ECLI:NL:RBGEL:2025:10801

ECLI:NL:RBGEL:2025:10801, Rechtbank Gelderland, 13-02-2025, 369098-24

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-02-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer 369098-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling 6 WVW

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.369098.24

Datum uitspraak : 13 februari 2025

Tegenspraak

verkort vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1962 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van Apeldoorn, gaande in de richting van Zwolle, daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A50, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl sprake was van filevorming, waarbij voor hem, verdachte, uit over die weg (de A50) rijdende bestuurders van andere voertuigen hun snelheid aanmerkelijk hadden teruggebracht en/of stilstonden,

- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de A50) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of

- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans een mobiele telefoon heeft bediend en/of (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de A50) kon overzien en waarover deze vrij was

en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto's: merk Skoda en Jaguar),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer])

zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de A50,

terwijl sprake was van filevorming, waarbij voor hem, verdachte, uit over die weg (de A50) rijdende bestuurders van andere voertuigen hun snelheid aanmerkelijk hadden teruggebracht en/of stilstonden,

- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de A50) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of

- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans een mobiele telefoon heeft bediend en/of (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de A50) kon overzien en waarover deze vrij was

en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto's: merk Skoda en Jaguar),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A50, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en

waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto’s: merk Skoda en Jaguar).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De officier van justitie heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit (samengevat) aangevoerd dat kan worden bewezen dat verdachte kort voor het ongeval zijn mobiele telefoon heeft bediend en dat dit telefoongebruik een rol heeft gespeeld bij het ongeval.

De rechtbank acht dit niet bewezen. Uit het dossier blijkt dat het ongeval plaatsvond om 17.20.32 uur. Om 17.17 uur werd vanuit de telefoon van verdachte naar de voicemail gebeld. Dit gesprek duurde 2 minuten en 28 seconden. De rechtbank constateert dat het gesprek tussen 17.19.28 uur en 17.20.27 uur is geëindigd, dus 59 tot 5 seconden vóór de botsing. Verder bevat het dossier informatie dat de telefoon van verdachte 2 seconden na de botsing opnieuw de voicemail heeft gebeld.

Uit de bevindingen kan niet ondubbelzinnig worden afgeleid of en zo ja op welke wijze, verdachte vlak voor de botsing zijn telefoon heeft bediend. De rechtbank spreekt verdachte daarom van dit “gedachtestreepje” in de tenlastelegging vrij.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van Apeldoorn, gaande in de richting van Zwolle, daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A50, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl sprake was van filevorming, waarbij voor hem, verdachte, uit over die weg (de A50) rijdende bestuurders van andere voertuigen hun snelheid aanmerkelijk hadden teruggebracht en/of stilstonden,

- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de A50) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of

- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans een mobiele telefoon heeft bediend en/of (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de A50) kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto's: merk Skoda en Jaguar),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, (te weten [slachtoffer]), zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straffen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van 6 maanden.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verzocht de rijontzegging te beperken tot de avonden en weekenden, omdat hij doordeweeks de auto nodig heeft voor (vrijwilligers)werk.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft op 9 april 2024 op de A50 in Emst een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Hij heeft, terwijl het druk op de weg was en sprake was van filerijden, zijn aandacht niet voortdurend gehouden op het vóór hem rijdende verkeer. Hij heeft daardoor niet (tijdig) afgeremd toen de vóór hem rijdende auto’s snelheid verminderden. Hierdoor is hij met een groot snelheidsverschil in aanrijding gekomen met de twee voor hem rijdende auto’s. De impact van de aanrijding was daardoor groot. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op deze wijze de veiligheid van andere weggebruikers ernstig in gevaar heeft gebracht. De drie inzittenden van die twee auto’s hebben allen (zwaar) lichamelijk letsel opgelopen. Van één van de inzittenden, de heer [slachtoffer], zijn de medische gegevens aan het strafdossier gevoegd. De officier heeft ter zitting toegelicht dat de heer [slachtoffer] nog steeds onder behandeling is bij een revalidatiekliniek. Hij was/is zelfstandig ondernemer en heeft veel zorgen over de financiële toekomst van hem en zijn gezin. In de andere auto zaten een vader en zoon. De vader zat een uur lang vast in het wrak op de A50. Dit is zeer beangstigend voor hem geweest. Hij heeft nog steeds veel pijn aan zijn arm, schouder en hoofd. De zoon heeft een whiplash en permanente hoofdpijn. Hij kan nog maar een paar uur per week werken en het is nog maar de vraag of het gezamenlijke autobedrijf met zijn vader open kan blijven.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij in 2022 voor het negeren van een verkeersteken en in 2024 voor het overtreden van de maximumsnelheid is veroordeeld.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank gelet op de geldende oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld en het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, geldt als uitgangspunt een taakstraf van 120 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden. De rechtbank ziet – gelet op de ernst van het feit – geen aanleiding hiervan af te wijken om de rijontzegging te beperken tot de avonden en weekenden.

Alles overwegend acht de rechtbank een taakstraf van 120 uren een en rijontzegging van 6 maanden passend en geboden.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straffen is gegrond op de artikelen:

- 9, 22 c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.J. Ouweneel
  • mr. A.M.P.T. Blokhuis

Griffier

  • mr. T.J. Schoen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?