ECLI:NL:RBGEL:2025:11529

ECLI:NL:RBGEL:2025:11529, Rechtbank Gelderland, 23-06-2025, 024821-25; 318112-24; 16/356397-24 (gev. ttz.)

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 23-06-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer 024821-25; 318112-24; 16/356397-24 (gev. ttz.)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Deels voorwaardelijke jeugddetentiestraf.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team Strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/024821-25; 05/318112-24; 16/356397-24 (gev. ttz.)

Datum uitspraak : 23 juni 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] (Syrië),

wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. R. ten Kortenaar, , advocaat in Apeldoorn, waarnemend voor mr. K. Karakaya.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/024821-25 ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(e)geldbedrag(en) en/of een mobiele telefoon en/of een fiets en/of een bankpas en/ofeen OV- kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elk geval enig(e)geldbedrag(en) en/of goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)door - zakelijk weergegeven -- voor de fiets van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gaan staan en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of- een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of voornoemd mes in de richtingen/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tehouden en/of te richten en/of gericht te houden en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/ofvan de fiets af moeten stappen en/of- die [slachtoffer 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moetgeven,althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,enig(e) geldbedrag(en) en/of een mobiele telefoon en/of een fiets en/of eenbankpas en/of een OV- kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elkgeval enig(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] .[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aanhet misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door - zakelijk weergegeven -- voor de fiets van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gaan staan en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of- een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of voornoemd mes in de richtingen/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tehouden en/of te richten en/of gericht te houden en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/ofvan de fiets af moeten stappen en/of- die [slachtoffer 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moetgeven,althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking;

2.hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf ommet het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een of meergoed(eren) naar zijn/hun verdachte(s) gading, in elk geval een geldbedrag en/ofenig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derdetoebehoorde(n)met dat opzet- op die [slachtoffer 3] af is/zijn lopen en/of die [slachtoffer 3] staande heeft/hebben gehoudenen/of- die [slachtoffer 3] een mes heeft/hebben getoond en/of voornoemd mes in de richtingen/of op zeer korte afstand van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden en/ofheeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en/of- die [slachtoffer 3] (daarbij) - zakelijk weergegeven - toe heeft/hebben gevoegd: "geef mijjouw money", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf om een geldbedrag en/of een of meer goed(eren) naar zijn/hunverdachte(s) gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3][slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe teeigenenen deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doenvolgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , te plegen methet oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,met dat opzet- op die [slachtoffer 3] af is/zijn lopen en/of die [slachtoffer 3] staande heeft/hebben gehoudenen/of- die [slachtoffer 3] een mes heeft/hebben getoond en/of voornoemd mes in de richtingen/of op zeer korte afstand van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden en/ofheeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en/of- die [slachtoffer 3] (daarbij) - zakelijk weergegeven - toe heeft/hebben gevoegd: "geef mijjouw money", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegeneen wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie,te weten een een meszijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandighedenwaaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomendat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigenheeft gedragen.

Aan verdachte is onder parketnummer 05/318112-24 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Apeldoorntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een jas en/of een portemonnee/doosje en/of een of meer pasjes en/of eengeldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedragen, dat/die geheel often dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] ,gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aanhet misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)- met een powerbank, althans met een soortgelijk hard voorwerp, en/of met dehanden/vuisten in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te slaan en/of testompen en/of- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te trappen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Apeldoorntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas en/of eenportemonnee/doosje en/of een of meer pasjes en/of een geldbedrag, in elk gevalenig(e) goed(eren) en/of een geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4][slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde(n)door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)- met een powerbank, althans met een soortgelijk hard voorwerp, en/of met dehanden/vuisten in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te slaan en/of testompen en/of- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te trappen;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Apeldoornopenlijk, te weten op/aan het Stationsplein/bij station Apeldoorn, in elk geval op ofaan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4] ,door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)- met een powerbank, althans met een soortgelijk hard voorwerp, en/of met dehanden/vuisten in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te slaan en/of testompen en/of- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te trappen,terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weteneen gebroken neus en/of een (zware) hersenschudding en/of een gat in het hoofd,voor die [slachtoffer 4] ten gevolge heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te Apeldoorn,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens)[slachtoffer 5] heeft bedreigd met- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of- zware mishandeling, en/of- brandstichting,door die [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen: "ik maak jullie allemaal af!"en/of "we steken het restaurant in brand!" en/of "we schietenjullie dood!", althans de woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of dooreen mes en/of een vork en/of een of meer borden, althans een of meer voorwerpen,te pakken en/of in de richting en/of op korte afstand van die [slachtoffer 5] te houdenen/of met voornoemde voorwerpen een of meer bewegingen in de richting van die[slachtoffer 5] te maken, althans handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3.hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te Apeldoorntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenopzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruiten/ramen en/of borden, in elk gevalenig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of aan restaurant [restaurant][restaurant] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

4.hij op of omstreeks 20 september 2024 te Nunspeettezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,- een of meer paar schoenen (Intersport) en/of- drie paar sokken (Intersport) en/of- drie paar handschoenen (Intersport) en/of- twee paar sokken (Action) en/of- twee hemden (Action) en/of- sporthandschoenen (Action) en/of- een bluetooth box (Action en/of- oordopjes (Action) en/of- een tas (Action),in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan de Intersport Meijersen/of aan de Action, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;

5.hij op of omstreeks 25 september 2024 te Arnhemtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een (lok)fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan politieEenheid Oost- Nederland, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;

6.hij op of omstreeks 11 september 2024 te Apeldoorntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een trainingspak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan The Ahtlete'sFoot, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[slachtoffer 6] op of omstreeks 11 september 2024 te Apeldoorn een trainingspak, in elkgeval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan The Athlete's Foot, in elk geval aaneen ander dan aan die [slachtoffer 6] toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerkom het zich wederrechtelijk toe te eigenen bij en/of tot het plegen van welk misdrijfverdachte op of omstreeks 11 september 2024 te Apeldoorn opzettelijk behulpzaamis geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeftverschaft, door op de uitkijk te staan en/of in de buurt van de Athlete's Foot tewachten en/of klaar te staan op een fiets/fatbike en/of (vervolgens, na het feit) metdie [slachtoffer 6] achterop de fiets /fatbike (hard) weg te fietsen.

Aan verdachte is onder parketnummer 16/356397-24 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 november 2024 te Den Dolder, gemeente Zeisttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een of meer fietsen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan onbekendgebleven personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich detoegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg tenemen fietsen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braaken/of verbreking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/024821-25 :

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft dit feit bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv)). De rechtbank overweegt hierbij dat uit het dossier blijkt dat aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een geldbedrag, mobiele telefoon, bankpas, OV-kaart en een identiteitskaart hebben afgestaan en dat daarom ten aanzien van deze goederen sprake is van afpersing zoals primair ten laste gelegd. De fiets heeft aangever [slachtoffer 1] niet afgestaan maar werd afgepakt. Ten aanzien van dit goed is daarom sprake van het subsidiair ten laste gelegde feit.

Bewijsmiddelen

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft dit feit bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid Sv).

Bewijsmiddelen

Feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft dit feit bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid).

Bewijsmiddelen

Parketnummer 05/318112-24:

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meer subsidiair tenlastegelegde feit, het openlijk geweld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het primaire feit en het subsidiaire feit moet worden vrijgesproken nu de wederrechtelijke toeëigening niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het openlijk geweld zoals meer subsidiair ten laste is gelegd, kan worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] zich de jas van aangever [slachtoffer 4] wederrechtelijk hebben toegeëigend. Verdachte en zijn medeverdachte ontkennen de diefstal en verklaren beiden over een ruil van de jas, waarna een vechtpartij met aangever is ontstaan. Aangever heeft verklaard over de diefstal/ afpersing van zijn jas (onder bedreiging van/ met geweld) maar zijn verklaring wordt niet door andere bewijsmiddelen ondersteund. De rechtbank spreekt verdachte daarom van het primaire en subsidiaire feit vrij.

Meer subsidiair

Verdachte heeft verklaard dat hij aangever [slachtoffer 4] op 6 oktober 2024 op het Station in Apeldoorn meerdere keren geslagen heeft met zijn vuisten tegen het lichaam en het gezicht. Ook heeft verdachte aangever geraakt met de powerbank in een plastic tas en hem getrapt tegen zijn been. Aangever heeft verklaard dat hij door verdachte en zijn medeverdachte geslagen werd en tegen zijn hoofd werd geschopt toen hij op de grond lag en later ook nog tegen zijn gezicht werd getrapt. Hierdoor heeft aangever een gebroken neus, een wond aan de zijkant van het hoofd en een hersenschudding opgelopen. Verdachte ontkent aangever tegen zijn hoofd te hebben getrapt. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever. Bovendien heeft verdachte bekend aangever geschopt te hebben. De rechtbank volgt de verklaring van aangever dat ook verdachte tegen het hoofd van aangever heeft geschopt. Daarmee is het meer subsidiaire feit wettig en overtuigend bewezen inclusief het kwalificerend gevolg.

Feit 2 en feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van beide feiten moet worden vrijgesproken. Verdachte ontkent aangever [slachtoffer 5] bedreigd of uitgescholden te hebben. Hij zou de uitlatingen van zijn medeverdachten hebben vertaald naar meer vriendelijke uitspraken. Aangever deed de deur van zijn restaurant op slot toen verdachte en zijn medeverdachten binnen waren. Er was toen nog geen strafbaar feit gepleegd en van een burgerarrestatie was om die reden geen sprake. Door de deur op slot te doen was er sprake van een wederrechtelijke vrijheidsberoving door aangever. Verdachte en zijn medeverdachten mochten daarom de deur vernielen om het restaurant te kunnen verlaten.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever heeft verklaard dat een jongen op 1 oktober 2024 zijn restaurant [restaurant] in Apeldoorn binnenkwam, eten bestelde en aan een tafel ging zitten. Niet veel later kwam een andere jongen (aanvulling rechtbank: verdachte) binnen en pakte achter de kassa een blikje Redbull. Aangever zei tegen verdachte dat het niet toegestaan is om zelf drinken te pakken zonder te betalen. De andere jongen, de medeverdachte, begon daarna direct te schreeuwen in het Nederlands en Arabisch: "Ik ga jouw zaak in de brand zetten", "Morgen is jouw zaak er niet meer. Ik ga het in de brand steken". Aangever is zelf beide talen machtig. Aangever zei tegen verdachte en de medeverdachte dat zij moesten vertrekken. Toen zeiden beiden: "Je moeder is een hoer". "Wij komen terug met onze familie met mitrailleurs en we schieten jullie overhoop". Aangever heeft hen toen uit het restaurant gezet. Verdachte en zijn medeverdachte bleven voor het restaurant staan en staken middelvingers op naar aangever en zijn personeel. Toen zij na vijftien minuten nog steeds voor het restaurant stonden, heeft aangever de politie gebeld. Ongeveer vijf minuten later voegden zich nog 3 medeverdachten bij verdachte en de andere jongen voor het restaurant. Zij begonnen direct in zowel Nederlands als Arabisch te schreeuwen: "Ik maak jullie allemaal af", "We steken het restaurant in de brand", "We schieten jullie dood", "Kom maar naar buiten, waarom doen jullie zo tegen ons". Verdachte en zijn medeverdachten kwamen daarna in het restaurant. Aangever heeft daarom de deuren op slot gedaan in afwachting van de politie. Toen verdachte en zijn medeverdachten dat hoorden, begonnen zij tegen de glazen deur te trappen. Na enkele minuten barstte de ruit van de deur en gingen alle vijf de jongens weg.

Een medewerker van het restaurant heeft als getuige verklaard dat één van de jongens ongevraagd drinken pakte uit de koelkast. Toen hij daarop werd aangesproken, flipten de jongens. Zij riepen dat zij de zaak omver zouden gooien en dat zij hen zouden neerschieten. Daarna gingen zij naar buiten. Korte tijd later kwamen er drie jongens bij en gingen alle jongens het restaurant weer binnen. Daar begonnen zij te schelden in het Arabisch en pakten zij borden. De getuige hoorde dat de jongens hen bedreigden met de dood. Ook haalden zij een aantal keer hun vinger over hun keel en gooiden zij met borden. Daarna vernielden zij de glazen deur en renden zij weg.

Verdachte heeft verklaard dat hij inderdaad een blikje Redbull uit de koelkast pakte, dat er daarna door in ieder geval zijn vriend in het restaurant gescholden werd en dat zijn vriend de eigenaar bedreigde. Verdachte en zijn vriend gingen naar buiten. Daarna ging verdachte samen met meerdere jongens weer naar binnen omdat zijn vriend het wilde uitpraten of uitvechten. Binnen liep het uit de hand volgens verdachte. Hij en de anderen hebben een ruit van een deur vernield en zijn weggegaan.

De bedreiging

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met openlijk geweld, enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling of brandstichting is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat openlijk geweld zou worden begaan, hij het leven zou kunnen verliezen/zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen of brand zou worden gesticht. Voorts is vereist dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. De rechtbank ziet in dit geval geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever dat zowel verdachte als zijn medeverdachte tijdens de eerste confrontatie in het restaurant bedreigingen hebben geuit die tegen het restaurant, de gezondheid of het leven van de aangever gericht waren. De verklaring van aangever wordt namelijk ondersteund door de getuigenverklaring en deels door de verklaring van verdachte zelf dat in ieder geval zijn vriend bedreigingen heeft geuit. De rechtbank vindt daarmee de tenlastegelegde bedreiging bewezen. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat één van de jongens op enig moment voorwerpen (mes, vork of borden) richting aangever heeft bewogen. Van dit deel van de tenlastelegging spreekt de rechtbank verdachte vrij.

De vernieling

Niet in geschil is dat verdachte en zijn medeverdachten de deur hebben vernield. De vraag is of de verdachten de deur mochten vernielen in het kader van een wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Zoals de rechtbank hierboven heeft vastgesteld, had al een strafbaar feit plaatsgevonden toen alleen verdachte en zijn medeverdachte in het restaurant waren, namelijk de bedreiging. Aangever had ook al de politie gebeld omdat verdachte en zijn medeverdachte na de bedreiging voor het restaurant bleven hangen en handgebaren maakten. Aangever was naar het oordeel van de rechtbank al na het eerste incident bevoegd om de jongens binnen te houden in afwachting van de komst van de politie, maar dat is toen niet gebeurd. Vervolgens kwamen verdachte en de medeverdachte opnieuw het restaurant binnen. Dit keer samen met drie andere jongens. In het restaurant begonnen verdachte en zijn medeverdachten opnieuw met het uiten van bedreigingen. Ook werden borden gegooid. Op dat moment heeft aangever de jongens in het restaurant gehouden door de deur op slot te doen en daar was hij toe bevoegd op de voet van artikel 53 lid 1 en 3 Sv; er was sprake van aanhouding op heterdaad. Aangever ging daarmee ook niet verder dan noodzakelijk in afwachting van de komst van de politie. Van een wederrechtelijke vrijheidsberoving zoals door de raadsman is bepleit, is dan ook geen sprake. De rechtbank vindt de vernieling van de ruit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft dit feit bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid Sv).

Bewijsmiddelen

Feit 5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid Sv).

Bewijsmiddelen

Feit 6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft dit feit bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid Sv).

Bewijsmiddelen

Parketnummer 16/356397-24

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ontkend zijn medeverdachten te hebben geholpen met het stelen van fietsen.

Beoordeling door de rechtbank

Meerdere verbalisanten gingen op 8 november 2024 naar het station in Den Dolder toe. Er was een melding gedaan over personen die mogelijk fietsen zouden stelen. Daar aangekomen trof een van de verbalisanten verdachte en medeverdachte [slachtoffer 6] aan. Zij liepen op dat moment naar de fietsenstalling. Verdachte had een fietspomp vast en liet deze vallen. Bij hen op de grond lag een opengebroken fietsslot. De andere verbalisanten troffen drie jongens aan op fietsen, medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Op deze fietsen zaten geen sloten meer of de sloten ervan waren opengebroken. In de fietsenstalling lagen meerdere losse fietssloten, een los spatbord en andere losse slotonderdelen.

Door medeverdachte [medeverdachte 1] is verklaard dat alle vijf jongens fietsen aan het stelen waren. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij naar Utrecht en Amsterdam wilde maar geen treinkaartje had. Hij en de anderen werden daarom de trein uitgezet. Lopend naar Utrecht bleek te ver. Daarom werden er fietsen gestolen. Als er een gestolen fiets beschikbaar was, zou verdachte daarop gaan fietsen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de verklaring van de medeverdachte, verdachte zelf en het aantreffen van verdachte met een fietspomp en naast hem een opengebroken fietsslot, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van fietsen.

3. De bewezenverklaring

Parketnummer 16/356397-24:

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/024821-25:

1. primairhij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) en/of een mobiele telefoon en/of een fiets en/of een bankpas en/of een OV-kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elk geval enig(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n) door - zakelijk weergegeven - - voor de fiets van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gaan staan en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of - een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/of van de fiets af moeten stappen en/of - die [slachtoffer 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moet geven, althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking;

en subsidiair:

hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(e) geldbedrag(en) en/of een mobiele telefoon en/of een fiets n/of eenbankpas en/of een OV- kaart en/of een identiteitskaart en/of een schoolpas, in elkgeval enig(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren),dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] .[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezelden/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aanhet misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren, door - zakelijk weergegeven -- voor de fiets van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gaan staan en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (hierdoor) te doen stoppen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toe te voegen dat zij moeten stoppen en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te vragen wat ze bij zich hebben en/of - een mes te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand en/of op borsthoogte van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toe te voegen dat zij af moeten geven wat ze hebben en/of van de fiets af moeten stappen en/of - die [slachtoffer 1] toe te voegen dat hij zijn telefoon en/of de bijbehorende code af moet geven, althans woorden en/of handelingen van gelijke aard en/of strekking;

2. primairhij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een of meer goed(eren) naar zijn/hun verdachte(s) gading, in elk geval een geldbedrag en/of enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(n) met dat opzet - op die [slachtoffer 3] af te lopen en/of die [slachtoffer 3] staande te houden en/of - die [slachtoffer 3] een mes te tonen en/of voornoemd mes in de richting en/of op zeer korte afstand van die [slachtoffer 3] te houden en/of te richten en/of gericht te houden en/of - die [slachtoffer 3] (daarbij) - zakelijk weergegeven - toe te voegen "geef mij jouw money", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 3.hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Nijmegeneen wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie,te weten een meszijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandighedenwaaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomendat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigenheeft gedragen.

Parketnummer 05/318112-24:

1. meer subsidiair: hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Apeldoornopenlijk, te weten op/aan het Stationsplein/bij het station Apeldoorn, in elk geval op ofaan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4] ,door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)- met een powerbank, althans met een soortgelijk hard voorwerp, en/of met dehanden/vuisten in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te slaan en/of testompen en/of- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te trappen,terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weteneen gebroken neus en/of een (zware) hersenschudding en/of een gat in het hoofd,voor die [slachtoffer 4] ten gevolge heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te Apeldoorn,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens)[slachtoffer 5] heeft bedreigd met- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of- zware mishandeling, en/of- brandstichting,door die [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen: "ik maak jullie allemaal af!"en/of "we steken het restaurant in brand!" en/of "we schietenjullie dood!", althans de woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of dooreen mes en/of een vork en/of een of meer borden, althans een of meer voorwerpen,te pakken en/of in de richting en/of op korte afstand van die [slachtoffer 5] te houdenen/of met voornoemde voorwerpen een of meer bewegingen in de richting van die[slachtoffer 5] te maken, althans handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3.hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te Apeldoorntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenopzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruiten/ramen en/of borden, in elk gevalenig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of aan restaurant [restaurant][restaurant] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

4.hij op of omstreeks 20 september 2024 te Nunspeettezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,- een of meer paar schoenen (Intersport) en/of- drie paar sokken (Intersport) en/of- drie paar handschoenen (Intersport) en/of- twee paar sokken (Action) en/of- twee hemden (Action) en/of- sporthandschoenen (Action) en/of- een bluetooth box (Action en/of- oordopjes (Action) en/of- een tas (Action),in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan de Intersport Meijersen/of aan de Action, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;

5.hij op of omstreeks 25 september 2024 te Arnhemtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een (lok)fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan politieEenheid Oost- Nederland, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen;

6. primairhij op of omstreeks 11 september 2024 te Apeldoorntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een trainingspak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan The Ahtlete'sFoot, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen;

hij op of omstreeks 8 november 2024 te Den Dolder, gemeente Zeisttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer fietsen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan onbekendgebleven personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich detoegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg tenemen fietsen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braaken/of verbreking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/024821-25:

feit 1 primair en subsidiair:

de eendaadse samenloop van

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2 primair:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 3:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Parketnummer 05/318112-24:

feit 1 meer subsidiair:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft

feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met openlijk in verenging geweld plegen tegen personen en goederen en met brandstichting, meermalen gepleegd

feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 6 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen

Parketnummer 16/356397-24:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

5. De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

Parketnummer 05-318112-24, feit 1:

Het standpunt van de verdediging

Ter terechtzitting heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte primair heeft gehandeld uit noodweer, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bij het bewezenverklaarde openlijk geweld tegen aangever [slachtoffer 4] . Er was sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door aangever bij medeverdachte [medeverdachte 1] . Aangever probeerde [medeverdachte 1] te wurgen zo blijkt uit de verklaring van verdachte. Het was zeer noodzakelijk voor verdachte om deze noodsituatie te stoppen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte daarmee zijn leven heeft gered. Verdachte heeft geweld toegepast dat in redelijke verhouding stond met de wederrechtelijke aanranding, namelijk vuistslagen uitgedeeld tegen de neus van aangever.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte en [medeverdachte 1] aangever dusdanig te grazen hebben genomen dat dit niet gaat om het halen van iemand uit een noodsituatie. Uit het dossier volgt ook niet dat [medeverdachte 1] door aangever in een wurggreep werd gehouden.

De beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eigen of andermans lijf. Volgens verdachte zou zijn medeverdachte en vriend [medeverdachte 1] in een wurggreep zijn gehouden door aangever. Deze verklaring van verdachte heeft hij eerst ter zitting afgelegd. De verklaring vindt geen steun in het dossier. Zo heeft [medeverdachte 1] zelf niet verklaard over een wurggreep in de vele verhoren maar spreekt hij over een duw Uit de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 1] volgt bovendien niet eenduidig wanneer en waar het vermeende geweld door aangever is gebruikt. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat de feitelijke toedracht onvoldoende aannemelijk is geworden. De rechtbank verwerpt daarom het verweer.

Alle bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar, nu geen andere omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

De raadsman van verdachte heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat sprake was van noodweerexces. Dit verweer kan niet slagen omdat de rechtbank, zoals hiervoor overwogen, van oordeel is dat de door de verdediging gestelde feitelijke toedracht onvoldoende aannemelijk is geworden.

Verdachte is strafbaar, nu geen andere omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

6. De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 167 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten en een proeftijd van twee jaar. Aan die proeftijd dienen de bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering. Daarnaast heeft de officier van justitie geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die werkstraf.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan verdachte jeugddetentie op te leggen conform de eis van de officier van justitie. Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht om geen onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Strafblad

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een korte tijd veelvuldig schuldig gemaakt aan (ernstige) strafbare feiten. Zo heeft verdachte in september 2024 meerdere diefstallen in vereniging gepleegd bij winkels in Nunspeet en Apeldoorn. In oktober 2024 heeft verdachte zich samen met medeverdachten misdragen in een restaurant in Apeldoorn. Hij heeft daar de eigenaar bedreigd, met borden gegooid en een glazen deur vernield. Ook heeft verdachte openlijk geweld gepleegd tegen een man op het station van Apeldoorn. Deze man heeft een gebroken neus, hersenschudding en wond aan zijn hoofd opgelopen. In november 2024 heeft verdachte in vereniging een lokfatbike in Arnhem gestolen en meerdere fietsen van een station in Den Dolder. Tot slot heeft verdachte zich in januari 2025 schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, diefstal met geweld en een afpersing samen met zijn medeverdachte(n). Eerst is een jongeman aan de Smidsestraat in Nijmegen staande gehouden en om geld gevraagd. Daarbij werd ook een mes getoond. Deze jongeman zag kans weg te rennen waardoor deze afpersing bij een poging bleef. Vervolgens was verdachte diezelfde nacht betrokken bij een afpersing en diefstal met geweld op de Snelbinder in Nijmegen. Daar werden twee jongemannen op een fiets tot stoppen gemaand, werd hen een mes getoond en moesten zij de fiets en persoonlijke spullen afstaan. Verdachte had het mes in zijn bezit. Al deze strafbare feiten (tien in totaal) zorgen voor veel angst en onrust bij de slachtoffers. Bovendien leiden deze feiten ook tot onrust en angst in de maatschappij. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.

De straf

Bij dit soort ernstige strafbare feiten schrijven de oriëntatiepunten die rechtbanken hanteren, onvoorwaardelijke jeugddetentiestraffen voor. Verdachte is in 2024 en begin 2025 weliswaar veelvuldig met politie en justitie in aanraking gekomen maar heeft sinds zijn aanhouding en daarna de schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaken een positieve ontwikkeling laten zien. Hij verblijft nu op een gesloten groep en doet het daar goed, gaat naar school en leert Nederlands. Desondanks vindt de rechtbank, net zoals de Raad voor de Kinderbescherming, dat een duidelijk signaal naar verdachte moet worden afgegeven dat dit gedrag onacceptabel is en consequenties heeft. Om de positieve ontwikkeling van verdachte niet te doorkruisen en om zijn verblijf op de gesloten groep te kunnen voortzetten, zal de rechtbank verdachte niet terug de jeugdgevangenis in sturen. De rechtbank legt aan verdachte op een jeugddetentie voor de duur van 169 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten (79 dagen). De rechtbank wijkt hiermee inhoudelijk gezien niet af van de eis van de officier van justitie, nu zij tot een andere telling van de duur van het voorarrest komt en het de uitdrukkelijke bedoeling van de officier van justitie was dat verdachte op dit moment niet terug hoeft naar de jeugddetentie. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijk deel van de straf een proeftijd van twee jaar en de volgende bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad van de Kinderbescherming:

De rechtbank zal de jeugdreclassering van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland opdracht geven toezicht te houden op verdachte en hem verder te begeleiden in het nakomen van de aan hem opgelegde voorwaarden.

Zoals ook door de Raad in de rapportage is omschreven, moet verdachte een duidelijk signaal krijgen dat zijn gedrag voorheen onacceptabel was en dat consequenties volgen. Gelet daarop en gelet op de ernst en veelvoud van de feiten legt de rechtbank daarom ook een taakstraf in de vorm van een werkstraf aan verdachte op voor de duur van 100 uren. Als verdachte deze werkstraf niet naar behoren uitvoert, moet hij 50 dagen in jeugddetentie uitzitten.

De rechtbank zal het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opheffen. Dit gelet op de duur van de voorlopige hechtenis die verdachte al heeft ondergaan.

7. De beoordeling van de civiele vorderingen

Parketnummer 05/024821-25:

Feit 1

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 140,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, hoofdelijkheid en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de vordering niet is onderbouwd.

De beoordeling door de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Uit de stukken in het dossier blijkt dat van de benadeelde sleutels, een OV-kaart en een telefoonhoesje zijn afgenomen en dat deze spullen niet teruggevonden zijn. Ook blijkt dat de fiets van aangever wel is teruggevonden maar gerepareerd moest worden. De gevorderde bedragen voor deze goederen en de reparatie zijn weliswaar niet onderbouwd maar komen de rechtbank redelijk en gebruikelijk voor zodat de rechtbank deze zal vaststellen op het gevorderde bedrag. Verdachte is daarom tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

De rechtbank wijst de vordering (€ 140,-) in zijn geheel toe.

Verdachte is bij gebreke aan een gestelde of anderszins gebleken ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van indiening van de vordering, 26 februari 2025.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Voor zowel de vordering als de schadevergoedingsmaatregel geldt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.

De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.

Parketnummer 05/318112-24:

Feit 1

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 360,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij (deels) kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, hoofdelijkheid en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor de hoogte van het bedrag dient de rechtbank gebruik te maken van de schattingsbevoegdheid.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vordering af te wijzen dan wel de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering gelet op het bepleite ontslag van alle rechtsvervolging. Ook is de vordering niet onderbouwd. Indien de rechtbank wel van oordeel is dat een deel kan worden toegewezen, moet rekening worden gehouden met eigen schuld van de benadeelde partij (artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek).

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

Gelet op de ontbrekende onderbouwing en de gemotiveerde betwisting is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:

De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen en komt daarmee in aanmerking voor immateriële schadevergoeding. Gelet op soortgelijke gevallen is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van € 1.000,- passend en toewijsbaar is. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Eigen schuld is naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde gelet op de verworpen noodweer en noodweerexces verweren en het feit dat het beroep op eigen schuld voor het overige niet is onderbouwd.

Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het strafbare feit, 6 oktober 2024.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Voor zowel de vordering als de schadevergoedingsmaatregel geldt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.

De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.

Feit 2 en feit 3

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in verband een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.050,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij (deels) kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, hoofdelijkheid en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor de hoogte van het bedrag dient de rechtbank gebruik te maken van de schattingsbevoegdheid.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vordering af te wijzen dan wel de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Zonder enige onderbouwing kan de rechtbank geen gebruik maken van de schattingsbevoegdheid.

De beoordeling door de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Uit de stukken in het dossier blijkt dat de glazen deur is vernield. Het bedrag voor de reparatie hiervan is weliswaar niet onderbouwd maar komt de rechtbank redelijk en gebruikelijk voor gelet op de aard van de schade. Verdachte is daarom tot vergoeding van deze schade (€ 850,-) gehouden zodat dat deel van de vordering zal worden toegewezen. Voor de overige gevorderde posten verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Uit het dossier blijkt niet hoeveel borden en welke soort borden zijn vernield. Ook is de gemiste omzet in zijn geheel niet onderbouwd.

Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van indiening van de vordering, 25 oktober 2024.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Voor zowel de vordering als de schadevergoedingsmaatregel geldt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.

De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.

Feit 5

De benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Nederland heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.250,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De lokfatbike was geheel vernield omdat de daders deze in het water hadden achtergelaten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en hoofdelijkheid.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen over de vordering.

De beoordeling door de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het bedrag is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor. Verdachte is daarom tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

De rechtbank wijst de vordering in zijn geheel toe.

Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het strafbare feit, 25 september 2024.

Voor de vordering geldt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 285, 311, 312, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 169 (honderdnegenenzestig) dagen;

bepaalt dat van die jeugddetentie 90 (negentig) dagen niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en

stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

zich laat diagnosticeren en/of behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling;

meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding;

verblijft in een instelling voor beschermd of begeleid wonen, te bepalen door de jeugdreclassering, zodra de gesloten plaatsing van verdachte is gestopt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de jeugdreclassering opstelt;

alles voor zover en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt;

geeft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming & Jeugdreclassering Gelderland te Nijmegen de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

onder de voorwaarden dat verdachte:

beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

en

een taakstraf, te weten een werkstraf van 100 (honderd) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen:

05-024821-25 [slachtoffer 1]

05-318112-24 [slachtoffer 4]

05-318112-24 [slachtoffer 5]

05-318112-24 Politie-eenheid Oost-Nederland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?