ECLI:NL:RBGEL:2025:11291

ECLI:NL:RBGEL:2025:11291, Rechtbank Gelderland, 26-11-2025, C/05/458281 / HA ZA 25-431

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/05/458281 / HA ZA 25-431
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verstekvonnis. Internationale zaak. Rechtsmacht en toepasselijk recht. Amtshalve toetsing Richtlijn oneerlijke bedingen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/458281 / HA ZA 25-431

Vonnis van 26 november 2025

in de zaak van

de naamloze vennootschap naar Frans recht,

CARDIF ASSURANCES RISQUES DIVERS S.A.,

handelend onder de naam BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen,

statutair gevestigd in Frankrijk,

mede gevestigd te Oosterhout (Noord-Brabant),

eisende partij,

hierna te noemen: Cardif,

advocaat: mr. V. Kortenbach te Den Haag,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Cardif is gevestigd in Frankrijk. Daardoor is sprake van een geschil met internationale aspecten en ligt eerst de vraag voor of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht op het geschil van toepassing is.

Het geschil is een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012. De rechtsmacht moet dus aan de hand van deze verordening worden beoordeeld. Niet gesteld is dat partijen een uitdrukkelijke forumkeuze als bedoeld in artikel 25 van deze verordening hebben gemaakt. Op grond van artikel 17 en 18 van deze verordening is de rechtbank van oordeel dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Deze rechtbank is ingevolge het bepaalde in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering absoluut en relatief bevoegd.

Het toepasselijke recht moet worden bepaald aan de hand van Verordening (EG) Nr. 593/2008. Niet gesteld is dat partijen een uitdrukkelijke rechtskeuze als bedoeld in artikel 3 van deze verordening hebben gemaakt. Op grond van artikel 6 van deze verordening is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is.

Inhoudelijke beoordeling

Cardif heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

De rechtbank is, op basis van ambtshalve toetsing van het gestelde in de dagvaarding, van oordeel dat geen sprake is van oneerlijke bedingen als bedoeld in de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Cardif worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

145,45

- griffierecht

2.995,00

- salaris advocaat

786,00

(1 punt × € 786,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

4.104,45.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt [gedaagde] om aan Cardif tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 32.256,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 mei 2024, tot de dag van algehele voldoening,

veroordeelt [gedaagde] om aan Cardif tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.328,05 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van algehele voldoening,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.104,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten met ingang vanaf twee dagen na betekening van dit vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 26 november 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. I.W.M. Olthof.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?