ECLI:NL:RBGEL:2025:10809

ECLI:NL:RBGEL:2025:10809, Rechtbank Gelderland, 13-02-2025, 139864-20

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-02-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer 139864-20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling Opiumwet (procesafspraken)

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.139864.20

Datum uitspraak : 13 februari 2025

Tegenspraak

verkort vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats],

wonende aan het [adres], [postcode] in [woonplaats].

Raadsvrouw: mr. C.G.J.E. Lut, advocaat in Eindhoven.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 25 mei 2020 op het traject van Zuidwolde naar Tiel, althans te Tiel, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine en/of D-L-metamfetamine, zijnde metamfetamine en/of D-L-metamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

hij op of omstreeks 25 mei 2020 op het traject van Zuidwolde naar Tiel, althans te Tiel, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of ander, althans alleen, om een feit bedoeld in het vier of vijfde lid van artikel van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken en/of verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen, van een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of D-L-amfetamine en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde amfetamine en/of D-L-amfetamine en/of

methamfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, hebben verdachte en/of zijn mededaders voorhanden gehad:

- Een of meerdere liter(s)

o Tolueen en/of

o Methanol en/of

o 2-Propanol en/of

o Benzylethylenediamine en/of

o Aceton en/of

o Zoutzuur en/of

o Zwavelzuur en/of

o Methyl Thioglycolate en/of

- Een of meerdere kilo(‘s)

o caustic soda en/of

o Azobisisobutyronutril en/of

- Een of meerdere jerrycan(s) en/of

- Een of meerdere klemdekselvat(en) en/of

- Een of meerdere gasbrander(s) en/of gasbranderhouder(s) en/of gasslang(en) en/of

- Een of meerdere ventilator(en) en/of

- Een (RVS) destillatieketel en/of

- Een of meerdere pannen (met deksels) en/of

- Een of meerdere koelemmer(s) en/of

- Een of meerdere emmers en/of

- Een of meerdere speciekuip(en) en/of

- Een of meerdere mand(en) en/of

- Een of meerdere diepvriesbak(ken)

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden, dat dat/die chemicaliën en/of voorwerpen (al dan niet in combinatie met elkaar) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

2. Procesafspraken

Het Openbaar Ministerie (OM) en de raadsvrouw van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht van het maken van procesafspraken over de afdoening van deze strafzaak. Naar aanleiding hiervan heeft de officier van justitie de rechtbank op 21 januari 2025 een ondertekende overeenkomst procesafspraken toegezonden. In deze overeenkomst zijn de door het OM, verdachte en zijn raadsvrouw gemaakte procesafspraken, waaronder een gemeenschappelijk afdoeningsvoorstel, opgenomen. Partijen beogen daarmee de strafzaak op korte termijn tot een einde te laten komen. De overeenkomst is aangehecht aan dit vonnis.

De overwegingen van de rechtbank over de procesafspraken

De rechtbank overweegt dat de rechter alleen acht kan slaan op door het OM en de verdediging gemaakte procesafspraken als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een dergelijke overeenkomst deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.

De rechtbank heeft de hiervoor weergegeven inhoud en strekking van de procesafspraken tijdens de terechtzitting van 30 januari 2025 aan verdachte voorgehouden en met hem besproken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte tijdens de terechtzitting desgevraagd heeft bevestigd dat hij zich kan vinden in voornoemde procesafspraken die onder meer inhouden dat geen onderzoekswensen worden ingediend, geen verweer wordt gevoerd, dat verdachte kan instemmen met een bewezenverklaring overeenkomstig de overgelegde tenlastelegging, dat afstand wordt gedaan van de inbeslaggenomen goederen en dat geen hoger beroep wordt ingesteld als de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform het afdoeningsvoorstel of binnen de in de overeenkomst genoemde bandbreedte.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, die gedurende het proces van het maken van procesafspraken en tijdens de terechtzitting is bijgestaan door zijn raadsvrouw, vrijwillig, op basis van voldoende duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van zijn verdedigingsrechten. De rechtbank heeft zich er bij de inhoudelijke behandeling op 30 januari 2025 van vergewist dat verdachte nog steeds achter de gemaakte afspraken staat. Daarnaast heeft de rechtbank getoetst of de procesafspraken, gelet op wat is bepaald in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering, stand kunnen houden.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op het voornoemde afdoeningsvoorstel en zal de inhoud hiervan als herhaald en ingelast beschouwen, met dien verstande dat ter zitting geen geldboete (meer) is geëist, doch een hogere taakstraf; een en ander zoals besproken ter zitting. Wel heeft de rechtbank aanvullend gestreept in de tenlastelegging onder feit 2. De rechtbank zal beslissen zoals hieronder weergegeven.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1

hij op of omstreeks 25 mei 2020 op het traject van Zuidwolde naar Tiel, althans te Tiel, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine en/of D-L-metamfetamine, zijnde metamfetamine en/of D-L-metamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

hij op of omstreeks 25 mei 2020 op het traject van Zuidwolde naar Tiel, althans te Tiel, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit bedoeld in het vier of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken en/of verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen, van een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of D-L-amfetamine en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde amfetamine en/of D-L-amfetamine en/of

methamfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, hebben verdachte en/of zijn mededaders voorhanden gehad:

- Een of meerdere liter(s)

o Tolueen en/of

o Methanol en/of

o 2-Propanol en/of

o Benzylethylenediamine en/of

o Aceton en/of

o Zoutzuur en/of

o Zwavelzuur en/of

o Methyl Thioglycolate en/of

- Een of meerdere kilo(‘s)

o caustic soda en/of

o Azobisisobutyronutril en/of

- Een of meerdere jerrycan(s) en/of

- Een of meerdere klemdekselvat(en) en/of

- Een of meerdere gasbrander(s) en/of gasbranderhouder(s) en/of gasslang(en) en/of

- Een of meerdere ventilator(en) en/of

- Een (RVS) destillatieketel en/of

- Een of meerdere pannen (met deksels) en/of

- Een of meerdere koelemmer(s) en/of

- Een of meerdere emmers en/of

- Een of meerdere speciekuip(en) en/of

- Een of meerdere mand(en) en/of

- Een of meerdere diepvriesbak(ken)

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden, dat dat/die chemicaliën en/of voorwerpen (al dan niet in combinatie met elkaar) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B en D van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2:

medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, na de verklaring van verdachte ter zitting dat hij geen geldboete kan betalen, en in afwijking van het afdoeningsvoorstel, gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 219 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en een taakstraf van 240 uren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht te beslissen conform de strafeis.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft betrokkenheid gehad bij de productie van methamfetamine en de voorbereiding van deze productie door goederen en chemicaliën van de ene naar de andere productielocatie te vervoeren. Verdachte is bij dat transport op heterdaad aangehouden. Ook vervoerde hij op dat moment een grote hoeveelheid van materiaal bevattende methamfetamine.

De productie van synthetische drugs veroorzaakt schade aan het milieu vanwege illegale afvaldumping. Ook zijn er grote risico’s verbonden aan het opslaan en bewerken van de chemicaliën in een illegaal drugslab, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige en bijtende dampen.

Met de productie van en de handel in harddrugs wordt snel en veel geld verdiend, wat gepaard gaat met diverse vormen van ondermijnende criminaliteit. Verdachte is door zijn handelen medeverantwoordelijk voor de schadelijke effecten die door de productie van synthetische drugs worden veroorzaakt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf zal de rechtbank acht slaan op de procesafspraken, de grondslagen daarvan en het daaruit voortvloeiende afdoeningsvoorstel, welke ter zitting door de officier van justitie is gewijzigd, en overeenkomstig de strafeis van de officier van justitie beslissen. De strafeis staat naar het oordeel van de rechtbank in redelijke verhouding tot de ernst van de zaak. Hierbij overweegt de rechtbank uitdrukkelijk dat de strafeis niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling dient, maar ook een effectieve afdoening van de zaak.

Omdat de rechtbank in lijn met de wensen van partijen oordeelt, vloeit daaruit immers in beginsel voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. Partijen hebben tijdens de zitting aangegeven dat zij zich zullen neerleggen bij een vonnis als de strafoplegging overeenkomt met de strafeis. De op te leggen straf kan daarmee onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. De straf doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 219 dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.P.T. Blokhuis
  • mr. R.D. Leen

Griffier

  • mr. T.J. Schoen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?