ECLI:NL:RBGEL:2025:10974

ECLI:NL:RBGEL:2025:10974, Rechtbank Gelderland, 17-12-2025, 10809566 \ 23-8512

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer 10809566 \ 23-8512
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Eindvonnis n.a.v. tussenvonnis van 29 januari 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:731). Eindbeslissingen in geschil over servicekosten huur bedrijfsruimte.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 10809566 \ CV EXPL 23-8512

Vonnis van 17 december 2025

in de zaak van

FOODHALLEN ARNHEM B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Foodhallen,

gemachtigde: mr. K. Klaasen,

tegen

[gedaagde] , H.O.D.N. [gedaagde],

wonende te Apeldoorn,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. M.J. Seijbel.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 januari 2025 (hierna: het tussenvonnis)

- de akte van [gedaagde] van 25 februari 2025- de akte van Foodhallen van 28 februari 2025

- de akte van Foodhallen van 12 maart 2025

- de akte van [gedaagde] van 7 mei 2025 tevens inhoudende een wijziging van eis

- de antwoordakte in reconventie van Foodhallen van 11 juni 2025.

De datum van het vonnis is bepaald op vandaag. Bij afzonderlijk bericht zijn de gemachtigden hierover geïnformeerd.

2. De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

Inleidende opmerkingen

Zoals in het tussenvonnis al is overwogen, is de juridische discussie die betrekking heeft op de servicekosten gelijk aan de discussie die speelt in de rolgevoegde procedure tussen Foodhallen en Sushibar (10757419 \ CV EXPL 23-7536). In beide procedures wordt vandaag eindvonnis gewezen, waarbij de overwegingen ter zake de servicekostendiscussie (nagenoeg) gelijk zijn.

In het tussenvonnis van 29 januari 2025 heeft de kantonrechter ten aanzien van een aantal vorderingen een bindende eindbeslissing genomen, waarop niet zomaar kan worden teruggekomen. In beginsel geldt dan ook dat hetgeen waarover al is beslist in het tussenvonnis, in dit eindvonnis niet opnieuw ter discussie staat. De kantonrechter blijft dan ook bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 29 januari 2025, met uitzondering van de servicekosten post: ‘Sligro’ (zie hierna rov. 2.24).

[gedaagde] heeft zijn vordering in reconventie bij akte van 7 mei 2025 vermeerderd. De kantonrechter staat de eisvermeerdering toe, omdat dit een vermeerdering betreft van de reeds door hem gevorderde betaling van te veel betaalde servicekosten.

In het hiernavolgende worden achtereenvolgens de (her)berekening van de aan Foodhallen verschuldigde servicekosten, de handelwijze ten aanzien van het voorschot en de hoogte van de verbeurde boetes beoordeeld.

Promotiekosten

In rov. 4.3.3 van het tussenvonnis is geoordeeld dat Foodhallen een te hoog bedrag aan servicekosten in rekening heeft gebracht omdat zij kosten voor website(hosting) (Booom), social media (Daizy, Showpeas), bedrukking (The Branding Club), muziek (Robaart, Anthony at Work), reclame (PD) en bedrukte deurmatten (Elis) aan [gedaagde] heeft doorberekend terwijl Foodhallen voor de bekostiging daarvan de promotiebijdrage moest aanwenden. Foodhallen heeft deze promotiekosten in de (eind)afrekening gecorrigeerd. [gedaagde] heeft deze correctie niet weersproken, zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Kosten beveiligingspersoneel

In rov. 4.3.8. van het tussenvonnis is geoordeeld dat Foodhallen ten onrechte de kosten voor het beveiligingspersoneel (Neptunus) heeft doorberekend aan [gedaagde] . Foodhallen heeft deze kosten in de (eind)afrekening gecorrigeerd. [gedaagde] heeft deze correctie niet weersproken, zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Kosten servicepersoneel

Overeenkomstig de overwegingen in rov. 4.3.9 tot en met 4.3.11 van het tussenvonnis geldt dat het aan Foodhallen is om inzichtelijk te maken welke medewerkers werkzaamheden hebben verricht voor de foodstands. Aangezien bij aanvang van de huurovereenkomst geen concrete afspraken zijn gemaakt over de wijze van inzet van medewerkers en de doorbelasting daarvan via de servicekosten, is voorstelbaar dat de wijze van doorbelasting een zekere fijnmazigheid en preciesheid ontbeert. Dat komt in zoverre voor rekening en risico van Foodhallen. Echter, dat kan niet betekenen dat in het geheel geen grondslag meer zou bestaan voor het doorbelasten van personeelskosten van het servicepersoneel en de daarop betrekking hebbende managers. Het standpunt van [gedaagde] dat daarop neerkomt kan daarom niet worden aanvaard. Naar het oordeel van de kantonrechter is Foodhallen voldoende geslaagd in het leveren van de noodzakelijke feitelijke informatie teneinde de inzet van servicepersoneel te onderbouwen (hetgeen hierna zal blijken bij de bespreking van de afzonderlijke onderdelen van de kosten van het servicepersoneel). De door [gedaagde] in de akte van 7 mei 2025 opgeworpen zaken maken dat niet anders.

Hierna worden de drie onderdelen van de kosten van het servicepersoneel beoordeeld, namelijk de kosten voor (i) de managers, (ii) voor het overige servicepersoneel en (iii) van de payrollorganisatie ‘Please’.

(i) Managers

In rov. 4.3.10 van het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat Foodhallen inzichtelijk moet maken welke kosten zij door de jaren heen met betrekking tot de managers heeft doorbelast. Verder is geoordeeld dat Foodhallen deze kosten moet corrigeren, voor het deel dat de managers andere taken hebben dan het aansturen van het servicepersoneel.

Foodhallen heeft in haar antwoordakte van 12 maart 2025 gemotiveerd toegelicht dat het serviceteam eigen managers heeft namelijk de ‘(floor)managers service’ zoals opgenomen op de door Foodhallen overgelegde roosters en in de floorplans. Van een overlap in taken met de managers van de bar is – anders dan in rov. 4.3.10 van het tussenvonnis – dan ook geen sprake. Er is een duidelijke splitsing. Ter onderbouwing verwijst Foodhallen naar de personeelsroosters waarin in ieder geval vanaf december 2022 een uitdrukkelijk onderscheid wordt gemaakt in de functie van Bar Floormanager (niet in de servicekosten) en ‘Floormanager Service’ (wel in de servicekosten). Een correctie op het salaris van de ‘(floor)managers service’, behoudens de kosten van de managers na 23:00 uur die Foodhallen reeds heeft gecorrigeerd, is dan ook niet aan de orde, aldus Foodhallen.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] dit onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. Dat de managers structureel zijn ingezet voor werkzaamheden die buiten de serviceplanning vallen blijkt niet uit de door Foodhallen overgelegde roosters en floorplans en ook niet uit de door [gedaagde] als productie 47 overgelegde foto’s die overigens niet zijn voorzien van een concrete toelichting. Bovendien is in het tussenvonnis al geoordeeld dat het logisch en begrijpelijk is dat voor het omvangrijke serviceteam een manager is aangesteld.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat Foodhallen voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze de ‘(floor)managers service’ worden ingezet. Deze kosten, anders dan de kosten voor de (floor)managers van de bar, kunnen worden doorberekend in de servicekosten op basis van de (in rov. 4.5.5 van het tussenvonnis als redelijk beoordeelde) verdeelsleutel. Naast de correctie voor de personeelskosten voor de managers na 23.00 uur, die reeds door Foodhallen is doorgevoerd, is een nadere correctie dan ook niet aan de orde.

(ii) Overige servicepersoneel

Ook ten aanzien van het overige servicepersoneel is de kantonrechter van oordeel dat Foodhallen voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze dit personeel wordt ingezet en dat deze kosten in de servicekosten kunnen worden doorberekend aan Antepa op basis van de (in rov. 4.5.5 van het tussenvonnis als redelijk beoordeelde) verdeelsleutel. Daarvoor is het volgende redengevend.

Uit de door Foodhallen overgelegde roosters volgt dat vanaf 2020 onderscheid wordt gemaakt in barkeepers, bedrijfsleiders, afwassers en overig servicepersoneel. Vanaf 2022 zijn ook de floormanagers service en foodrunners als afzonderlijke functie opgenomen in de roosters. Verder heeft Foodhallen verwezen naar floorplans die vanaf medio 2021 worden gebruikt op vrijdag en zaterdag en bijzondere feestdagen. Op de floorplans wordt gespecificeerd wie welke functie met bijbehorend takenpakket die dag zal vervullen. De floorplans in combinatie met de roosters geven naar het oordeel van de kantonrechter een goed beeld van de taakverdeling binnen het serviceteam. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen het personeel dat voor de foodstands werkt (foodrunners) en welk deel er voor de bar werkt (drankrunners). Foodhallen heeft bovendien steekproefsgewijs inzichtelijk gemaakt hoe de verdeling van de drankrunners binnen het serviceteam de afgelopen jaren is geweest.

[gedaagde] wordt dan ook niet gevolgd in zijn verweer dat Foodhallen heeft betoogd dat de door haar ingezette servicemedewerkers uitsluitend werkzaamheden verrichten ten behoeve van de foodstands.

[gedaagde] wordt ook niet gevolgd in zijn verweer dat Foodhallen ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de loonverschillen tussen de functiegroepen. [gedaagde] betrekt daar zelf ten onrechte het salaris van het barpersoneel bij, terwijl dit barpersoneel geen onderdeel uitmaakt van het serviceteam en dus ook geen onderdeel uitmaakt van de servicekosten. Bovendien geldt dat Foodhallen de volledige personeelskosten van het servicekostenteam na 23.00 uur heeft gecorrigeerd in de (eind)afrekeningen. Het verweer van [gedaagde] dat Foodhallen ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de openingstijden van de bar en keukens van de foodstands, wordt dan ook gepasseerd. Bovendien is het vanzelfsprekend dat na het sluiten van de keukens de werkzaamheden van het servicepersoneel niet direct eindigen. Immers, na de laatste serving moeten tafels nog worden afgeruimd en diverse schoonmaakwerkzaamheden worden verricht. Tot slot geldt dat de inzet van extra personeel een logisch gevolg is van stijgende omzetaantallen van de foodstands als gevolg van het succes van Foodhallen. Ook geldt dat de stijgende loonkosten vanaf 2021 (mede) worden verklaard door de aanzienlijke loonstijgingen in de Horeca CAO.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat naast de correctie voor de personeelskosten voor de werkzaamheden na 23.00 uur, die reeds door Foodhallen is doorgevoerd en waarbij ook rekening is gehouden met het vakantiegeld, een nadere correctie niet aan de orde is.

(iii) Please (payroll)

In rov. 4.3.14 van het tussenvonnis is geoordeeld dat geen correctie aan de orde is ten aanzien van de kosten voor ingeleend servicepersoneel over de jaren 2019 en 2020 (Please payroll). In hetgeen door [gedaagde] is aangevoerd in zijn akte van 7 mei 2025 ziet de kantonrechter geen aanleiding om terug te komen op dit oordeel. Concreet betekent dit dat de kosten voor Please payroll overeenkomstig de doorbelasting door Foodhallen gerechtvaardigd is.

Kosten klusjesman

In rov. 4.3.15 van het tussenvonnis is geoordeeld dat Foodhallen de kosten van de klusjesman niet volledig aan [gedaagde] mag doorberekenen. Naar aanleiding van dit oordeel heeft Foodhallen in haar (eind)afrekening de kosten van de klusjesman met 50% verminderd. [gedaagde] heeft deze correctie niet weersproken zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Kosten Butlaroo

In rov. 4.3.17 van het tussenvonnis is geoordeeld dat de kosten voor de bestelapp Butlaroo niet konden worden doorbelast aan [gedaagde] . Foodhallen heeft haar (eind)afrekening met de kosten van Butlaroo verminderd. [gedaagde] heeft deze correctie niet weersproken zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Kosten Vision Card

Foodhallen heeft haar (eind)afrekening ook verminderd met de kosten voor de Vision Card (rov. 4.3.19 van het tussenvonnis). [gedaagde] heeft deze correctie niet weersproken zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Kosten spoelstraat (Hobart)

In zijn akte van 7 mei 2025 heeft [gedaagde] de kantonrechter verzocht zijn oordeel ten aanzien van de kosten van de spoelstraat te herzien. De kantonrechter zal dit niet doen. [gedaagde] houdt een onjuiste lezing aan van hetgeen in rov. 4.3.20 van het tussenvonnis is geoordeeld. Niet is geoordeeld dat de kosten van de spoelstraat via de servicekosten mogen worden doorbelast indien deze daadwerkelijk toerekenbaar zijn aan collectief gebruik en onderdeel uitmaken van het overeengekomen dienstenpakket. De kosten van de spoelstraat kunnen immers geheel worden doorbelast via de servicekosten. Artikel 5.1 van de huurovereenkomst geeft immers uitdrukkelijk een grondslag om de kosten die betrekking hebben op een centrale spoelstraat (beschikbaarstelling, onderhoud en vervangen) via de servicekosten door te belasten aan de huurders. In hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd ziet de kantonrechter geen aanleiding om terug te komen op het oordeel in het tussenvonnis. De wijze van doorbelasting door Foodhallen van de kosten van de spoelstraat is, mede gezien haar aanvullende toelichting, in overeenstemming met de huurovereenkomst en in lijn met de oordelen uit het tussenvonnis.

Kosten Bubbels

Naar aanleiding van het oordeel in rov. 4.3.21 van het tussenvonnis heeft Foodhallen de dubbele facturen van Bubbels in haar (eind)afrekening gecorrigeerd. [gedaagde] heeft deze correctie niet weersproken zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Kosten afvalverwerking glas

[gedaagde] heeft de kantonrechter verzocht terug te komen op zijn oordeel in rov. 4.3.22 en 4.3.23 in het tussenvonnis. In hetgeen [gedaagde] daartoe heeft aangevoerd ziet de kantonrechter daartoe echter geen aanleiding. Een correctie van de servicekosten op dit punt is niet aan de orde.

Kosten Sligro

De kantonrechter overweegt dat in rov. 4.3.24 en 4.3.25 van het tussenvonnis is geoordeeld dat Foodhallen niet gerechtigd is tot het doorbelasten van voedsel ten behoeve van de verzorging van personeelsmaaltijden. Alhoewel buiten de orde van de bewijslevering, is de kantonrechter met [gedaagde] van oordeel dat Foodhallen in haar afrekening ten onrechte nog kosten als voornoemd doorbelast. Een marginale correctie is aan de orde. Deze correctie is voorgerekend door Foodhallen in punt 49 van haar antwoordakte in reconventie (€ 33,53 excl. btw (4,4% van € 762.14 excl. btw). De kantonrechter volgt Foodhallen niet in haar redenering dat een correctie reeds is doorgevoerd, omdat zij andere Sligro-facturen, waar zowel voedsel ten behoeve van personeelsmaaltijden als andere producten op zijn meegenomen, volledig buiten beschouwing heeft gelaten. Dat is een eigen keuze van Foodhallen geweest, die niet afdoet aan het gegeven oordeel dat geen grondslag bestaat voor het doorbelasten van kosten voor personeelsmaaltijden. De kantonrechter overweegt dat een verdere correctie ten aanzien van de facturen van Sligro niet aan de orde is. Met Foodhallen is de kantonrechter van oordeel dat andere zaken die door [gedaagde] zijn aangevoerd niet kunnen leiden tot een correctie.

Schoonmaakkosten

In rov. 4.3.28 en rov. 4.3.31. van het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat de schoonmaakkosten op twee punten gecorrigeerd moeten worden. Foodhallen heeft deze correcties doorgevoerd in haar (eind)afrekening. [gedaagde] heeft deze correcties niet weersproken zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Kosten accountantskantoor

In rov. 4.3.32 van het tussenvonnis is geoordeeld dat de kosten van het door Foodhallen ingeschakelde accountantskantoor niet mogen worden doorbelast aan [gedaagde] . Foodhallen heeft haar (eind)afrekening op dit punt gecorrigeerd. [gedaagde] heeft deze correctie niet weersproken zodat wordt uitgegaan van de juistheid daarvan.

Conclusie ten aanzien van de afrekening servicekosten

Met inachtneming van hetgeen in het tussenvonnis en hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] in totaal € 8.511,34 (incl. btw) te weinig aan servicekosten heeft afgedragen. Dit bedrag is iets lager dan door Foodhallen in haar antwoordakte becijferd, omdat op het daarin genoemde bedrag nog in mindering strekt het bedrag van € 33,53 incl. btw in verband met de verrekening van de kosten van Sligro (zie rov. 2.24). Dit betekent dat de kantonrechter de vordering in conventie onder I. zal toewijzen, in die zin dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van € 8.511,34.

Foodhallen vordert in conventie onder II. betaling van € 4.388,51. Het betreft de eindafrekening gas, water en elektra over de jaren 2019/2020. Zoals volgt uit rov. 4.3.7 van het tussenvonnis, is [gedaagde] gehouden deze eindafrekening te voldoen. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van € 4.388,51. De kantonrechter begrijpt dat Foodhallen [gedaagde] aanvullend tegemoet is gekomen door met terugwerkende kracht over de jaren 2019 en 2020 een correctie door te voeren ten aanzien van de servicekostenafrekening. Deze correctie heeft betrekking op de doorbelasting van verschillende kostenposten die vallen onder de definitie ‘promotiekosten’. Ondanks dat binnen deze procedure niet de vraag voorligt of ten aanzien van de servicekosten over 2019 en 2020 een correctie moet worden toegepast, heeft Foodhallen zo’n correctie doorgevoerd in de totaalberekening van haar vordering in conventie onder I.

Foodhallen heeft primair nog gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de contractuele boete wegens te late betaling van de verschuldigde bedragen. Aangezien die primaire vordering toewijsbaar is (zie hierna), behoeven haar subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen tot betaling van de wettelijke (handels)rente geen bespreking meer.

Handelwijze ten aanzien van vaststelling voorschot

In zijn akte van 7 mei 2025 heeft [gedaagde] de kantonrechter verzocht om in het eindvonnis duidelijke richtlijnen en verplichtingen op te nemen met betrekking tot de vaststelling van toekomstige voorschotten, het plegen van overleg met de huurders en de instelling van een onafhankelijke servicekostencommissie. De kantonrechter ziet hiervoor geen aanleiding. In de huurovereenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene bepalingen is hiertoe reeds een regeling getroffen. Op basis van deze regeling heeft de kantonrechter in het tussenvonnis verschillende inleidende opmerkingen en vaststellingen gedaan. Het gaat de taak van de kantonrechter te buiten om verdergaande richtlijnen of verplichtingen op te leggen. Daar komt bij dat zodanige richtlijnen en verplichtingen zich lastig laten verhouden met het leerstuk van de ondeelbare rechtsverhouding. Het kan niet zo zijn dat ten opzichte van [gedaagde] andere of aanvullende regels zouden gelden dan ten aanzien van de overige standhouders.

Gezien de oordelen van de kantonrechter met betrekking tot verdere door [gedaagde] voorgestane correcties, is niet gebleken dat de kennelijk door Foodhallen nieuwe voorschotbedragen servicekosten onredelijk zijn. Enig rechterlijk ingrijpen is aldus niet noodzakelijk. Verder geldt, zoals ook door Foodhallen terecht is betoogd, dat sprake is van voorschotten. Als de daadwerkelijke servicekosten die na afloop van een servicekostenjaar ten laste van [gedaagde] gebracht kunnen worden, afwijken van de betaalde voorschotten zal een correctie moeten volgen. Ofwel [gedaagde] moet bijbetalen, dan wel moet Foodhallen een bedrag terugboeken. De feitelijke jaarafrekening kan aanleiding geven tot aanpassing van het voorschotbedrag. Echter, dat is de bevoegdheid van Foodhallen.

Boetes

In het tussenvonnis is in rov. 4.7.1 geoordeeld dat voor de posten waarbij opschorting onterecht was (te weten de posten die [gedaagde] verschuldigd is en niet tijdig heeft voldaan) boetes zijn verbeurd. De boetes zijn verbeurd vanaf 18 augustus 2023, de datum waarop de volledige servicekostenadministratie digitaal aan (de gemachtigde van) [gedaagde] is verstuurd.

Bij haar akte van 12 maart 2025 heeft Foodhallen gepersisteerd in de hoogte van de door haar gevorderde boetes van € 6.900,00. [gedaagde] heeft hierop niet meer gereageerd zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de berekeningen van Foodhallen. De door Foodhallen gevorderde boete van € 6.900,00 komt in beginsel dan ook voor toewijzing in aanmerking.

[gedaagde] heeft een beroep op matiging gedaan. Hij heeft daartoe aangevoerd dat Foodhallen verwijtbaar heeft gehandeld gezien haar aanhoudende weigering om inzage te verstrekken in de verantwoording van de servicekosten en het verzenden van een opzegging van de huurovereenkomst na ontvangst van een verzoek daartoe.

Volgens vaste rechtspraak mag de rechter slechts van zijn bevoegdheid tot matiging (artikel 6:94 BW) gebruik maken indien toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Bij de beoordeling moet niet alleen worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

De kantonrechter ziet geen aanleiding tot matiging van de verbeurde boetes die betrekking hebben op het niet-tijdig betalen/opschorten van de servicekostenfacturen en eindafrekeningen. Aangezien is geoordeeld dat pas een boete verschuldigd is na 18 augustus 2023, is reeds enige matiging toegepast. Een verdere matiging wordt door de billijkheid niet geëist. Daarbij betrekt de kantonrechter de omstandigheid dat vanwege de opstelling van [gedaagde] , Foodhallen een aanzienlijk bedrag aan servicekosten ten onrechte moet voorfinancieren.

Aldus zal de kantonrechter [gedaagde] veroordelen tot betaling van € 6.900,00.

Opheffing beslag

Foodhallen heeft beslag gelegd op de rekening van [gedaagde] bij ING. [gedaagde] heeft opheffing van het beslag gevorderd. De kantonrechter ziet daarvoor geen aanleiding. In dit vonnis wordt de vordering van Foodhallen (gedeeltelijk) toegewezen. Daarmee wordt het conservatoire beslag omgezet in een executoriaal beslag (artikel 704 Rv). Daar komt bij dat niet is gesteld of gebleken dat sprake is van andere verhaalsmogelijkheden. Gelet hierop vindt de kantonrechter dat het belang van Foodhallen bij handhaving van het beslag zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij opheffing daarvan.

Buitengerechtelijke incassokosten

Zoals is beslist in het tussenvonnis (rov. 4.14.3), worden de buitengerechtelijke incassokosten berekend conform het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit). Gelet op het toe te wijzen gedeelte van de gevorderde hoofdsom van € 19.199,85, komt op grond van het besluit een bedrag van € 967,00 aan buitengerechtelijke incassokosten voor toewijzing in aanmerking. Dit bedrag wordt dan ook toegewezen. Dit bedrag is lager, dan door Foodhallen in haar nader gespecificeerde opgave is opgenomen. Dit laat zich verklaren door een lagere hoofdsom die door de kantonrechter wordt toegewezen.

De gevorderde wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Artikel 6:119a BW heeft alleen betrekking op de primaire betalingsverplichting uit een handelsovereenkomst. Een verplichting tot vergoeding van schade (zoals de buitengerechtelijke incassokosten) valt daar niet onder. Het artikel biedt dus geen grondslag voor toekenning van wettelijke handelsrente wegens vertraging in de voldoening van buitengerechtelijke incassokosten. Wel is de wettelijke rente van art. 6:119 BW toewijsbaar te berekenen vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening.

Vordering in reconventie

De beslissing in conventie leidt ertoe dat de vorderingen in reconventie die zien op de betaling van te veel betaalde servicekosten worden afgewezen. Datzelfde geldt voor de daarmee samenhangende gevorderde verklaringen voor recht.

Zoals in het tussenvonnis reeds is beslist wordt de verklaring voor recht dat de afrekening van de servicekosten dient te geschieden conform het in de huurovereenkomst in artikel 4 en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden in artikel 19 bepaalde systeem met voorschotbetalingen en jaarlijkse eindafrekening, toegewezen. Datzelfde geldt voor de vordering strekkende tot betaling van de kosten voor de nieuwe koelvitrine (rov. 4.11.3 tussenvonnis).

Proceskosten

Omdat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld worden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt. Deze uitkomst is in lijn met rov. 4.16.1 van het tussenvonnis.

Uitvoerbaar bij voorraad verklaring

Bij akte van 28 februari 2025 heeft Foodhallen haar belang bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de veroordeling in conventie nader gemotiveerd. Zij heeft allereerst gesteld dat uitvoerbaar bij voorraadverklaring in lijn is met hetgeen partijen contractueel zijn overeengekomen in onder meer artikel 25.1 en 25.3 van de Algemene bepalingen. Daarin is bepaald dat de servicekostenfacturen binnen de gestelde termijn moeten worden voldaan en betaling niet mocht worden opgeschort. Verder heeft zij aangevoerd dat Foodhall een aanzienlijk debiteurenrisico loopt omdat het betalingsgedrag van [gedaagde] bijzonder slecht is. De openstaande servicekostendeclaraties, tot en met januari 2025, is verder opgelopen tot een bedrag van € 31.642,37. Omdat [gedaagde] niet tot de best draaiende foodstands behoort, loopt Foodhallen ook om die reden een debiteurenrisico.

De kantonrechter is van oordeel dat er geen grond is om de veroordeling in conventie niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De maatstaf voor het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een vonnis is of het belang van degene die een toewijzend vonnis (met veroordeling van de wederpartij) verkrijgt, zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij die in hoger beroep wil gaan en belang heeft bij behoud van de bestaande toestand op het rechtsmiddel is beslist. Gesteld nog gebleken is dat de belangen van [gedaagde] in dit verband zwaarder wegen dan de belangen van Foodhallen. Daarbij neemt de kantonrechter in ogenschouw dat [gedaagde] de achterstand in servicekostenbetalingen (kennelijk) nog verder heeft laten oplopen en [gedaagde] het door hem gestelde restitutierisico aan de zijde van Foodhallen niet heeft onderbouwd. Mogelijke ingrijpende gevolgen van een eventuele executie, die moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt, staan op zichzelf niet in de weg aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Ook de veroordeling in reconventie wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. In hetgeen Foodhallen daartoe heeft aangevoerd ziet de kantonrechter geen aanleiding voor een ander oordeel.

Dit vonnis wordt dan ook uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de verklaring voor recht, die zich naar haar aard hiervoor niet leent (artikel 233 Rv).

3. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

veroordeelt [gedaagde] om aan Foodhallen te betalen een bedrag van € 8.511,34 incl. btw aan servicekostenfacturen,

veroordeelt [gedaagde] om aan Foodhallen te betalen een bedrag van € 4.388,51 incl. btw ter zake eindafrekeningen 2019/2020,

veroordeelt [gedaagde] om aan Foodhallen te betalen een bedrag van € 6.900,00 aan verbeurde boetes wegens het niet-tijdig betalen / opschorten van de servicekostenfacturen en eindafrekeningen,

veroordeelt [gedaagde] om aan Foodhallen te betalen een bedrag van € 967,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) te berekenen vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening,

in reconventie

verklaart voor recht dat de afrekening van servicekosten dient te geschieden conform het in de huurovereenkomst in artikel 4 en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden in artikel 19 bepaalde systeem met voorschotbetalingen en jaarlijkse eindafrekening,

veroordeelt Foodhallen om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 867,77 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) te berekenen vanaf de datum 28 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening,

zowel in conventie als in reconventie

compenseert de proceskosten tussen partijen,

verklaart het vonnis wat betreft de veroordelingen onder 3.1, 3.2, 3.3, 3.4 en 3.6 uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.

34124 / 51588

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?