ECLI:NL:RBGEL:2025:11491

ECLI:NL:RBGEL:2025:11491, Rechtbank Gelderland, 14-05-2025, 013991-24 + 005770-22 (tul) + 032759-22 (tul) + 227629-23 (tul)

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 14-05-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer 013991-24 + 005770-22 (tul) + 032759-22 (tul) + 227629-23 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Poging tot zware mishandeling

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats [plaats]

Parketnummer: 05-013991-24 + 05-005770-22 (tul) + 05-032759-22 (tul) + 05-227629-23 (tul)

Datum uitspraak : 14 mei 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats].

Raadsman: mr. J.G.D. Rutten, advocaat in Hilversum.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 13 januari 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)

- met geschoeide voet(en) (werkschoenen) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 januari 2024 te [plaats] aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer jukbeenfracturen en/of een scheur en/of breuk in de neus en/of bijholte en/of een gescheurde lipriem, heeft toegebracht door die [slachtoffer] (met kracht) meermalen, althans eenmaal,

- met geschoeide voet(en) (werkschoenen) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam te trappen/schoppen en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam te slaan en/of te stompen;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 januari 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)

- met geschoeide voet(en) (werkschoenen) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op of omstreeks 13 januari 2024 te [plaats] opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam] (hulpofficier van justitie), belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten,

door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een bloedproef, hieraan geen gevolg te geven.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bij feit 1 subsidiair tenlastegelegde. Voor het primair tenlastegelegde is te onduidelijk op welke wijze, met welke kracht en hoe vaak er is geschopt en geslagen. Ook het bij feit 2 tenlastegelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak van feit 1 bepleit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. De aangifte is onbetrouwbaar, omdat deze zoveel vraagtekens oproept dat aan de waarachtigheid ernstig getwijfeld kan worden. De aangifte kan dan ook niet als bewijsmiddel worden gebruikt. De letselverklaringen met fotomateriaal passen ook bij de verklaring van verdachte. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de poging tot doodslag en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 13 januari 2024 de bel hoorde gaan. Ze woont aan de [adres] in [plaats]. Voor de deur stond [verdachte]. [verdachte] was boos en aangeefster liep naar de keuken. Hier begon [verdachte] bijna gelijk met slaan. [verdachte] gaf haar meerdere stoten in haar gezicht en trok aan haar haren. Tijdens het slaan viel ze op de grond. Ook begon hij met zijn werkschoenen in haar gezicht te trappen. Op een gegeven moment werd het rustiger en heeft ze een mes gepakt. Op het moment dat [verdachte] het mes zag, draaide hij weer volledig door. [verdachte] begon haar in het gezicht te stoten en te schoppen. Ook trok hij weer aan haar haren. [verdachte] wilde dat aangeefster het bloed van zich afhaalde en zij heeft zich toen geprobeerd schoon te maken. Ze is daarna naar haar slaapkamer gelopen. [verdachte] kwam naar haar slaapkamer en schreeuwde. Hij werd weer heel boos en begon aangeefster opnieuw in het gezicht te trappen met zijn werkschoenen. Aangeefster schreeuwde voor haar leven. Op een gegeven moment hoorde [verdachte] een auto en stopte hij met trappen.

Uit de forensische medische letselrapportage volgt onder andere dat aangeefster een gebroken neus, een gebroken jukbeen en waarschijnlijk een breuk in de bijholten had. Uit de forensische medische letselrapportage blijkt verder dat het uitwendige letsel rechts op het hoofd van aangeefster een streepvormig patroon vertoont. Patronen in letsel ontstaan door een krachtsinwerking met een voorwerp met reliëf. Een streepvormig reliëf kan passen bij, maar is niet typerend, voor schoenen. Het letsel rond de ogen in combinatie met de botbreuken en de zwelling van het gelaat is veroorzaakt door een of meerdere forse stompe krachtsinwerking(en) in het gelaat. De gele bloeduitstorting voor het linkeroor is veroorzaakt door een stomp botsende lokale kracht. Het letsel op de lip dat door de behandelend arts is gezien, is het gevolg van een stomp botsende kracht op het gelaat. Het geheel aan letsel in het gelaat kan zijn veroorzaakt door ofwel meerdere geweldsinwerkingen op het hoofd ofwel een trap tegen het hoofd van aangeefster met een val als gevolg.

De verbalisanten die die nacht ter plaatse waren, zagen [slachtoffer] voor haar woning staan. Ze zagen dat ze meerdere verwondingen in haar gezicht had. Ze hoorden [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] dit had gedaan. De verbalisanten hoorden [slachtoffer] zeggen dat ze mishandeld was. Ze was meerdere keren geslagen en hij zou haar ook op haar hoofd hebben getrapt met zijn werkschoenen.

De vader van verdachte, [getuige], heeft verklaard dat hij die avond met [slachtoffer] naar het café was geweest en haar daarna thuis heeft gebracht. Ze had geen letsel aan haar gezicht. Ze was kerngezond.

Verdachte heeft verklaard dat hij die avond bij aangeefster thuis was en dat tussen hen een handgemeen heeft plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de wijze waarop het letsel is ontstaan geen reden is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster en overweegt daartoe het volgende. Aangeefster is op belangrijke onderdelen consistent in haar verklaringen, zowel in haar aangifte als hetgeen zij direct ter plaatse tegen de verbalisanten heeft verteld.

Daarnaast vindt haar verklaring steun in het geconstateerde letsel en de verklaring van de vader van verdachte dat aangeefster geen letsel had toen hij haar thuis bracht. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster dan ook betrouwbaar.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster met werkschoenen in het gezicht heeft geschopt/getrapt en haar in het gezicht heeft geslagen/gestompt.

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden hoe dit dient te worden gekwalificeerd. Uit de bewijsmiddelen in het dossier volgt niet hoe vaak verdachte precies heeft geschopt, met welke kracht dit ging en welk soort werkschoenen hij droeg. Gelet daarop kan de rechtbank niet vaststellen dat in dit specifieke geval een aanmerkelijke kans op het overlijden van aangeefster bestond. Voorwaardelijk opzet op het overlijden kan daarom niet worden vastgesteld. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

Voor een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde dient te worden vastgesteld dat er sprake was van zwaar lichamelijk letsel. Als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van deze vraag kunnen volgens de Hoge Raad in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. Onder de aard van het letsel valt ook het verlies van het gebruik van een zintuig, verminking en verlamming. Uit het dossier volgt dat aangeefster een gebroken neus, een gebroken jukbeen en waarschijnlijk een breuk in de bijholten had. Er is verder geen informatie beschikbaar over de noodzaak van eventueel medisch ingrijpen en het verloop van het herstel, bijvoorbeeld wat betreft de hoeveelheid pijn en/of fysieke beperkingen tijdens het herstel of het blijven bestaan van restschade. Alles afwegende bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende informatie om te kunnen spreken van zwaar lichamelijk letsel en zal zij verdachte dan ook van het subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

De rechtbank acht het meer subsidiair tenlastegelegde wel wettig en overtuigend bewezen. Het hoofd is een vitaal lichaamsdeel met vitale organen. Wanneer hier met een geschoeide voet een trap tegenaan wordt gegeven en hier tegenaan wordt geslagen en/of gestompt, bestaat naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op het intreden van zwaar lichamelijk letsel. Het handelen van verdachte is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het ontstaan van dit letsel, dat verdachte naar het oordeel van de rechtbank vol opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 28 en 29;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 31;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 april 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder meer subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2 heeft begaan, te weten dat:

1, meer subsidiair

hij op of omstreeks 13 januari 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)

- met geschoeide voet(en) (werkschoenen) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of de hals en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op of omstreeks 13 januari 2024 te [plaats] opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam] (hulpofficier van justitie), belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten,

door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een bloedproef, hieraan geen gevolg te geven.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, meer subsidiair:

poging tot zware mishandeling;

feit 2:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, en daarnaast aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om, bij een veroordeling, een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen. De verdediging verzoekt daarbij om, mede gelet op het reclasseringsadvies, tbs met voorwaarden op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door tegen het gezicht van zijn toenmalige vriendin te trappen met zijn werkschoenen en haar in het gezicht te slaan. Het slachtoffer heeft daardoor (onder meer) meerdere breuken in het gezicht opgelopen. Hiermee heeft verdachte een onaanvaardbare inbreuk op haar lichamelijke integriteit gemaakt en haar pijn bezorgd. Het is algemeen bekend dat met name mishandelingen in de relationele sfeer een grote impact hebben op slachtoffers en nog lange tijd gevoelens van onveiligheid kunnen veroorzaken. Het slachtoffer had erop mogen vertrouwen dat zij veilig was, juist bij haar eigen vriend en in haar eigen woning, en dit vertrouwen heeft verdachte ernstig geschaad.

Strafblad

Uit de justitiële documentatie van 3 april 2025 blijkt dat verdachte op 13 september 2023 voor een mishandeling is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Toerekeningsvatbaarheid

Ter beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van een rapport van psychiater C.A.M. van der Meijs en GZ-psycholoog in opleiding I.F.J. Bronnenberg, onder supervisie van M. de Klerk, GZ-psycholoog, allen verbonden aan het PBC, van 21 januari 2025. Uit het rapport blijkt dat verdachte in de eerste weken van het onderzoek naar zijn persoon grotendeels zijn medewerking weigerde. In de laatste twee onderzoekweken toonde verdachte zich onverwacht meer bereid om informatie met de onderzoekers te delen. Het onderzoek kent duidelijke beperkingen, maar de onderzoekers hebben op basis van verdachte zijn levensloop en de beschikbare collaterale informatie en de reactie van verdachte hierop wel in grote lijnen een beeld kunnen vormen van de ontwikkeling van verdachte. Bij verdachte gaat het om een samenspel van verschillende stoornissen – zwakbegaafdheid, antisociale kenmerken van de persoonlijkheid en een moeilijke opvoedingsgeschiedenis –, zodat op basis daarvan kan worden gesproken van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens. Daarnaast is sprake van een matig-ernstige stoornis in het gebruik van alcohol, die bij verdachte wordt gekenmerkt door binge drinken. Indien wordt uitgegaan van een bewezenverklaring dan is volgens de onderzoekers duidelijk dat zijn kwetsbare persoonlijkheid met antisociale kenmerken, die is ontstaan ten gevolge van een gebrekkige ontwikkeling, in combinatie met de beperkte cognitieve vermogens van invloed is geweest op zijn gedragskeuzes ten tijde van het tenlastegelegde. Er wordt dan ook geadviseerd om verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank neemt voornoemde conclusie over en maakt deze tot de hare en is op grond daarvan van oordeel dat, gelet op het advies van de rapporterende deskundigen, de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Tbs maatregel met voorwaarden

Volgens de onderzoekers van het PBC wijzen zowel de klinische inschatting als de risicotaxatie-instrumenten op een hoog risico op verbale en fysieke agressie. Het risico op ernstig geweld op termijn wordt ook als hoog ingeschat. Middelengebruik heeft mogelijk het geweld versterkt. Verdachte ziet niet in waarom hij zou moeten stoppen met drinken. Hij ontbeert ook elk probleembesef aangaande het middelengebruik, zijn kwetsbaarheden en daaraan gerelateerde agressieregulatieproblematiek. Onderzoekers achten behandeling van de beschreven problematiek noodzakelijk ter preventie van recidive. Vanwege de aard en ernst van het tenlastegelegde, de psychische problematiek en het recidivegevaar wordt een klinische behandeling in een forensische setting (FPK) noodzakelijk geacht. Vanwege de externaliserende houding, de aanwezige persoonlijkheidsproblematiek en de beperkte cognitieve vaardigheden van verdachte zijn de dynamische risico's op recidive vooralsnog niet te managen buiten een gestructureerde en beveiligde omgeving. Zij adviseren om de behandeling te laten plaatsvinden binnen het kader van een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege.

De reclassering schat het risico op recidive en het risico op letsel in haar rapport van 17 april 2025 ook in als hoog. In het onderzoek van de reclassering wordt met enige voorzichtigheid een beginnende motivatie gezien bij verdachte voor gedragsverandering. Hoewel zijn motivatie (nog wel) vooral extrinsiek lijkt te zijn, heeft verdachte aangegeven mee te willen en zullen werken aan een reclasseringstoezicht met een forensische klinische verslavingsbehandeling in het kader van tbs met voorwaarden. Afgaande op deze bereidheid en (beginnende) motivatie geeft de reclassering hem het voordeel van de twijfel en zien zij mogelijkheden voor een toezicht in het kader van tbs met voorwaarden. Dit biedt volgens hen voldoende ‘stok achter de deur’ voor het naleven van de benodigde bijzondere voorwaarden ten behoeve van het voorkomen van recidive en gedragsverandering. De reclassering adviseert (kort samengevat) de volgende voorwaarden:

Zij adviseren tevens om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.

Ter terechtzitting heeft de reclassering aangegeven dat verdachte op de wachtlijst staat bij de Piet Roordakliniek en dat de wachttijd tussen de nul en drie maanden is. Indien verdachte een kortere gevangenisstraf opgelegd krijgt dan zal de reclassering samen met de DIZ zoeken naar een overbruggingsplek.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 30 april 2025 verklaard zich te zullen houden aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

De rechtbank stelt vast dat het onder 1 bewezenverklaarde feit een misdrijf is als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafrecht waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Verder is de rechtbank gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat bij verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens bestond. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

Gelet op de inhoud van het door de reclassering opgestelde maatregelenrapport en de houding van verdachte ter terechtzitting ten aanzien van een dergelijke maatregel geeft de rechtbank verdachte het voordeel van de twijfel en zal zij de tbs-maatregel met voorwaarden opleggen.

Het onder 1 bewezenverklaarde feit is een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht is de maatregel dan ook niet in duur gemaximeerd, indien verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt en later alsnog dwangverpleging wordt bevolen.

Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen stelt de rechtbank voorwaarden betreffende het gedrag. De rechtbank neemt de voorwaarden over die de reclassering heeft geadviseerd.

Hoewel de officier van justitie het niet heeft gevorderd kan op grond van artikel 38 lid 6 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) de rechter ambtshalve bevelen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank is van oordeel dat, rekening houdend met het hoge risico op recidive en de noodzaak tot behandeling, het noodzakelijk is dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard en zal dan ook de dadelijke uitvoerbaarheid gelasten.

Gevangenisstraf

De ernst van het feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht een straf zoals geëist door de officier van justitie, ondanks dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt, passend en geboden. De rechtbank legt dan ook een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, op.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel

De reclassering heeft geadviseerd om een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen.

De rechtbank overweegt dat uit de stukken blijkt dat sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens en dat veel leefgebieden als criminogeen worden aangemerkt. Er is sprake van een prille motivatie van verdachte, een langdurig aanwezig delictpatroon en een hoog recidiverisico. Door het opleggen van een GVM is het mogelijk om ook na afloop van de terbeschikkingstelling toezicht uit te blijven oefenen op verdachte. De rechtbank is daarom van oordeel dat het opleggen van de GVM aangewezen is ter bescherming van de algemene veiligheid van personen. Aan de eisen voor het opleggen van deze maatregel is voldaan.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.290,- aan materiële schade en € 1.005,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de kosten voor de reiniging en het vervangen van de cilinder kunnen worden toegewezen, met een totaalbedrag van € 197,12. Dit staat in directe relatie tot het feit en is adequaat onderbouwd. De rest van de vordering is onvoldoende onderbouwd en niet voor toewijzing vatbaar. De officier van justitie heeft verzocht om de wettelijke rente toe te kennen en vorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Subsidiair sluit hij zich aan bij de officier van justitie.

Overweging van de rechtbank

De benadeelde partij heeft € 30,- aan schoonmaakkosten gevorderd. De rechtbank acht dit deel van de vordering voldoende onderbouwd – waarbij de rechtbank opmerkt dat de benadeelde partij de schoonmaakkosten heeft onderbouwd met een factuur die hoger is dan het door haar gevorderde bedrag – en zal het gevorderde bedrag dan ook toewijzen.

Voor de overige schade zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. Ten aanzien van de kosten die zien op het vernielen van de deuren en tv, het vervangen van de sloten en de kosten voor de verhuizing is niet gebleken van een rechtstreeks verband tussen deze schade en het bewezenverklaarde feit. De kosten die zien op het verven van de muren, het niet kunnen werken en de eigen bijdrage zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd.

Verdachte is vanaf 29 januari 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De vorderingen tot tenuitvoerlegging

05-005770-22

De politierechter heeft verdachte op 13 september 2023 veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

05-032759-22

De politierechter heeft verdachte op 20 september 2022 veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 500,- met een proeftijd van 2 jaren.

05-227629-23

De politierechter heeft verdachte op 10 november 2023 veroordeeld tot geldboete van € 750,- waarvan € 500,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

05-005770-22, 05-032759-22 en 05-227629-23

De officier van justitie heeft, gelet op de geëiste tbs-maatregel, verzocht om de vorderingen af te wijzen.

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, tenzij de rechtbank de tbs-maatregel met dwangverpleging oplegt. Dan wordt verzocht om de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de opgelegde tbs-maatregel met voorwaarden, toewijzing van de vorderingen geen strafrechtelijk doel dient en zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging dan ook afwijzen.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38, 38a, 38z, 45, 57, 184 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

Mr. Goossens en mr. Moorman zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde onder feit 1;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’ heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden en beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte:

o verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

o verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;

o verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

o verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn/haar gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

o verdachte werkt mee aan huisbezoeken;

o verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

o verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

o verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;

 geeft de reclassering opdracht verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

 beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

 legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;

Benadeelde partij [slachtoffer]

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld;

Vorderingen tot tenuitvoerlegging

 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 13 september 2023 voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 30 uur af (parketnummer 05-005770-22);

 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 20 september 2022 voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 500,- af (parketnummer 05-032759-22);

 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 10 november 2023 voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 500,- af (parketnummer 05-227629-23).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.C.P. Goossens
  • mr. A.M.P.T. Blokhuis

Griffier

  • mr. T.L. Tuitert

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?