RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Parketnummers: 05/118048-21, 05/136795-21 (gev. ttz), 05/157183-21 (gev. ttz)
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene], (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],
verblijvende op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) [FPA] aan de [adres] in ([postcode]) [plaats 1].
Raadsvrouw mr. J.C.H. Pronk, advocaat in Apeldoorn.
Procedure
Betrokkene is op 8 juni 2023 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 8 juni 2023.
Bij vordering van 14 april 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de reclassering van 7 april 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de voortgangsverslagen;
- het advies van psychiater Gerritsen, van 26 maart 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren.
Ter zitting van 13 juni 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- haar raadsvrouw mr. J.C.H. Pronk;
- de reclasseringswerker, en
- de officier van justitie.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De raadsvrouw van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege belaging.
Stoornis
Uit de rapporten van de reclassering en de psychiater blijkt dat betrokkene momenteel lijdt aan een chronische vorm van schizofrenie op basis van aanhoudende positieve symptomen (wanen), milde negatieve symptomen (enigszins vlak effect en beperkte activiteiten), cognitieve achteruitgang (samenhangend met de schizofrenie) en een neerwaartse lijn in het sociaal-maatschappelijk functioneren.
De stoornis is dus nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
In het advies van de reclassering staat -onder meer- het volgende vermeld:
“Mevrouw [betrokkene] kan ze zich inmiddels indenken wat haar delicten met de slachtoffers heeft gedaan. Haar schuldgevoel naar de slachtoffers toe vertaalt zich in diverse angsten voor de slachtoffers. Medicamenteus zijn de wanen niet te behandelen en men tracht middels cognitieve gedragstherapie deze angst enigszins uit te dagen en om te buigen. Dit biedt enig resultaat, waardoor ze over de gehele linie genomen emotioneel gezien iets stabieler is. Betrokkene neemt haar medicatie onder toezicht in, maar toont daar weinig intrinsieke motivatie voor. Volgens de kliniek is het behandelplafond bereikt en is het nu een kwestie van monitoren van het behaalde door een forensisch fact-team binnen een forensische RIBW. Een dergelijke woonplek moet echter nog gevonden worden. Bij het wegvallen van het kader achten wij de mogelijkheid aanwezig dat betrokkene inname van de medicatie staakt waardoor de risico's omhoog gaan. Het aanblijven van het tbs kader achten wij dan
ook noodzakelijk om de inname van de medicatie te monitoren en om een gedegen langdurige woonplek voor betrokkene te vinden. Mogelijkheden voor zelfstandig wonen worden niet gezien door de kliniek en de reclassering en controle voor medicatie-inname zal waarschijnlijk te allen tijd noodzakelijk blijven.”
Uit de toelichting van de deskundige ter zitting blijkt dat betrokkene zich goed inzet. Wel is er recent een waarschuwing aan betrokkene gegeven omdat betrokkene geld heeft overgemaakt naar [naam], terwijl er sprake is van een contactverbod. Soms is het voor betrokkene dus lastig om de gestelde voorwaarden na te leven. Er is een nieuw risicoplan opgemaakt. Betrokkene kan kwetsbaar worden bij onregelmatigheden. Dit komt vermoedelijk voort uit wanen. Gelet op dit incident is er besloten om betrokkene eerst klinisch te laten doorstromen en daarna pas door naar een RIBW-plek te laten gaan. Het opgezette plan om door te stromen naar een andere kliniek staat nog steeds en op dit moment wordt gekeken of de kliniek in Heiloo een geschikte kan zijn.
Recidivegevaar
Uit het rapport van de psychiater blijkt -onder meer- het volgende:
“Onder de huidige omstandigheden – verblijf bij Fivoor FPA [plaats 2] in het kader van de
lopende tbs-maatregel met voorwaarden en reclasseringstoezicht – wordt het
recidiverisico nu als laag ingeschat. Dit risico zou mogelijk kunnen oplopen tot matig als
betrokkene meer vrijheden krijgt. Zij is echter bang om naar buiten te gaan.
Indien de tbs-maatregel met voorwaarden in een hypothetische situatie nu zou worden
opgeheven en betrokkene niet terug kan vallen op professionele
behandeling/begeleiding, dan wordt de kans op herhaling van stalking en smaad zowel
op de korte termijn (binnen zes maanden) als op de (middel)lange termijn (zes
maanden tot twee jaar en langer dan twee jaar) als hoog ingeschat. Het is de
verwachting dat betrokkene dan haar medicatie zal staken en toenemend
psychotisch/nog meer psychotischer dan ze nu al is zal worden en van daaruit de
slachtoffers van het indexdelict opnieuw zal gaan stalken/smaad zal toebrengen.(...)”
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen dan wel de algemene veiligheid van goederen de verlenging van de maatregel eist.
Uit het rapport van de reclassering en de toelichting van de deskundige ter zitting blijkt dat betrokkene de afgelopen periode positief heeft doorlopen. Betrokkene werkt goed mee aan behandelingen en is er zicht op overplaatsing naar een andere kliniek. Het is van belang dat de komende periode wordt gemonitord hoe het verblijf in een andere omgeving voor betrokkene gaat uitpakken. Afhankelijk hiervan, en van het resultaat van de behandelingen wordt gekeken naar de meest passende vervolgvoorziening. Hiervoor zal naar verwachting nog in ieder geval twee jaren nodig zijn.
De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.S. de Vries, (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en mr. A.P. Sno, als rechters in tegenwoordigheid van mr. E. Wisseborn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juni 2025.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.