RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11386764 \ CV EXPL 24-8900
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser] ,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Assen,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 februari 2025
- de akte overlegging producties aan de zijde van [eiser] van 15 mei 2025
- aanvullende producties aan de zijde van [gedaagde] van 2 juni 2025
Op 18 november 2025 is een descente gehouden in de tuin van [eiser] in [woonplaats] . Ondanks dat de kantonrechter meermaals heeft aangebeld bij [gedaagde] en haar telefonisch heeft geprobeerd te bereiken, werd de deur niet opengedaan. [gedaagde] was bij de descente dus niet aanwezig en om die reden heeft de kantonrechter de situatie enkel aan de zijde van [eiser] kunnen bekijken. De mondelinge behandeling heeft daarna plaatsgevonden in het gebouw van de rechtbank in Arnhem. Daarbij is [eiser] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. [gedaagde] was ook daar niet aanwezig. De kantonrechter heeft [gedaagde] opnieuw gebeld en vervolgens haar voicemail ingesproken, maar de kantonrechter heeft van [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling geen bericht ontvangen. [eiser] en zijn gemachtigde hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen dat is besproken.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2. De feiten
[eiser] en [gedaagde] zijn ieder eigenaar van naast elkaar gelegen percelen. In de tuin van de percelen bevindt zich een schuur, waarvan partijen ieder de helft gebruiken. Het dak en de regenwaterafvoer van de schuur zijn gemeenschappelijk.
Op het dak van de schuur, ter hoogte van de hemelwaterafvoer, bevindt zich een lekkage. [eiser] heeft contact gezocht met [gedaagde] om de lekkage samen te kunnen verhelpen en/of om daartoe opdracht te verstrekken. Omdat partijen er samen niet uit zijn gekomen heeft [eiser] de kwestie uit handen gegeven aan zijn gemachtigde.
De gemachtigde van [eiser] heeft op 9 en 11 april 2024 geprobeerd om telefonisch in contact te komen met [gedaagde] en heeft haar voicemail ingesproken. Vervolgens heeft de gemachtigde van [eiser] op 18 april 2024 een brief verstuurd aan [gedaagde] met het verzoek om contact met hen op te nemen.
ERS heeft in opdracht van [eiser] een noodreparatie uitgevoerd ter beperking van de schade.
Op 29 april 2024 heeft ERS een offerte uitgebracht voor een bedrag van € 1.332,21 inclusief btw. De herstelwerkzaamheden bestaan uit het volgende:
Het vernieuwen van een houten underlayment plaat van 3 meter voor een bedrag van€ 480,00. Het aanbrengen van nieuwe bitumineuze dakbedekking van 3 m2 voor een bedrag van € 360,00. Het vernieuwen van de afvoer voor een bedrag van € 51,00. Het verwijderen/afvoeren van oud materiaal voor een bedrag van € 150,00 en gebruik van overig materiaal voor een bedrag van € 60,00. De btw over voornoemde bedragen is € 231,21.
Op 7 mei 2024 stuurt [gedaagde] een brief aan [eiser] waarin zij onder andere aangeeft dat slechts sprake is van waterschade aan de schuur aan de zijde van [eiser] en dat [eiser] haar niet op de hoogte heeft gesteld van de lekkage. Daarnaast geeft zij aan dat daardoor schade is ontstaan aan haar zijde van de schuur. [gedaagde] geeft aan dat zij werkzaamheden heeft verricht om de schade te beperken en dat daarvan nog een factuur volgt. Daarnaast heeft [gedaagde] [eiser] verzocht om voor 8 juli 2024 over te gaan tot schadebeperkende maatregelen aan zijn zijde van de schuur en verzocht om reactie op haar brief.
De gemachtigde van [eiser] heeft op 13 mei 2024 per gewone en per aangetekende post een brief gestuurd waarin onder andere staat dat er sprake is van een gebrek aan het mandelige gedeelte van het dak en heeft daarbij ook de offerte van ERS overgelegd. De gemachtigde van [eiser] heeft verzocht om toestemming van [gedaagde] om aan ERS opdracht te mogen verstrekken om herstelwerkzaamheden uit te voeren en daarbij verzocht om toezegging dat [gedaagde] de helft van de kosten draagt.
Naar aanleiding van de brief van 7 mei 2024 van [gedaagde] heeft de gemachtigde van [eiser] op 16 mei 2024 een brief gestuurd aan [gedaagde] waarin onder meer is verwezen naar de brief van 13 mei 2024 waarop [gedaagde] niet heeft gereageerd. De gemachtigde van [eiser] heeft [gedaagde] verzocht om alsnog te reageren en haar gewezen op de mogelijkheid om een deskundige in te schakelen.
De brief van 13 mei 2024 is door [gedaagde] retour gestuurd.
Op 11 juni 2024 stuurt de gemachtigde van [eiser] nogmaals een brief aan [gedaagde] waarin onder andere nogmaals wordt verzocht aan [gedaagde] om haar toestemming, zodat herstelwerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. De gemachtigde van [eiser] heeft via sms laten weten dat zij een brief heeft verstuurd aan [gedaagde] . Waarop [gedaagde] heeft gereageerd dat zij enkel post wil ontvangen en aangeeft het nummer te blokkeren.
Op 10 juli 2024 stuurt [gedaagde] en brief aan de gemachtigde van [eiser] waarin zij verzoekt om een reactie. Daarnaast geeft zij aan nooit een aangetekende brief te hebben ontvangen. Tevens geeft zij aan dat er in haar zijde van de schuur geen lekkage is, maar enkel sprake is van gevolgschade.
Naar aanleiding van de procedure die [eiser] heeft opgestart, heeft haar gemachtigde aan ERS gevraagd om haar bevindingen op papier te zetten. Op 19 maart 2025 heeft ERS haar bevindingen in een e-mail toegezonden aan de gemachtigde van [eiser] . Daarin staat het volgende:
[…] Na aanleiding van mijn bezoek , en mijn bevindingen , blijkt dat de noodmaatregel tijdens mijn bezoek wel degelijk heeft geholpen. En wijst uit dat de lekkage zich op de scheiding bevind van beide bewoners, thv de afvoer. Bij verwijderen dakbedekking , kunnen we een inzage krijgen tot hoever het draagvlak intact is , en overige vergane delen ,vervangen. […]
Tijdens de descente is een foto gemaakt van de binnenzijde van de schuur van [eiser] waarop de gevolgschade van de lekkage zichtbaar is:
3. Het geschil
De vordering van [eiser]
vordert - samengevat - [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om medewerking te verlenen en zo nodig vervangende toestemming te verlenen voor het uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan het dak van de schuur ter hoogte van de waterafvoer, voor gezamenlijke kosten, binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen, met een maximum van € 10.000,00. [eiser] vordert ook veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten.
De grondslag van de vordering
[eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. Het dak en de regenwaterafvoer van de schuur betreffen mandelige zaken. Op grond van artikel 5:65 en 3:170 BW dient het beheer van de gemeenschappelijke zaak te geschieden door de deelgenoten tezamen. [gedaagde] is geïnformeerd over de gebreken en door [eiser] is getracht te overleggen ten aanzien van de reparatie. Om de herstelwerkzaamheden te kunnen laten uitvoeren is de toestemming van [gedaagde] vereist. Nu toestemming na herhaaldelijk verzoek uitblijft, verzoekt [eiser] op grond van artikel 3:170 BW juncto 5:65 BW om een vervangende toestemming, zodat de benodigde herstelwerkzaamheden alsnog uit kunnen worden gevoerd. De kosten voor de herstelwerkzaamheden zijn gelet op het voorgaande voor rekening van [eiser] en [gedaagde] samen. Om die reden dient [gedaagde] te worden veroordeeld tot betaling van de helft van de herstelkosten.
De reactie van [gedaagde]
[gedaagde] is het niet eens met de vordering. Volgens [eiser] kon er geen contact met haar worden opgenomen, maar [gedaagde] betwist dit. [gedaagde] voert aan dat zij zelf contact heeft opgenomen met [eiser] en zijn gemachtigde over de gebreken en heeft een brief van 7 mei 2024 en 10 juli 2024 overgelegd. Zij stelt dat zij op deze brieven geen reactie heeft ontvangen. De oorzaak van de lekkage ligt bij [eiser] en niet bij haar, aldus [gedaagde] . Zij stelt dat er aan haar zijde van de schuur geen lekkage is en dat er aan haar zijde geen dakplaat van 3 m2 vervangen hoeft te worden. [eiser] zou de dakrand hebben afgesloten, waardoor deze niet kan luchten met als gevolg dat het aan zijn kant is gaan rotten.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De vorderingen van [eiser] worden toegewezen
Tijdens de descente heeft de kantonrechter de schuur bekeken. Vast staat dat de houten underlayment plaat van de schuur, in ieder geval aan de zijde van [eiser] , rot is als gevolg van een lekkage bij de hemelwaterafvoer van de schuur. Dit blijkt uit de foto in overweging 2.13. Vanuit de binnenkant van de schuur aan de zijde van [eiser] is de onderzijde van de hemelwaterafvoer zelfs zichtbaar. Door [gedaagde] is niet betwist dat de noodreparatie die is uitgevoerd door ERS slechts een noodmaatregel was. Door [eiser] is aannemelijk gemaakt dat de huidige situatie niet voort kan duren. Ter voorkoming van verdere schade moet de houten underlayment plaat vervangen worden aan de zijde van [eiser] voor zover dat nodig is en aan de zijde van [gedaagde] als dat nodig is, en als dat zo is, voor zover dat nodig is. Daarnaast zal de bitumen dakbedekking vervangen moeten worden aan de zijde van [eiser] voor zover dat nodig is en aan de zijde van [gedaagde] als dat nodig is, en als dat zo is, voor zover dat nodig is. Tevens moet de gezamenlijke regenwaterafvoer worden vervangen en zal oud materiaal verwijderd moeten worden. Dit volgt uit de offerte van ERS zoals opgenomen in overweging 2.5. [gedaagde] heeft de noodzaak van deze herstelwerkzaamheden en de kosten die daaraan verbonden zijn niet voldoende gemotiveerd betwist.
[eiser] vordert om [gedaagde] te veroordelen de helft van de herstelkosten te dragen. [gedaagde] heeft hiertegen geen afzonderlijk verweer gevoerd. Gelet op het voorgaande en bij gebrek aan een onderbouwde andere verdeelsleutel ziet de kantonrechter geen aanleiding om [gedaagde] te veroordelen in een lager aandeel in de kosten. Partijen zullen allebei dus de helft van de kosten voor de herstelwerkzaamheden moeten dragen. [gedaagde] heeft ook geen verweer gevoerd tegen de gevorderde medewerking en vervangende toestemming. De vorderingen van [eiser] zullen gelet op het voorgaande worden toegewezen. De kantonrechter ziet wel aanleiding om het deel van de gezamenlijke kosten dat mevrouw [gedaagde] moet dragen te maximeren tot € 3.000,00.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
137,39
- griffierecht
€
87,00
- salaris gemachtigde
€
816,00
(4 punten × € 204,00)
- nakosten
€
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.142,39
De gevorderde wettelijke rente over de nakosten zullen als onweersproken worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit houdt in dat het onmiddellijk ten uitvoer gelegd kan worden.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om medewerking te verlenen voor het laten uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan het dak van de schuur ter hoogte van de waterafvoer, voor gezamenlijke kosten, met een maximum van € 3.000,00 voor het deel dat [gedaagde] moet dragen, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat [gedaagde] in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00,
machtigt [eiser] om de herstelwerkzaamheden aan het dak van de schuur ter hoogte van de waterafvoer uit te laten voeren indien [gedaagde] hieraan haar medewerking niet verleent, voor gezamenlijke kosten, met een maximum van € 3.000,00 voor het deel dat [gedaagde] moet dragen,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.142,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
61010/53854