RECHTBANK Gelderland
Wrakingskamer
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/458599 / KG RK 25-788
C/05/458600 / KG RK 25-789
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing van 31 oktober 2025
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[ verzoeker 1]
wonende te [plaats]
verzoeker in de zaak met zaaknummer C/05/458599 / KG RK 25-788
hierna te noemen: [ verzoeker 1]
advocaat: mr. M.K.J. Choo
en
[verzoeker 2]
wonende te [plaats]
verzoeker in de zaak met zaaknummer C/05/458600 / KG RK 25-789
hierna te noemen: [verzoeker 2]
advocaat: mr. A.C. van ’t Hek
tezamen: verzoekers
tegen
mr. M.A. van Leeuwen, mr. M.M. Klaassen en mr. S. Jansen,
rechters in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechters
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige kamer van 27 oktober 2025 (deskundigenverhoor) in de zaak met parketnummers 05/050888-24 en 05/740011-19 en in de zaak met parketnummer 05/050909-24;
- de schriftelijke wrakingsverzoeken van 28 oktober 2025 van verzoekers;
- de schriftelijke reactie van 29 oktober 2025 van de rechters;
- de wrakingszitting van 31 oktober 2025.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- mr. Choo, voornoemd;
- mr. Van ’t Hek, voornoemd;
- mevrouw [naam], tezamen met haar ondersteunende pleegouders, [namen pleegouders], en met bijstand van haar advocaat mr. X.B. Sijmons;
- de rechters en mr. L.M. van der Velden, de griffier van de zittingscombinatie.
De wrakingskamer gaat over tot de mondelinge behandeling.
De zaak met zaaknummer C/05/458599 / KG RK 25-788 en met zaaknummer C/05/458600 / KG RK 25-789 worden samen behandeld.
Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden. Mr. Choo heeft pleitaantekeningen overgelegd, mede namens mr. Van ’t Hek, die aan de processtukken worden toegevoegd. Mr. Van ’t Hek heeft pleitaantekeningen overgelegd die aan de griffier zijn verstrekt bij e-mailbericht, mede namens mr. Choo, en die tevens aan de processtukken worden toegevoegd.
Aansluitend op de mondelinge behandeling heeft de wrakingskamer – na een onderbreking voor beraad – mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.
2. De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank
wijst het verzoek van [ verzoeker 1] met zaaknummer C/05/458599 / KG RK 25-788 en het verzoek van [verzoeker 2] met zaaknummer C/05/458600 / KG RK 25-789 tot wraking af.
3. De beoordeling
De wrakingskamer geeft hiervoor de volgende motivering.
De directe aanleiding van het wrakingsverzoek vormt de afwijzing van de strafkamer van het verzoek van de verdediging om een bepaalde getuige te horen.
De wrakingskamer stelt voorop dat haar geen oordeel toekomt over de juistheid van een rechterlijke beslissing. De juistheid van een rechterlijke beslissing kan alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. Ook over de motivering van een rechterlijke beslissing mag de wrakingskamer in beginsel geen oordeel geven.
Het is daarom vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat een beslissing van een rechter nooit grond kan zijn voor wraking. Ook de motivering van een rechterlijke beslissing kan in beginsel geen grond vormen voor wraking. De wrakingskamer zal daarom niet beoordelen of de strafkamer terecht het verzoek tot het horen van de getuige heeft afgewezen. De wrakingskamer zal ook niet beoordelen of de strafkamer haar beslissing beter had moeten motiveren. Zelfs het geheel ontbreken van een motivering vormt immers geen grond voor wraking.
Er bestaat in verband met een rechterlijke beslissing alleen grond voor wraking, indien de motivering van die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.
Naar het oordeel van de wrakingskamer doet die situatie zich niet voor. In dit geval komt de motivering erop neer dat de strafkamer – tegen de achtergrond van een eerder wegens gezondheidsredenen afgebroken getuigenverhoor – heeft ingeschat dat de getuige niet in staat was om opnieuw te worden gehoord. Deze motivering wijst op zichzelf niet op vooringenomenheid en kan dus zeker niet slechts worden verstaan als blijk hiervan. Dat er in de visie van verzoekers aanwijzingen zijn dat de betreffende getuige inmiddels wel in staat is om te worden gehoord en dat de strafkamer die aanwijzingen niet heeft meegewogen, maakt dit niet anders. Deze omstandigheden kunnen hooguit leiden tot het oordeel dat de beslissing van de strafkamer ondeugdelijk gemotiveerd of onjuist is. Zoals gezegd is die beoordeling echter voorbehouden aan de appelinstantie en mag de wrakingskamer hierin niet treden.
Deze mondelinge beslissing is gegeven door mr. E. Schippers, voorzitter, mr. D. Vergunst en mr. L.M. Vogel, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025 en vastgelegd op 10 november 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.