RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 06/460294-07
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna : betrokkene),
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de [verblijfplaats] te [plaats] ,
raadsvrouw: mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem.
Procedure
Betrokkene is op 19 oktober 2007 bij vonnis van de rechtbank Zutphen veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 10 december 2007 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 14 februari 2022.
Bij vordering van 5 november 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 5 december 2025 zijn gehoord:
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De raadsvrouw van betrokkene heeft gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar. Gelet op de impasse en de moedeloosheid van betrokkene zal een verlenging met één jaar hem een steuntje in de rug geven. Ook moet een vinger aan de pols worden gehouden met betrekking tot een plek in een longcare, waar nu geen plek voor hem beschikbaar is, maar waar hij wel thuishoort.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege het misdrijf feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene is gediagnosticeerd met ADHD en lijdt
aan een autismespectrumstoornis, hyperseksualiteit en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene is op 28 december 2023 voor een tweede behandelpoging overgeplaatst naar zijn huidige plek in de [verblijfplaats]. Voor die tijd verbleef hij in de Van der Hoevenkliniek, waar zijn behandeling stagneerde na een lang traject waarin hij tot ver in zijn resocialisatie was gekomen. Bij opname in de [verblijfplaats] stelde betrokkene zich aanvankelijk samenwerkend en vriendelijk op, maar sprak hij wel direct de wens uit naar de LFPZ (‘longstay-voorziening’) te willen. Hij heeft vervolgens de meeste inspanningen gericht op behandeling ook geweigerd. Daarnaast is zijn dag- en nachtritme verstoord, als gevolg waarvan hij op de afdeling en tijdens het dagprogramma nauwelijks in beeld is. In 2024 werd een aanvraag gedaan voor een LFPZ-indicatie. De PJ-rapporteurs ondersteunden dit verzoek echter niet en achtten een plaatsing in een longcare meer passend. Het behandelteam deelde die visie en betrokkene werd aangemeld voor een longcare. Hij werd echter afgewezen bij longcare-voorziening De Wierde, gelet op zijn gebrek aan motivatie. De longcare-voorziening van de Pompestichting was ook geen optie, vanwege de slachtofferbelangen. Daarna werd besproken om een aanvang te maken met de behandeling in de [verblijfplaats], met het idee dat betrokkene dan kon laten zien dat hij gemotiveerd genoeg was om in aanmerking te komen voor een plaatsing in een longcare-voorziening. Kort na het opstarten van dat plan, gaf betrokkene wederom aan geen nieuwe behandelpoging meer te wensen en naar de LFPZ te willen. Op zitting werd duidelijk dat betrokkene rust wil en dat de LFPZ nog steeds zijn wens is. De kliniek ziet meer mogelijkheden met betrokkene dan afstevenen op een LFPZ, maar het probleem is dat betrokkene de behandelmotivatie niet meer kan opbrengen. Dit maakt dat sprake is van een impasse.
Recidivegevaar
Bij betrokkene zijn de risicofactoren van een gebrekkige spannings- en agressieregulatie en een gestoorde seksualiteit aanwezig. Het recidiverisico wordt door het verblijf in de tbs-kliniek voldoende ingekaderd en gecontroleerd. Als de begeleiding, structurering en ondersteuning die gegeven wordt door de kliniek wegvalt, loopt het recidiverisico op tot hoog. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De komende periode staat in het teken van het uitstroomdoel nader bepalen en de uitstroom van betrokkene concreet vorm te geven. Naar de mening van de kliniek zijn er nog meerdere stappen te zetten in de behandeling. Een uitstroom via een FPA naar beschermd wonen of een plek op de longcare-voorziening zijn genoemd als mogelijkheden. Betrokkene heeft echter aangegeven hieraan niet te willen meewerken; hij wil rust en wil vrij zijn van behandeling. Om de mogelijkheden voor uitstroom verder in kaart te brengen, staat op januari 2026 een nieuw driehoekgesprek gepland. De opties die zullen worden besproken, zijn: LFPZ, longcare, een behandelpoging in de [verblijfplaats] of overplaatsing voor een derde behandelpoging elders.
De rechtbank overweegt dat dit zaken zijn die tijd kosten. De verwachting is niet dat dat binnen een jaar zal zijn afgerond.. Verlenging met één jaar, zoals gevraagd door de raadsvrouw, zal niets bijdragen aan een versnelling van de te nemen stappen zoals hiervoor geschetst, maar leidt er alleen maar toe dat alle betrokkenen over een jaar weer in dezelfde rechtszaal zitten met hetzelfde dilemma: hoe nu verder? Beperking van de verlenging tot één jaar past daarnaast ook niet bij de wens van betrokkene om naar de LFPZ te gaan en verschoond te blijven van verder ‘gedoe’.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en het advies, met twee jaren verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.D. Leen, voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. Y. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2025.