ECLI:NL:RBGEL:2025:11333

ECLI:NL:RBGEL:2025:11333, Rechtbank Gelderland, 26-02-2025, 169348-21

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 26-02-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer 169348-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordelingen voor een straatroof, waarbij twee verdachten zijn veroordeeld voor medeplegen ervan en een derde voor medeplichtigheid.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.169348.21

Datum uitspraak : 26 februari 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].

raadsman: mr. M. Bakhuis, advocaat in Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 11 april 2021 te Vaassen, gemeente Epe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid wiet (ongeveer 50 gram), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- een (gas)pistool, althans een (vuur)wapen aan die [slachtoffer] te tonen en/of op die [slachtoffer] te richtten en/of

- met een (gas)pistool, althans een (vuur)wapen op het hoofd van die [slachtoffer] te slaan en/of met een (gas)pistool, althans een (vuur)wapen in het gezicht van die [slachtoffer] te schieten,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in het gezicht van die [slachtoffer], ten gevolge heeft gehad.

2.

hij op of omstreeks 19 juli 2021 te Vaassen, gemeente Epe, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasalarmpistool, van het merk Colt , type Double Eagle, kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks19 juli 2021 te Vaassen, gemeente Epe een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een wapen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, te weten een balletjespistool, een gasdrukwapen, nabootsing van een bestaand pistool, merk Colt, model 1911-A1, railgun, voorhanden heeft gehad;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van feit 1: diefstal met geweld

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 11 april 2021 in Vaassen is door [verdachte] en [medeverdachte 1], van [slachtoffer] (hierna: aangever) 50 gram wiet gestolen. Hierbij heeft [medeverdachte 1] een gaspistool op aangever gericht, zodat [medeverdachte 1] en [verdachte] de gestolen wiet konden houden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld, ten gevolge waarvan aangever zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever, omdat hij niet hoefde te verwachten dat [medeverdachte 1] met het gaspistool zou slaan. Verdachte moet worden vrijgesproken van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever.

Beoordeling door de rechtbank

Geschoten met het gaspistool

Aangever heeft verklaard dat [medeverdachte 1] het vuurwapen op hem richtte. [medeverdachte 1] richtte daarbij op het hoofd van aangever. [medeverdachte 1] schoot één keer. Aangever voelde direct hoofdpijn en was bang dat hij dood zou gaan. Ten gevolge van het schot met het gaspistool in zijn gezicht heeft aangever een barstwond aan zijn voorhoofd opgelopen. Dit letsel kan verklaard worden als gevolg van een contactschot of een schot van zeer korte afstand met een gasalarmpistool.

De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [medeverdachte 1] met het gaspistool in het gezicht van aangever heeft geschoten en concludeert dat de diefstal van de wiet van aangever niet alleen gevolgd werd door bedreiging met geweld, maar ook daadwerkelijk door geweld. De rechtbank acht dit deel van de tenlastelegging dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Zwaar lichamelijk letsel

Het letsel van aangever bestond, zoals eerder overwogen, uit een forse barstwond op het voorhoofd van aangever tot aan zijn schedelbot.

Ten aanzien van dit letsel was medisch ingrijpen noodzakelijk in de vorm van het hechten van de wond, het aanleggen van een drukverband en een korte opname op de afdeling neurologie. Aangever zal van dit letsel minimaal een blijvend zichtbaar litteken aan zijn voorhoofd overhouden.

De rechtbank concludeert dat het letsel dat aangever ten gevolge van het op hem uitgeoefende geweld heeft opgelopen, is te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel.

Opzet van verdachte op schieten met gaspistool

Verdachte heeft bewust de keuze gemaakt om het gaspistool mee te nemen naar de overval die hij samen met [medeverdachte 1] heeft beraamd. Verdachte heeft ter terechtzitting namelijk verklaard dat hij dit gaspistool heeft meegenomen om te dreigen en om aangever te intimideren.

De rechtbank oordeelt dat verdachte hierbij ook het opzet had op dat het gaspistool gebruikt zou worden. Hij had namelijk moeten weten dat aangever zich bij de overval zou kunnen gaan verzetten en dat dan het enkel dreigen met het gaspistool voor een succesvolle diefstal onvoldoende zou zijn. Verdachte moest er daarom op bedacht zijn dat het gaspistool ook daadwerkelijk zou kunnen worden gebruikt om de diefstal te voltooien en dat is ook gebeurd.

Door het gaspistool mee te nemen naar de overval heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij aangever zwaar lichamelijk letsel kon ontstaan.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigen bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever.

Medeplegen

Gelet op het voorgaande en in het bijzonder, dat:

is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] bij de diefstal met geweld met zwaar lichamelijk letsel bij aangever als gevolg.

Ten aanzien van feit 2: voorhanden hebben gasalarmpistool

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal forensisch onderzoek woning, p. 688;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 694 en 695;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2025.

Ten aanzien van feit 3: voorhanden hebben balletjespistool

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal forensisch onderzoek woning, p. 688;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 703;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 11 april 2021 te Vaassen, gemeente Epe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid wiet (ongeveer 50 gram), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- een (gas)pistool, althans een (vuur)wapen aan die [slachtoffer] te tonen en/of op die [slachtoffer] te richtten en/of

- met een (gas)pistool, althans een (vuur)wapen op het hoofd van die [slachtoffer] te slaan en/of met een (gas)pistool, althans een (vuur)wapen in het gezicht van die [slachtoffer] te schieten,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een blijvend litteken in het gezicht van die [slachtoffer], ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 19 juli 2021 te Vaassen, gemeente Epe, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasalarmpistool, van het merk Colt, type Double Eagle, kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 19 juli 2021 te Vaassen, gemeente Epe een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een wapen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, te weten een balletjespistool, een gasdrukwapen, nabootsing van een bestaand pistool, merk Colt, model 1911-A1, railgun, voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

feit 3:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie houdt bij de bepaling van zijn eis rekening met de overschrijding van de redelijke termijn, het letsel van aangever en het feit dat verdachte inmiddels in een vrijwillig kader wordt omringd door hulpverlening. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 240 uur met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 1 jaar wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het adolescentenstrafrecht moet worden toegepast, nu verdachte zich ten tijde van het plegen van de feiten in een lastige thuissituatie bevond en net 18 was. Er is op dit moment geen pedagogische meerwaarde meer aan toepassing van het adolescentenstrafrecht, maar dit was anders geweest indien de zaak eerder was vervolgd.

Verder dient in de strafmaat te worden meegewogen dat verdachte zich momenteel in een goed hulpverleningskader bevindt, welke doorkruist zou worden bij het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende overval, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Bij deze overval is het slachtoffer beroofd van 50 gram wiet en is hij in zijn gezicht geschoten met een gaspistool. Het slachtoffer heeft een ontsierend litteken in zijn gezicht overgehouden aan het handelen van verdachte, waardoor hij de rest van zijn leven herinnerd blijft worden aan de overval. Verdachte had slechts oog voor zijn eigen financiële gewin zonder rekening te houden met deze ernstige gevolgen voor het slachtoffer. De beroving heeft veel angst veroorzaakt bij het slachtoffer. Verder versterken zulke gebeurtenissen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Het verboden karakter van de handel in en het bezit van een dergelijke hoeveelheid wiet, maakt dat de aangiftebereidheid van het slachtoffer, en daarmee de kans op ontdekking, minimaal is. Daarbij heeft verdachte twee verboden wapens voorhanden gehad.

De rechtbank zal het adolescentenstrafrecht niet toepassen. In de huidige persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank daar, in navolging van de reclassering alsook de door de verdediging ingeschakelde deskundige, geen aanleiding toe. Bovendien zijn het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan dusdanig ernstig dat aan het adolescentenstrafrecht niet wordt toegekomen. De rechtbank zal verdachte dan ook berechten volgens het volwassenenstrafrecht.

De rechtbank weegt verder mee dat bij verdachte geen sprake is van relevante documentatie en dat hij zich momenteel in een goed en vrijwillig hulpverleningskader bevindt waarin hij zich conformeert aan zijn hulpverleners. De rechtbank neemt dit mee in het voordeel van verdachte.

De rechtbank oordeelt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 13 maanden in beginsel passend en geboden is. De rechtbank houdt echter rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte is in juli 2021 aangehouden, zodat de redelijke termijn op dat moment is aangevangen. Dit betekent dat bij berechting in eerste aanleg de redelijke termijn vanaf juli 2023 is overschreden, wat een (forse) overschrijding van 1 jaar en 6 maanden betekent. Ook houdt de rechtbank rekening met het hulpverleningskader van verdachte. De rechtbank zal in plaats van de geïndiceerde onvoorwaardelijke gevangenisstraf daarom een taakstraf opleggen voor de duur van 240 uur met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij legt de rechtbank vanwege de ernst van het feit een hogere voorwaardelijke gevangenisstraf op dan door de officier van justitie is geëist, namelijk een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 1 jaar.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het tenlastegelegde feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.063,15 aan materiële schade en € 10.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke aansprakelijkheid met de medeverdachten.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van het materiële deel moet worden gematigd. Het gevorderde bedrag voor de kleding van de benadeelde partij moet worden afgewezen, wegens gebrek aan onderbouwing van het gevorderde bedrag.

Voor wat betreft het immateriële deel stelt de verdediging dat dit bedrag gematigd moet worden. Emotionele schade wordt namelijk enkel gesteld, maar niet onderbouwd met revelante en objectieve onderliggende stukken. Bovendien zijn de gevolgen van het feit voor de benadeelde partij van tijdelijke aard, zodat de vordering buitenproportioneel is, ook gelet op vergelijkbare zaken. Tenslotte geeft het dossier aanleiding om te veronderstellen dat sprake was van eigen schuld bij de benadeelde partij.

Overweging van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële en immateriële schade heeft geleden.

Materiële schade

‘Medische kosten’, ‘ziekenhuisdaggeldvergoeding’, ‘huishoudelijke hulp’ en ‘reiskosten’

Voor zover de vordering betrekking heeft op de posten ‘medische kosten’, ‘ziekenhuisdaggeldvergoeding’, ‘huishoudelijke hulp’ en ‘reiskosten’ is deze door de verdediging niet betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd. De rechtbank stelt dan ook op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting vast dat de benadeelde partij deze schade rechtstreeks heeft geleden door het bewezenverklaarde feit 1 en wijst de vordering in zoverre toe.

‘Kleding’

De benadeelde partij heeft gesteld dat hij de kleding die bij hem in beslag is genomen en die hij droeg ten tijde van het feit nog niet terug heeft gekregen van de politie. Ter onderbouwing van de waarde van de kleding heeft benadeelde enkel printscreens overgelegd met daarop de huidige nieuwwaarde van enkele kledingstukken. De rechtbank is van oordeel dat slechts een deel van de gevorderde kledingkosten voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank oordeelt dat niet de aanschafwaarde/nieuwwaarde van de kleding moet worden vergoed, maar de vervangingswaarde. De rechtbank schat de vervangingswaarde van de kleding in redelijkheid op een bedrag ad € 250,00. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het meerdere afwijzen.

Immateriële schade

Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade, aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Ten gevolge van dit letsel heeft benadeelde een blijvend ontsierend litteken in zijn gezicht opgelopen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde.

Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters toewijzen in vergelijkbare zaken, zal de rechtbank de hoogte van het bedrag vaststellen op € 4.500,00. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het meerdere afwijzen.

De gevorderde wettelijke rente over de toegekende immateriële schade zal worden toegewezen, met als ingangsdatum 11 april 2021. Daarnaast zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen ter voldoening van het toegewezen bedrag. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:

- 22 c, 22d, 36f, 47, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert, het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van één jaar schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor het meerdere af;

 bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Jansen-van Leeuwen (voorzitter), mr. A. Bonder en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 februari 2025.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Bonder
  • mr. A. van Veldhuizen

Griffier

  • mr. E.W.A. Nabbe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?