althans (telkens) een (grote) geldbedragen, waaronder:

- een of meer grote geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 255.126 euro) contant gestort op verschillende bankrekeningen en/of

- een of meer grote contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 49.245 euro) heeft besteed aan de aankoop van zeven, althans één of meer, voertuigen en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 34.578 euro) heeft besteed aan de aan kosten voor levensonderhoud en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal 30.667 euro heeft besteed aan kleding en/of luxe artikelen en/of drugs-gerelateerde goederen (contant-bonnen) en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van 5.250 euro) heeft gestort op rekening van [bedrijf 1] en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van 6.250 euro) heeft ingelegd ten behoeve van de oprichting van het bedrijf [bedrijf 1] en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van 7.400 euro) middels een of meer money-transfers heeft overgemaakt aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of

- een of meer contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 5.996 euro) heeft besteed aan een Audi (met kenteken [kenteken] ), bestaande die (contante) bestedingen uit betaling van een of meer (achterstallige) leasetermijnen en/of onderhoud en/of reparaties van voormeld voertuig,

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van een of meer van die voorwerpen gebruik gemaakt,

terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (geheel of gedeeltelijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Parketnummer 05/179676-22

1.

zij op of omstreeks 29 oktober 2019 te Nijmegen een of meer wapen(s) van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een (spuit)busje inhoudende een hoeveelheid pepperspray (met opschrift "pfeffer ko fog") en/of

- een (spuit)busje inhoudende een hoeveelheid pepperspray (met opschrift "original tw 1000 pepper-fog"), (telkens) zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;

2.

zij op of omstreeks 29 oktober 2019 te Nijmegen, een grote hoeveelheid munitie (telkens) van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:

- elf (11), althans een aantal doosjes , in houdende een grote hoeveelheid volmantelpatronen van verschillende kalibers en/of

- drie (3), althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .32 auto en/of

- vier (4), althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .25 auto

voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/171215-22 (vrijspraak)

De standpunten

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde (gewoonte)witwassen.

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij zich in de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 oktober 2019 (hierna: de onderzoeksperiode) samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen in de zin van de artikelen 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Om tot een bewezenverklaring van (gewoonte)witwassen te kunnen komen, moet de rechtbank allereerst de vraag beantwoorden of het ten laste gelegde voorwerp, in dit geval een geldbedrag van ongeveer € 411.846,-, afkomstig is uit enig misdrijf. Dit geldbedrag betreft het saldo van de door het Openbaar Ministerie aangedragen eenvoudige kastopstelling (hierna: EKO). Bij een EKO wordt nagegaan of en in hoeverre een betrokkene in de onderzoeksperiode meer contante uitgaven heeft gedaan dan via legale bron kan worden verantwoord, ofwel beschikbaar was. Als de totale contante uitgaven groter zijn dan de beschikbare legale contante gelden, dan is sprake van onverklaarbaar vermogen (het saldo). Men kan immers niet meer contant geld uitgeven dan men fysiek aan kasgeld beschikbaar heeft. Een negatieve kas (minpost) kan een vermoeden opleveren dat dit geldbedrag een criminele herkomst heeft.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de door het Openbaar Ministerie aangedragen EKO als volgt.

Het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen om één EKO op te stellen voor de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] gezamenlijk. Een EKO kan alleen worden opgesteld voor meerdere personen gezamenlijk, indien deze personen samen een economische eenheid vormden in de periode waarover de EKO is opgesteld. Er moet in die periode dan sprake zijn geweest van een gezamenlijke (financiële) huishouding, waarbij de betalingen van de één, ook kunnen worden toegerekend aan de ander. De feitelijke situatie is daarbij bepalend. In dit geval is niet in discussie dat geen sprake is geweest van een economische eenheid tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] enerzijds en [verdachte] anderzijds; [verdachte] voerde geen gezamenlijke financiële huishouding met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Dit staat nog los van de vraag of er gedurende de gehele onderzoeksperiode sprake was van een economische eenheid tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

Reeds de vaststelling dat er geen economische eenheid werd gevormd door de drie

verdachten samen betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het niet mogelijk is om één EKO te gebruiken voor de drie verdachten, zoals in dit dossier wel is gedaan. De rechtbank kan de door het Openbaar Ministerie aangedragen EKO daarom niet zonder meer voor het bewijs gebruiken.

Als het dossier en het verhandelde ter terechtzitting daartoe voldoende duidelijke en vastomlijnde aanknopingspunten bieden, die onderwerp zijn geweest van het partijdebat, kan de rechtbank een herberekening maken en de EKO aanpassen. In dit geval echter zou splitsing van de EKO in twee dan wel drie afzonderlijke EKO’s moeten plaatsvinden wat tot een ingrijpende wijziging zou leiden. Het zou hier bovendien gaan om een complexe herberekening. Een deel van de contante bedragen die op de bankrekeningen van [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn gestort, zijn afkomstig uit de contant ontvangen (legale) omzet van [bedrijf 2] vof (hierna: [bedrijf 2] ). [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn vennoten van [bedrijf 2] . Bij een splitsing van de EKO moet worden bepaald welk deel van die omzet aan welke vennoot moet worden toegerekend. Ook moet worden bepaald aan wie de kasstortingen moeten worden toegerekend die zijn gedaan op de bankrekening van [bedrijf 2] , die eveneens in de EKO zijn meegenomen. Aan de complexiteit van een herberekening draagt verder bij dat er onduidelijkheid is over de hoogte van de omzet van [bedrijf 2] , waaronder de met verkoop van voertuigen gegenereerde omzet, waarover hierna meer. Naar het oordeel van de rechtbank geldt als uitgangspunt dat het niet aan haar is om een dergelijke complexe herberekening te maken en aldus de door het Openbaar Ministerie aangedragen EKO ingrijpend te wijzigen. Het Openbaar Ministerie heeft bovendien voldoende gelegenheid gehad om tot een aangepaste berekening te komen en is daar door de rechtbank zelfs nadrukkelijk toe uitgenodigd. Daar komt bij dat als de rechtbank al een dergelijke herberekening zou maken, deze geen onderwerp is geweest van het partijdebat, zodat het gebruik voor het bewijs van het resultaat daarvan, te weten een ingrijpend aangepaste EKO, in strijd zou zijn met de goede procesorde.

Om de voormelde redenen ziet de rechtbank in dit geval af van het maken van een herberekening (en een aangepaste EKO). Daarbij is nog van belang dat de rechtbank ook niet over de benodigde gegevens beschikt om een dergelijke herberekening op een juiste manier uit te voeren (de hiervoor benoemde onduidelijkheid over de gegenereerde omzet). Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

De verdediging heeft in het voorbereidend onderzoek gesteld dat sprake was van legale contante inkomsten uit de handel in voertuigen door [bedrijf 2] . Daaruit - en uit contant ontvangen huurinkomsten - zou het bezit van contanten volgens de verdediging verklaard kunnen worden. Uit het op verzoek van de rechtbank opgemaakte aanvullende dossier, waarin de contante geldstroom in de vrachtwagenhandel is geanalyseerd, valt af te leiden dat van handel in voertuigen sprake was. De volledige omvang van de inkomsten uit die handel zijn daaruit echter niet te destilleren. De politie stelt vast dat er tijdens de onderzoeksperiode voertuigen zijn verkocht, waarvan in die periode geen inkoop is te zien. Daaraan wordt de conclusie verbonden dat de voertuigen zijn ingekocht met crimineel geld. Die conclusie is naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer juist. Het kan immers zo zijn dat deze voertuigen al vóór de aanvang van de onderzoeksperiode zijn ingekocht en tot de voorraad van [bedrijf 2] behoorden. Of dit het geval was, had aan de hand van de bij de boekhouder in beslag genomen digitale administratie (de auditfiles) kunnen worden onderzocht, namelijk door na te gaan of er van een voorraad sprake was. Dat is niet gebeurd.

Verder zijn alle gegevens van de Douane Nederland gevorderd die zien op de export van voertuigen door [bedrijf 2] gedurende de onderzoeksperiode (p. AVD-37). Uit deze gegevens blijkt dat er vier voertuigen zijn geëxporteerd. Slechts drie daarvan komen voor in de auditfiles van [bedrijf 2] . De verkoop van één van de voertuigen komt dus niet voor in de administratie van [bedrijf 2] , terwijl de verkoop wel heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht daarom onvoldoende uitgesloten dat de omvang van de voertuigenhandel, waarbij sprake is geweest van betaling in contanten, groter was dan uit de administratie naar voren komt.

[boekhouder] – de boekhouder van [bedrijf 2] – verklaarde voorts op 5 oktober 2023 bij de rechter-commissaris dat tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 3] een bijzondere transactie had plaatsgevonden die zag op een kraan. Het ging om een transactie van rond de ton. [boekhouder] heeft daarbij aangegeven dat hij dit nog weet, omdat het een heel specifieke transactie was. Ook uit deze verklaring valt af te leiden dat er mogelijk meer inkomsten uit de voertuigenhandel waren dan uit de administratie van [bedrijf 2] blijkt. Of deze transactie heeft plaatsgevonden, had kunnen worden geverifieerd door een vertegenwoordiger van [bedrijf 3] te horen. Ook dat is ten onrechte niet gebeurd.

Conclusie

De rechtbank concludeert dat bij gebreke van een specifiek op verdachte toegesneden EKO niet kan worden vastgesteld dat sprake is van onverklaarbaar vermogen (het voorwerp). Daarmee ontbreekt bewijs dat sprake is van een voorwerp dat afkomstig is van enig misdrijf. Dat leidt ertoe dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 05/171215-22 tenlastegelegde.

Ten aanzien van parketnummer 05/179676-22

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- een schriftelijk bescheid, te weten het bewijs van ontvangst, ex art. 93 WvSv, p. DZK-0502;

- het proces-verbaal aantreffen wapens en munitie, locatie [adres 2] , pv-nummer 1340;

- het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, pv-nummer 1189, onderzoek wapen, p. 0122-0123;

- het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, pv-nummer 1189, onderzoek wapen, p. 0127-0133;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juli 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/179676-22 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op of omstreeks 29 oktober 2019 te Nijmegen een of meer wapen(s) van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een (spuit)busje inhoudende een hoeveelheid pepperspray (met opschrift "pfeffer ko fog") en/of

- een (spuit)busje inhoudende een hoeveelheid pepperspray (met opschrift "original tw 1000 pepper-fog"), (telkens) zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;

2.

zij op of omstreeks 29 oktober 2019 te Nijmegen, een grote hoeveelheid munitie (telkens) van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:

- elf (11), althans een aantal doosjes , inhoudende een grote hoeveelheid volmantelpatronen van verschillende kalibers en/of

- drie (3), althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .32 auto en/of

- vier (4), althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .25 auto

voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/179676-22

feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;

feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – uitgaande van een bewezenverklaring van de onder beide parketnummers ten laste gelegde feiten – gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis indien deze taakstraf niet naar behoren wordt verricht. De tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, dient te worden verrekend en op deze taakstraf in mindering te worden gebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete van € 500,-. De geldboete dient bij gebreke van betaling te worden vervangen door 10 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn, de open proceshouding van verdachte, het feit dat zij in deze zaak al twee dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en dat zij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft in haar woning twee busjes pepperspray en een grote hoeveelheid munitie voorhanden gehad. De rechtbank verwijt verdachte onvoldoende stil te hebben gestaan bij de risico’s van de aanwezigheid van de pepperspray en munitie in haar woning en de strenge regels die er - juist vanwege die risico’s - zijn.

Kijkend naar de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting, worden als uitgangspunt voor het bezit van pepperspray en de genoemde munitie geldboetes van verschillende hoogten gehanteerd. Afdoening conform deze oriëntatiepunten zou op zichzelf passend zijn, ware het niet dat verdachte – vanwege onder meer deze verdenking – al twee dagen in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast constateert de rechtbank dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in aanzienlijk mate is overschreden, zonder dat dit aan verdachte kan worden toegerekend. Verdachte is op 29 juni 2020 aangehouden en was dus vanaf dat moment bekend met de verdenking. Sindsdien zijn ruimvijf jaren verstreken.

Deze omstandigheden brengen de rechtbank ertoe om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Dat betekent dat aan verdachte geen straf of maatregel meer zal worden opgelegd.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

- 9 a van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde onder parketnummer 05/171215-22;

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten onder parketnummer 05/179676-22, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Wasmann, voorzitter, mr. K.A.M. van Hoof enmr. R.P.W. van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2025.

Mr. Jansen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.J. Wasmann
  • mr. K.A.M. van Hoof enmr. R.P.W. van de Meerakker

Griffier

  • mr. H. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?