ECLI:NL:RBGEL:2025:11594

ECLI:NL:RBGEL:2025:11594, Rechtbank Gelderland, 22-09-2025, C/05/454993 / KG RK 25/622

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-09-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer C/05/454993 / KG RK 25/622
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Persoon niet toelaten tot de zittingszaal is procesbeslissing. Ook de motivering daarvan levert geen grond op voor wraking, evenals klachten over bejegening door rechter en bode. Wrakingsverzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen

beslissing

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/454993 / KG RK 25/622

Beslissing van 22 september 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker],

wonend te [plaats],

hierna te noemen: verzoekster,

strekkende tot de wraking van

mr. S. Boot,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het schriftelijke wrakingsverzoek van 29 juli 2025

- het e-mailbericht van verzoekster met een aanvulling van het wrakingsverzoek van

30 juli 2025

- de schriftelijke reactie van de rechter van 8 augustus 2025

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling, gehouden op

8 september 2025.

Bij de mondelinge behandeling zijn verzoekster en haar echtgenoot, de heer [naam echtgenoot], verschenen. De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met nummer F.05/23/459, waarin de opheffing van het faillissement van de vennootschap [naam vennootschap] (hierna: [naam vennootschap]) voorligt. Verzoekster is indirect bestuurder van [naam vennootschap].

Op 12 december 2023 is [naam vennootschap] failliet verklaard met benoeming van een curator, mr. A.J. Stokkers, en een rechter-commissaris, mr. O. Nijhuis. Na afwikkeling van het faillissement door de curator heeft de rechter-commissaris conform artikel 16 Faillissementswet verzocht om opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten. Op grond van lid 1 van dit artikel kan de rechtbank in een dergelijk geval, na verhoor of behoorlijke oproeping van de gefailleerde, bij beschikking de opheffing van het faillissement bevelen. De rechter is belast met behandeling van deze zaak. Verzoekster heeft een brief van de rechtbank ontvangen waarin zij werd opgeroepen voor de opheffingszitting ten aanzien van het faillissement van [naam vennootschap] op dinsdag 29 juli 2025 om 11:00 uur.

Verzoekster legt aan haar wrakingsverzoek ten grondslag dat zij zich voorafgaand aan de genoemde zitting op 29 juli 2025 heeft gemeld bij de bodebalie, waarna zij van de bode te horen kreeg dat de zaak niet op de rol stond. Toen zij daartegen protesteerde, raakte de bode geïrriteerd. Vervolgens mocht zij wel op de zitting komen, maar weigerde de rechter de man van verzoekster toe te laten in de zittingszaal, terwijl hij haar woordvoerder is. Bij e-mailbericht van 11:08 uur van die zelfde dag heeft [verzoeker] de rechter gewraakt.

De rechter berust niet in de wraking. Bij brief van 8 augustus 2025 heeft zij inhoudelijk op het verzoek gereageerd en betoogd dat dit moet worden afgewezen. De inhoud van haar reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3. De beoordeling

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

Verzoekster heeft tijdens de mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek toegelicht dat zij de rechter vooringenomen vindt, omdat zij niet de kans heeft gekregen om samen met haar man de opheffingszitting bij te wonen en daar haar standpunt over de gang van zaken omtrent het faillissement aan de rechter voor te leggen. Bij aankomst kregen verzoekster en haar man eerst op een onsympathieke wijze van de bode te horen dat de zaak niet op de rol stond, hetgeen onjuist bleek te zijn. Vervolgens weigerde de rechter haar man toe te laten tot de zitting, terwijl hij haar woordvoerder is en uit de processtukken duidelijk blijkt dat hij feitelijk bestuurder is van [naam vennootschap], zo stelt verzoekster.

De wrakingskamer overweegt als volgt. De beslissing om een persoon niet toe te laten tot de zittingszaal, waartegen dit wrakingsverzoek met name is gericht, is een procesbeslissing. Procedurele beslissingen kunnen als zodanig in beginsel geen grond vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van een procedurele beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan in beginsel geen grond voor wraking opleveren, dit geldt ook indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering en zelfs indien een motivering in het geheel is uitgebleven. Dit is slechts anders indien de motivering van de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in die motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (vgl. ECLI:NL:HR:2018:1413).

In dit geval is geen sprake van een gebrek aan motivering. De rechter heeft in haar reactie op dit wrakingsverzoek uiteengezet dat bij opheffingszittingen wegens gebrek aan baten vrijwel nooit iemand verschijnt. Daardoor zal ook de opmerking van de bode dat er geen zitting was, zijn ingegeven, hetgeen een ongelukkige formulering betreft, aldus de rechter. Na vaststelling van het feit dat enkel verzoekster was opgeroepen en er geen schriftelijk verzoek was ontvangen om ook iemand anders toe te laten tot de zitting, heeft zij de bode gevraagd mee te delen dat enkel de opgeroepen bestuurder toegang zou krijgen tot de zitting. Dit heeft de bode vervolgens aan verzoekster en haar man meegedeeld en heeft de rechter, onder verwijzing naar het procesreglement, nog eens herhaald toen zij toch samen de zaal wilden betreden. Bovendien, zo heeft de rechter toegelicht in het bijzijn van de bode, was zij van mening dat sprake was van negatieve, elkaar versterkende emoties bij verzoekster en haar man. Daarmee heeft zij de procesbeslissing om de man van verzoekster niet toe te laten tot de zitting gemotiveerd. Deze motivering van de procesbeslissing geeft naar objectieve maatstaven geen blijk van vooringenomenheid. Ook al zou het weigeren van de man van verzoekster een onjuiste beslissing zijn, dan nog vormt dit - gelet op het voorgaande - geen grond voor wraking.

De klachten van verzoeker betreffen ook de manier waarop zij en haar man door de bode en de rechter zijn bejegend. Voor dergelijke klachten is de wrakingsprocedure echter niet bedoeld. Verzoeker kan over de wijze van bejegening door de bode en de rechter een klacht indienen bij het gerechtsbestuur. Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in deze bejegening (de schijn van) partijdigheid van de rechter besloten ligt, zijn gesteld noch gebleken.

Voor zover verzoekster ter zitting nog heeft betoogd dat mr. Boot niet onpartijdig is, omdat zij zich niet heeft verzet tegen de onjuiste wijze waarop de curator het faillissement heeft behandeld, geldt het volgende. De toezichthoudend rechter-commissaris in het faillissement van [naam vennootschap] is niet mr. Boot, maar mr. Nijhuis. Dit verwijt treft dus niet mr. Boot en kan dus al om die reden geen grond voor wraking opleveren. De conclusie is dat het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

4. De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door mr. S.C.A.M. Janssen, voorzitter, mr. J.M. Graat en

mr. E. Schippers, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.C.A.M. Janssen
  • mr. J.M. Graat
  • mr. E. Schippers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?