ECLI:NL:RBGEL:2025:11590

ECLI:NL:RBGEL:2025:11590, Rechtbank Gelderland, 14-05-2025, 236094-21

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 14-05-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer 236094-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt verdachte voor sextortion van meerdere slachtoffers. Verdachte heeft hierbij expliciete foto’s van de slachtoffers openbaar gemaakt. Verdachte krijgt een taakstraf opgelegd voor de duur van 240 uren rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn. Het OM is ontvankelijk verklaard door de rechtbank omdat er geen klachtvereiste geldt.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer: 05/236094-21

Datum uitspraak : 14 mei 2025

Tegenspraak (art. 279 Sv)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1993 in [geboorteplaats],

wonende aan het [adres 1] ([postcode]) [woonplaats].

Raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2020 tot en met 22 mei 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1], door enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met smaad of smaadschrift wederrechtelijk te dwingen iets te doen en/of te dulden, te weten het antwoorden op berichten van hem, verdachte, voornoemde [slachtoffer 1] via privéberichten op Instagram de volgende berichten heeft verstuurd:-‘’als je niet reageert expose ik je foto’’ en/of;-‘’[slachtoffer 1] ik zou maar reageren voor dat ik jou fotos expose naar al je vrienden en familie’’ en/of;-‘’als je gewoon reageert doe ik niks’’ en/of;-‘' ik heb al je vrienden dus beter reageer je’’ en/of;-‘’je kan nu zeggen anders zet ik jou op Tiktok dan ziet iedereen jou dus je kan beter reageren voor ik het doe’’ en/of;-‘’ik kan ook je nudes sturen naar waar je werkt he dus je kan wel stoer negeren maar dat wil je niet dat ik jou fotos doorstuur naar je werk’’terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 mei 2020 tot en met 26 juni 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, een afbeelding van seksuele aard van een persoon, te weten:- een (bewerkte) foto waarop te zien is dat [slachtoffer 1] met ontbloot onderlichaam voorovergebukt staat en/of;- een (bewerkte) foto waarop te zien is dat [slachtoffer 1] met ontbloot onderlichaam voorovergebukt staat met achter haar het ontblote onderlichaam van een man, wat de indruk wekt dat zij, [slachtoffer 1], (van achteren) gepenetreerd wordtopenbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze afbeelding opzettelijk en wederrechtelijk was vervaardigd en/of dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn;

feit 3 hij in of omstreeks de periode van 28 mei 2020 tot en met 26 juli 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2], door op verschillende data en/of tijdstippen in voormelde periode veelvuldig/meerdere seksueel getinte privéberichten en/of privéberichten van dreigende of dwingende aard via LinkedIn en/of Instagram naar voornoemde [slachtoffer 2] te sturen, met het oogmerk die [slachtoffer 2] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

feit 4 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 maart 2020 tot en met 6 mei 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 3], door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met smaad of smaadschrift gericht tegen voornoemde [slachtoffer 3], die [slachtoffer 3] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen en/of te dulden, te weten het antwoorden op berichten van hem, verdachte, door:voornoemde [slachtoffer 3] via privéberichten op Instagram-(bewerkte) foto’s van haar, [slachtoffer 3], ontblote lichaam te sturen en/of-de/het volgend(e) bericht(en) te sturen: ‘’you want this getting exposed? You better reply me’’ en/of ‘’if you reply I won’t show them’’ en/of ‘’you want me to show all your friends’’ en/of ‘’ believe me I won’t expose you! But you neet to talk! I got a lot of pictures of you and videos naked. If you are smart person you just talk to me’’ en/of ‘’I want you to make me cum. Okay than I won’t expose nothing’’ en/of ‘’please speak or I post all your pictures online. You got 1 hour’’ en/ofde broer van voornoemde [slachtoffer 3] via Instagram de volgende privéberichten te sturen: 'tell [slachtoffer 3] she has to contact me. Because I have alot of pictures and videos of her. Naked'';

feit 5 hij in of omstreeks de periode van 14 september 2020 tot en met 20 oktober 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 4], door:- veelvuldig seksueel getinte privéberichten en/of privéberichten van dreigende aard of strekking via Instagram naar voornoemde [slachtoffer 4] te sturen en/of;- veelvuldig te bellen naar voornoemde [slachtoffer 4];met het oogmerk voornoemde [slachtoffer 4] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;feit 6hij in op of omstreeks de periode van 18 april 2020 tot en met 20 augustus 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, een of meerdere afbeelding(en) van seksuele aard van een persoon, te weten:- een foto waarop het (deels) ontblote lichaam van voornoemde [slachtoffer 5] te zien is en/of- een foto waarop de billen van voornoemde [slachtoffer 5] te zien zijn;openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking voor die persoon nadelig kon zijn;

feit 7 hij op één of meer tijdsstippen in of omstreeks in de periode van 18 april 2020 tot en met 20 augustus 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 5], door enige andere feitelijkheid en/of bedreiging met enige andere feitelijkheid en/of bedreiging met smaad of smaadschrift, wederrechtelijk te dwingen iets te doen en/of te dulden, te weten met hem, verdachte, af te spreken door voornoemde [slachtoffer 5] via privéberichten op Snapchat de volgende berichten te sturen:-‘‘je gaat viraal moet ik meer erop zetten’’ en/of;-'’gaan we afspreken dan gooi ik ‘m eraf’’ en/of;-‘’ik kom je ophalen’’ en/of;-‘’ik verwijder als je hoofd geeft’’ en/of;-‘’wil je chillen of squaden dan gaat eraf’’terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte omdat voor de feiten 1, 4 en 7 niet aan het klachtvereiste is voldaan. Omdat deze feiten zien op het dreigen met smaadschrift in de zin van artikel 284 lid 1 onder sub 2 van het Wetboek van Strafrecht. is het klachtvereiste in de zin van artikel 284 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Bij het eerste feit ontbreekt de klacht van aangeefster volledig. In het geval van het vierde feit is er een klacht ingediend die ziet op een verzoek tot vervolging voor wraakporno, laster en heimelijk filmen en niet op de tenlastegelegde dwang. Ook ontbreekt de handtekening van aangeefster. Bij het zevende feit is sprake van een ingediende klacht ten behoeve van vervolging voor afdreiging en niet voor het tenlastegelegde poging tot dwang. Door deze gebreken is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim, hetgeen moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan het klachtvereiste is voldaan omdat voor de klachtgerechtigden heeft vastgestaan dat zij vervolging wensten. Dit blijkt in het geval van aangeefster [slachtoffer 1] uit het feit dat zij ter terechtzitting het verzoek tot strafvervolging heeft gedaan.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging betreffende het niet voldoen aan het klachtvereiste. Uit de nader onder 3. te noemen feiten en omstandigheden, op grond waarvan de rechtbank de tenlastegelegde feiten bewezen acht, en uit de kwalificatie van die feiten onder 4., volgt dat voor de feiten waarop de verdediging haar beroep op niet-ontvankelijkheid baseert, geen klachtvereiste geldt. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de 7 tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat cliënt volledig dient te worden vrijgesproken, vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Uit het onderzoek aan de telefoon van cliënt kan niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat cliënt de persoon is die de berichten aan de aangeefsters heeft gestuurd. De accountnamen zijn niet in de gebruiksgegevens naar voren gekomen. De kale LOG-gegevens rechtvaardigen niet de conclusie dat cliënt achter de accountnamen zit. Het is evenmin duidelijk geworden wanneer bepaalde applicaties zijn geïnstalleerd en gede-installeerd. De zoekslagen die in de vorm van URL’s zijn gevonden laten slechts zien dat cliënt naar de aangeefsters gezocht heeft, maar niet wanneer en hoe vaak. De telefoon van cliënt heeft gebruik gemaakt van het IP-adres van [bedrijf], maar meerdere personen maken gebruik van dit IP-adres.

Met betrekking tot feiten 1 en 2 kan het niet worden vastgesteld dat het cliënt is geweest die de foto’s naar aangeefster heeft gestuurd, omdat deze foto’s niet op de telefoon van cliënt zijn aangetroffen. Met betrekking tot feit 3 komen uit onderzoek van de telefoon van cliënt twee zoekslagen naar aangeefster naar voren, maar deze vallen buiten de tenlastegelegde pleegperiode. Het staat niet vast dat cliënt degene is geweest achter alle accounts.

Met betrekking tot feit 4 is er geen beeldmateriaal of correspondentie met aangeefster gevonden.

Met betrekking tot feit 5 is niet vast komen te staan wie achter het e-mailaccount [e-mailadres 1] zit. Daarbij is de stemherkenning van aangeefster onbetrouwbaar als bewijs omdat aangeefster op 20 oktober 2020 tegen de politie verklaart de stem van ene [verdachte] te herkennen in een telefoongesprek van dezelfde dag, maar zij zich 10 dagen later zijn naam niet kan herinneren. Daarnaast blijkt uit de telefoongegevens niet dat vanaf het nummer van cliënt op 20 oktober 2020 naar het nummer van aangeefster is gebeld.

Met betrekking tot de feiten 6 en 7 is er op de telefoon van cliënt geen correspondentie aangetroffen met aangeefster. Cliënt kent aangeefster van vroeger waardoor het mogelijk is dat hij haar wel eens op Facebook heeft opgezocht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal eerst ingaan op feiten 5, 6 en 7 waarna zij toekomt aan de bespreking van de overige feiten.

Bewijsmiddelen feit 5

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij op dat moment werkzaam was bij [bedrijf], waar haar tijdelijke dienstverband afliep. Zij werd op 14 september 2020 gebeld door een man die zichzelf [naam 1] noemde en namens [bedrijf] belde. De man heeft aangegeven dat [bedrijf] aangeefster een vast contract wilde aanbieden. De man vroeg naar haar Instagram-account en dit heeft aangeefster aan hem gegeven. Vervolgens heeft de man foto’s van haar NAW-gegevens via Instagram gestuurd met het account @[accountnaam 1]. De persoon achter dit account heeft berichten naar aangeefster gestuurd over dat hij haar wilde zoenen en vroeg wat aangeefster allemaal over had voor het vaste contract. Hij begon over haar lippen te praten en dat zij een bepaalde kleur lippenstift op moest doen. Zij heeft aangegeven dat zij geen contact meer wilde. De man heeft vervolgens bericht dat hij langs het huis van aangeefster was gereden en benoemde dat zij tegenover de basisschool woonde en dit klopte. Vervolgens heeft de man berichten gestuurd over seks. Aangeefster heeft het account @[accountnaam 1] geblokkeerd op Instagram. De man heeft aangeefster direct gebeld. Aangeefster heeft tegen de man gezegd dat zij niet wilde dat hij haar belde en heeft opgehangen. De man heeft aangeefster continu gebeld. Aangeefster heeft nooit meer opgenomen, met uitzondering van één keer. Vanaf 14 september 2020 heeft de man meer dan 50 keer gebeld. Hij heeft elke dag minimaal 5 tot 6 keer op verschillende tijdstippen gebeld.

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij op 20 oktober 2020 gebeld is door haar stalker. Aangeefster heeft dit telefoongesprek opgenomen. Zij heeft verklaard de stem van de stalker te herkennen omdat zij direct dacht aan iemand met wie zij had samengewerkt.

Volgens de manager van aangeefster [slachtoffer 4] heeft aangeefster hem gebeld en verteld dat zij de stem van haar stalker heeft herkend; ook heeft ze zijn voornaam gedeeld. De manager heeft in zijn systeem gekeken en concludeerde dat het zou moeten gaan om [verdachte] . Aangeefster heeft bevestigd dat zij de voornaam [verdachte] heeft doorgegeven aan haar manager.

De manager van aangeefster [slachtoffer 4] heeft verklaard dat verdachte zich via het e-mailadres [e-mailadres 1] heeft voorgedaan als aangeefster [slachtoffer 4] en heeft verzocht om het telefoonnummer van [slachtoffer 4]. Er is vervolgens op 14 september 2020 een foto van de interne systemen naar het bovengenoemde e-mailadres gestuurd. De foto is gelijk aan de foto die naar [slachtoffer 4] op Instagram werd gestuurd.

Uit de historische gegevens van het telefoonnummer van aangeefster [slachtoffer 4] [telefoonnummer 1] is gebleken dat dit telefoonnummer in de periode 18 maart 2020 00.00 uur tot en met 8 oktober 2020 16.00 uur 113 keer is gebeld vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] staat op naam van [naam 2], de vriendin van verdachte.

Er is bij verdachte een Iphone 8 met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in beslag genomen. Uit onderzoek naar gegevens op deze telefoon kan worden afgeleid dat deze telefoon en dit telefoonnummer gebruikt worden door verdachte. Op deze Iphone 8 is een foto aangetroffen die overeenkomt met de profielfoto van het Instagram-account @[accountnaam 1].

Verder zijn op de Iphone 8 verschillende zoekslagen, in de vorm van URL’s, aangetroffen. Hieruit blijkt dat op meerdere manieren op Facebook naar de naam van aangeefster [slachtoffer 4] is gezocht. Ook blijkt haar adres op 14 september 2020 driemaal te zijn opgezocht. Tot slot is er ook gezocht naar het account @[accountnaam 1] op Instagram.

Belaging van [slachtoffer 4]

De rechtbank stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Wetboek van Strafrecht zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 14 september 2020 heeft aangeefster gebeld met een man die zich [naam 1] noemde. Vervolgens is het gesprek verder gegaan op Instagram, tussen het account van aangeefster en het Instagram-account @[accountnaam 1] in een privébericht. Vervolgens zijn er vanaf dit account veelvuldig seksueel getinte berichten naar aangeefster gestuurd. Ook is een foto gedeeld van de gegevens van aangeefster. Deze gegevens zijn opgevraagd bij de werkgever van aangeefster. Vervolgens wordt er door de persoon achter het account bericht dat hij langs zou komen bij haar huis. Hij heeft een bericht gestuurd dat aangeefster tegenover een basisschool woont. Aangeefster heeft het Instagram-account geblokkeerd. Vanaf 14 september 2020 tot 20 oktober 2020 wordt aangeefster meer dan 100 keer door telefoonnummer [telefoonnummer 2] gebeld op verschillende tijdstippen, waaronder in de nacht. Aangeefster heeft zowel in het privégesprek op Instagram als via de telefoon meerder malen aangegeven dat zij niet wilde dat dit soort berichten werden gestuurd en dat hij moest stoppen met haar bellen. Aangeefster heeft aangegeven dat zij de man die haar op 20 oktober 2020 heeft gebeld herkende als “[verdachte]” die bij [bedrijf] werkte. Dat uit de historische gegevens niet blijkt dat er op die datum en dat tijdstip contact is geweest wil, anders dan de verdediging betoogt, niet zeggen dat er geen – al dan niet telefonisch – contact is geweest. Niet iedere wijze van (telefonisch) contact blijkt immers uit de historische gegevens. Dit brengt daarom niet met zich dat de verklaring van aangeefster onbetrouwbaar is.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] werd gebruikt door verdachte. De profielfoto van het account @[accountnaam 1] is aangetroffen op de telefoon van verdachte. Eveneens blijkt dat op de telefoon in gebruik bij verdachte meerdere malen naar aangeefster is gezocht op Facebook. Op 14 september 2020 werd driemaal het adres van aangeefster opgezocht en ook werd naar [naam 1] gezocht.

De rechtbank leidt uit de voorgaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, af dat het verdachte is geweest die aangeefster veelvuldig heeft gebeld en de berichten heeft gestuurd van het account @[accountnaam 1].

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de onder feit 5 ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt.

Bewijsmiddelen feiten 6 en 7

Aangeefster [slachtoffer 5] heeft op 22 augustus 2020 verklaard dat zij op 18 april 2020 op Snapchat is benaderd door verschillende accounts. Door het account [accountnaam 2], met onderschrift [accountnaam 2], werd gevraagd om voor geld naaktfoto’s toe te sturen. Aangeefster heeft meerdere foto’s van zichzelf in lingerie toegezonden. Hetzelfde account vroeg daarna wederom om naaktfoto’s, anders zouden de foto’s van aangeefster openbaar worden gemaakt op TikTok. Aangeefster heeft dit geweigerd en de foto’s van aangeefster zijn op TikTok op de accounts @[accountnaam 3] en @[accountnaam 4] openbaar gemaakt. Aangeefster heeft hier geen toestemming voor gegeven. Een paar maanden later werd aangeefster benaderd door een ander Snapchataccount, [accountnaam 5], waarbij het account aangaf de persoon te kennen die de foto’s op TikTok openbaar heeft gemaakt. [accountnaam 5] heeft vervolgens een foto van zichzelf en een foto van een bankpas met de naam [naam 3] [rekeningnummer] toegezonden.

Er is bij verdachte een Iphone 8 met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in beslag genomen. Uit onderzoek naar gegevens op deze telefoon kan worden afgeleid dat deze telefoon en dit telefoonnummer gebruik worden door verdachte. Op deze telefoon is een foto aangetroffen van een bankpas met de naam [naam 3] [rekeningnummer]. De foto’s komen overeen met de foto die aan aangeefster is toegezonden.

Op bovengenoemde Iphone 8 zijn verschillende zoekslagen, in de vorm van URL’s, aangetroffen. Hieruit blijkt dat op meerdere manieren naar de naam van aangeefster [slachtoffer 5] op Facebook is gezocht. Ook blijken er meerdere URL’s te zijn van een hotmail account [e-mailadres 2]. Tot slot blijken er ook verschillende zoekslagen te zijn gedaan op internet naar de naam [naam 4]. Aan de Iphone 8 zijn de volgende Snapchataccounts verbonden: ‘[accountnaam 2]’ en ‘[accountnaam 5]’

Het dossier bevat meerdere screenshots van het gesprek op Snapchat tussen aangeefster en het account [accountnaam 2]. Het account [accountnaam 2] stuurde in de chat een screenshot van het account @[accountnaam 3], met een foto van aangeefster in lingerie. Verder zijn de volgende berichten tussen hen uitgewisseld:

“[naam 4]

| Je gaat viraal moet ik meer erop zetten

IK

| Met jongens zoals jij

(…)

[naam 4]

| Gaan we afspreken dan gooi ik m eraf”

en

“[naam 4]

| Ik kom je ophalen”

en

“IK

| Ik wil dat je t verwijdert

[naam 4]

Haha grapjas

Ik verwijder als je hoofdgeeft”

en

“[naam 4]

Oke wat

Wil je chillen of squaden 10x

Dan gaat eraf”

en

“[naam 4]

Gaan we chillen?

Je staat op tiktok”.

Verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster [slachtoffer 5] kent van vroeger.

Feiten 6 en 7 aangeefster [slachtoffer 5]

De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

Aangeefster [slachtoffer 5] heeft foto’s van zichzelf met deels ontbloot lichaam gedeeld met het account [accountnaam 2] op Snapchat. Deze foto’s zijn vervolgens door het voormelde account openbaar gemaakt in de periode van 18 april 2020 tot 22 augustus 2020 op de TikTok accounts @[accountnaam 3], @[accountnaam 4] en @[accountnaam 6]. Vervolgens stuurde het account verschillende berichten om aangeefster te dwingen af te spreken en seksuele handelingen te verrichten, door haar berichten te sturen dat de openbaar gemaakte foto’s van TikTok zullen worden gehaald. Aangeefster is hier niet op in gegaan. Enige tijd later is aangeefster benaderd door het Snapchataccount [accountnaam 5], dat haar een foto van een bankpas stuurde. De rechtbank concludeert dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in de periode van 18 april 2020 tot 22 augustus 2020 in de Iphone 8 heeft gezeten die onder verdachte in beslag is genomen. In deze periode is het verdachte die gebruiker was van deze telefoon. Uit onderzoek aan de Iphone 8 blijkt er op die telefoon een foto te staan van dezelfde bankpas die naar aangeefster is toegezonden. Ook zijn de Snapchataccounts [accountnaam 2] en [accountnaam 5] aan deze Iphone 8 te linken. Daarnaast blijken uit deze telefoon verschillende zoekslagen naar aangeefster en kent verdachte aangeefster. Het is aldus verdachte geweest die aangeefster heeft benaderd voor de foto’s en deze openbaar heeft gemaakt. Hieruit volgt eveneens dat het verdachte is geweest die de dwingende berichten naar aangeefster heeft gestuurd.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte intieme foto’s van seksuele aard van aangeefster openbaar heeft gemaakt en aangeefster onder dreiging van enige feitelijkheid tot bepaald handelen heeft gedwongen, Verdachte heeft zich aldus aan het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt.

Bewijsmiddelen feiten 1 en 2

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij werkzaam is bij [bedrijf] te [plaats 1]. In de gang van het gebouw van [bedrijf] is een toiletruimte gelegen met een invalidentoilet. Op 9 april 2020 heeft zij een bericht op Instagram ontvangen van het account [accountnaam 7].

In het bericht stond de tekst: "Je draagt nu toch een blauwe ondergoed? Blauwe string". Aangeefster schrok toen ze dit las omdat zij die dag een blauwe string droeg. Vervolgens ontving aangeefster op Instagram bericht van het account [accountnaam 8]. Hierin stond de tekst: "Je draagt blauwe string toch hoezo negeer je me, Je weet dat ik gelijk heb. Allemaal mooie moedervlekken op je benen en dikke bil. Als je niet reageert expose ik je foto. Op je linker been veel moedervlekjes.”. Aangeefster bleef berichten krijgen van dit account, maar heeft niet gereageerd. Op 22 mei 2020 heeft aangeefster het laatste bericht van [accountnaam 8] op Instagram ontvangen. Op 26 mei 2020 heeft aangeefster een app-bericht van een vriendin ontvangen die haar printscreens van een foto stuurde. Aangeefster heeft verklaard dat zij op de foto te zien is hangend boven een toilet. Het toilet is weggehaald op de foto en er is een man achter haar gefotoshopt. Hierdoor leek het alsof aangeefster van achter werd genomen. Op 27 mei 2020 heeft aangeefster van dezelfde vriendin weer een foto ontvangen waarop zij boven het toilet hangt. Aangeefster heeft verder verklaard dat deze foto’s zijn genomen op het invalidentoilet bij [bedrijf].

In het dossier zijn meerdere screenshots opgenomen van de berichten op Instagram van het account [accountnaam 8] gericht aan het account van aangeefster. De volgende berichten staan daar in opgenomen:

“Als je niet reageert expose ik je foto (emoticon knipoog tong)

Op je linker been veel Moedervlekjes

[slachtoffer 1] ik zou maar reageren voor dat ik jou fotos expose naar al je vrienden en familie

als je gewoon reageert doe ik niks

En ik heb al je vrienden dus

@[accountnaam 9]

Ik ga nu je fotos naar iedereen sturen

[slachtoffer 1] moet ik je fotos en videos bekend maken ?

Je kan nu zeggen anders zet ik jou op Tiktok

dan ziet iedereen jou

dus je kan beter reageren

voor dat ik het doe

Ik kan ook je nudes sturen naar waar je werkt he dus je kan wel stoer negeren maar dat wil je niet dat ik jou fotos doorstuur naar je werk ;)

Je werkt als facilitair coordinator [bedrijf]

Dus beter reageer je ff”.

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft later verklaard dat er op Instagram een account was aangemaakt met haar naam. De accountnaam is [accountnaam 14]. De politie heeft het account opgezocht op Instagram. Er stonden vijf foto’s op het account van een vrouw die vermoedelijk aan het urineren is.

Op de Iphone 8 in gebruik bij verdachte (zie pagina 7 hiervoor) zijn verschillende zoekslagen, in de vorm van URL’s, aangetroffen. Hieruit blijkt dat op meerdere manieren naar de naam van aangeefster [slachtoffer 1] op Facebook is gezocht. De accounts [accountnaam 7] en [accountnaam 8] komen eveneens terug in de aangetroffen URL’s.

Bewijsmiddelen feit 3

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij werkzaam is bij [bedrijf] te [plaats 1]. Op 26 mei 2020 werd zij op LinkedIn toegevoegd door het account [accountnaam 10]. Op dezelfde dag ontving aangeefster op Instagram bericht van het account [accountnaam 8]. Inmiddels bleven de berichten van [accountnaam 10] op Linkedln binnen komen. Hij heeft bericht dat hij aangeefster kent van [bedrijf]. Later heeft hij aangeefster foto's van zijn geslachtsdeel gestuurd. Op 28 mei 2020 heeft aangeefster een volgverzoek ontvangen van het account [accountnaam 7] ([accountnaam 7]). Via het account werden de gefotoshopte foto’s van aangeefster [slachtoffer 1] toegezonden. Een dag later werd een dickpic gestuurd.

Op 26 juli 2020 heeft aangeefster [slachtoffer 2] aanvullend verklaard dat zij vanaf 16 juni 2020 wederom dagelijks berichten heeft ontvangen van het account [accountnaam 7] ([accountnaam 7]) en dat zij weer een gefotoshopte foto van aangeefster [slachtoffer 1] had ontvangen. Vanaf 16 juli 2020 begon het account in het Engels te berichten. In deze berichten stond dat hij wist waar aangeefster woonde, dat hij naar haar toe zou komen en dat hij een sleutel had van haar huis. Hij heeft ook bericht dat hij beeldmateriaal van haar huis zou hebben. Vervolgens berichtte het account voornamelijk porno talk en wat hij allemaal met aangeefster wilde doen. Op 21 juli 2020 heeft aangeefster een hele collectie spuit- en seksfoto’s ontvangen. Daarna heeft zij nog meerdere berichten van het account ontvangen.

Bij de contactgegevens van het LinkedIn profiel van [accountnaam 10] staat het e-mailadres [e-mailadres 3] gekoppeld.

Op de Iphone 8 in gebruk bij verdachte zijn verschillende zoekslagen, in de vorm van URL’s, aangetroffen. Hieruit blijkt dat op meerdere manieren op Facebook naar de naam van aangeefster [slachtoffer 2] is gezocht. De accounts [accountnaam 8] en [accountnaam 7] komen eveneens terug in de aangetroffen URL’s.

Belaging aangeefster [slachtoffer 2]

De rechtbank stelt vast dat naar aangeefster [slachtoffer 2] veelvuldig (seksueel getinte) privé berichten zijn gestuurd door verschillende accounts op verschillende sociale media. Dit heeft zich uitgestrekt over de periode van 26 mei 2020 tot en met 26 juli 2020. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van het LinkedIn profiel van [accountnaam 10] en de accounts van Instagram [accountnaam 8] en [accountnaam 7] ([accountnaam 7]), de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.

Bewijsmiddelen feit 4

Op 19 maart 2020 werd aangeefster [slachtoffer 3] benaderd door een Instagram account @[accountnaam 11]. De persoon achter dat account zond haar een afbeelding van een naaktfoto van haarzelf met de opmerking ‘Yes, look this is you right?’. Op 1 april 2020 werd aangeefster benaderd door het Instagram account @[accountnaam 12]. De profielfoto van dit account was een collage van de naaktfoto van aangeefster. Aangeefster is opgegroeid in [plaats 2]. Op 9 april 2020 zijn twee nieuwe accounts aangemaakt die aangeefster hebben bericht. Het gaat om de accounts @[accountnaam 7] en @[accountnaam 13]. Vanaf het account @[accountnaam 7] zijn dreigende berichten gestuurd. De naam van het account was [accountnaam 13], maar is [accountnaam 7] geworden.

Uit de screenshots in het dossier blijkt dat het account @[accountnaam 11] naar de broer van aangeefster de volgende berichten heeft gestuurd:

“Hi [naam 5]

Gisteren 10:55 p.m.

teil [slachtoffer 3] she have to contact me

Vandaag 12:03 a.m.

Because i have alot of pictures

and videos of her;)

naked”

Uit de screenshots in het dossier blijkt dat het account @[accountnaam 7] naar aangeefster de volgende berichten heeft gestuurd:

“[slachtoffer 3]

you want this getting exposed?

You better reply me

(…)

So you dont reply me ?

[slachtoffer 3]?

if you reply i won't show them

(…)

Why you dont talk you make it only worser

12:16 PM

[slachtoffer 3]

you want me to show all your friends ?

your nudes ?

If you want i can show them all

i want you to talk

@[slachtoffer 3]. [slachtoffer 3]

(…)

Shall i expose your picture to all your

friends yes or no ?

Just talk to me !

believe me i won't expose you !

But you need to talk !

I got alot of pictures of you and videos naked

If you are smart person you just talk to me

(…)

I want you to make me cum

okay than i wont expose nothing

(…)

Please [slachtoffer 3]??

Please speak or i post all your pictures online

you got 1 hour”.

Op de Iphone 8 in gebruik bij verdachte (zie pagina 7 hiervoor) zijn verschillende zoekslagen, in de vorm van URL’s, aangetroffen. Hieruit blijkt dat op meerdere manieren naar de naam van aangeefster [slachtoffer 3] op Facebook is gezocht. Het account [accountnaam 11] komt eveneens terug in vergelijkbare hits in de aangetroffen URL’s.

Verdachte heeft verklaard enige tijd op het adres [adres 2] te [plaats 1] te hebben gewoond. Aangeefsters [slachtoffer 3] was hier ten tijde van haar aangifte woonachtig.

Bewijsmiddelen betreffende alle feiten

Er is bij verdachte een Iphone 8 met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in beslag genomen. Uit meerdere gegevens op deze telefoon is gebleken dat deze telefoon en dit telefoonnummer gebruik worden door verdachte.

Op basis van de callhistory is vastgesteld dat de volgende Snapchat-accounts op enig moment verbonden zijn geweest aan de Iphone 8.

Er zijn verschillende IP-adressen in de Iphone 8 aangetroffen, waarvan sommige IP-adressen van het bedrijf [bedrijf] afkomstig zijn. Deze IP-adressen kwamen in de onderstaande accounts voor:

BOB 02 [accountnaam 11] BOB 05 [accountnaam 7] [e-mailadres 4] BOB 06 [accountnaam 7]BOB 07 [accountnaam 7] [e-mailadres 4]BOB 08 [accountnaam 7]BOB 09 [accountnaam 7] [e-mailadres 5] BOB 10 [accountnaam 7] [e-mailadres 5]BOB 11 [accountnaam 8] [e-mailadres 6] BOB 12 [accountnaam 8] [e-mailadres 6]BOB 19 [accountnaam 14] [e-mailadres 7]BOB 30 [accountnaam 1]

3. 185.217.210.78 185.217.210.78Dit IP-adres komt voor in de telefoon van de verdachteUit de uitslagen van de BOB vorderingen is gebleken dat dit IP-adres in de onderstaande accounts voor kwamen. BOB 02 [accountnaam 11] BOB 06 [accountnaam 7]BOB 08 [accountnaam 7]BOB 11 [accountnaam 8]BOB 12 [accountnaam 8]BOB 19 [accountnaam 14]

3. 185.217.210.78 85.145.126.99Dit IP-adres komt voor in de telefoon van de verdachte. Uit de uitslagen van de BOB vorderingen is gebleken dat dit IP-adres in de onderstaande accounts voor kwamen.[e-mailadres 8]BOB 01 [accountnaam 11]BOB 02 [accountnaam 11]BOB 03 [accountnaam 12]

Daarnaast blijken de accounts [accountnaam 8], [accountnaam 7]/[accountnaam 7] en [accountnaam 7] opgemaakt zijn op 9 april 2020.

Schakelbewijs

De rechtbank is van oordeel is van oordeel dat de feiten 5, 6 en 7 wettig en overtuigend bewezen kan worden op basis van de onder de respectievelijke kopjes benoemde bewijsmiddelen.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het gebruik van aan andere bewezen verklaarde, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs, het zogenoemde schakelbewijs, is toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte (modus operandi), welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor de te bewijzen feiten voorhanden zijnde bewijsmiddelen.

De ten laste gelegde feiten betreffen allemaal delicten die zijn begaan in dezelfde specifieke context. Uit de bewijsmiddelen is de rechtbank gebleken dat verdachte in zijn contacten met de verschillende aangeefsters telkens nagenoeg hetzelfde gedragspatroon heeft laten zien. De rechtbank stelt daarover het volgende vast:

Op bovengenoemde punten vertonen de verklaringen van aangeefsters en de overige bewijsmiddelen zodanig grote overeenkomsten op zodanig essentiële punten dat de rechtbank van oordeel is dat de afzonderlijke aangiften elkaar ondersteunen en als schakelbewijs hebben te gelden.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat het bewijsmateriaal voor het onder 5, 6 en 7 tenlastegelegde feiten op essentiële punten zodanige overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal voor de onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde feiten dat sprake is van een specifiek en herkenbaar patroon.

De rechtbank acht op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 tot en met 4.

4. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

feit 1

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2020 tot en met 22 mei 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1], door enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met smaad of smaadschrift wederrechtelijk te dwingen iets te doen en/of te dulden, te weten het antwoorden op berichten van hem, verdachte, voornoemde [slachtoffer 1] via privéberichten op Instagram de volgende berichten heeft verstuurd:-‘’als je niet reageert expose ik je foto’’ en/of;-‘’[slachtoffer 1] ik zou maar reageren voor dat ik jou fotos expose naar al je vrienden en familie’’ en/of;-‘’als je gewoon reageert doe ik niks’’ en/of;-‘' ik heb al je vrienden dus beter reageer je’’ en/of;-‘’je kan nu zeggen anders zet ik jou op Tiktok dan ziet iedereen jou dus je kan beter reageren voor ik het doe’’ en/of;-‘’ik kan ook je nudes sturen naar waar je werkt he dus je kan wel stoer negeren maar dat wil je niet dat ik jou fotos doorstuur naar je werk’’terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 mei 2020 tot en met 26 juni 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, een afbeelding van seksuele aard van een persoon, te weten:- een (bewerkte) foto waarop te zien is dat [slachtoffer 1] met ontbloot onderlichaam voorovergebukt staat en/of;- een (bewerkte) foto waarop te zien is dat [slachtoffer 1] met ontbloot onderlichaam voorovergebukt staat met achter haar het ontblote onderlichaam van een man, wat de indruk wekt dat zij, [slachtoffer 1], (van achteren) gepenetreerd wordtopenbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze afbeelding opzettelijk en wederrechtelijk was vervaardigd en/of dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn;

feit 3 hij in of omstreeks de periode van 28 mei 2020 tot en met 26 juli 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2], door op verschillende data en/of tijdstippen in voormelde periode veelvuldig/meerdere seksueel getinte privéberichten en/of privéberichten van dreigende of dwingende aard via LinkedIn en/of Instagram naar voornoemde [slachtoffer 2] te sturen, met het oogmerk die [slachtoffer 2] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

feit 4 hij opin één of meerdere tijdstippen of omstreeks in de periode van 19 maart 2020 tot en met 6 mei 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 3], door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met smaad of smaadschrift gericht tegen voornoemde [slachtoffer 3], die [slachtoffer 3] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen en/of te dulden, te weten het antwoorden op berichten van hem, verdachte, door:voornoemde [slachtoffer 3] via privéberichten op Instagram-(bewerkte) foto’s van haar, [slachtoffer 3], ontblote lichaam te sturen en/of-de/het volgend(e) bericht(en) te sturen: ‘’you want this getting exposed? You better reply me’’ en/of ‘’if you reply I won’t show them’’ en/of ‘’you want me to show all your friends’’ en/of ‘’ believe me I won’t expose you! But you neet to talk! I got a lot of pictures of you and videos naked. If you are smart person you just talk to me’’ en/of ‘’I want you to make me cum. Okay than I won’t expose nothing’’ en/of ‘’please speak or I post all your pictures online. You got 1 hour’’ en/ofde broer van voornoemde [slachtoffer 3] via Instagram het volgende privéberichten te sturen: 'tell [slachtoffer 3] she has to contact me. Because I have alot of pictures and videos of her. Naked'';

feit 5 hij in of omstreeks de periode van 14 september 2020 tot en met 20 oktober 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 4], door:- veelvuldig seksueel getinte privéberichten en/of privéberichten van dreigende aard of strekking via Instagram naar voornoemde [slachtoffer 4] te sturen en/of;- veelvuldig te bellen naar voornoemde [slachtoffer 4];met het oogmerk voornoemde [slachtoffer 4] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

feit 6 hij in op of omstreeks de periode van 18 april 2020 tot en met 20 augustus 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, een of meerdere afbeelding(en) van seksuele aard van een persoon, te weten:- een foto waarop het (deels) ontblote lichaam van voornoemde [slachtoffer 5] te zien is en/of- een foto waarop de billen van voornoemde [slachtoffer 5] te zien zijn;openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking voor die persoon nadelig kon zijn;

feit 7 hij op één of meerdere tijdsstippen of omstreeks in de periode van 18 april 2020 tot en met 20 augustus 2020 te [plaats 1], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 5], door enige andere feitelijkheid en/of bedreiging met enige andere feitelijkheid en/of bedreiging met smaad of smaadschrift, wederrechtelijk te dwingen iets te doen en/of te dulden, te weten met hem, verdachte, af te spreken door voornoemde [slachtoffer 5] via privéberichten op Snapchat de volgende berichten te sturen:-‘‘je gaat viraal moet ik meer erop zetten’’ en/of;-'’gaan we afspreken dan gooi ik ‘m eraf’’ en/of;-‘’ik kom je ophalen’’ en/of;-‘’ik verwijder als je hoofd geeft’’ en/of;-‘’wil je chillen of squaden dan gaat eraf’’terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 en feit 7 telkens:

poging tot het een ander door een feitelijkheid/bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

ten aanzien van feit 2:

openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard van een persoon, terwijl hij weet of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door of als gevolg van het opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van een afbeelding van seksuele aard van een persoon is verkregen en dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 en feit 5 telkens:

belaging;

ten aanzien van feit 4:

een ander door een feitelijkheid en een bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

ten aanzien van feit 6:

openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard van een persoon openbaar maken, terwijl hij weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn, meermalen gepleegd.

6. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis. Daarnaast vordert de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een contactverbod voor alle slachtoffers, met een proeftijd van 3 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van cliënt. Daarnaast is er sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn. De zaak is aangevangen op 19 januari 2021 en het onderzoek is afgerond op 12 april 2023. Er is aldus sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van 2 jaar.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten waarbij hij vijf slachtoffers heeft gemaakt. Hij heeft twee slachtoffers op indringende wijze belaagd door veelvuldig seksuele berichten naar hen te sturen. Belaging ofwel stalking is een zeer hinderlijk, indringend en angstaanjagend feit. Stalking heeft een grote impact op de slachtoffers, die zich daardoor ernstig beperkt voelen in hun dagelijks leven. Het continu geconfronteerd worden met ongewenste seksueel getinte berichten heeft een zeer negatief effect op de slachtoffers.

Daarnaast heeft verdachte zich ook bij meerdere slachtoffers schuldig gemaakt aan (het pogen tot) dwang. Hij dreigde bij twee slachtoffers de onrechtmatig verkregen afbeeldingen van seksuele aard openbaar te maken. Er was sprake van intimiderend gedrag om hen onder druk te zetten met hem te praten of af te spreken.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het daadwerkelijk openbaar maken van de seksuele afbeeldingen van de slachtoffers. Dit betreft een zeer ernstig delict, dat niet alleen ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer en intimiteit van het slachtoffer, maar ook kan leiden tot langdurige psychische schade, zoals ook gebleken uit een slachtofferverklaring.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen of inzicht heeft gegeven in zijn handelen. Het werkt strafverzwarend dat er sprake is van meerdere slachtoffers en het herhaaldelijk plegen van dezelfde feiten.

Redelijke termijn

De raadsman heeft betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging.

De rechtbank stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Bij verdachte is op 19 januari 2021 zijn woning doorzocht. De redelijke termijn is daardoor op dat moment aangevangen en de overschrijding daarvan is gestart op 19 januari 2023. Daarmee is de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met 2 jaar en 2 maanden, overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

Strafmodaliteit en strafmaat

De rechtbank is, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten en de straffen die in vergelijkbare gevallen doorgaans worden opgelegd, van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden in de rede had gelegen. Gelet echter op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank deze gevangenisstraf omzetten in een forse taakstraf met een voorwaardelijk deel. De rechtbank acht het niet opportuun om verdachte, die een blanco strafblad heeft, nu nog de gevangenis in te sturen. De ernst van de feiten en de hoeveelheid slachtoffers rechtvaardigen wel een forse taakstraf.

Conclusie

De rechtbank acht een taakstraf voor de duur van 240 uren waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar passend en geboden. Bij het niet of niet naar behoren uitvoeren van de taakstraf wordt deze vervangen door een hechtenis voor de duur van 120 dagen. Aan de voorwaardelijke taakstraf verbindt de rechtbank de voorwaarde, in de vorm van een contactverbod, dat verdachte gedurende de proeftijd geen contact mag opnemen met de slachtoffers.

9. De beoordeling van de civiele vorderingen

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.295,91 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding va materiële schade moet worden verklaard. De facturen van de coach zien op een traject dat zich meer dan 3 jaar na het delict heeft afgespeeld. En uit de facturen blijkt geen specificatie waar het traject uit heeft bestaan noch is dat op zitting toegelicht. Uit de toelichting blijkt bovendien geen causaal verband tussen de tenlastegelegde feiten en de schade.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot immateriële schadevergoeding gematigd moet worden omdat de aangehaalde jurisprudentie niet soortgelijk is, waardoor de bijbehorende bedragen niet van toepassing zijn. De verdediging verzoekt om het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

De verdediging wijst erop dat het niet aan verdachte te wijten is dat de vordering pas in 2025, nadat er sinds de feiten al 5 jaren waren verstreken, is ingediend en stelt zich op het standpunt dat dit gevolgen moet hebben voor de beoordeling van de gevorderde wettelijke rente. De verdediging verzoekt de wettelijke rente niet of niet volledig toe te wijzen.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Dat de kosten voor de life coach pas later zijn opgekomen is in het licht van de wachtlijsten in de zorg en de coronacrisis niet onbegrijpelijk. Het ligt in de rede dat een slachtoffer van een dergelijk feit zich niet direct aanmeldt voor psychische hulp, maar daar pas na enige tijd toe in staat is. In dat licht is de betwisting van het causaal verband door de verdediging onvoldoende gemotiveerd. De inhoud van de coach-sessies betrof de toiletvrees, waarbij werd getraind om onbevreesd naar het toilet te gaan. De bewezenverklaarde feiten zien op intieme beelden die heimelijk op een toilet zijn genomen. Dit heeft angst bij benadeelde veroorzaakt. De rechtbank is van oordeel dat deze schade aldus is ontstaan door het bewezenverklaarde. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor de kosten van de life coach volledig, te weten voor een bedrag van € 1.295,91, kan worden toegewezen.

Immateriële schade

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door de poging tot dwang en het openbaar maken van beelden van seksuele aard is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. In dit geval is van belang dat aangeefster zonder haar toestemming is gefotografeerd c.q. gefilmd op het toilet op haar werk. Een foto is ook nog bewerkt door een man achter haar te plaatsen. Twee foto’s zijn vervolgens openbaar gemaakt. De rechtbank kan niet uitsluiten dat een deel van de aantasting in de persoon is ontstaan door het heimelijk filmen. Het heimelijk filmen is geen onderdeel van deze zaak. Derhalve is voor de rechtbank niet specifiek vast te stellen welk deel van de aantasting in persoon is veroorzaakt door het bewezenverklaarde. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.000 vaststellen.

De behandeling van het overige deel van de vordering immateriële schadevergoeding levert door het voornoemde een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Verdachte is vanaf 9 april 2020 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd, zijnde de datum van het eerste jegens haar gerichte strafbare feit. Ondanks het verweer van de verdediging over het afwentelen van de wettelijke rente op de verdachte ziet de rechtbank geen gronden waarom deze kosten (deels) door de benadeelde gedragen moeten worden.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.719,44 aan materiële schade en € 1.235,66 aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij volledig niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De kosten met betrekking tot de camera’s en het plaatsen daarvan zijn van meer dan 3 jaar na het tenlastegelegde. Er bestaat onvoldoende rechtstreeks verband. De gevorderde immateriële schade is in werkelijkheid materiële schade. De factuur is van meer dan een jaar na het tenlastegelegde. Ook is niet duidelijk geworden wat de therapie precies heeft behelst. Het is onduidelijk wanneer deze is gestart of wat er is geconstateerd.

De verdediging wijst erop dat het niet aan verdachte te wijten is dat de vordering pas in 2025, nadat er sinds de feiten al 5 jaren waren verstreken, is ingediend en stelt zich op het standpunt dat dit gevolgen moet hebben voor de beoordeling van de gevorderde wettelijke rente. De verdediging verzoekt de wettelijke rente niet of niet volledig toe te wijzen.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank begrijpt met ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden dat hetgeen benadeelde onder immateriële schade heeft gevorderd, als materiële schade beschouwd moet worden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank oordeelt over de navolgende schadeposten als volgt:

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 1.433,33 kan worden toegewezen.

Verdachte is vanaf 28 mei 2020 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd, zijnde de datum van het eerste jegens haar gerichte strafbare feit. Ondanks het verweer van de verdediging over het afwentelen van de wettelijke rente op de verdachte ziet de rechtbank geen gronden waarom deze kosten (deels) door de benadeelde gedragen zouden moeten worden.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in verband met feit 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 24.605,77 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Tot slot is € 20,72 aan proceskosten gevorderd.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen met uitzondering van de verzochte schade met betrekking tot de studievertraging, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het verzoek schadevergoeding wegens studievertraging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering wegens materiële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens onderstaande redenen:

De verdediging meent verder dat kosten voor de raamfolie kunnen worden toegewezen, de kosten hiervoor moeten echter worden gedeeld met de huisgenoten.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot vergoeding van immateriële schade dient te worden gematigd. De toelichting slaat op niet tenlastegelegde feiten. De aangehaalde jurisprudentie slaat niet op het tenlastegelegde, maar op een belaging.

De verdediging wijst erop dat het niet aan verdachte te wijten is dat de vordering pas in 2025, nadat er sinds de feiten al 5 jaren waren verstreken, is ingediend en stelt zich op het standpunt dat dit gevolgen moet hebben voor de beoordeling van de gevorderde wettelijke rente. De verdediging verzoekt de wettelijke rente niet of niet volledig toe te wijzen.

Overweging van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank oordeelt over de navolgende schadeposten als volgt:

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 24.309,03 kan worden toegewezen.

Immateriële schade

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door de dwang is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. In dit geval is van belang dat aangeefster zonder haar toestemming is gefotografeerd c.q. gefilmd in de badkamer van haar woning. Dit is een zeer indringende schending van haar persoonlijke integriteit. Benadeelde is door verdachte geconfronteerd met deze beelden om haar te dwingen op hem te reageren. De rechtbank kan echter niet uitsluiten dat een deel van de aantasting in de persoon is ontstaan door het heimelijk filmen. Het heimelijk filmen is geen onderdeel van deze zaak. Derhalve is voor de rechtbank niet specifiek vast te stellen welk deel van de aantasting in persoon is veroorzaakt door het bewezenverklaarde. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.000 vaststellen.

De behandeling van het overige deel van de vordering immateriële schadevergoeding levert door het voornoemde een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

De benadeelde partij vordert verder vergoeding van de kosten die zijn gemaakt om een vordering in het strafproces te kunnen indienen en vervolgens daadwerkelijk schadevergoeding te krijgen. Het gaat hierbij om reiskosten naar het politiebureau. De rechtbank acht de kosten ter hoogte van € 20,72 volledig toewijsbaar.

Verdachte is vanaf 19 maart 2020 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd, zijnde de datum van het eerste jegens haar gerichte strafbare feit. Ondanks het verweer van de verdediging over het afwentelen van de wettelijke rente op de verdachte is het de rechtbank niet gebleken dat er een gronden zijn waarom deze kosten (deels) door de benadeelde zouden moeten worden gedragen.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

10. De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal het telefoontoestel (Omschrijving: g2449492, Apple) door middel waarvan feiten 1 tot en met 7 zijn begaan, verbeurd verklaren.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

11. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45, 139h(oud), 284 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

12. De beslissing

1. [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 1983);
2. [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 1970);
3. [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] 1998);
4. [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 5] 1982);
5. [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] 1996),
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met

zolang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt.

 veroordeelt verdachte in verband met de feiten onder 1 t/m 3 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van de volgende bedragen aan materiële schade en immateriële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

1. [slachtoffer 1] € 2.295,91april 2020

2. [slachtoffer 2] € 1.433,33mei 2020

2. [slachtoffer 3] € 25.309,03maart 2020

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade en immateriële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Gijzeling

1. [slachtoffer 1] € 2.295,91dagen

2. [slachtoffer 2] € 1.433,33dagen

2. [slachtoffer 3] € 25.309,03 161 dagen

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en immateriële schade;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart verbeurd het telefoontoestel (Omschrijving: g2449492, Apple).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?