RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Parketnummer: 06/940316-12
Datum uitspraak: 26 mei 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de [kliniek 1] (hierna: de kliniek)
[adres], [postcode] in [plaats].
Raadsman: mr. G.W. Roest, advocaat te Arnhem.
Procedure
Betrokkene is op 16 april 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot onder meer de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden vanwege het meermalen plegen van bedreiging met verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Deze maatregel is ingegaan op 16 april 2013. Op 2 april 2021 heeft de rechtbank de verpleging van overheidswege bevolen. De maatregel is voor het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 28 april 2023.
Bij vordering van 4 maart 2025, ingekomen op 12 mei 2025, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 12 mei 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman;
- deskundige E. Visseren, GZ-psycholoog
- deskundige Y. Lagerwaard, psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog, en
- de officier van justitie.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De raadsman van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege het meermalen plegen van bedreiging met verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband
met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de
onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit de rapporten van de kliniek, de psychiater en de psycholoog blijkt dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis, een ongespecificeerde parafiele stoornis en een stoornis in alcoholgebruik die in remissie is in de huidige gereguleerde omgeving.
Hieruit blijkt dat de stoornissen nog altijd aanwezig zijn.
Verloop van de maatregel
Uit het rapport van de kliniek blijkt het volgende.
Betrokkene is op 24 april 2024 overgeplaatst van de FPC de [kliniek 2] naar FPC de [kliniek 1] voor een tweede behandelpoging, vanwege onvoldoende behandelvoortgang. Betrokkene maakt in het begin moeilijk contact met medepatiënten en is wat meer op zichzelf. In contact met het behandelteam wordt betrokkene ervaren als erg spraakzaam, waar hij soms wel moeite heeft om bij de kern van een gesprek te blijven. Betrokkene start met gesprekken over seksualiteit middels het behandelprotocol Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (SGG) en psycho-educatie autisme en wordt verder aangemeld voor Mentaliseren Bevorderende Therapie en de carrousel vaktherapie. Tijdens gesprekken in therapieën wordt betrokkene aanvankelijk als wat oppervlakkig ervaren maar gaandeweg lukt het hem beter om over therapie inhoudelijke onderwerpen de diepte in te gaan. Binnen de structuur van het FPC zijn er over het algemeen weinig problemen zichtbaar, behalve bij plotseling veranderende situaties (zoals insluiting vanwege een calamiteit). Bij dergelijke momenten en wanneer betrokkene een afwijzing ervaart, is een snelle oploop van spanning zichtbaar. Betrokkene wijst dan anderen af in het contact en zegt overgeplaatst te willen worden. Na rust en aandacht van het team neemt dit weer af. Betrokkene heeft al diverse behandelingen gevolgd, maar deze hebben nog onvoldoende resultaat opgeleverd in het voorkomen van delictgerelateerd gedrag. Begeleid verlof is in het verleden steeds zonder problemen verlopen, maar bij onbegeleide vrijheden vervalt hij in delictgerelateerd gedrag. Aangezien betrokkene zich binnen de gesloten setting van het FPC goed inzet voor zijn behandelingen, zich begeleidbaar opstelt en begeleid verlof altijd zonder problemen is verlopen, wordt de komende periode gekeken naar de mogelijkheid van begeleid verlof om te toetsen hoe hij omgaat met het opnieuw uitbreiden van vrijheden. Afhankelijk hiervan en van het resultaat van de behandelingen wordt gekeken naar de meest passende vervolgvoorziening. Daarbij wordt onder andere gedacht aan Fivoor de Blink Resocialisatie Rotterdam of een longcarevoorziening.
Uit de toelichting van de deskundige ter zitting blijkt dat betrokkene goed meewerkt. Betrokkene zit goed in een structuur en is gestart met verdere behandeling. Ook is betrokkene gestart met muziektherapie. Er wordt gekeken naar het verlof van betrokkene en hierin worden stappen gezet. Het is lastig te voorspellen hoe het er over twee jaren uit zal zien. Als alles goed verloopt, dan zou betrokkene in de fase van onbegeleid verlof kunnen zitten.
Recidivegevaar
Uit zowel het rapport van de kliniek, als uit de rapporten van de psycholoog en psychiater blijkt dat indien het tbs-kader zou worden beëindigd, het risico op een terugval in gewelddadig gedrag ingeschat wordt als hoog. Er is dan sprake van weinig tot een redelijk aantal beschermende factoren. Met name het wegvallen van professionele hulpverlening gecombineerd met het ontbreken van een voldoende steunend netwerk kunnen leiden tot vereenzaming, wat risicoverhogend is.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De rechtbank overweegt dat de risicobepalende stoornissen nog altijd aanwezig zijn en dat de risico’s op recidive onverminderd hoog zijn bij beëindiging van de maatregel.
Uit de rapporten en de toelichting van de deskundige ter zitting blijkt dat betrokkene de afgelopen periode positief heeft doorlopen. Zo werkt betrokkene mee aan zijn behandelingen en worden er stappen gezet in het verlof van betrokkene. Het is van belang dat de komende periode wordt gemonitord hoe de behandelingen en het verlof verlopen. Afhankelijk hiervan, en van het resultaat van de behandelingen wordt gekeken naar de meest passende vervolgvoorziening. Hiervoor zal naar verwachting nog in ieder geval twee jaren nodig zijn.
Op grond van op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereisen. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en het advies, met twee jaren verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.