ECLI:NL:RBGEL:2025:11264

ECLI:NL:RBGEL:2025:11264, Rechtbank Gelderland, 24-04-2025, 214303.22

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 24-04-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer 214303.22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Ontneming

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Tegenspraak

Parketnummer : 05.214303.22

Datum uitspraak : 24 april 2025

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] ,

wonende aan het [adres] in ( [postcode] ) [woonplaats] .

Raadsman: mr. Y. Bouchikhi, advocaat in Utrecht.

1. De inhoud van de vordering

Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen veroordeelde op 24 en 25 september 2024 heeft de officier van justitie ook een vordering tot ontneming (hierna: vordering tot ontneming) van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht ingesteld. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank dat voordeel schat op € 249.632,- en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel.

2. De procedure

Ter zitting van 25 september 2024 is op verzoek van de verdediging van veroordeelde de behandeling van deze vordering aangehouden en is afgesproken dat de raadsman en officier van justitie nog schriftelijke conclusies zouden nemen.

Veroordeelde heeft op 4 november 2024 zijn conclusie van antwoord genomen.

De officier van justitie heeft op 18 november 2024 hierop gereageerd in een conclusie van repliek.

Veroordeelde heeft nog een conclusie van dupliek genomen.

Ten slotte heeft op 27 maart 2025 de inhoudelijke behandeling van de vordering tot ontneming plaatsgevonden. Op deze openbare terechtzitting hebben de officier van justitie en de verdediging de mogelijkheid gehad tot het maken van aanvullende opmerkingen.

3. De standpunten

De officier van justitie heeft in dupliek de vordering aangepast en verminderd tot € 195.747,-. Ten aanzien van de chatconversatie onder nummer 31 acht de officier van justitie de verkoop van 18 kilogram aannemelijk. Veroordeelde neemt niet deel aan het gesprek over de overige 13,6 kilogram en dit bedrag (€ 18.585,-) zal in mindering worden gebracht. Ten aanzien van de chatconversatie onder nummer 72 is de officier van justitie van mening dat er 12 kilogram is verkocht. Dit betekent dat er € 16.000,- in mindering moet worden gebracht. Ten aanzien van de chatconversatie onder nummer 202 zijn er voldoende aanwijzingen dat er 5 kilogram is afgegeven. Voor de overige 6 kilogram kan worden getwijfeld of veroordeelde heeft moeten betalen en dit zal (in totaal € 14.300,-) in mindering worden gebracht. Er dient gerekend te worden met € 4.500,- per kilogram. Ten aanzien van de kosten is de officier van justitie van mening dat uit het overzicht (p. 1304 dossier) blijkt dat er huur is betaald en zal € 15.000 / 3 in mindering brengen op het volledige bedrag.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering afgewezen dient te worden. Er is op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat veroordeelde ten aanzien van de chatconversaties 99 een 131 wederechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, als er al vanuit wordt gegaan dat deze transactie heeft plaatsgevonden. Van de chatconversaties 31, 72 en 117 (en 202) kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat deze ‘andere strafbare feiten’ door veroordeelde zijn begaan. Chatconversatie 202 heeft buiten de bewezenverklaarde periode plaatsgevonden. Veroordeelde is voor wat meer ten laste was gelegd vrijgesproken.

Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen, omdat uit het rapport niet volgt wat de veronderstelde geldstromen zouden zijn geweest en op welke wijze veroordeelde aan het veronderstelde transport zou hebben verdiend en, indien daar wel sprake van zou zijn, hoeveel dit dan zou zijn geweest.

Meer subsidiair is de verdediging van mening dat het wederechtelijk verkregen voordeel moet worden gematigd, in die zin dat veroordeelde geen voordeel heeft genoten uit de veronderstelde transacties.

Meest subsidiair stelt de verdediging dat veroordeelde slechts een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 3.300,-/ € 3.600,- à € 6.300,- / € 6.600,- heeft gehad.

Verder heeft de verdediging verweer gevoerd tegen de in het rapport genoemde kosten. Wat betreft de inkoopkosten van de cocaïne volgt uit het gesprek van 1 maart 2020 tussen [account 1] en [account 2] dat ze € 27.250 hebben betaald voor een kilogram cocaïne. Dit bedrag dient dan ook te worden gehanteerd als inkoopkosten.

Wat betreft de hennep zijn er eveneens kosten gemaakt. Allereerst zijn in het rapport geen investeringskosten genoemd. Volgens jurisprudentie wordt uitgegaan van een vaste afschrijving per oogst. Dit betekent investeringskosten van tenminste € 10.000,-. In het rapport worden geen elektriciteitskosten berekend, maar uit het dossier volgt dat er kennelijk een jaarrekening stroom binnen is gekomen. Daarnaast zou [account 2] een overzicht van de kosten hebben gedeeld waaruit volgt dat de kosten voor gas, water en elektriciteit kennelijk € 250,- betroffen. Dat betekent dat de post voor gas, water en elektra € 14,71 per kilogram betreft. In het rapport wordt voor de knippers € 2,- per plant gerekend, maar dat dient € 8,34 per plant te zijn. Volgens dit overzicht is er ook huur voor de maand maart betaald, namelijk € 1.000,-. De politie gaat uit van een periode van 15 maanden, dus dat zou betekenen dat er minimaal € 15.000,- aan huur is betaald. Tot slot staan op dit overzicht nog overige kosten. Dit is omgerekend € 3.253,76 per kilogram.

Ten aanzien van de verdeling heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het dossier het vermoeden versterkt dat veroordeelde niet meer dan een loopjongen was en er dan niet gesproken kan worden over een eerlijke verdeling. Er kan slechts worden gezegd dat veroordeelde 1 dan wel 2 puntjes heeft gekregen. Dat is € 1.000,- of € 2.000,- bij cocaïne en € 100,- of € 200,- bij hennep.

4. De beoordeling van de vordering

De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen. Ook kan wederrechtelijk verkregen voordeel uit andere strafbare feiten worden ontnomen indien daarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan.

De rechtbank op 22 oktober 2024 tegen veroordeelde een vonnis gewezen (hierna: het strafvonnis), waarbij veroordeelde onder meer voor de volgende feiten is veroordeeld:

- medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

- opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod

en

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Aan veroordeelde is een gevangenisstraf opgelegd van 360 dagen waarvan 342 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en twee maal een taakstraf van 240 uur.

De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten, onder meer gelet op de bewezenverklaring in het strafvonnis van 22 oktober 2024.

Bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank als uitgangspunt de door de politie Oost-Nederland opgemaakte berekening in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: het rapport).

De in de – inzichtelijke en duidelijke – berekening gerelateerde feiten zijn door de rechtbank gecontroleerd aan de hand van de onderliggende stukken. De in het rapport getrokken conclusies zijn getoetst aan datzelfde materiaal.

In het rapport wordt een totaalbedrag berekend, dat ziet op meerdere betrokkenen. In onderzoek Mustang zijn hiervan behalve veroordeelde nog drie veroordeelden bekend geworden. Het wederrechtelijk verkregen voordeel van alle vier veroordeelden wordt in het rapport toegelicht, per veroordeelde afzonderlijk berekend.

Veroordeelde stelt dat niet blijkt dat hij heeft meegedeeld in de opbrengst van de transacties. Het enkele feit dat er uit de berichten niet blijkt van een bepaalde verdeling van de opbrengst, wil niet zeggen dat de opbrengst niet verdeeld is. Volgens vaste jurisprudentie is het rechtens om de aannemelijke opbrengst in gelijke delen te verdelen, daar waar betrokkenen zelf geen inzicht in de verdeling van de opbrengst geven. In het strafvonnis heeft de rechtbank echter overwogen dat de rol van veroordeelde beperkter lijkt te zijn geweest dan die van zijn mede veroordeelden, met name waar het gaat om de handel in cocaïne.

Waar het om handel in cocaïne gaat, zal de rechtbank voor veroordeelde de schatting in het rapport halveren, waar het gaat om de netto opbrengsten. Het bedrag aan kosten voor de cocaïne zal daarom niet worden gehalveerd. Bij gebreke van concrete mededelingen van de veroordeelden, zal de rechtbank het rapport voor de verdeling volgen waar het hennep betreft.

Voor de berekening zal de rechtbank verder uitgaan van de veroordeling in het strafvonnis en de vrijspraak op onderdelen. Daarnaast zal de rechtbank hierna per chatsessie beoordelen of sprake is van handel in drugs en zo ja, hoeveel.

Algemene uitgangspunten

De uitgangspunten van de geschatte opbrengst van de cocaïne en hennep en de inkoopkosten van deze drugs zijn in het rapport onderbouwd door te verwijzen naar het “Drugsprijzenoverzicht van het Cluster Synthetische Drugs van de Dienst Landelijke Recherche”. Die onderbouwing is naar het oordeel van de rechtbank voldoende.

Als geschatte verkoopprijs van 1 kilogram cocaïne zal € 26.000,- worden gehanteerd en als verkoopprijs voor hennep € 4.500,-.

Voor de inkoopkosten wordt in datzelfde overzicht € 7.125,- respectievelijk € 364,- gehanteerd.

Veroordeelde heeft in zijn conclusies naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat in dit geval in de kosten voor de kweek van één kilogram hennep nog een bedrag van € 6,34 extra moet worden opgenomen voor de kosten van de knippers.

Ook een bedrag van € 14,71 in verband met energiekosten heeft veroordeelde voldoende onderbouwd, zodat ook dat bedrag in het kostenbedrag zal worden opgenomen. De rechtbank zal daarom ten aanzien van de hennep een totaalbedrag aan kosten van € 385,- per kilogram hanteren.

De raadsman van mede veroordeelde [medeveroordeelde 1] (hierna: [medeveroordeelde 1] ) heeft ter zitting gewezen op een rapport uit 2005 (Instituut voor onderzoek naar leefwijzen & verslaving te Rotterdam, getiteld: Impressies van deelnemers aan drugsdistributienetwerken, 2005). Hieruit zou volgen dat er voor wat betreft de kosten van het transport van cocaïne naar Nederland met een hoger bedrag zou moeten worden gerekend dan het bedrag van € 7.125,-, waar de ontnemingsvordering van uit gaat. In een paragraaf die handelt over met partijen cocaïne “meelopen” wordt beschreven dat buitenlandse transporteurs zich ook wel laten uitbetalen in een deel van de partij cocaïne. In die paragraaf wordt daarbij vermeld dat “degene die het transport verzorgt, daarvoor bijvoorbeeld rond 40 procent van de koopprijs rekent.” Omgerekend naar deze strafzaak zouden de kosten dan € 10.400,- per kilogram cocaïne bedragen. De auteurs van het rapport hebben met 61 uiteenlopende personen (waaronder (ex-gedetineerden) gesproken, maar waar het percentage van 40 vandaan komt, wordt niet duidelijk gemaakt.

Aan de andere kant wordt in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel ook niet duidelijk gemaakt wat afgezien van het Drugsprijzenoverzicht (dit overzicht zelf ontbreekt in het dossier en is ook elders niet vindbaar) de bron is van het bedrag van € 7.125,- per kilogram.

De rechtbank dient het genoten voordeel te schatten. Voor de te verrekenen kosten zal de rechtbank ook in de zaak van veroordeelde in het midden gaan zitten van de twee bedragen en uitgaan van € 8.763,- per kilogram cocaïne.

Voor het overige zal het rapport worden gevolgd.

Veroordeelde stelt dat er van een (veel) te lage inkoopprijs uitgegaan wordt voor de inkoop van de cocaïne. Hij wijst daartoe op chatberichten vanaf 99 van 1 maart 2020. Het gaat hier om één enkel chatbericht, waaruit deze opmerkelijk hoge inkoopprijs zou blijken. Uit het dossier volgt echter ook dat veroordeelden hun kilogrammen cocaïne verkopen voor een prijs onder de € 27.000,-. En uit meer andere berichten volgt weer dat zij de cocaïne inkopen voor veel lagere bedragen, zelfs tot € 3.300,-. Voor de overige transacties heeft de rechtbank daarom geen aanleiding om af te wijken van het volgens de algemene ervaringsregels opgesteld rapport.

Indien uit een chatconversatie blijkt dat in dat specifieke geval een andere inkoop- of verkoopprijs werd gehanteerd, dan zal de rechtbank die prijs gebruiken voor dat specifieke geval.

Geschat genoten wederrechtelijk voordeel

De rechtbank zal hierna per chatsessie beoordelen hoeveel kilogram cocaïne er is verhandeld. In het daarna volgende overzicht zal de rechtbank het aandeel van veroordeelde in het genoten voordeel bepalen aan de hand van het aantal deelnemers aan de chatsessie.

Chatsessie vanaf 31

Indien de chatsessie in chronologische volgorde wordt gezet dan blijkt uit de chatgesprekken dat medeveroordeelde [medeveroordeelde 2] (hierna: [medeveroordeelde 2] ) op 26 februari 2020 om 15.29 uur aan veroordeelde vraagt hoeveel rbi (de rechtbank begrijpt: hennep) er is. Daarop antwoordt hij dat er op dat moment 10 is en dat hij denkt dat er vanavond 7-10 weer is. Om 20.00 uur diezelfde dag zegt veroordeelde tegen [medeveroordeelde 3] dat hij 19 kilogram bij elkaar heeft gesprokkeld. Op 27 februari 2020 stuurt veroordeelde dat hij van de arbi 11 heeft verkocht en de 8tjes (de rechtbank begrijpt: het geld) heeft ontvangen, 1 moet hij nog afleveren en [naam 1] heeft 7 stuks. Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat veroordeelde samen met de [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] 19 kilogram hennep heeft verkocht.

Chatsessie vanaf 72

Op grond van de chatsessie stelt de rechtbank vast dat het gesprek dat op 14 april 2020 plaatsvindt tussen [medeveroordeelde 2] en veroordeelde gaat over hennep. Uit deze conversatie volgt eveneens dat [medeveroordeelde 2] 2 heeft gegeven aan iemand en daar een prijs van 44 (de rechtbank begrijpt € 4.400,-) voor heeft gerekend. Later pakt [medeveroordeelde 2] 2 bij [naam 2] . Op 15 april 2020 stuurt veroordeelde naar [medeveroordeelde 3] dat hij [naam 3] 8 heeft gegeven en dat hij die avond en die dag erna alle achtjes (de rechtbank begrijpt: geld) verwacht. Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat veroordeelde samen met [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 2] 12 kilogram hennep heeft verkocht.

Chatsessie vanaf 99 In het strafvonnis heeft de rechtbank bewezen verklaard dat veroordeelde deze 1 kilogram cocaïne in zijn bezit heeft gehad. Hoewel de officier van justitie heeft aangevoerd dat het bericht ook zo bedoeld zou kunnen zijn, dat het hier om een verkooprijs gaat, zal de rechtbank veroordeelde het voordeel van de twijfel geven. Voor deze transactie zal de rechtbank ervan uitgaan dat hij geen voordeel heeft genoten.

Chatsessie vanaf 117

Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ook uit de ‘halve’ chatsessie volgt dat er aanwijzingen zijn dat veroordeelde eerst 2 blokken heeft weggedaan en vervolgens ook nog eens 7 blokken gaat afgeven. Inderdaad kan niet direct uit de chats worden afgeleid dat de transactie ook heeft plaatsgevonden, maar veroordeelden hebben niet verklaard dat de transactie niet is doorgegaan.

Chatsessie vanaf 131

In het vonnis is bewezen het afleveren van 10 kilogram bewezen. Dat uit de bewijsmiddelen niet expliciet blijkt van “verkopen”, heeft ertoe geleid dat de rechtbank verkopen niet bewezen heeft verklaard. Hierbij geldt echter als uitgangspunt dat er voor geleverde cocaïne betaald is. Uit het dossier of de verklaring van veroordeelde is niet af te leiden dat het hier anders zou zijn.

Chatsessie vanaf 202

De tenlastelegging benoemde specifieke transacties. Van enkele van die specifieke transacties is verdachte expliciet vrijgesproken. Door het beperken van de bewezenverklaarde periode heeft de rechtbank zich in het strafvonnis niet uitgelaten over bewijs van andere transacties dan die op de tenlastelegging stonden.

Ook hier geldt dat er voldoende aanwijzingen zijn dat er 5 kilogram (om af te rekenen) zijn afgegeven. Net als de officier van justitie zal de rechtbank veroordeelde het voordeel van de twijfel geven van de 6 kilogram (“Lange”). De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de onder 4.5 genoemde verkoopprijs en zal dan ook een bedrag van € 4.500,- per kilogram hanteren.

De rechtbank volgt de verdediging in haar standpunt dat er bij de kosten voor het kweken van hennep ook rekening moet worden gehouden met de huur van de loods. Er kan van worden uitgegaan, dat die in de bewezenverklaarde periode € 15.000,- bedroeg. Omdat het hier om veroordeelde en twee medeveroordeelden gaat, zal voor veroordeelde een bedrag van € 5.000,- in mindering worden gebracht op het geschatte voordeel.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de volgende opstelling:

chat

datum

kg.

soort

bedrag

delen

aandeel

kosten

€ 13.000/kg cocaïne

door

€ 8.763/kg cocaïne

€ 4.500/kg hennep

€ 385/kg hennep

31

26-2-2020

19

hennep

€ 85.500

3

€ 28.500

€ 2.438

72

14-4-2020

12

hennep

€ 54.000

3

€ 18.000

€ 1.540

99

30-5-2020

1

cocaïne

€ 0

3

€ 0

117

30-5-2020

9

cocaïne

€ 117.000

2

€ 58.500

€ 39.434

131

2-6-2020

10

cocaïne

€ 130.000

3

€ 43.333

€ 29.210

202

11-11-2020

5

hennep

€ 22.500

2

€ 11.250

€ 963

huur

€ 15.000

3

€ 5.000

€ 159.583

€ 78.585

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

€ 80.998

Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 80.998,-.

In dit onderzoek is een bedrag van € 378.900,- in beslag genomen. De rechtbank heeft dat in de zaak van twee van de medeveroordeelden verbeurd verklaard, omdat dit is verkregen door middel van de bewezen verklaarde strafbare feiten. In zoverre hebben veroordeelden dit bedrag uiteindelijk niet als voordeel genoten, omdat het weer is afgepakt. Overigens lag er ook conservatoir beslag op dit geld, bestemd voor de verrekening met het wederrechtelijk verkregen voordeel. Indien het bedrag niet verbeurd zou zijn verklaard, dan zou het hebben gediend als verhaal voor het te ontnemen bedrag.

Het totale bedrag dient in beginsel evenredig over de vier veroordeelden te worden verdeeld. Zoals hiervoor is overwogen, zal de rechtbank het geschatte genoten voordeel voor veroordeelde halveren. Dat geldt dan ook voor dit bedrag.

Het bedrag waartoe veroordeeld zal worden veroordeeld, wordt daarom met (€ 378.900 / 4 :/2 =) € 47.362,- verminderd.

De rechtbank zal daarom veroordeelde de verplichting opleggen tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van (€ 80.998 -

-/- € 47.362=) € 33.636,-.

4. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5. De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 80.998,-.

- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 33.636,-.

- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 672 dagen.

Aldus gegeven door mr. L.J. Saarloos (voorzitter), mr. A.M.P.T. Blokhuis en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april 2025.

Mr. Schoo is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.P.T. Blokhuis
  • mr. R.M. Schoo

Griffier

  • mr. T.L. Tuitert

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?