ECLI:NL:RBGEL:2025:10672

ECLI:NL:RBGEL:2025:10672, Rechtbank Gelderland, 03-09-2025, 226891 (ontneming)

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 226891 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Voorwaardelijke geldboete van € 750 in verband met voorhanden hebben wapens en munitie. Twee busjes pepperspray, een patroonmagazijn en vier volmantelpatronen aangetroffen in keukenkastje woning. Gelet op zichtbaarheid en locatie van aantreffen, was verdachte zich hiervan bewust (wetenschap). Rekening gehouden met overschrijding redelijke termijn. Daarnaast vrijspraak (gewoonte)witwassen. Enkelvoudige kasopstelling (EKO) zoals aangedragen door het OM is niet bruikbaar voor het bewijs. Geen sprake van een economische eenheid tussen alle betrokken verdachten. De rechtbank kan op basis van de berekening van het OM niet vaststellen dat sprake was van een voorwerp van witwassen in de vorm van onverklaarbaar vermogen (min-post). Het is niet aan de rechtbank om de EKO die ten grondslag ligt aan de verdenking van het OM dusdanig ingrijpend te wijzigen. Dit zou bovendien in strijd zijn met de goede procesorde.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Tegenspraak

Parketnummer : 05/226891-22 (ontneming)

Datum uitspraak : 3 september 2025

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsman: mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol.

1. De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op

€ 494.846,00.

2. De procedure

De zaak is op openbare terechtzittingen onderzocht. Daarbij is betrokkene deels verschenen, bijgestaan dan wel vertegenwoordigd door haar raadsman, mr. Steller, voornoemd.

De verdediging heeft gedurende het voorbereidend onderzoek verzocht om de ontnemingszaak, aangebracht onder parketnummer 05/226891-22, af te splitsen van de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak en om deze op een later moment te behandelen. De rechtbank heeft dit verzoek op de terechtzitting van 24 februari 2025 toegewezen.

Ter terechtzitting van 24 juli 2025 heeft de voorzitter namens de rechtbank voorgesteld om, mocht de rechtbank komen tot een vrijspraak in de hoofdzaak, op 3 september 2025 gelijktijdig met de hoofdzaak uitspraak te doen in de ontnemingszaak, ondanks het eerder toegewezen verzoek tot afsplitsing. De officier van justitie en de verdediging hebben hiermee ingestemd.

Ter terechtzitting van 21 juli 2025 zijn de hoofdzaken met de parketnummers 05/226891-22 en 05/180048-22 gevoegd.

3. De beoordeling van de vordering

Bij vonnis van heden is betrokkene vrijgesproken van het onder parketnummer 05/226891-22 ten laste gelegde feit en veroordeeld voor de onder parketnummer 05/180048-22 ten laste gelegde feiten. Omdat er sprake is van een veroordeling in de gevoegde zaken met genoemde parketnummers is het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde is door de politie berekend op basis van artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht. De politie heeft voor die berekening gebruik gemaakt van een eenvoudige kasopstelling (EKO), opgesteld voor [veroordeelde] en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gezamenlijk. Die EKO lag tevens ten grondslag aan het witwasfeit zoals ten laste gelegd onder parketnummer 05/226891-22. De rechtbank is voor dat witwasfeit gekomen tot een vrijspraak, omdat zij op basis van de door het Openbaar Ministerie aangedragen EKO niet kan vaststellen of sprake is van onverklaarbaar vermogen. Diezelfde omstandigheden doen zich voor in de ontnemingszaak tegen veroordeelde. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.

4. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5. De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Aldus gegeven door mr. M.J. Wasmann, voorzitter, mr. K.A.M. van Hoof en mr. R.P.W. van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2025.

Mr. Jansen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.J. Wasmann
  • mr. K.A.M. van Hoof
  • mr. R.P.W. van de Meerakker

Griffier

  • mr. H. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?