ECLI:NL:RBGEL:2025:11490

ECLI:NL:RBGEL:2025:11490, Rechtbank Gelderland, 01-05-2025, 285695.24 en 96.093198.21 (tul)

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 01-05-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer 285695.24 en 96.093198.21 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Overtreding artikel 6 WVW

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.285695.24 en 96.093198.21 (tul)

Datum uitspraak : 1 mei 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats].

raadsman: mr. M.Ü. Özsüren, advocaat in Harderwijk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 7 februari 2024 te Apeldoorn als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Anklaarseweg, op de kruising met de Laan van Zevenhuizen, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeersituatie en/of

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds (ongeveer) 231,2 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

- niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de Anklaarseweg) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Laan van Zevenhuizen, bevindende verkeer en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die voornoemde kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Anklaarseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Laan van Zevenhuizen) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde fietser niet voor heeft laten gaan en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, voornoemde fietser ten gevolge waarvan de bestuurder van de fiets ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 februari 2024 te Apeldoorn als bestuurder van een voertuig (een personenauto), daarmee rijdende op de weg, Anklaarseweg, op de kruising met Laan van Zevenhuizen,

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeersituatie en/of

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds (ongeveer) 231,2 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

- niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de Anklaarseweg) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Laan van Zevenhuizen, bevindende verkeer en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die voornoemde kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Anklaarseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Laan van Zevenhuizen) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde fietser niet voor heeft laten gaan en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, voornoemde fietser ten gevolge waarvan de bestuurder van de fiets ten val is gekomen, door welke

gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel dan wel een tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden. Het dossier bevat te weinig informatie over de aard van het letsel. Enkel de verklaring van het slachtoffer is hiervoor onvoldoende.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 7 februari 2024 op zijn fiets over de Laan van Zevenhuizen komende uit de richting van de Laan van Osseveld reed. Het was buiten donker en aangever voerde fietsverlichting zowel voor als achter. Hij wilde de kruising met de Anklaarseweg oversteken. Het verkeerslicht dat voor hem was bedoeld, stond op groen. Op het moment dat hij de kruising bijna overgestoken was, zag hij een voertuig van rechts komen. Aangever is door de voorkant van het voertuig geraakt en is naar de zijkant gevallen.

De politie heeft de data van de verkeersregelinstallatie (VRI-data) op het kruispunt van de Laan van Zevenhuizen met de Anklaarseweg te Apeldoorn opgevraagd. Uit de analyse van de faselog bleek dat de bestuurder van de Seat Mii op woensdag 7 februari om 18:28:12,6 uur de stopstreep richting 01 was gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 231,2 seconden rood licht uitstraalden. Van 'kijken naar het verkeerde verkeerslicht' kan geen sprake zijn geweest. De naastgelegen richtingen 02 & 03 straalden op het moment van het passeren van de stopstreep eveneens rood licht uit. De bestuurder van de fiets, was op 7 februari, omstreeks 18:28:09,7 uur, de stopstreep gepasseerd op richting 22, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 13,1 seconden groen licht uitstraalden. Tevens zijn de indicatieve snelheden van de betrokken voertuigen berekend. Hieruit volgt dat de bestuurder van de Seat Mii, voorafgaande aan het verkeersongeval, het kruispunt was genaderd, met een gemiddelde indicatieve snelheid, die had gelegen tussen de 47 km/h en 69 km/h, waarbij opgemerkt dient te worden dat deze snelheid is gemeten vlak voor een bocht naar rechts en gezien de weginrichting als fors kan worden bestempeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de fietser heeft geraakt. Het is een druk kruispunt dat naast zijn huis ligt. Hierdoor rijdt hij er vaak. Verdachte is een beginnend bestuurder en reed in een Seat Mii.

Letsel [slachtoffer]

Na het ongeval is aangever direct naar het ziekenhuis gegaan en hier bleek dat hij een complexe breuk aan zijn elleboog had. Hierdoor is hij een dag erna direct geopereerd en heeft hij pinnen in zijn elleboog gekregen. Op de dag van het afleggen van deze verklaring, 13 mei 2024, ervoer aangever nog steeds hinder van de operatie en het letsel. Ook verklaarde hij dat de pinnen weer operatief verwijderd moeten worden waarna hij daarvan zal moeten herstellen. Uit de brief van het Gelreziekenhuis van 8 februari 2024 blijkt dat een operatieve behandeling van de olecranonfractuur met zuggurtung heeft plaatsgevonden (de rechtbank begrijpt: behandeling van de fractuur in de elleboog met pinnen). De postoperatieve instructies zijn onder andere dat sprake is van een oefenstabiele situatie gedurende 6 weken met een maximum gewicht van 1 kilogram en dat gestart kan worden met fysiotherapie. Circa vier maanden na het ongeval, op 11 juni 2024, heeft aangever verklaard dat hij aan het wachten is op de verwijdering van de pinnen uit zijn arm, last heeft van pijnscheuten in zijn arm en zijn arm nog niet helemaal kan strekken. Ook verklaarde aangever dat hij halverwege april weer is gaan werken, te beginnen met twee dagen per week en eind april weer volledig. Gelet op de aard van het letsel – een botfractuur – de noodzaak van medisch ingrijpen, de langere periode van herstel en de omstandigheid dat tijdens die periode sprake is geweest was van pijn en fysieke beperkingen is de rechtbank van oordeel dat het letsel van aangever moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeersweg 1994

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte als beginnend bestuurder op een voor hem bekend druk kruispunt reed. Op dit kruispunt heeft hij niet stilgestaan voor de stopstreep, is hij door rood gereden en reed hij met een zodanige snelheid dat hij niet op tijd kon stoppen. Vervolgens heeft hij de fietser, die op dat moment door groen reed, niet voor laten gaan. Hierdoor heeft een ongeval plaatsgevonden.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, verdachte schuld heeft gehad aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Gelet op de aard en de ernst van de door verdachte gemaakte verkeersfouten heeft verdachte aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gereden. Het primair tenlastegelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 7 februari 2024 te Apeldoorn als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Anklaarseweg, op de kruising met de Laan van Zevenhuizen, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeersituatie en/of

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds (ongeveer) 231,2 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

- niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de Anklaarseweg) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Laan van Zevenhuizen, bevindende verkeer en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die voornoemde kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Anklaarseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Laan van Zevenhuizen) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde fietser niet voor heeft laten gaan en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, voornoemde fietser ten gevolge waarvan de bestuurder van de fiets ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 1 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto een verkeersongeval veroorzaakt dat aan zijn schuld te wijten is. Het slachtoffer heeft daardoor een complexe botbreuk van zijn elleboog opgelopen. Van een beginnend bestuurder mag, gelet op zijn onervarenheid, verwacht worden dat hij zich extra goed aan de verkeersregels houdt en de nodige voorzichtigheid in acht neemt.

Uit de justitiële documentatie van 24 maart 2025 blijkt dat verdachte op 28 juli 2022 is veroordeeld wegens overtreding van artikel 107 van de Wegenverkeerswet en daarvoor één week hechtenis voorwaardelijk heeft opgelegd gekregen met daarnaast een geldboete van € 375,-. Op 5 april 2022 heeft verdachte een werkstraf van 16 uur waarvan 8 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar opgelegd gekregen voor overtreding van artikel 107 van de Wegenverkeerswet en op 31 januari 2020 een strafbeschikking voor overtreding van artikel 110 van de Wegenverkeerswet.

Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte drie maanden geleden is afgestudeerd en sindsdien als ZZP’er door heel Nederland werkt. Hij heeft hier zijn rijbewijs voor nodig.

Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS wordt voor het veroorzaken van een verkeersongeval met aanmerkelijke schuld en zwaar lichamelijk letsel als gevolg, een taakstraf voor de duur van 120 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden als uitgangspunt genomen.

Gelet op de jonge leeftijd van verdachte en het feit dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk acht de rechtbank het passend om een kortere onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Daar staat naar het oordeel van de rechtbank een langer voorwaardelijk deel tegenover, mede gezien de meerdere veroordelingen wegens overtreding van de Wegenverkeerswet. Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 120 uur met daarbij een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar passend en geboden.

8. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 96-093198-21)

De rechtbank constateert dat aan het dossier niet een afschrift van het juiste AMV is toegevoegd. Nu de rechtbank niet beschikt over een afschrift van het AMV met daarin de voorwaardelijk opgelegde straf waarop de vordering tot tenuitvoerlegging betrekking heeft, zal zij de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging verklaren.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

10. De beslissing

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden en bepaalt dat een gedeelte van deze ontzegging, te weten 9 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 96-093198-21.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Y.M.J.I. Baauw
  • mr. G. Pesselse

Griffier

  • mr. T.L. Tuitert

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?