ECLI:NL:RBGEL:2025:11597

ECLI:NL:RBGEL:2025:11597, Rechtbank Gelderland, 27-08-2025, 11475627

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer 11475627
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Huur. Sprake van een tekortkoming (aanwezigheid van elf hennepplanten), maar deze rechtvaardigt niet de ontbinding van de huurovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: 11475627 \ CV EXPL 25-242

Vonnis van 27 augustus 2025

in de zaak van

STICHTING THIUS,

gevestigd in Tiel,

eiseres,

hierna te noemen: Thius,

gemachtigde: W. van Tuijl (bedrijfsjurist)

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [plaats] ,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. M.D.N. Jumelet.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 maart 2025 en de daarin vermelde processtukken,

- het bericht van 14 juli 2025 met aanvullende productie 9 van Thius,- de mondelinge behandeling van 21 juli 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De rechtsvoorgangster van) Thius verhuurt met ingang van 8 maart 2013 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres+woonplaats] (hierna: de woning). De huur bedraagt € 591,13 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.

Op 21 augustus 2024 heeft de politie, nadat zij een melding had ontvangen over de mogelijke aanwezigheid van hennep in de tuin van [gedaagde] , de woning bezocht. De politie trof in de achtertuin van de woning een grote hennepplant aan. In de keuken van de woning vond de politie vier grote hennepplanten in potten met toppen die bijna konden worden geknipt. Op de eerste verdieping van de woning trof de politie een ruimte aan die was ingericht als hennepkwekerij. Daar stonden zes kleine hennepplanten (stekken), een filter en een lamp.

Bij brief van 23 augustus 2024 heeft Thius [gedaagde] uitgenodigd voor een gesprek op haar kantoor.

Dat gesprek heeft op 29 augustus 2024 plaatsgevonden. Tijdens het gesprek heeft Thius aan [gedaagde] medegedeeld dat als hij niet zou meewerken aan een vrijwillige opzegging van de huurovereenkomst, Thius een gerechtelijke procedure zou opstarten om de huurovereenkomst te laten ontbinden.

[gedaagde] heeft de huurovereenkomst niet vrijwillig opgezegd.

3. Het geschil

Thius vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Verder vordert Thius betaling door [gedaagde] van een bedrag van € 591,13 per maand voor iedere maand, een ingegane maand voor een volle maand gerekend, dat [gedaagde] de woning in bezit zal houden, te rekenen vanaf de dag van ontbinding van de huurovereenkomst, eventueel te vermeerderen met de wettelijk toegestane huurverhogingen.

Thius legt - kortgezegd - aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met de toepasselijke algemene huurvoorwaarden en de wettelijke verplichting om zich als goed huurder te gedragen (artikel 7:214 BW) door in de woning een hennepkwekerij te exploiteren althans daar hennepplanten aanwezig te hebben. Deze tekortkoming rechtvaardigt volgens Thius de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de vorderingen van Thius.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4. De beoordeling

Tussen partijen staat vast dat in de woning elf hennepplanten aanwezig waren. Partijen twisten over de vraag of de algemene huurvoorwaarden van Thius van toepassing zijn op de huurovereenkomst, maar die discussie laat de kantonrechter voor wat het is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zich niet als goed huurder gedragen door in de woning elf hennepplanten aanwezig te hebben. Hij heeft daarmee in strijd gehandeld met artikel 7:214 BW, zodat reeds op die grond sprake is van een tekortkoming.

Het voorgaande kan aanleiding zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). [gedaagde] beroept zich op de ‘tenzij’-bepaling.

De kantonrechter staat voor een belangafweging, waarbij alle omstandigheden van het geval moeten worden gewogen. Slechts een tekortkoming van voldoende gewicht geeft aanleiding tot ontbinding van de huurovereenkomst. In dat kader overweegt de kantonrechter als volgt.

Op Thius rust de wettelijke verplichting bij te dragen aan de leefbaarheid in de buurten en wijken waar haar woningen zijn gelegen (artikel 51 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en artikel 45 lid 2 onder f Woningwet). Zij heeft dan ook belang bij het voorkomen van (drugs)overlast voor omwonenden. Verder geldt dat Thius een ‘zerotolerancebeleid’ hanteert ten aanzien van hennepgerelateerde activiteiten in haar huurwoningen. [gedaagde] heeft weliswaar betwist dat daarvan sprake is, maar daaraan wordt voorbijgegaan. Het in de ogen van [gedaagde] onvoldoende voortvarend handelen van Thius na 21 augustus 2024 maakt – wat daarvan ook zij – nog niet dat er reden is om eraan te twijfelen dát door Thius een zerotolerancebeleid wordt gevoerd. De vraag of dit voor [gedaagde] ook (voldoende) kenbaar is geweest, is een aspect dat een rol kan spelen bij de te maken belangenafweging. In het algemeen geldt daarom dat Thius een gerechtvaardigd belang heeft bij de handhaving van haar beleid.

Anderzijds zijn er de belangen van [gedaagde] bij voortzetting van de huurovereenkomst en behoud van de woning. Deze belangen wegen in dit concrete geval zwaarder dan het hiervoor uiteengezette belang van Thius. De kantonrechter licht hieronder toe hoe hij tot deze conclusie is gekomen.

Ter zitting is gebleken dat Thius haar zerotolerancebeleid in de uitvoering zeer letterlijk neemt. Zij maakt naar eigen zeggen nooit een belangenafweging als in een van haar huurwoningen hennepplanten zijn aangetroffen. Indien er planten worden aangetroffen leidt dat in alle gevallen tot een ontbindingsprocedure, aldus Thius. De kantonrechter begrijpt dat Thius met een dergelijke handelwijze beoogt discussies en precedentwerking te voorkomen, maar is van oordeel dat het Thius niet past te allen tijden strak aan haar beleid vast te houden. Zij is een volkshuisvester met een eigen maatschappelijke taak en verantwoordelijkheid. Gelet daarop mag van Thius worden verwacht dat zij bij de uitvoering van haar beleid een eigen afweging maakt van de in het individuele geval betrokken belangen. Dat geldt in het geval van [gedaagde] temeer nu in zijn woning een relatief gering aantal hennepplanten is aangetroffen. Dit was voor de politie ook aanleiding om niet tot strafrechtelijk onderzoek over te gaan. De kantonrechter heeft ook geen andere aanknopingspunten gezien die erop wijzen dat sprake was van bedrijfsmatige hennepteelt, zoals manipulatie van de meterkast of de aanwezigheid van goederen die duiden op bedrijfsmatige hennepteelt (denk aan dealertelefoons, weegschalen of plastic wietzakjes). Er is dus geen reden om er vanuit te gaan dat [gedaagde] de hennepplanten in huis had voor andere doeleinden dan eigen gebruik als vorm van zelfmedicatie, zoals hij zelf ook onderbouwd heeft gesteld. Dit kan en mag geen vrijbrief zijn om hennepplanten in de woning te houden, maar is wel een omstandigheid die een rol moet spelen in de belangenafweging en sterk verband houdt met de persoonlijke situatie van [gedaagde] .

[gedaagde] is - zoals onbetwist naar voren is gebracht - een alleenstaande man die worstelt met mentale problematiek (daarover productie 2 bij de conclusie van antwoord). Hij leidt een solistisch bestaan en rookt al sinds zijn twaalfde levensjaar wiet. [gedaagde] leefde tot voorkort van een bijstandsuitkering. Hij hoopte door het zelf kweken van hennep zijn (langdurige) gewoonte om wiet te roken op een goedkope manier te faciliteren. Inmiddels is [gedaagde] werkzaam als vloerenlegger (als zelfstandige). Ook krijgt hij - na een doorverwijzing van zijn huisarts - hulp van Kairos. Met de hulpverleners voert hij veel gesprekken en zij helpen hem beter om te gaan met zijn mentale problemen. Kortom, het leven van [gedaagde] lijkt een positieve draai te hebben gemaakt. De kantonrechter vreest dat dit zou worden doorkruist als nu de ontbinding van de huurovereenkomst wordt uitgesproken. Een gedwongen ontruiming zal grote gevolgen hebben voor [gedaagde] . Hij zal op straat komen te staan en heeft naar eigen zeggen geen vrienden of familie waarbij hij kan intrekken.

Alles in aanmerking nemende, is de kantonrechter van oordeel dat in dit concrete geval geen sprake is van een tekortkoming die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning zullen dan ook worden afgewezen. De gevorderde maandelijkse zal gelet daarop eveneens worden afgewezen.

Het voorgaande betekent niet dat [gedaagde] nu opnieuw hennepplanten in de woning mag houden. Hij haalt zijn wiet nu naar eigen zeggen ‘gewoon’ bij de coffeeshop en doet er verstandig aan dat te blijven doen (voor zolang hij wiet blijft roken). Doet [gedaagde] dit niet, en zouden er opnieuw hennepplanten in de woning worden aangetroffen, dan kan de belangenafweging die de kantonrechter deze keer heeft gemaakt in de toekomst anders uitvallen.

Thius is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

408,00

(2 punten × € 204,00)

- nakosten

102,00

Totaal

510,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van Thius af,

veroordeelt Thius in de proceskosten van € 510,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Thius niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, verder te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW als de proceskosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?