RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/446403 / HA ZA 25-27
Vonnis van 8 oktober 2025
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. R.J.M. van Dalen,
tegen
1. XEROF B.V.,
te Tiel, hierna te noemen: Xerof,
gedaagde partij,
advocaat: mr. R. van Viersen,
2. [gedaagde 2] ,
te [woonplaats] , hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. R. van Viersen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 april 2025
- het bericht van 14 augustus 2025 met productie(s) van [eiser]- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De kern van de zaak
[eiser] heeft op grond van overeenkomsten tot bewaarneming tussen juli 2022 en april 2023 in totaal € 500.000,- in bewaring gegeven aan Xerof. Overeengekomen is dat het in bewaring gegeven bedrag zou worden aangewend voor ‘forex trading’, waarbij kort gezegd werd beoogd op jaarbasis veertig procent rendement te halen uit fluctuaties in voornamelijk de goud- en dollarkoers. In totaal is een rendement behaald van € 98.898,42. [gedaagde 2] is bestuurder van Xerof. [gedaagde 2] is eveneens degene die alle ‘trades’ deed en aldus feitelijk het aan Xerof in bewaring gegeven geld beheerde. [gedaagde 2] is (samen met twee anderen) op 23 augustus 2023 aangehouden door de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (hierna: de FIOD) op verdenking van witwassen, verduistering en het handelen zonder de daartoe benodigde vergunning van de Autoriteit Financiële Markten. Hierdoor is een einde gekomen aan het traden door [gedaagde 2] en daarmee ook aan de activiteiten van Xerof.
Volgens [eiser] heeft [gedaagde 2] jegens hem onrechtmatig gehandeld, waardoor hij € 598.898,42 (het aan Xerof in bewaring gegeven geld en het behaalde rendement) aan schade heeft geleden. [eiser] vordert in deze procedure dat Xerof op grond van de overeenkomsten tot bewaarneming ertoe wordt veroordeeld het in bewaring gegeven geld en het behaalde rendement (terug) te betalen aan [eiser] . [eiser] vordert daarnaast een verklaring voor recht dat [gedaagde 2] jegens hem aansprakelijk is voor de schade die [eiser] lijdt en ertoe wordt veroordeeld die schade, waarvan de omvang in een schadestaatprocedure moet worden vastgesteld, te vergoeden. [gedaagde 2] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . De rechtbank zal zowel de vorderingen tegen Xerof als tegen [gedaagde 2] toewijzen en legt hierna uit waarom.
3. De beoordeling
De vorderingen tegen Xerof zullen worden toegewezen
Procedure op tegenspraak
Ter zitting bleek dat (de advocaat van) [eiser] en (de advocaat van) Xerof en [gedaagde 2] in de veronderstelling verkeren dat zich voor Xerof geen advocaat heeft gesteld en aan Xerof verstek is verleend. Uit het roljournaal blijkt echter dat mr. Van Viersen zich (ook) voor Xerof heeft gesteld, zodat aan Xerof geen verstek is verleend en deze procedure ook voor wat betreft Xerof geldt als gevoerd op tegenspraak.
Xerof moet € 598.898,42 (terug)betalen aan [eiser]
[eiser] heeft gesteld dat hij met Xerof voor variërende bedragen telkens identieke overeenkomsten tot bewaarneming heeft gesloten (hierna: de overeenkomsten) en dat hij op grond daarvan aan Xerof in totaal € 500.000,- in bewaring heeft gegeven. [eiser] heeft voorts gesteld dat hem door Xerof op 31 juli en 1 augustus 2023 is medegedeeld dat het rendement in totaal € 98.898,42 bedraagt. In de overeenkomsten staat onder meer dat het in bewaring gegeven bedrag en het behaalde rendement terstond opeisbaar is indien derden beslag leggen op goederen van Xerof. Dit laatste is volgens [eiser] het geval, omdat de FIOD beslag heeft gelegd op goederen van Xerof. [eiser] vordert op grond van het voorgaande (terug)betaling door Xerof van het in bewaring gegeven bedrag en het behaalde rendement, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de datum van de dagvaarding, zijnde 7 januari 2025. Xerof heeft dit alles niet weersproken en heeft – mede gelet op hetgeen in 3.1 is overwogen – in het geheel geen verweer gevoerd. De vorderingen van [eiser] tegen Xerof zullen daarom worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De vorderingen tegen [gedaagde 2] zullen worden toegewezen
Juridisch kader
Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is daarnaast ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.
Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Indien de bestuurder namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan en de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt, kan persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder worden aangenomen indien deze bij het aangaan van die verbintenis wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem persoonlijk ter zake van de benadeling geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Bestuurdersaansprakelijkheid is evenwel niet aan de orde in een geval als zich voordeed in het arrest Spaanse Villa. Dat arrest had niet betrekking op het handelen van de betrokkene bij zijn taakvervulling als bestuurder van een vennootschap, maar op de vraag of de betrokkene, optredend als deskundig bemiddelaar, had gehandeld in strijd met een op hem in die hoedanigheid van deskundig bemiddelaar rustende zorgvuldigheidsnorm. Voor toepassing van de verzwaarde maatstaf als hiervoor in 3.3 bedoeld, bestaan in een zodanig geval niet de aan het slot van 3.3 omschreven gronden. In een dergelijk geval geldt dat, behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond, als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Het verwijt aan [gedaagde 2] als bestuurder
[eiser] heeft slechts gesteld dat Xerof waarschijnlijk niet in staat zal zijn om te voldoen aan de op haar rustende verbintenis om de in bewaring gegeven gelden terug te geven. Over de (on)mogelijkheid om op Xerof verhaal te nemen indien Xerof daadwerkelijk niet in staat zal zijn om te voldoen aan voormelde verbintenis, heeft [eiser] niet voldoende gesteld. Gelet op de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid (zie 3.3-3.5) komt derhalve niet vast te staan dat [gedaagde 2] een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken. [eiser] heeft immers niet voldoende concreet gesteld dat [gedaagde 2] , bij het aangaan van de overeenkomsten, wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat Xerof niet aan haar verplichtingen zou voldoen en evenmin dat Xerof geen verhaal zou bieden voor de daardoor veroorzaakte schade. Voor zover [eiser] heeft bedoeld [gedaagde 2] in haar hoedanigheid van bestuurder van Xerof op andere gronden aansprakelijk te stellen, heeft hij daartoe evenmin voldoende gesteld.
Het verwijt aan [gedaagde 2] als professioneel trader
Ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomsten met [eiser] had Xerof naast [gedaagde 2] nog een andere bestuurder, [naam 1] (hierna: [naam 1]). [eiser] heeft onweersproken gesteld dat [naam 1] hem voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten informatie heeft verstrekt over forex trading, [gedaagde 2] en Xerof (hierna: het memo). [eiser] verwijt [gedaagde 2] in de kern onder meer dat hij met het memo onjuist en onvolledig is geïnformeerd over [gedaagde 2] en de wijze waarop het in bewaring gegeven geld zou worden geïnvesteerd, wat [gedaagde 2] betwist.
In het memo, waarvan de inhoud tussen partijen niet ter discussie staat, staat voor zover van belang:
“(…)
Wat is Forex Trading:
Forex trading is de handel in valutaparen, [gedaagde 2] [ [gedaagde 2] , rb.] werkt voornamelijk met Goud vs. Dollar. De waarde van valuta’s fluctueert constant door economische en politieke gebeurtenissen. Doordat deze waardes constant veranderen is hier geld in te verdienen, mits je hier goed in bent. Er worden dagelijks meerdere trades uitgevoerd door [gedaagde 2], trades zijn korte momentopnames waarin je in-en-verkoopt, een trade duurt vaak maar 2 minuten. Verwar Forex Trading niet met beleggen, bij beleggen stap je in een product of bedrijf op een langere termijn, bij Forex Trading zijn het telkens kleine trades van enkele minuten. Wanneer je Bitcoins koopt of gaat beleggen staat je geld altijd een soort van ‘vast’, dit kan binnen een dag crashen en dat is een risico. [gedaagde 2] heeft bewust gekozen voor Goud vs. Dollar, dit is van oudsher een veilige haven en biedt veel continuïteit en weinig tot geen risico aangezien de waarde van Goud en Dollar nooit binnen 2 minuten naar 0 gaan. Wanneer [gedaagde 2] een trade uitvoert doet ze dit maar met 1% van het gehele accountgeld, het is dus onmogelijk het accountgeld kwijt te spelen. Hier een simpel voorbeeld: (…)
Xerof B.V.
[gedaagde 2] werkt al meer dan 5 jaar als trader, is aangesloten bij een internationale traderclub en heeft verschillende studies gevolgd om de markt van zowel de Aziatische kant als de Amerikaanse kant te belichten. Naast haar werk als trader is [gedaagde 2] fiscalist en accountant en runt zij een succesvol accountantskantoor. De oorsprong van Xerof B.V. is ontstaan doordat [naam 1], rb.] opzoek was naar een manier om passief inkomen te creëren, doordat [gedaagde 2] al enige tijd de accountant is van [naam 1] kwam het ter sprake dat [gedaagde 2] naast haar werk als accountant en fiscalist ook trader was. [naam 1] is toen gestart om passief inkomen te creëren middels Forex Trading door [gedaagde 2]. Hierdoor kreeg hij steeds meer de vraag uit zijn omgeving van mensen die hier ook oren naar hadden, en hebben we het omgezet in een bedrijf waarin transparantie, garanties en vrijblijvendheid ‘key’ zijn.
(…)
Wat zijn de risico’s:
Wanneer we de risico’s gaan bekijken moet je altijd uitgaan van het worst-case-scenario, laten we wat scenario’s op een rijtje zetten:
- Wat als Xerof B.V. failliet gaat en er sprake is van schuldeisers en dergelijke, kunnen zij bij de inleg?
Nee, de inleg blijft te allen tijden uw eigendom, bij aanvang van de samenwerking tekenen we beiden een bewaarovereenkomst, u bent bewaargever en wij bewaarnemer van het geld. Uw inleg wordt dus nooit eigendom van Xerof B.V. maar blijft ten allen tijden uw eigendom/vermogen.
- Het geld komt via een broker terecht op het account waarmee getrade kan worden, wat als de broker failliet gaat?
Als de broker failliet gaat, wat eigenlijk onmogelijk is, maar stel: dan staat voor de broker de Facility Provider garant, de liquidity provider kun je vergelijken met de Nederlandsche Bank die garant staan voor ABN Amro en Rabobank.
- Wat als [gedaagde 2] het geld kwijt speelt
De garanties die we bieden zijn gebaseerd op cijfers van de afgelopen 5 jaar, wanneer [gedaagde 2] niet goed is in haar vak zou ze niet de bewezen cijfers behaald hebben en we deze garanties niet kunnen bieden. Daarnaast trade [gedaagde 2] maar met 1% van het gehele account. Dus wanneer het onmogelijke gebeurt en de Dollar en Goud binnen 2 minuten niks meer waard zijn dan is het maar gespeeld met 1%. Het is zelfs zo dat wanneer [gedaagde 2] plots zou te komen overlijden er 2 internationale traders zijn die dezelfde diensten en voorwaarden aan [naam 1] moeten aanbieden als dat zij deed. [gedaagde 2] is aangesloten bij een internationale gecertificeerde tradersclub.
Kortom de garanties en diensten die we bieden zijn degelijk onderbouwd en veilig, de gehele ‘achterkant’ van het bedrijf is iets wat als 5 jaar succesvol functioneert, alleen de manier waarop de diensten worden aangeboden via Xerof zijn nieuw.
(…)”
Het memo is onjuist en onvolledig
In het memo staat dat [gedaagde 2] fiscalist en accountant is en een succesvol accountantskantoor runt (zie in 3.8 onder het kopje ‘Xerof B.V.’). [eiser] heeft echter terecht gesteld dat dit niet klopt en misleidend is, nu [gedaagde 2] ook ter zitting heeft toegelicht dat zij fiscalist noch accountant is – waarvan het op grond van artikel 41 lid 2 Wet op het accountantsberoep verboden is om de benaming anders dan in besloten kring te voeren – en evenmin een succesvol accountantskantoor runt, maar een onderneming exploiteert die zich richt op administratieve en boekhoudkundige werkzaamheden en daarnaast actief is in de paardenbranche. Daarnaast staat in het memo dat [gedaagde 2] is aangesloten bij een internationale tradersclub (zie in 3.8 onder het kopje ‘Xerof B.V.’) en een internationale gecertificeerde tradersclub (zie in 3.8 onder het kopje ‘Wat zijn de risico’s’), wat eveneens onjuist en misleidend is. Ter zitting heeft [gedaagde 2] immers toegelicht dat hiermee wordt bedoeld dat zij lid was van een Telegram-groep (een chat app) met traders waarin ‘op hoog niveau zaken werden besproken’, wat evident van een geheel andere orde is dan het beeld dat wordt opgeroepen met de tekst dat [gedaagde 2] lid is van een internationale – laat staan gecertificeerde – tradersclub. In het bijzonder met de toevoeging ‘gecertificeerd' in het deel van het memo waarin risico’s worden besproken, is bovendien de indruk gewekt dat de internationale tradersclub waarvan [gedaagde 2] lid zou zijn (kwaliteits)eisen stelde of daaraan onderworpen was, wat evenmin het geval was.
[eiser] heeft terecht gesteld dat het memo op misleidende wijze onvolledig is voor zover daarin wordt uitgelegd hoe met het aan Xerof in bewaring gegeven geld wordt gehandeld. Uit het memo blijkt hieromtrent immers niet meer dan dat het aan Xerof in bewaring gegeven geld via een broker terechtkomt op het account waarmee getrade kan worden en wordt, kennelijk om het solide karakter van één en ander te onderstrepen, de vergelijking gemaakt met de Nederlandsche Bank die garant zou staan voor ABN AMRO en Rabobank (zie in 3.8 onder het kopje ‘Wat zijn de risico’s’). [gedaagde 2] heeft ter zitting echter toegelicht dat het geld telkens de volgende route aflegde: investeerders (zoals [eiser] ) Xerof Airfeet B.V. (de moedermaatschappij van Xerof) Kraken (een cryptoplatform waarop het geld werd omgezet in cryptovaluta) Mugan Markets (het handelsplatform waarop de trades werden uitgevoerd). Door onder voormelde omstandigheden niet transparant te zijn over en te waarschuwen voor in het bijzonder de betrokkenheid en de werking van het cryptoplatform Kraken en het handelsplatform Mugan Markets is in het memo essentiële informatie weggelaten die [eiser] nodig had om een geïnformeerd besluit te nemen over het al dan niet doen van investeringen via Xerof. Deze informatie is immers nodig om de aard van de investeringen te kunnen beoordelen en de met de investeringen gepaard gaande risico’s te kunnen waarderen.
[gedaagde 2] heeft een onrechtmatige daad gepleegd
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] met Xerof de overeenkomsten heeft gesloten en dat tussen [eiser] en [gedaagde 2] in persoon geen contractuele relatie bestaat. Tussen [eiser] en [gedaagde 2] is echter evenmin in geschil dat het uitsluitend [gedaagde 2] was die zich met forex trading bezighield, als ‘PAMM manager’ op eigen naam één of meerdere managementaccounts, waaraan accounts van investeerders zoals [eiser] waren gekoppeld, aanhield op het handelsplatform waarop de trades werden gedaan en mede door het doen van trades feitelijk het beheer voerde over de aan Xerof in bewaring gegeven gelden. Dit blijkt ook uit de hiervoor weergegeven wijze waarop het geld uiteindelijk terechtkwam bij Mugan Markets. [gedaagde 2] was degene die dit alles feitelijk bewerkstelligde. [gedaagde 2] vervulde derhalve niet als bestuurder van Xerof maar in haar hoedanigheid als professioneel trader een centrale en cruciale rol. Dat blijkt ook uit het memo, waarin het uitdrukkelijk draait om de kwaliteiten van [gedaagde 2] als trader en wordt vermeld dat de achterkant van het bedrijf al vijf jaar succesvol functioneert en alleen de manier waarop de diensten worden aangeboden via Xerof nieuw is.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eiser] in persoon en Xerof de overeenkomsten hebben gesloten, dat zij zijn overeengekomen dat [eiser] in totaal € 500.000,- aan Xerof in bewaring zou geven en dat voormeld bedrag ook daadwerkelijk aan Xerof is overgemaakt. [gedaagde 2] heeft niet betwist dat zij hiervan op de hoogte was. [gedaagde 2] heeft als bestuurder van Xerof immers de overeenkomsten tussen [eiser] in persoon en Xerof mede ondertekend. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat [eiser] in persoon € 500.000,- heeft ingelegd. Dat een aanzienlijk deel van dat bedrag aan Xerof is overgemaakt door aan [eiser] gelieerde entiteiten (een vennootschap onder firma en een besloten vennootschap), maakt dat niet anders. Vast staat derhalve dat [eiser] via Xerof een groot geldbedrag heeft ingelegd om te participeren in forex trading door [gedaagde 2] . Tussen partijen staat niet ter discussie dat forex trading – in ieder geval in de vorm waarin [gedaagde 2] het aan Xerof in bewaring gegeven geld naar eigen zeggen heeft geïnvesteerd – financieel zeer complexe materie betreft, dat [eiser] daaromtrent geen enkele deskundigheid bezit en dat [gedaagde 2] zich daarmee juist als professioneel handelend trader bezighield.
Gelet op het voorgaande (zie 3.9-3.12) had [gedaagde 2] zich als professioneel trader op grond van hetgeen krachtens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt de belangen van [eiser] , waaronder het belang van [eiser] om beschermd te worden tegen diens eigen lichtvaardigheid en gebrek aan kennis en kunde, dienen aan te trekken door [eiser] juist en volledig te informeren en te waarschuwen over het inleggen van geld via Xerof, in het bijzonder over de kwaliteiten van [gedaagde 2] als professioneel trader, de wijze waarop het geld zou worden geïnvesteerd en de daarmee samenhangende risico’s. Uit wat hiervoor is komen vast te staan (zie in 3.9 en 3.10), blijkt dat [gedaagde 2] dat niet, althans niet in voldoende mate bij wege van het memo heeft gedaan. Tussen partijen staat vast dat [eiser] en [gedaagde 2] in het geheel geen contact hebben gehad bij het aangaan van de overeenkomsten, zodat eveneens vast staat dat [gedaagde 2] [eiser] niet zelf op andere wijze heeft geïnformeerd of gewaarschuwd. Voor zover [gedaagde 2] ter zitting heeft aangevoerd dat niet zij maar [naam 1] het memo heeft opgesteld en uitsluitend [naam 1] contact had met de investeerders en daarom zo nodig [eiser] juist en volledig had moeten informeren en waarschuwen, wordt [gedaagde 2] daarin niet gevolgd. [gedaagde 2] heeft immers niet weersproken dat zij bekend was met de inhoud van het memo en dat het memo aan [eiser] ter beschikking is gesteld. Op [gedaagde 2] als professioneel trader rust onder de gegeven omstandigheden (zie 3.9-3.12) op grond van hetgeen krachtens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt bovendien de plicht om, als zij niet zelf degene is die [eiser] informeert en waarschuwt, zich ervan te vergewissen dat [eiser] al dan niet bij wege van het memo juist en volledig wordt geïnformeerd en wordt gewaarschuwd. [gedaagde 2] heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat zij dat heeft gedaan. Al dit handelen en nalaten is [gedaagde 2] toe te rekenen.
De conclusie is dat [gedaagde 2] persoonlijk een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens [eiser] , zodat [gedaagde 2] verplicht is de schade die [eiser] dientengevolge lijdt te vergoeden. De daartoe strekkende verklaring voor recht zal derhalve worden toegewezen.
Verwijzing naar de schadestaatprocedure
De omvang van de schade kan in dit vonnis niet begroot worden, reeds omdat het partijdebat daarop niet in voldoende mate betrekking heeft gehad. Het partijdebat heeft evenmin in voldoende mate betrekking gehad op het antwoord op de vraag wat er zou zijn gebeurd als [eiser] wel juist en volledig zou zijn geïnformeerd en gewaarschuwd (causaal verband). Voor toewijzing van een vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat is echter voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk is. Dat is gelet op al het voorgaande het geval, zodat de vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat toegewezen zal worden. In dit vonnis komt derhalve uitsluitend de grondslag voor de aansprakelijkheid van [gedaagde 2] vast te staan, zodat alle kwesties omtrent de omvang van de schade en causaal verband in de schadestaatprocedure zullen moeten worden beoordeeld.
Proceskosten
Xerof en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,68
- griffierecht
€
2.723,00
- salaris advocaat
€
7.004,00
(2 punten × € 3.502,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
10.053,68
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt Xerof om aan [eiser] te betalen een bedrag van € € 598.898,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 7 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
verklaart voor recht dat [gedaagde 2] aansprakelijk is voor de schade die [eiser] lijdt als gevolg van de door [gedaagde 2] jegens [eiser] gepleegde onrechtmatige daad,
veroordeelt [gedaagde 2] tot vergoeding van de in 4.2 bedoelde schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 10.053,68, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025.