RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummers: 05/289788-24, 05/298500-24, 05/345155-24 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 15 mei 2025
Verstek
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Bulgarije),
wonende aan [adres] , [postcode] [woonplaats] , Bulgarije.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Onder parketnummer 05/289788-24
zij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 9 september 2024 te Arnhem,
althans in Nederland,
- meerdere winkelgoederen, te weten Desporados en/of suikerwafels en/of Borek
spinazie en/of Ham-kaas croissant, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan de PLUS 997 (gevestigd op Spijkerlaan 26), in elk geval aan een ander
toebehoorde(n), en/of
- diverse kledingstukken en/of winkelgoederen, te weten onder meer sportkleding
en/of kaarsen en/of een make-up tasje en/of ondergoed en/of dobbelsteen, in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primark (gevestigd op Ketelstraat
45), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- diverse winkelgoederen, te weten verzorgingsproducten en/of sokken en/of
kledingstukken en/of haar conditioner, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan de Hema (gevestigd aan de Brouwerstraat 4), in elk geval aan een ander
toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Onder parketnummer 05/298500-24:
feit 1 zij op of omstreeks 17 september 2024 te Arnhem in het besloten lokaal een supermarkt gelegen aan Spijkerlaan 26 bij Plus,althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was haar, verdachte, met ingang van 9 september 2024 schriftelijk de toegang tot die supermarkt ontzegd voor de duur van 12 maanden;
feit 2 zij op of omstreeks 17 september 2024 te Arnhem een t-shirt en/of een trui, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Bershka (gelegen aan Vijzelstraat 4), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3 zij op of omstreeks 17 september 2024 te Arnhem een blikje bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Plus Supermarkt (gelegen aan Spijkerlaan 26), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Onder parketnummer 05/345155-24:
zij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Arnhem omstreeks 01:50, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, een mobiele telefoon van het merk OPPO, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] met haar, verdachtes, tas in het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan.
Onder parketnummer 05/289788-24
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Beoordeling door de rechtbank
Namens de Plus 997, gevestigd op de Spijkerlaan 26 te Arnhem, is aangifte gedaan door [aangever 1] . Aangever heeft verklaard dat hij op 9 september 2024 zag dat verdachte suikerwafels in haar tas deed. Vervolgens zag hij dat er een flesje Desperados in haar tas verdween. Verdachte passeerde daarna de kassa zonder de goederen te betalen. Aangever heeft verdachte aangehouden. De volgende goederen zijn bij de diefstal weggenomen: 3 flesjes Desperados, een pak suikerwafels, 2 stuks borek spinazie en een ham/kaas croissant.
De politie heeft camerabeelden van de Plus uitgekeken en heeft deze beelden als volgt beschreven:
“(...)Fragment: D06_20240909104224.mp4 Ik zie dat de camera gericht staat op de brood afdeling. (...)Ik zie dat op 06:15 minuten, de verdachte naar een ander boodschap ernaast loopt en hier een verpakking met twee Borek rollen pakt. (...)Fragment: D25_20240909104257.mp4 (...) Ik zie dat de verdachte in haar linkerhand een papieren zak vasthoud met daarin een onbekend broodje. Ik zie dat de verdachte in haar rechterhand een verpakking met twee Borek rollen vasthoud. Ik zie dat de verdachte, met haar rechterhand, de verpakking met de twee Borek rollen in de gele PME Legend tas stopt. De verdachte loopt vervolgens links in beeld een gangpad in en verdwijnt uit beeld. (...) Fragment: D13_20240909104223.mp4 Ik zie dat de camera gericht staat op de koffie/koek gangpad. (...) Ik zie op 08:15 minuten, dat de verdachte door haar knieen zakt en een verpakking met koekjes uit het schap haalt. Ik zie dat zij deze verpakking met koekjes in haar zwarte tas stopt, opstaat en wegloopt uit het gangpad”.
Op 9 september 2024 komt de politie ter plaatse bij de Plus 997 te Arnhem. Verdachte is aangehouden door het winkelpersoneel. Verdachte droeg twee tassen bij zich. In die tassen bevonden zich kleding van de Primark, waar de hangers en kaartjes nog aan zaten, en goederen van de Hema. Van deze goederen kon verdachte geen kassabon overleggen.
Namens de Primark, gevestigd op de Ketelstraat 45 te Arnhem, doet [aangever 2] aangifte. Aangever heeft verklaard dat er verschillende kledingstukken zijn weggenomen. Bij de aangifte zijn foto’s van een kassabon (trainingsmodus) en van de goederen gevoegd, met een omschrijving, waarop de volgende zaken zijn vermeld: sportkleding, ondergoed, kaarsen en een make-uptas.
Verbalisant herkent verdachte op de camerabeelden van de Primark vanwege het rode shirtje dat zij droeg in haar cel. De politie heeft camerabeelden van de Primark uitgekeken en heeft deze beelden als volgt beschreven:
“(...)Naam video bestand: 09-09-2024 vrouw loopt met artikelen in de hand (...)Ik zie dat de verdachte verschillende kledingstukken over haar linker arm heeft hangen. (...) Naam video bestand: 09-09-2024 vrouw bij de Make up afdeling (...)Direct wanneer de video begint, zie ik de verdachte links in beeld komen lopen. Ik zie dat de verdachte nu een gele/ oranje shopper bag in haar linker hand heeft. Ik herken deze gele/oranje shopper bag als de tas waarin de gestolen spullen zaten op het politie bureau. Ik zie dat de verdachte geen kleding meer heeft hangen over haar arm. Ik zie dat de verachte over de make-up afdeling loopt. Ik zie dat de verdachte vervolgens tegenover een schap op de make-up afdeling stil staat. Ik kan niet zien wat hier gebeurd omdat dit buiten camerabeeld valt. Ik zie dat de verdachte vervolgens iets lichtblauws uit het schap pakt. Ik zie dat de verdachte dit in haar hand houd en vervolgens de make-up afdeling afloopt. Naam video bestand: 09-09-2024 vrouw heeft artikel van de make up pakte (...) Ik zie de verdachte aan komen lopen. Ik zie dat de verdachte stil gaat staan voor een schap. Ik zie dat de verdachte iets uit het schap pakt. Nadat de verdachte dit goed uit het schap heeft gepakt, zie ik dat de verdachte weg loopt. Ik zie dat de verdachte uit beeld verdwijnt. Naam video bestand: 09-09-2024 vrouw komt met de roltrap naar begane tas volgedaan (...) Ik zie dat de verdachte op de roltrap staat. Ik zie dat de verdachte naar beneden komt. Ik zie dat de verdachte nog steeds de gele en zwarte shopper bag bij haar draagt. Ik zie geen overige spullen in de handen van de verdachte. Naam video bestand: 09-092024 de vrouw toen zij naar buiten ging (...) Ik zie dat de verdachte de winkel uit loopt. Ik zie dat de verdachte een zwarte shopper bag over haar schouder draagt wanneer ze de winkel uit loopt. Ik zie dat de verdachte een gele shopper bag in haar linker hand heeft wanneer de ze winkel uit loopt. Naam video bestand: 09-09-2024 vrouw niet bij kassa geweest Ik zie dat dit camerabeelden zijn van de binnenzijde van de winkel. Ik zie dat de camera gericht is op de kassa's van de winkel. (…) Ik zie dat deze beelden 31 minuten lang zijn. Gedurende deze periode zie ik dat de verdachte niet langs de kassa is gelopen.”
Aangeefster [aangever 3] heeft namens de Hema aan de Brouwerstraat 4 te Arnhem aangifte gedaan. Aangeefster heeft verklaard dat de politie op 9 september 2024 met een zak met acht artikelen de winkel in kwam lopen. Verder heeft zij verklaard dat deze goederen zijn gescand en uit dit Hema-filiaal afkomstig zijn. Het ging om 8 goederen met een totaal bedrag van € 53,44. Aangeefster heeft de camerabeelden van 9 september 2024 teruggekeken en daarop zag zij een vrouw die bij de cosmetica-afdeling meerdere artikelen uit het zicht haalde, vervolgens een artikel in haar tas wegstopte en de winkel verliet zonder te betalen.
In het dossier zit een (pro forma) kassabon met 8 goederen en een totaalbedrag van € 53,44 en een foto ‘Goederen Hema” met de volgende goederen: conditioner, verzorgingsproducten, corrigerende biker (2x) en vier paar kousenvoetjes.
De politie heeft de vrouw op de beelden herkend als verdachte.
Uit de voorgaande bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen en daarmee vast komen te staan dat verdachte op 9 september 2024 bij de Plus, Primark en Hema verschillende goederen zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde diefstallen.
De ten laste gelegde diefstal van de dobbelsteen bij de Primark is niet komen vast te staan, zodat verdachte ten aanzien van dit goed wordt vrijgesproken.
Onder parketnummer 05/298500-24 :
feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte [aangever 4] namens Plus, p. 15 t/m 18;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 27;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 40.
feit 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de winkeldiefstal.
Beoordeling door de rechtbank
Aangeefster [aangever 5] heeft aangifte gedaan namens Bershka gevestigd op Vijzelstraat 4 te Arnhem. Aangeefster heeft verklaard dat de politie op 18 september 2024 met goederen de winkel in kwam. De goederen zijn gecontroleerd in de voorraad in de winkel en aangeefster zag dat de goederen niet waren afgerekend. Ze waren fysiek niet meer in de winkel aanwezig. De volgende goederen zijn weggenomen: 2 spijkerbroeken, een witte trui en een roze T-shirt.
In de handtas van verdachte zijn op 17 september 2024 meerdere kledingstukken van Bershka aangetroffen. Aan deze kledingstukken waren de alarmtags nog bevestigd.
Uit de benoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte de kledingstukken uit de winkel van Bershka heeft meegenomen zonder daarvoor te betalen. De kledingstukken zijn bij verdachte aangetroffen met de alarmtags er nog aan bevestigd. Deze kledingstukken zijn niet afgerekend.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de onder feit 2 tenlastegelegde diefstal bij Bershka.
feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte [aangever 4] namens Plus, p. 9;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 11.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 27;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 39.
Onder parketnummer 05/345155-24 :
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal met geweld.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 18 oktober 2024 omstreeks 01:50 uur terugkwam bij zijn hotel in Arnhem. Aangever stond buiten toen een vrouw kwam aanlopen. De vrouw sloeg aangever met een voorwerp tegen zijn gezicht, waarvan aangever denkt dat het een tas was met daarin een zwaar voorwerp. Hij voelde pijn aan zijn hoofd door deze klap. De vrouw heeft de telefoon van aangever uit zijn hand gegrepen. Hij zag dat de vrouw samen was met een man. De man had een donkere huidskleur. Aangever ging voor zijn veiligheid het hotel binnen maar ging toen toch weer naar buiten om zijn telefoon te halen. De telefoon van aangever was van het merk Oppo. Het gebruikte geweld heeft aangever, zo verklaart hij, pijn en letsel toegebracht. De politie heeft aangever een foto laten zien van verdachte. Aangever heeft de vrouw op de foto herkend als de vrouw die hem heeft beroofd van zijn telefoon.
Op het bijbehorende ‘fotoblad [slachtoffer] ’ is bij het oor van (klaarblijkelijk) [slachtoffer] letsel te zien, te weten een rode kras.
De politie heeft de camerabeelden van de winkel naast het hotel bekeken en beschrijft deze beelden als volgt:
“31:36: Ik zie midden bovenin beeld één man en één vrouw in beeld komen. De vrouw kan ik als volgt omschrijven: - lichtblauwe gekleurde spijkerbroek en een zwart shirt; - Zwarte handtas;
(…)32:15: Ik vanuit links in links in beeld, een man verschijnen die ik herken als zijnde het slachtoffer in deze melding. (…) Ik zie dat deze man een telefoon in zijn rechterhand heeft. 32:30: Ik zie dat vanuit links in beeld, de vrouw in beeld komt lopen. (…) Ik zie dat ze zich omdraait, en met haar linkerhand een wuivend gebaar lijkt te maken naar de getinte man achter zich. Ik zie dat ze beiden rechts uit beeld lopen. 33:28:
Ik zie dat vanuit rechts in beeld, de vrouw in beeld komt lopen. Ze is niet meer aan het bellen. Direct achter haar loopt de getinte man met hoofddeksel. Hij heeft zijn rechterhand in zijn jas en kijkt achterom. Terwijl zij beiden uit beeld lopen zie ik dat de vrouw nog achterom kijkt terwijl zij loopt en haar hand opsteekt. 34:27:
Ik zie de man die ik herken als slachtoffer vanuit rechts in beeld komt lopen. Ik zie dat hij met beide armen in de lucht omhoog loopt. Hij loopt met een versnelde pas. 35:32: Ik zie dat vanuit links in beeld, de man die ik herken als slachtoffer in beeld komt lopen. Ik zie dat hij achterwaarts loopt. Ik zie dat de vrouw en getinte man met een stevige looppas op het slachtoffer af komen lopen. Het tijdstip volgens de tijdaanduiding is 01:59:13 uur.”
Een verbalisant heeft de vrouw op de camerabeelden van de winkel herkend als zijnde verdachte.
Uit de genoemde bewijsmiddelen volgt dat de verklaring van aangever wordt ondersteund door de camerabeelden van de winkel. Hoewel de geweldshandeling en diefstal niet te zien zijn op de beelden, blijkt uit deze camerabeelden wel dat er sprake is geweest van een confrontatie tussen aangever en verdachte, die steeds in het gezelschap was van de door aangever omschreven man met donkere huidskleur. Immers de beelden laten zien dat verdachte met die man achter aangever is aangelopen en daarna is teruggelopen. Te zien is dat aangever enige tijd later met versnelde pas achter verdachte en de man is aan gelopen met zijn handen omhoog - wat past bij zijn verklaring dat hij eerst voor zijn veiligheid even zijn hotel in is gegaan maar toen toch naar buiten ging om zijn telefoon terug te halen-, maar is enig moment later achteruitlopend teruggekeerd met verdachte en de man in stevige looppas achter zich aan. Verdachte droeg een tas, wat aansluit bij de verklaring van aangever dat hij kort voor het ontvreemden van de telefoon door verdachte tegen zijn hoofd is geslagen met een tas. Dit wordt verder bevestigd door de foto waarop bij het oor van aangever het daardoor ontstane letsel (een kras) is te zien.
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de in de tenlastelegging omschreven diefstal met geweld.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Onder parketnummer 05/289788-24
zij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 9 september 2024 te Arnhem,
althans in Nederland,
- meerdere winkelgoederen, te weten Desperados en/of suikerwafels en/of Borek
spinazie en/of Ham-kaas croissant, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan de PLUS 997 (gevestigd op Spijkerlaan 26), in elk geval aan een ander
toebehoorde(n), en/of
- diverse kledingstukken en/of winkelgoederen, te weten onder meer sportkleding
en/of kaarsen en/of een make-up tasje en/of ondergoed en/of dobbelsteen, in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primark (gevestigd op Ketelstraat
45), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), en/of
- diverse winkelgoederen, te weten verzorgingsproducten en/of sokken en/of
kledingstukken en/of haarconditioner, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan de Hema (gevestigd aan de Brouwerstraat 4), in elk geval aan een ander
toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Onder parketnummer 05/298500-24:
feit 1 zij op of omstreeks 17 september 2024 te Arnhem in het besloten lokaal een supermarkt gelegen aan Spijkerlaan 26 bij Plus, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was haar, verdachte, met ingang van 9 september 2024 schriftelijk de toegang tot die supermarkt ontzegd voor de duur van 12 maanden;
feit 2 zij op of omstreeks 17 september 2024 te Arnhem een t-shirt en/of een trui, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Bershka (gelegen aan Vijzelstraat 4), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3 zij op of omstreeks 17 september 2024 te Arnhem een blikje bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Plus Supermarkt (gelegen aan Spijkerlaan 26), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Onder parketnummer 05/345155-24:
zij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Arnhem omstreeks 01:50, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, een mobiele telefoon van het merk OPPO, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] met haar, verdachtes, tas in het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Onder parketnummer 05/289788-24
diefstal, meermaals gepleegd;
Onder parketnummer 05/298500-24:
Onder feit 1:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;
Onder feit 2 en 3 telkens:
diefstal;
Onder parketnummer 05/345155-24:
diefstal, voorafgegaan van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een
een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft in een korte periode vijf keer winkeldiefstal gepleegd en één keer lokaalvredebreuk, in de supermarkt waar zij al eerder op diefstal was betrapt. Verdachte heeft er met haar handelen blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans goederen en heeft bij de betrokken winkeliers hinder, schade en overlast veroorzaakt. Een maand later heeft zij een man die ‘s nachts na het uitgaan voor zijn hotel stond van zijn telefoon beroofd. Daarbij heeft zij om de telefoon te kunnen afpakken het slachtoffer tegen het hoofd geslagen met haar tas, waarin iets zwaars zat. Dit moet voor het slachtoffer zeer beangstigend zijn geweest. Het slachtoffer heeft daarbij, naast schade door het verlies van de telefoon, pijn en letsel opgelopen en uit de aangifte blijkt dat de beroving veel indruk op hem heeft gemaakt.
Verdachte heeft in het geheel geen blijk gegeven rekening te houden met de gevoelens of belangen van haar slachtoffers.
De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 25 maart 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor mishandeling.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten een vrijheidsstraf de enige passende straf is. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen en er zijn geen bijzondere (persoonlijke) omstandigheden gebleken die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie omdat zij de feiten anders weegt. Daarbij acht zij een flinke voorwaardelijke straf raadzaam als stok achter de duur om verdachte van nieuwe strafbare feiten te weerhouden.
De rechtbank acht alles overwegend een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Hierbij wordt een proeftijd opgelegd voor 3 jaren.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit onder parketnummer 05/345155-24 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 360,00 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Hij voert aan dat hij vanwege de diefstal van zijn Oppo telefoon, volgens het schadevoegingsformulier een A91, een nieuwe telefoon heeft gekocht een Samsung Galaxy voor een bedrag van €360,00. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzochte bedrag voor de vervanging van een mobiele telefoon te hoog is. De Oppo A91 werd in oktober 2024 niet meer verkocht, maar een refurbished model staat te koop voor € 120,00. De officier van justitie verzoekt de rechtbank gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, door het verlies van zijn Oppo telefoon.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De kosten van een nieuw aangeschafte telefoon van een ander merk kunnen niet dienen als basis voor de begroting van de schade door het verlies van de Oppo-telefoon. Nu verder geen aanknopingspunten zijn gegeven om de schade nauwkeurig te kunnen vaststellen zal de rechtbank de omvang, mede aan de hand van de prijs van tweedehands, refurbished telefoons van het merk Oppo schatten op een bedrag van € 100,00. Dit bedrag kan worden toegewezen. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het meerdere afwijzen.
Verdachte is vanaf 18 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De beoordeling van het beslag
Onder parketnummer 05/289788-24
De rechtbank zal de teruggave van
aan de rechthebbende gelasten, te weten aan:
De rechtbank zal de teruggave van Drugs (Omschrijving: BZAE2548) aan verdachte gelasten nu niet is voldaan aan de eisen van artikelen 33 tot en met 34 dan wel 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht op grond waarvan verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer mogelijk is.
De rechtbank merkt daarbij op dat als verdachte de drugs in ontvangst neemt er mogelijk sprake is van een nieuw strafbaar feit.
De rechtbank zal de Tas (Omschrijving: PL0600-2024422975-3288035) die aan verdachte toebehoort en met behulp waarvan het feit is begaan verbeurd verklaren.
Onder parketnummer 05/298500-24:
De rechtbank zal de teruggave van
aan de rechthebbende gelasten te weten aan:
10. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 57, 63, 138, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
11. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
gelast de teruggave van de volgende voorwerpen onder parketnummer 05/289788-24:
aan de rechthebbende, te weten:
verklaart onder parketnummer 05/289788-24 verbeurd de Tas (Omschrijving: PL0600-2024422975-3288035);
gelast de teruggave van de volgende voorwerpen onder parketnummer 05/298500-24:
aan de rechthebbende, te weten:
mr. T.P.E.E. van Groeningen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.