RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/459257 / KG ZA 25-406
Vonnis in kort geding van 19 december 2025
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. M.L.A. Brick,
tegen
DE ERFGENAMEN IN DE NALATENSCHAP VAN [naam 1],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de erfgenamen,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 tot en met 8,
de aanvullende akte met publicatie van de dagvaarding in de Staatscourant,
de aanvullende akte met productie 9,
de mondelinge behandeling van 18 december 2025,
het tijdens de mondelinge behandeling tegen de erfgenamen verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De boordeling
Gelet op de verstekverlening dient binnen het bestek van dit kort geding op grond van artikel 139 Rv te worden beoordeeld of de door [eiseres] ingestelde vorderingen de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
[eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
de inschrijving van het hypotheekrecht ingeschreven op [adres 1] (kadastrale aanduiding [kadasteraanduiding 1] ) waardeloos verklaart ex artikel 3:29 lid 1 BW jo artikel 3:274 lid 3 BW en dit zo mogelijk op basis van de stukken doet, zonder een mondelinge behandeling te bepalen;
de verklaring van waardeloosheid als hierboven bedoeld onder A onmiddellijk na dagtekening van het in dit kort geding te wijzen vonnis in kracht van gewijsde laat gaan ex artikel 334 Rv.
Volgens [eiseres] is het hypotheekrecht tenietgegaan op grond van artikel 3:307 BW en 3:323 BW omdat de vordering tot nakoming van de geldleningsovereenkomst ter zekerheid waarvan het hypotheekrecht is gevestigd is verjaard.
Artikel 3:29 lid 1 BW bepaalt dat indien de vereiste verklaringen niet worden gegeven, de rechtbank de inschrijving waardeloos verklaard op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. [eiseres] is aan te merken als onmiddellijk belanghebbende. Erflaatster kan namelijk de verklaring dat het hypotheekrecht is vervallen, niet meer afgeven omdat zij is overleden en haar erfgenamen zijn niet bekend. [eiseres] heeft onbetwist gesteld dat de vordering verjaard is en dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Dit wordt bevestigd in de door haar overgelegde producties. De rechtbank zal daarom de hypothecaire inschrijving waardeloos verklaren.
Artikel 3:29 lid 4 BW bepaalt dat het vonnis dat de verklaring bevat niet kan worden ingeschreven, voordat het in kracht van gewijsde is gegaan. Dit vonnis zal daarom niet uitvoerbaar bij voorraad kunnen worden verklaard.
Vordering B zal worden afgewezen. In de dagvaarding heeft [eiseres] weliswaar vermeld af te zien van hoger beroep en in het te wijzen vonnis te zullen berusten zoals bedoeld in artikel 334 Rv, maar de erfgenamen hebben volgens de wet nog de mogelijkheid om in verzet te gaan. De rechtbank zal [eiseres] daarom bevelen om het vonnis openbaar te betekenen, om ook de laatste mogelijkheid te benutten dat eventuele erfgenamen van gedaagde daarvan kennis kunnen nemen. Op grond van artikel 3:29 lid 3 BW gaat de verzet termijn lopen vanaf het moment van openbare betekening.
[eiseres] heeft geen proceskostenveroordeling gevorderd en de voorzieningenrechter ziet daar ook ambtshalve geen aanleiding voor.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
verklaart de hypothecaire inschrijving ten behoeve van erflaatster op het onroerend goed aan [adres 1] , kadastrale aanduiding [kadasteraanduiding 1] , waardeloos in de zin van artikel 3:29 BW;
beveelt [eiseres] dit vonnis een week na heden openbaar te betekenen,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
1780