ECLI:NL:RBGEL:2025:11617

ECLI:NL:RBGEL:2025:11617, Rechtbank Gelderland, 23-07-2025, C/05/439541 / HA ZA 24/406

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 23-07-2025
Datum publicatie 21-01-2026
Zaaknummer C/05/439541 / HA ZA 24/406
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Procedure na een eerdere procedure waarin de aansprakelijkheid is komen vast te staan en de zaak is verwezen naar de schadestaatprocedure. In deze procedure is de vordering strekkende tot buiten toepassing laten van de exoneratieclausule afgewezen. De grondslag voor de aansprakelijkheid zoals die in de hoofdzaak is vastgesteld is bindend en kan na verwijzing naar de schadestaatprocedure niet worden uitgebreid.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/439541 / HA ZA 24-406

Vonnis van 23 juli 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidXO INVESTMENT B.V., mede handelend onder de naam Primedinners,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Primedinners,

advocaat: mr. M. Verberkmoes-Cota,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDIA ARTISTS B.V.,

gevestigd te Ede,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Media Artists,

advocaat: mr. J.B. Schmaal.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 november 2024

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 maart 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Primedinners exploiteert een online reserveringsplatform voor onder meer horeca in het hogere segment. Media Artists verleent diensten op het gebied van onder meer softwareontwikkeling.

Primedimmers en Media Artists hebben op 10 mei 2017 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Daarin is onder meer bepaald:

“1. Media Artists bv draagt zorg voor de ontwikkeling van de website van www.primedinners.com en seatsunited.com + app van primedinners, zowel design als technische ontwikkeling, inclusief inrichting van het platform MAS (Media Artists System).”

In de samenwerkingsovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Media Artists van toepassing verklaard. Artikel 11 van deze algemene voorwaarden luidt:

“11.1 Behoudens in geval van schade veroorzaakt door opzet of grove schuld van Media Artists, is Media Artists nimmer aansprakelijk voor enige schade die opdrachtgever zal lijden. Media Artists sluit uitdrukkelijk iedere aansprakelijkheid uit voor schade, direct en indirect, uit welke hoofde dan ook ontstaan, voortvloeiend uit of verband houdend met de verstrekte opdracht.

Voor zover in rechte komt vast te staan dat op Media Artists enige aansprakelijkheid rust uit hoofde van deze overeenkomst of anderszins, zal Media Artists nimmer aansprakelijk zijn voor een bedrag hoger dan de aan Media Artists voor de opdracht betaalde vergoeding.”

Primedinners heeft in het kader van de samenwerkingsovereenkomst een bedrag van € 58.080,00 aan Media Artists betaald.

Op enig moment is tussen partijen een geschil gerezen over de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst. Primedinners heeft de samenwerkingsovereenkomst bij brief van 23 november 2018 buitengerechtelijk ontbonden. Nadien hebben partijen gerechtelijke procedures tegen elkaar gevoerd. Dit heeft uiteindelijk geleid tot twee tussenarresten en een eindarrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) (zaaknummer: 200.283.251).

Het hof heeft in het tussenarrest van 14 december 2021 onder de feiten in randnummer 2.2 vermeld dat de algemene voorwaarden van MA van toepassing zijn op de samenwerkingsovereenkomst. Voorts oordeelde het hof:

“3.5 Volgens het hof kan uit deze e-mail wisseling niet anders worden geconcludeerd dan dat partijen in juni 2017 op voorstel van Primedinners nieuwe betalingsafspraken hebben gemaakt, waarbij de betaling van de restant projectsom (60% van € 60.000 na aanbetaling van 40%) in zes termijnen van € 6.000 zou plaatsvinden en de deelbetalingen uitdrukkelijk werden gekoppeld aan de oplevering van met name genoemde onderdelen (sprints) van de opdracht. Primedinners mocht het antwoord van MA in de e-mail van 11 juni 2017 als antwoord op haar, Primedinners e-mail van 8 juni 2017 redelijkerwijs zo begrijpen dat MA instemde met het voorstel van Primedinners om de betalingen afhankelijk te stellen van de oplevering van de sprints. Daarmee zijn partijen afgeweken van de oorspronkelijke overeenkomst en van de algemene voorwaarden die daarop van toepassing zijn. In afwijking van artikel 2.2. van de algemene voorwaarden zijn partijen (fatale) oplevertermijnen overeengekomen na het verstrijken waarvan MA van rechtswege in verzuim kwam, overeenkomstig artikel 6:83 aanhef en onder a BW. MA heeft weliswaar aangevoerd dat dat niet de bedoeling is geweest van MA, maar dat standpunt heeft zij in het licht van de niet mis te verstane bewoordingen in de hiervoor aangehaalde e-mails onvoldoende toegelicht. Dat het enkel de bedoeling was om per maand te factureren, los van de voortgang van het project en dat de bij de sprints genoemde data niet meer waren dan een planning van de voortgang van het werk, zoals MA tijdens de zitting nog heeft verklaard, is voor het hof niet overtuigend, gezien de duidelijke bewoordingen van de hiervoor aangehaalde e-mails, gelezen in de context van het voorstel van Primedinners en de aanvaarding daarvan door MA. Evenmin heeft MA voldoende onderbouwd waarom Primedinners desondanks heeft moeten begrijpen dat MA vasthield aan artikel 2.2 van de algemene voorwaarden. Dat Primedinners de eerste vier deelbetalingen heeft voldaan voordat MA aan enige opleveringsplicht had voldaan, is onvoldoende steekhoudend daarvoor. Uiteraard stond het Primedinners immers vrij te betalen voordat een termijn opeisbaar werd ( [naam] heeft daarvoor tijdens de zitting overigens een plausibel argument gegeven dat MA niet heeft weersproken) en alleen uit het betaalgedrag van Primedinners kan niet worden afgeleid dat de afspraken zoals die uit de e-mails blijken redelijkerwijs anders begrepen moesten worden of dat Primedinners die anders heeft begrepen.

Omdat de verplichting tot betaling was gekoppeld aan de oplevering van de onderdelen (sprints) zoals genoemd in de hiervoor aangehaalde e-mails, en MA aan die oplevering niet had voldaan, waren de twee resterende deelbetalingen van elk € 6.000 die samenhingen met de oplevering van sprint 4 en 5 van oktober en november 2017 nog niet opeisbaar. MA kon zich voor die facturen daarom niet op een opschortingsrecht beroepen. MA heeft nog aangevoerd - voor het eerst in hoger beroep - dat zij dat wel kon doen voor de openstaande meerwerkfacturen. Het hof volgt MA daarin niet; zij heeft tegenover de betwisting van deze facturen door Primedinners de verschuldigdheid daarvan onvoldoende onderbouwd. MA heeft niet duidelijk gemaakt waarop deze facturen zien, en wanneer deze verschuldigd zouden zijn geworden. De opeisbaarheid ervan is dus niet komen vast te staan, zodat het opschortingsberoep van MA voor zover dat op de meerwerkfacturen ziet, evenmin slaagt. Voor zover MA de opschorting heeft willen baseren op niet betaling van de licentievergoeding gaat het evenmin op, omdat - het hof legt dat hierna in 3.8 uit - de verschuldigdheid daarvan niet vast staat.

Primedinners mocht de overeenkomst ontbinden

De conclusie is dan ook dat MA door overschrijding van de termijnen van rechtswege in verzuim was komen te verkeren. Op 1 november 2018 had MA nog steeds niet voldaan aan haar verplichting om alle overeengekomen onderdelen (sprints) op te leveren. Op grond daarvan mocht Primedinners de overeenkomst op 23 november 2018 rechtsgeldig buitenrechtelijk (artikel 6:267 BW) ontbinden (artikel 6:265 BW). Feiten of omstandigheden die maken dat de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt, zijn door MA onvoldoende gesteld of gebleken. (…)”

Het hof oordeelde in zijn eindarrest van 15 augustus 2023:

“2.5 Tussen partijen staat vast dat zij een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten waarbij MA zich heeft verbonden om het door Primedinners al in gebruik zijnde platform te verbeteren door voor Primedinners twee websites en een (Primedinners)app te ontwerpen/ontwikkelen en te leveren. Tevens staat vast dat het systeem in zijn geheel nooit operationeel is geworden, omdat voordien Primedinners de overeenkomst heeft ontbonden. Reden daarvoor was dat MA continue deadlines niet haalde en het volledige project daardoor substantieel is vertraagd. Het hof is nog steeds van oordeel dat MA daarmee is tekortgeschoten in de overeengekomen tijdige oplevering van de te ontwikkelen websites en app – wat ook de kern van het verwijt is dat Primedinners MA maakt – en Primedinners dus terecht de overeenkomst heeft ontbonden.

(…)

Omdat aannemelijk is dat Primedinners schade heeft geleden door de tekortkoming van MA en de ontbinding van de overeenkomst maar de juiste omvang daarvan thans niet begroot kan worden, ligt verwijzing naar de schadestaatprocedure in de rede. Het hof zal de daartoe strekkende vordering van Primedinners dan ook toewijzen. Voor zover MA zich daartegen verweert met een beroep op haar in de algemene voorwaarden opgenomen bepalingen ter beperking van haar aansprakelijkheid dient daarover in de schadestaatprocedure te worden geoordeeld.

(…)

Het hof:

(…)

verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden;

veroordeelt MA tot betaling aan Primedinners van de als gevolg van de tekortkoming en de ontbinding geleden schade;

bepaalt dat die schade in een procedure als bedoeld in artikel 612 Rv zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet;

(…)”

Het eindarrest en de daaraan voorafgaande tussenarresten van het hof hebben gezag van gewijsde.

Primedinners heeft tegen Media Artists een kort geding aangespannen waarin zij veroordeling van Media Artists tot betaling van een bedrag van € 400.000,00 als voorschot op de schadevergoeding heeft gevorderd. De voorzieningenrechter heeft, gelet op artikel 11.2 van de algemene voorwaarden en gelet op het bedrag dat Primedinners in het kader van de samenwerkingsovereenkomst aan Media Artists heeft betaald, Media Artists veroordeeld om aan Primedinners een bedrag van € 58.080,00 te betalen. Media Artists heeft dit betaald.

3. Het geschil

Primedinners vordert -samengevat- dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:a. voor recht verklaart dat de aansprakelijkheid van Media Artists jegens Primedinners in verband met de overeenkomst en ontbinding daarvan niet uitgesloten of beperkt kan worden op grond van de algemene voorwaarden of anderszins;

b. Media Artists veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Media Artists voert verweer. Media Artists concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Primedinners, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Primedinners, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Primedinners in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Media Artists stelt dat het hof in zijn eindarrest heeft geoordeeld dat de vraag of zij zich kan beroepen op het exoneratiebeding in de schadestaatprocedure moet worden beantwoord en dat Primedinners daarom in de onderhavige procedure, die geen schadestaatprocedure is, niet-ontvankelijk is. Voorts stelt Media Artists dat Primedinners misbruik van (proces)recht maakt omdat zij met de onderhavige procedure een procedure construeert in de zin van artikel 96 Rv, geen belang heeft bij haar vorderingen en in strijd met de goede procesorde handelt.

Het oordeel van het hof dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding in de schadestaatprocedure moet worden beoordeeld, is geen oordeel over een geschilpunt tussen partijen. Dat oordeel heeft geen gezag van gewijsde en leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van Primedinners in de onderhavige procedure.

Primedinners heeft Media Artists verzocht om het geschil over het exoneratiebeding op grond van artikel 96 Rv aan de kantonrechter voor te leggen. Media Artists wilde dit niet, zodat die weg voor Primedinners niet openstond. Dat Media Artists niet aan voormelde procedure wilde meewerken, brengt niet mee dat Primedinners thans misbruik van recht maakt door het geschil over het exoneratiebeding in deze procedure aan de rechtbank voor te leggen. De reeds afgeronde procedure in de hoofdzaak, de onderhavige procedure en de eventuele schadestaatprocedure zijn afzonderlijke procedures en niet valt in te zien dat de onderhavige procedure leidt tot doorkruising van de schadestaatprocedure. Aan de beslissing in deze procedure over het geschil over het exoneratiebeding zijn partijen immers gebonden in de schadestaatprocedure. Van gedrag van Primedinners dat in strijd is met de goede procesorde is niet gebleken. Voor zover Media Artists stelt dat Primedinners niet aan haar stelplicht voldoet, leidt die stelling – zo die komt vast te staan – niet tot niet-ontvankelijkheid van Primedinners.

Tussen partijen is niet in geschil dat de schadevergoedingsvordering van Primedinners valt of staat bij de geldigheid van het beroep van Media Artistis op het exoneratiebeding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Primedinners daarom voldoende belang bij haar vorderingen. Feiten of omstandigheden die nopen tot een ander oordeel zijn gesteld noch gebleken.

Toepasselijkheid algemene voorwaarden

In het tussenarrest van 14 december 2021 oordeelde het hof dat de algemene voorwaarden van Media Artists van toepassing zijn op de samenwerkingsovereenkomst. Dit oordeel heeft gezag van gewijsde, zodat partijen daaraan gebonden zijn. Voor zover Primedinners heeft gesteld dat de algemene voorwaarden niet meer van toepassing zijn omdat het hof in rechtsoverweging 3.5 van voormeld tussenarrest oordeelde dat partijen zijn afgeweken van artikel 2.2 van de algemene voorwaarden, wordt Primedinners daarin niet gevolgd. Voormelde rechtsoverweging, gelezen in samenhang met de overige inhoud van de arresten van het hof, biedt geen enkel aanknopingspunt voor het betoog van Primedinners.

Beroep op het exoneratiebeding

Een exoneratiebeding dient buiten toepassing te blijven voor zover die toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Deze maatstaf dient met terughoudendheid te worden toegepast. Bij de beantwoording van de vraag of het beroep op een exoneratiebeding onaanvaardbaar is, dienen alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt niet dat de rechter er blijk van moet geven welk gewicht hij aan iedere relevante omstandigheid afzonderlijk toekent, maar wel dat hij alle relevante omstandigheden kenbaar in zijn oordeel moet betrekken en deze in ieder geval gezamenlijk moet wegen (zie voor een overzicht van deze rechtspraak: ECLI:NL:PHR:2022:901, r.o. 4.5).

Primedinners stelt dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, wat Media Artists weerspreekt. De rechtbank beoordeelt hierna of hetgeen Primedinners in dit verband stelt voldoende is om tot dat oordeel te komen.

- (ix) de exoneratie is niet branchegebruikelijk

Met het exoneratiebeding beoogt Media Artists aansprakelijkheid uit te sluiten (artikel 11.1) en voor het geval dat dat niet lukt te beperken tot de vergoeding die Media Artists voor de opdracht betaald heeft gekregen (artikel 11.2). Anders dan Primedinners stelt, komt niet vast te staan dat een dergelijke exoneratie ongebruikelijk is in de IT sector. Media Artists heeft immers aangevoerd dat een vergelijkbare beperking van aansprakelijkheid is opgenomen in de algemene voorwaarden van brancheorganisatie NL Digital waarvan in de IT sector veelvuldig gebruik wordt gemaakt. Daarnaast heeft Media Artists aangevoerd dat opdrachtnemers in de IT sector nagenoeg altijd hun aansprakelijkheid op vergelijkbare wijze plegen te beperken. Primedinners heeft dit niet, althans niet voldoende weersproken.

(vii) de maatschappelijke positie van partijen

(ii) de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen

Primedinners is een kleine onderneming zonder specifieke deskundigheid op het gebied van softwareontwikkeling die werd gerund door haar oprichter, [naam] , en zijn partner. Gelet op de stelling van Primedinners dat haar onderneming in essentie bestaat uit software, mag evenwel van Primedinners worden verwacht dat zij minst genomen enig inzicht heeft in de werking van haar software, zoals Media Artists terecht heeft aangevoerd. Hoewel groter dan Primedinners, is Media Artists naar het oordeel van de rechtbank eveneens een kleine onderneming, ook als ervan uitgegaan moet worden dat ten tijde van de samenwerkingsovereenkomst niet 10 tot 15 personen voor haar werkzaam waren, zoals Media Artists ter zitting heeft toegelicht, maar dat dat er 27 waren, zoals Primedinners ter zitting heeft gesteld. Hoewel de rechtbank met Primedinners ervan uitgaat dat Media Artists deskundig is op het gebied van softwareontwikkeling en in vergelijking met Primedinners een grotere en volwassenere onderneming is, is het verschil in maatschappelijke positie tussen beide ondernemingen niet van dien aard dat die eraan bijdraagt dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zoals Primedinners heeft gesteld.

(iii) Primedinners had geen juridische bijstand

(v) Primedinners was zich niet bewust van de strekking van het exoneratiebeding

(vi) over het exoneratiebeding is niet vrijelijk onderhandeld

Tussen partijen staat vast dat zij gedurende een half jaar uitvoerig met elkaar hebben gesproken en onderhandeld over de invulling en de financiële aspecten van de door hen beoogde samenwerking. Media Artists noch Primedinners genoot in dat verband juridische bijstand. Media Artists heeft samen met de ter ondertekening toegezonden samenwerkingsovereenkomst haar algemene voorwaarden bij e-mail van 11 mei 2017 aan Primedinners toegezonden. De onderhandelingen over de samenwerkingsovereenkomst waren toen al zo goed als afgerond. Met Primedinners stelt de rechtbank vast dat Media Artists de algemene voorwaarden pas in een zeer laat stadium voor het eerst aan Primedinners ter beschikking heeft gesteld. Primedinners heeft echter zonder enige op- of aanmerking over de algemene voorwaarden de samenwerkingsovereenkomst ondertekend teruggezonden en aldus de algemene voorwaarden aanvaard. Anders dan over de samenwerkingsovereenkomst, waarover Primedinners uitvoerig heeft gesproken en onderhandeld, heeft Primedinners dat over de algemene voorwaarden in het geheel niet gedaan. Primedinners heeft niet toegelicht waarom zij dat niet heeft gedaan. Niet gebleken is dat Primedinners daartoe niet in de gelegenheid is geweest of niet in de gelegenheid is geweest om juridische bijstand in te roepen. Dat Primedinners zich niet bewust was van (de strekking van) het exoneratiebeding, daarover niet vrijelijk heeft onderhandeld en geen juridische bijstand heeft ingeroepen, komt onder voormelde omstandigheden voor haar rekening en risico en biedt daarom geen steun aan haar stelling dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Niet in geschil is dat Primedinners de samenwerkingsovereenkomst is aangegaan in het kader van haar onderneming. Media Artists heeft terecht aangevoerd dat de samenwerkingsovereenkomst ziet op de ondernemingsactiviteit van Primedinners en dat een meerjarige zakelijke samenwerking werd beoogd. Gelet hierop komt Primedinners, anders dan zij betoogt, geen beroep toe op reflexwerking van artikel 6:236 BW (‘de zwarte lijst’) of artikel 6:237 BW (‘de grijze lijst’).

(i) de aard en inhoud van de overeenkomst

(iv) de wederzijds kenbare belangen van partijen

Primedinners heeft gesteld dat het exoneratiebeding niet past bij de aard en inhoud van de overeenkomst en de intensiteit van de samenwerking met Media Artists. In dat verband heeft Primedinners in de kern gesteld dat partijen beoogden een meerjarige samenwerking aan te gaan, Primedinners aan Media Artists volledige inzage in en toegang tot de bestaande software, bedrijfsvoering en klantenkring heeft gegeven, Primedinners voor de ontwikkeling van de nieuwe software geheel afhankelijk was van Media Artists en Media Artists niet alleen tegen betaling software zou ontwikkelen maar die software ook zelf zou mogen gebruiken. Volgens Primedinners was daarom geen sprake van een normale opdrachtgever-opdrachtnemer relatie waarin een exoneratiebeding verwacht kan worden, maar veeleer van een joint-venture-achtige situatie waarin een exoneratiebeding volgens Primedinners uitdrukkelijk niet past. Volgens Primedinners was Media Artists zich vanaf het begin van de samenwerking ervan bewust dat de belangen voor Primedinners groot waren en dat het voortbestaan van haar onderneming afhing van de ontwikkeling van de software door Media Artists. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Media Artists echter terecht aangevoerd dat de door Primedinners geschetste samenwerking niet afdoet aan de aansprakelijkheidsrisico’s die Media Artists loopt, zodat vanuit het oogpunt van Media Artists niet valt in te zien dat een exoneratiebeding niet zou passen bij de door Primedinners geschetste samenwerking. Daar komt nog bij dat Media Artists onweersproken heeft aangevoerd dat zij tegen kostprijs werkte en pas later een voordeel zou genieten in de vorm van het gebruik van de te zijner tijd ontwikkelde software. Dat maakt des te minder dat een exoneratiebeding niet zou passen, omdat Media Artists eventuele risico’s niet heeft verdisconteerd in de geldelijke vergoeding voor haar werk. Dat partijen gedurende de ontwikkeling van de software nauw hebben samengewerkt en Media Artists de door Primedinners gestelde inzage en toegang heeft gekregen, is nu eenmaal de werkwijze die partijen zijn overeengekomen. Dat Primedinners zich daarbij afhankelijk heeft gemaakt van Media Artists beoordeelt de rechtbank als een commerciële keuze van Primedinners. Onderaan de streep is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een commercieel project waar beide partijen na een uitvoerige onderhandeling weloverwogen zijn ingestapt met de verwachting daar hun voordeel mee te doen. De aard en inhoud van de overeenkomst en de wederzijds kenbare belangen maken derhalve niet dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

- (viii) de tekst van het beding

Media Artists heeft met artikel 11.2 van haar algemene voorwaarden haar aansprakelijkheid beperkt tot de vergoeding die Media Artists voor de opdracht betaald heeft gekregen. Tussen partijen is niet in geschil dat Primedinners een bedrag van € 58.080,00 aan Media Artists heeft betaald op grond van de samenwerkingsovereenkomst. Primedinners stelt echter dat tot de vergoeding die Media Artists voor de opdracht betaald heeft gekregen in de zin van artikel 11.2 eveneens moet worden gerekend de waarde van de oude software, voor de ontwikkeling waarvan Primedinners ruim € 181.500,00 (incl. btw) stelt te hebben betaald, en de vergoeding voor de opdrachten die Media Artists voor klanten van Primedinners heeft uitgevoerd, waarvoor Media Artists € 16.309,29 (incl. btw) betaald heeft gekregen. Hierin wordt Primedinners niet gevolgd. Media Artists heeft immers onweersproken aangevoerd dat zij na de ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst niet is doorgegaan met de ontwikkeling van de nieuwe software, zodat Media Artists niet het bij aanvang van de samenwerkingsovereenkomst beoogde voordeel heeft gehad van het gebruik van de nieuwe software. Voor zover Primedinners heeft bedoeld te stellen dat haar oude software een betaling is aan Media Artists met een waarde gelijk aan de door Primedinners betaalde ontwikkelingskosten voor die oude software, heeft Primedinners dat in het licht van de betwisting door Media Artists onvoldoende onderbouwd. Media Artists heeft voorts en naar het oordeel van de rechtbank terecht aangevoerd dat vergoedingen die zij voor andere opdrachten betaald heeft gekregen gelet op het bepaalde in artikel 11.2 van de algemene voorwaarden niet opgeteld mogen worden bij vergoedingen die zij uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst betaald heeft gekregen. Dat voormelde andere opdrachten verband hielden met de samenwerkingsovereenkomst, zoals Primedinners onweersproken heeft gesteld, maakt dat niet anders.

De rechtbank volgt Primedinners niet in haar stelling dat het exoneratiebeding bij Media Artists iedere prikkel tot nakoming wegnam. Tussen partijen staat immers vast dat Media Artists de nieuwe software tegen kostprijs ontwikkelde en dat het de bedoeling was dat Media Artists de nieuwe software ook zelf mocht gebruiken, hetgeen haar dan tot voordeel zou strekken. Reeds hierin ligt besloten dat Media Artists belang had bij nakoming, zoals zij terecht heeft aangevoerd. Bovendien heeft het hof vastgesteld dat Media Artists 69% van het overeengekomen werk heeft uitgevoerd en dat dat € 64.136,00 waard is, zodat vast staat dat Media Artists in ieder geval een substantieel deel van haar verbintenissen uit de samenwerkingsovereenkomst is nagekomen. Daar komt nog bij dat Media Artists zich na het vonnis in kort geding van 19 juni 2024 niet langer op het standpunt stelt dat haar aansprakelijkheid geheel is uitgesloten, maar dat haar aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat Primedinners heeft betaald voor de opdracht. Dat bedrag heeft Media Artists inmiddels aan Primedinners vergoed. Voor zover Primedinners heeft betoogd dat het exoneratiebeding ziet op de kern van de verplichtingen van Media Artists en het beroep op het exoneratiebeding de samenwerkingsovereenkomst zinledig maakt, heeft te gelden dat dat – als dat gelet op de betwisting daarvan door Media Artists al zou komen vast te staan – niet meebrengt dat het beroep op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (zie ECLI:NL:HR:2021:153).

(xiii) de aard van de aansprakelijkheid

(xi) de aard van de schade

(xii) de grote wanverhouding tussen de reikwijdte van de exoneratie en de schade

(xiv) Media Artists beschikt over een verzekering die deze aansprakelijkheid dekt

Het hof heeft geoordeeld dat Media Artists aansprakelijk is voor de tekortkoming en de ontbinding. Primedinners stelt in de onderhavige procedure dat de schade die zij daardoor heeft geleden en lijdt meer dan € 700.000,00 bedraagt en onder meer bestaat uit de kosten voor het afronden van de softwareontwikkeling, verloren investeringen, nodeloos aan Media Artists betaalde kosten, kosten voor het vaststellen van de omvang van haar schade en gederfde winst en verloren ondernemingswaarde. Primedinners stelt derhalve (zuivere) vermogensschade te hebben geleden en te lijden.

Anders dan Primedinners betoogt, brengt de aard van de door het hof vastgestelde aansprakelijkheid van Media Artists en de aard van de schade niet mee dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Immers valt niet in te zien dat aansprakelijkheid voor (zuivere) vermogensschade die is veroorzaakt door een tekortkoming in de nakoming en de ontbinding van een commerciële samenwerkingsovereenkomst naar de aard der zaak niet zou mogen worden beperkt. Het uiteenlopen van de door Primedinners gestelde omvang van haar schade enerzijds en de door het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding beperkte verplichting van Media Artists om die schade te vergoeden anderzijds, brengt evenmin mee dat het beroep op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het daaraan ten grondslag liggende uitgangspunt dat slechts een beroep kan worden gedaan op een exoneratiebeding als de schade (al dan niet ten opzichte van de na het beroep op het exoneratiebeding resterende aansprakelijkheid) niet te omvangrijk is, vindt geen steun in het recht, nog daargelaten dat Media Artists terecht heeft aangevoerd dat haar belang bij het exoneratiebeding juist toeneemt naarmate de schade omvangrijker is. Primedinners heeft gesteld dat Media Artists verzekerd is voor de aansprakelijkheid in kwestie. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt evenwel niet in te zien dat dat een beroep op een exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maakt.

- (x) de zwaarte van de schuld / verwijtbaarheid en de gevolgen daarvan

Primedinners stelt dat het handelen van Media Artists dermate verwijtbaar en de gevolgen van dat handelen dermate nadelig zijn dat een uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Die stelling onderbouwt Primedinners met een uitvoerige verhandeling over de aard en omvang van de aansprakelijkheid van Media Artists.

Primedinners verliest hierbij echter uit het oog dat het in de onderhavige procedure niet gaat om het (opnieuw) vaststellen van de aard en omvang van de aansprakelijkheid van Media Artists, maar uitsluitend om het antwoord op de vraag of het inroepen van het exoneratiebeding door Media Artists ter beperking van haar verplichting om de schade te vergoeden die het gevolg is van de door het hof vastgestelde tekortkoming en de ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof oordeelde dat Media Artists “continue deadlines niet haalde en het volledige project daardoor substantieel is vertraagd” en Media Artists “daarmee is tekortgeschoten in de overeengekomen tijdige oplevering van de te ontwikkelen websites en app (…) en Primedinners dus terecht de overeenkomst heeft ontbonden.” Uit dit oordeel, gelezen in samenhang met de overige inhoud van de arresten van het hof, kan niet de conclusie worden getrokken dat de zwaarte van de schuld van Media Artists van dien aard is dat die het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maakt. De door Primedinners gestelde gevolgen van de tekortkoming en de ontbinding leiden evenmin tot die conclusie (zie hiervoor in 4.16). Voor zover Primedinners heeft gesteld dat Media Artists op andere of ruimere dan de door het hof vastgestelde gronden aansprakelijk is voor de door haar gestelde schade, heeft te gelden dat de rechter in de hoofdprocedure de aansprakelijkheid vaststelt en dat de rechter in de schadestaatprocedure gebonden is aan dat oordeel (zie ECLI:NL:HR:2018:1975). Hoewel de onderhavige procedure strikt genomen geen schadestaatprocedure is, geldt voormelde regel ook in dit geval onverkort gelet op de eerdere procedures tussen partijen en het eindarrest van het hof waarin naar de schadestaatprocedure is verwezen. Al hetgeen Primedinners heeft gesteld ter onderbouwing van een andere of ruimere aansprakelijkheid van Media Artists wordt derhalve gepasseerd.

conclusie

Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat het beroep van Media Artists op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vorderingen van Primedinners zullen derhalve worden afgewezen.

proceskosten

Primedinners is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Hoewel Primedinners een verklaring voor recht heeft gevorderd, stelt zij dat haar schade in ieder geval € 700.000,00 bedraagt. De rechtbank ziet hierin aanleiding om het liquidatietarief toe te passen dat hoort bij een vordering van die omvang. De proceskosten van Media Artists worden aldus begroot op:

- griffierecht

688,00

- salaris advocaat

7.004,00

(2 punten × € 3.502,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

7.870,00

5. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van Primedinners af,

veroordeelt Primedinners in de proceskosten van € 7.870,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Primedinners niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.

1769

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?