RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/456723 / HA ZA 25-373
Vonnis in incident van 31 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SLAGBOOM BEHEER B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Slagboom,
advocaat: mr. G.M. van den Bergh,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. P.A.H. Tjong-A-Hung.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 september 2025 met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele en reconventionele vorderingen met producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.
2. Het geschil in het incident
Slagboom stelt in de hoofdzaak dat zij geld heeft uitgeleend aan [gedaagde] . Volgens Slagboom heeft [gedaagde] niet voldaan aan zijn verplichting om dit bedrag terug te betalen. Daarom vordert Slagboom betaling van het uitgeleende bedrag met rente en kosten.
Volgens [gedaagde] heeft hij niet van Slagboom maar van haar toenmalige bestuurder in privé geld geleend. Om die reden vordert [gedaagde] dat de rechtbank Slagboom bij vonnis in het incident niet-ontvankelijk verklaart.
Slagboom stelt dat niet haar bestuurder in privé maar zij zelf, dus de vennootschap, aan [gedaagde] geld heeft geleend. Bij een incidenteel beroep op niet-ontvankelijkheid worden de formele en processuele aspecten beoordeeld, waardoor niet meer wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Om vast te stellen met wie [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten, is een inhoudelijke behandeling van het geschil noodzakelijk. De incidentele vordering is daarom niet of onvoldoende processueel en moet worden afgewezen, aldus Slagboom.
3. De beoordeling
in het incident
Op incidentele vorderingen wordt eerst en vooraf beslist indien de zaak dit meebrengt (artikel 209 Rv). [gedaagde] vordert dat Slagboom niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat hij niet van Slagboom maar van haar bestuurder in privé geld heeft geleend; Slagboom betwist dit gemotiveerd.
Deze incidentele vordering heeft dus naar haar aard en inhoud betrekking op het materiële geschil tussen partijen. Dit materiële karakter brengt in beginsel met zich dat hierop niet in incident wordt beslist. In dit geval vergt de vordering meer dan een summiere inhoudelijke behandeling, waarvoor niet in incident maar in de hoofdzaak ruimte bestaat. Ook de belangen van partijen en het belang van een doelmatige procesvoering brengen in dit geval niet mee dat ten aanzien van deze vordering een voorafgaande behandeling en beslissing redelijkerwijs geboden is (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BU8176). De rechtbank zal de incidentele vordering van [gedaagde] dan ook afwijzen.
De rechtbank houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak.
in de hoofdzaak
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord een vordering in reconventie ingesteld. Slagboom zal in de gelegenheid worden gesteld daarop bij conclusie van antwoord in reconventie te reageren. Daartoe wordt de zaak naar de rol verwezen zoals vermeld in de beslissing.
Iedere beslissing zal worden aangehouden.
4. De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst de vordering af;
houdt de beslissing over de proceskosten van dit incident aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak,
in de hoofdzaak
stelt Slagboom in de gelegenheid tot het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie,
verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van 11 februari 2026,
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.
954/2075