ECLI:NL:RBGEL:2025:11511

ECLI:NL:RBGEL:2025:11511, Rechtbank Gelderland, 06-06-2025, 233765-24

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 06-06-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer 233765-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De rechtbank veroordeeld een 41-jarige man voor het seksueel misbruik van een kwetsbare jongen met verstandelijke beperking. Verdachte wordt veroordeeld voor een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Daarnaast moet verdachte € 7.500,- schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/233765-24

Datum uitspraak : 6 juni 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].

raadsman: mr. R.S.F. ten Kortenaar, advocaat in Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 8 december 2023 te [woonplaats], althans in Nederland,met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/ofverstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent tebepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueelbinnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],te weten meermaals, althans eenmaal- het brengen en/of bewegen van (een deel van) zijn, verdachtes, penis in de anus en/of tussen de billen en/of in de mond van die [slachtoffer] en/of- het laten brengen en/of bewegen van de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond en/of- het aftrekken en/of betasten/aanraken van de penis van die [slachtoffer] en/of- het zich laten aftrekken en/of laten betasten/aanraken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of- het wrijven over het ondergoed van die [slachtoffer] en/of- het kriebelen/strelen over de benen, althans één been van die [slachtoffer];

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 8 december 2023 te [woonplaats], althans in Nederland,met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/ofverstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent tebepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten meermaals, althans eenmaal- het aftrekken en/of betasten/aanraken van de penis van die [slachtoffer] en/of- het zich laten aftrekken en/of laten betasten/aanraken van zijn, verdachtes, penis door die VanTellingen en/of - het wrijven over het ondergoed van die [slachtoffer] en/of- het kriebelen/strelen over de benen, althans één been van die [slachtoffer].

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. De raadsman heeft ten eerste aangevoerd dat het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de getuigenverklaring van [slachtoffer], en dat de getuigenverklaring van [slachtoffer] bovendien onbetrouwbaar is. De raadsman heeft ten tweede aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat [slachtoffer] door een stoornis zijn wil niet kon uiten.

De verdediging heeft bovendien bepleit dat [slachtoffer] tijdens het studioverhoor bij de politie niet is gewezen op zijn verschoningsrecht. Primair stelt de raadsman dat de studioverklaring van [slachtoffer] moet worden uitgesloten van het bewijs nu er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Subsidiair stelt de raadsman dat het noodzakelijk is om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, nu de door hem aangevoerde rechtsvraag ten aanzien van het verschoningsrecht in meerdere zaken speelt.

De officier van justitie meent dat geen sprake is van een vormverzuim. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat [slachtoffer] als getuige is gehoord en dat hij niet op het verschoningsrecht gewezen hoeft te worden, nu hij niet onder ede is gehoord.

De beoordeling van een vormverzuim

Van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is sprake indien in het voorbereidend onderzoek een strafvorderlijk vormvoorschrift dat ertoe strekt belangen van de verdachte te waarborgen niet is nageleefd en dat verzuim bovendien onherstelbaar is. De rechtbank stelt voorop dat artikel 217 van het Wetboek van Strafvordering ziet op het verhoor bij de rechter. [slachtoffer] is als getuige gehoord bij de politie. Een getuige die wordt gehoord door de politie is niet verplicht om vragen te beantwoorden, hij staat immers niet onder ede en hoeft daarom niet gewezen te worden op een verschoningsrecht. De rechtbank oordeelt dan ook dat er geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Het studioverhoor behoeft niet te worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank ziet geen reden voor het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

De beoordeling van het bewijs

Juridisch kader

Ten laste is gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenfeit. Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door de aanwezigheid van slechts twee personen bij de veronderstelde handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Ook in deze zaak is dat het geval.

De rechtbank zal eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] moeten beoordelen. Indien de rechtbank de verklaring betrouwbaar acht, moet worden beoordeeld of deze verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank merkt op dat in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaringen van het vermeende slachtoffer voldoende wettig bewijs kan opleveren. Het steunbewijs hoeft bij zedenzaken niet per definitie te zien op de seksuele handelingen zelf. Het is voldoende dat de verklaring van het vermeende slachtoffer op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.

De betrouwbaarheid van de verklaring van getuige [slachtoffer]

heeft tijdens een studioverhoor bij de politie verklaard dat hij zijn moeder op enig moment heeft verteld over een ‘geheimpje over seksueel gedrag met papa’. [slachtoffer] heeft vervolgens, uit zichzelf, gedetailleerd en consistent verklaard over diverse seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder die plaatsvonden. [slachtoffer] heeft bijvoorbeeld verklaard dat verdachte glijmiddel van de Kruidvat gebruikte en waar dit glijmiddel lag. Ook heeft hij verklaard over de kleding die verdachte droeg en de seksuele handelingen die verdachte bij hem heeft uitgevoerd. De verklaring van [slachtoffer] is naar het oordeel van de rechtbank authentiek. De rechtbank betrekt bij dit oordeel de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat [slachtoffer] slecht kan liegen, in die zin dat [slachtoffer] wel kán liegen, maar dat je dit snel doorhebt. Dit wordt ondersteund door de aangifte van de moeder van [slachtoffer] en de verklaring van twee docenten van [slachtoffer]. De docenten verklaren dat zij in verband met zijn beperking weten of [slachtoffer] bewust liegt of niet liegt of iets niet vertelt, omdat hij het niet mag vertellen. De verklaring van [slachtoffer] wordt bovendien op essentiële punten ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is en dus voor het bewijs kan worden gebruikt.

Bewijsmiddelen seksuele handelingen

[slachtoffer] heeft tijdens een studioverhoor van 16 januari 2024 verklaard dat hij komt praten over zijn stiefvader. Hij heeft een geheimpje gezegd aan zijn moeder. Mama vroeg ‘wat voor geheimpje’ en [slachtoffer] antwoordde ‘papa seksueel aan gedrag’. [slachtoffer] heeft vervolgens, kort weergegeven, verklaard over seksuele handelingen die plaatsvonden op twee dagen in 2023. Hij heeft verklaard dat verdachte, in de woning van verdachte te [woonplaats], hem bij zijn geslachtsdeel vastpakte. Vervolgens speelde verdachte met zijn ([slachtoffer]’s) piemel en trok hem af terwijl zij zich op het bed van verdachte bevonden. Het aftrekken is twee keer gebeurd en verdachte heeft ook het geslachtsdeel van [slachtoffer] in verdachtes mond geduwd. Dit is twee keer gebeurd. [slachtoffer] heeft verder verklaard dat verdachte over zijn (’s) onderbroek wreef. Hij moest verdachte ook aftrekken. Dat is één keer gebeurd. Tevens heeft verdachte zijn geslachtsdeel in de mond van [slachtoffer] gestopt. Dat is één keer gebeurd. Tot slot heeft verdachte zijn geslachtsdeel in de billen van [slachtoffer] gestopt en ging bewegen. Dat is twee keer gebeurd.

Aangeefster [aangever], de moeder van [slachtoffer], heeft in haar aangifte van 22 december 2023 verklaard dat [slachtoffer] op 7 november 2023 een bericht heeft verstuurd naar [naam 1], een schoolgenootje van [slachtoffer]. In dit bericht stond de tekst: "Ik heb een geheimpjes met papa, maar ik kan deze moeilijk bewaren". Toen zij aan [slachtoffer] vroeg naar dit geheimpje, gaf [slachtoffer] aan dat dit een geheimpje betrof net zoals zijn moeder en [naam 2] een geheimpje zouden hebben omdat zij met elkaar naar bed zouden gaan. [slachtoffer] gaf aan dat hij seks leerde van [naam 3]. [slachtoffer] vertelde dat [naam 3] over zijn boxershort heen wreef en hem heeft afgetrokken. Tijdens dit gesprek moest [slachtoffer] huilen en hij gaf tijdens de huilbui aan dat [naam 3] nu boos op hem was en dat hij [naam 3] had verraden. Aangeefster heeft verklaard dat [slachtoffer] sinds twee maanden iets fladderiger is geworden.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het berichtje dat [slachtoffer] naar [naam 1] heeft verstuurd – waarin stond dat [slachtoffer] een geheimpje met papa heeft, maar deze moeilijk kan bewaren – heeft gezien en dat hij dit berichtje heeft besproken met [slachtoffer], de moeder van [slachtoffer] en haar partner.

Verder hebben verbalisanten in telefoon van [slachtoffer] een chatgesprek via Kik-messenger gevonden tussen [slachtoffer] en [accountnaam]. De verbalisanten beschrijven dat deze chat een seksuele context heeft. Deze chat is als bijlage bij het betreffende proces-verbaal gevoegd. In een gesprek van 5 december 2023 worden onder andere de volgende berichten verstuurd:

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in de hiervoor genoemde andere bewijsmiddelen. De verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door het chatgesprek via Kik-messenger met [accountnaam]. [slachtoffer] spreekt binnen de seksuele context van de berichten meermaals over het betrekken van ‘papa’. De verklaring van [slachtoffer] wordt tevens ondersteund door het bericht van [slachtoffer] aan schoolgenootje [naam 1] over een ‘geheimpje met papa’, welke bericht verdachte heeft gezien, maar desgevraagd geen verklaring voor kan geven. Tot slot heeft de moeder van [slachtoffer] verklaard dat [slachtoffer] na het gesprek over het ‘geheimpje met papa’ tijdens een huilbui vertelde dat verdachte over zijn boxershort heen wreef en hem heeft afgetrokken. Deze waarneming van de emotionele toestand van [slachtoffer] op het moment waarop hij voor het eerst vertelt over het ‘geheimpje met papa’ biedt tevens steun aan de verklaring van [slachtoffer].

Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 8 december 2023 te [woonplaats] zijn penis in de anus, tussen de billen en in de mond van [slachtoffer] heeft gebracht en bewogen. Daarnaast heeft verdachte de penis van [slachtoffer] in verdachtes mond gedaan. Verdachte heeft [slachtoffer]’s penis aangeraakt en afgetrokken en zich laten aftrekken door [slachtoffer]. Tot slot heeft verdachte gewreven over het ondergoed van [slachtoffer].

Verstandelijke handicap en onvolkomen in staat weerstand te bieden

De rechtbank moet vervolgens beoordelen of verdachte heeft gehandeld in strijd met artikel 243 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. Daarvoor moet worden beoordeeld of verdachte ten tijde van de seksuele handelingen wist dat [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat slachtoffer niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Voorwaardelijk opzet is hiervoor voldoende.

De rechtbank betrekt bij deze beoordeling de volgende bewijsmiddelen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer] het Kleefstra-syndroom heeft. Dit is een verstandelijke beperking waardoor [slachtoffer] sociaal-emotioneel functioneert op het niveau van een 9/10-jarige. Verdachte heeft verder verklaard dat [slachtoffer] niet goed in staat is om zijn grenzen te bewaken.

De moeder van [slachtoffer] heeft in haar aangifte verklaard dat [slachtoffer] onder andere het Kleefstra-syndroom heeft, waardoor hij lichamelijk en emotioneel beperkt is. De moeder van [slachtoffer] heeft verder verklaard dat [slachtoffer] eenmalig zijn grens kan aangeven, maar als iemand doorgaat dan laat hij het toch gebeuren.

[slachtoffer] geeft in zijn studioverhoor bij de diverse seksuele handelingen aan dat hij tegen verdachte heeft gezegd dat hij moest stoppen, maar dat verdachte hier geen gehoor aan gaf. Daarnaast durfde hij op een ander moment geen stop te zeggen omdat verdachte dan boos op hem zou worden. Hij zou dan straf krijgen. Toen verdachte het geslachtsdeel van [slachtoffer] in verdachtes mond deed, moest [slachtoffer] zeggen dat hij het lekker vond. Hij durfde geen nee te zeggen. Ook geeft hij aan dat hij in één keer ja zegt, terwijl hij dat niet wil. Verdachte ging twee keer in [slachtoffer]’s bil en [slachtoffer] zei de hele tijd ‘stoppen’.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat [slachtoffer] aan een verstandelijke handicap lijdt en dat [slachtoffer] als gevolg van deze verstandelijke handicap onvolkomen in staat was om weerstand te bieden tegen de seksuele handelingen van verdachte.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij voor zover de tenlastelegging ziet op het kriebelen/strelen over de benen van [slachtoffer], nu daarvoor onvoldoende bewijs is.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 8 december 2023 te [woonplaats], althans in Nederland,met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/ofverstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent tebepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueelbinnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],te weten meermaals, althans eenmaal- het brengen en/of bewegen van (een deel van) zijn, verdachtes, penis in de anus en/of tussen de billen en/of in de mond van die [slachtoffer] en/of- het laten brengen en/of bewegen van de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond en/of- het aftrekken en/of betasten/aanraken van de penis van die [slachtoffer] en/of- het zich laten aftrekken en/of laten betasten/aanraken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of- het wrijven over het ondergoed van die [slachtoffer] en/of- het kriebelen/strelen over de benen, althans één been van die [slachtoffer].

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Met iemand van wie hij weet dat hij aan een verstandelijke handicap lijdt dat hij onvolkomen in staat is daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie heeft verder gevorderd dat op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een contactverbod met [slachtoffer] wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de nadelige gevolgen van de verdenking voor verdachte. Deze gevolgen betreffen de gezinssituatie, het verlies van werk en (mogelijke) gevolgen voor het lopende schuldsaneringstraject (WSNP) van verdachte. De raadsman bepleit een forse taakstraf, althans een gevangenisstraf die lager is dan de officier van justitie heeft geëist, bijvoorbeeld 24 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk. De raadsman heeft ten slotte aangevoerd dat een contact- of locatieverbod niet noodzakelijk is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Aard en ernst van het feit

Verdachte kreeg een relatie met de moeder van [slachtoffer] toen [slachtoffer] een peuter was. Verdachte heeft sindsdien een belangrijke (vader)rol vervuld in [slachtoffer]’s leven. [slachtoffer] is een kwetsbare jongen, die door het Kleefstra-syndroom en een daarmee samenhangende verstandelijke beperking functioneert op een kinderlijk niveau. [slachtoffer] heeft daardoor moeite met het bewaken van zijn grenzen. Verdachte was daarmee bekend.

Verdachte heeft op twee verschillende dagen seksueel misbruik gemaakt van [slachtoffer], die toen 17 jaar oud was. Verdachte was een vaderfiguur voor [slachtoffer], maar toch was [slachtoffer] niet veilig bij hem. [slachtoffer] zei steeds dat hij het niet fijn vond, maar kon door zijn beperking onvoldoende weerstand bieden tegen de seksuele handelingen van verdachte. Het misbruik was ernstig en het bestond mede uit het meermaals seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], oraal en anaal. Verdachte liet [slachtoffer] bovendien weten dat de seks ‘een geheimpje’ was, waardoor verdachte de kans verkleinde dat het misbruik aan het licht zou komen en waardoor hij de druk vergrootte op het kwetsbare slachtoffer. Verdachte heeft hierbij klaarblijkelijk alleen gedacht aan de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Het is algemeen bekend dat de gevolgen van seksuele contacten bij kinderen ernstig en langdurig kunnen zijn. Dit is ook gebleken uit de slachtofferverklaring die tijdens de zitting namens [slachtoffer] is afgelegd. Verdachte heeft zich kennelijk niet bekommerd om het welzijn van [slachtoffer] en de gevolgen van het misbruik voor [slachtoffer]. Verdachte heeft aldus op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke, emotionele en seksuele integriteit van [slachtoffer]. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

Reclasseringsrapport

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport van 14 mei 2025. Daarin is vermeld dat de reclassering door de ontkenning van verdachte niet kan inschatten hoe groot het risico is op herhaling. De reclassering adviseert om bij veroordeling een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden, met verplicht reclasseringscontact.

Strafblad

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor zedenfeiten.

Conclusie

In de rechtspraak wordt voor feiten als deze uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime tijd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst en de aard van het misbruik in deze zaak een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende straf is. De persoonlijke omstandigheden van verdachte maken dit niet anders. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, in welke proeftijd verdachte zich moet houden aan de algemene voorwaarden. De rechtbank volgt het advies van de reclassering om geen bijzondere voorwaarden op te leggen. Gelet op de jurisprudentie in vergelijkbare gevallen alsmede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, is deze straf lager dan de officier van justitie heeft gevorderd.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een contact- of locatieverbod. De noodzaak van zo’n verbod is onvoldoende onderbouwd. Uit het procesdossier noch het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat verdachte sinds de verdenking contact heeft of heeft gezocht met [slachtoffer].

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het tenlastegelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 10.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering nu de raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt zij het smartengeld dient te matigen aangezien het seksueel binnendringen niet bewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

Smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter terechtzitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’.

Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij en de slachtofferverklaring die de moeder van de benadeelde partij ter terechtzitting heeft voorgelezen, blijkt dat onderhavig feit psychische gevolgen voor hem heeft gehad, te weten onder andere onrustig gedrag, nachtmerries en de angst dat verdachte hem iets aan gaat doen. De aard en ernst (met meermaals seksueel binnendringen) van de normschending brengen mee dat deze gevolgen zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank houdt wat betreft de hoogte van het smartengeld rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 7.500,- vaststellen.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De wettelijke rente

Verdachte is vanaf 8 december 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 243 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’ heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Y. van Wezel
  • mr. J.L. Wesstra

Griffier

  • mr. T.H. Boshuizen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?