RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-392039-24
Datum uitspraak : 4 juni 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats], wonende aan de [adres], ([postcode]) in [woonplaats].
Raadsman: mr. J.G. Roethof, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 november 2023 te Lathum, gemeente Zevenaar als bestuurder van een voertuig (personenauto merk: Mercedes), daarmee rijdende op de weg, de N338, roekeloos, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het hagelde, althans er neerslag viel en/of terwijl het wegdek ter plaatse glad was en/of verdachte hiervan wetenschap had,
- flink gas heeft gegeven en/of geaccelereerd, althans meer gas heeft gegeven en/of geaccelereerd dan voor veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- heeft gereden met een snelheid van 85 km/uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse (onder de geschetste weersomstandigheden) geboden was en/of
- in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van zijn voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- in strijd met artikel 3 van voornoemd reglement niet aan zijn verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het voornoemd reglement de (dubbele) doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de N338) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richting-, heeft bevonden en/of
- het door hem bestuurde voertuig onvoldoende onder controle gehouden, immers is hij de macht over het stuur verloren en/of is hij met het door hem bestuurde voertuig in een slip geraakt en/of is hij met het door hem bestuurde over de dubbele doorgetrokken streep en/of de invoegstrook en/of de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft gereden en/of
- ( vervolgens) op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto merk: Suzuki),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 24 november 2023 te Lathum, gemeente Zevenaar als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N338, roekeloos, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,terwijl het hagelde, althans er neerslag viel en/of terwijl het wegdek ter plaatse glad was en/of verdachte hiervan wetenschap had,
- flink gas heeft gegeven en/of geaccelereerd, althans meer gas heeft gegeven en/of geaccelereerd dan voor veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- heeft gereden met een snelheid van 85 km/uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse (onder de geschetste weersomstandigheden) geboden was en/of
- in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van zijn voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- in strijd met artikel 3 van voornoemd reglement niet aan zijn verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het voornoemd reglement de (dubbele) doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (deN338) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richting-, heeft bevonden en/of
- het door hem bestuurde voertuig onvoldoende onder controle gehouden, immers is hij de macht over het stuur verloren en/of is hij met het door hem bestuurde voertuig in een slip geraakt en/of is hij met het door hem bestuurde over de dubbele doorgetrokken streep en/of de invoegstrook en/of de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft gereden en/of
- ( vervolgens) op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto merk: Suzuki),
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 24 november 2023 te Lathum, gemeente Zevenaar als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaarverkeer openstaande weg, de N338, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers heeft hij het door hem bestuurde voertuig onvoldoende onder controle gehouden en/of is hij de macht over het stuur verloren en/of is hij met het door hem bestuurde voertuig in een slip geraakt en/of is hij met het door hem bestuurde over de dubbele doorgetrokken streep en/of de invoegstrook en/of de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft gereden en/of (vervolgens) is hij op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto merk: Suzuki).
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 24 november 2023 reed verdachte als bestuurder in zijn personenauto, van het merk Mercedes, op de N338 in Lathum. De maximumsnelheid bedroeg daar 80 km/u. Het hagelde en het wegdek was ter plaatse zeer glad. Verdachte wist dit. Verdachte heeft ter hoogte van de zandwinning gas gegeven, geaccelereerd en naar links gestuurd, richting de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer. Verdachte kon de tegemoetkomende personenauto van het merk Suzuki niet meer ontwijken. Verdachte kon zijn voertuig niet tijdig tot stilstand brengen, heeft zijn voertuig onvoldoende onder controle kunnen houden, raakte in een slip en verloor de macht over het stuur. Hij heeft de doorgetrokken strepen, welke waren aangebracht in het midden van de weg tussen de rijstroken voor het verkeer in beide richtingen, overschreden. Verdachte heeft zich met zijn voertuig geheel links van die doorgetrokken strepen bevonden en is aldaar, op de weghelft van het hem tegemoetkomend verkeer, gebotst tegen de Suzuki, waar [slachtoffer] in bleek te zitten. [slachtoffer] heeft bij deze botsing ernstig letsel opgelopen, ten gevolge waarvan zij is overleden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Hiertoe is aangevoerd dat aan verdachte een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid is toe te rekenen, doordat hij veel te veel gas heeft gegeven en daarmee te hard heeft geaccelereerd naar een snelheid van 85 km/u, terwijl dat vanwege de weersomstandigheden aldaar niet veilig was. Verdachte is hierdoor in een slip geraakt en op de andere weghelft tegen de auto van [slachtoffer] gebotst.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van al wat aan hem ten laste is gelegd, omdat het niet aan zijn schuld te wijten is dat het ongeval heeft plaatsgevonden. Daartoe is aangevoerd dat verdachte geen 85 km/u reed, daarvoor zit geen enkele onderbouwing het dossier. De snelheidsmeting is onbetrouwbaar. Verdachte heeft enkel gas gegeven en naar links gestuurd, omdat hij moest uitwijken voor de auto van [slachtoffer] die op hem af reed. Er was aldus sprake van een overmachtssituatie waarin verdachte verkeerde. Indien de rechtbank meent dat verdachte wel 85 km/u heeft gereden, was dat goed mogelijk op die weg onder de gegeven weersomstandigheden.
Beoordeling door de rechtbank
Gereden snelheid door verdachte onder de gegeven weersomstandigheden
De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld met welke snelheid verdachte reed op het moment dat hij in botsing kwam met de auto van [slachtoffer].
De Airbag Control Module van de Mercedes van de verdachte bevatte een Event Data Recorder (EDR). De EDR kan 5 seconden voor en tijdens een ‘event’ (voorval) gerelateerde omstandigheden en parameters registreren, onder andere de voertuigsnelheid, de gaspedaalpositie en de status van de rem (wel/niet bediend). De EDR heeft twee events opgeslagen waarvan er één te herleiden was tot het ongeval. Uit het rapport van het event dat te herleiden was tot het ongeval volgt het snelheidsverloop van de Mercedes in de laatste vijf seconden tot aan het ongeval. Hieruit is op te maken dat de Mercedes 5 seconden voor de aanrijding met een snelheid van 77 km/u reed en dat deze snelheid opliep. 3 seconden voor de aanrijding reed de Mercedes met een snelheid van 85 km/u. Het gaspedaal was 5 en 4,5 seconden voor de aanrijding 100% geactiveerd. Hierna liep het percentage terug naar respectievelijk 99%, 90% en 80%. De rechtbank heeft geen reden om aan de EDR-data te twijfelen en stelt vast dat verdachte vlak voor het ongeval flink gas gaf en accelereerde tot een snelheid van 85 km/u.
De rechtbank dient vervolgens te beantwoorden of rijden met een dergelijke snelheid ter plaatse verantwoord was onder de omstandigheden van een zeer glad wegdek en een harde hagelbui.
Verdachte heeft hierover verklaard dat zijn zicht door de hagelbui ernstig werd beperkt. Hij kon enkel de lichten van de andere weggebruikers waarnemen.
De verbalisanten die de melding kregen, zagen dat het op het moment van de melding hagelde en sneeuwde. Zij zagen en voelden dat het wegdek dusdanig besneeuwd was dat het wegdek zeer glad was. De verbalisanten merkten dat, tijdens de rit vanaf het moment van wegrijden van het bureau in Zevenaar tot aan de rivierweg het dienstvoertuig meerdere malen grip verloor op het wegdek bij zijdelingse verplaatsingen. Zij voelden dat het dienstvoertuig nog meer grip verloor bij het passeren van de witte belijning op het wegdek.
De rechtbank overweegt dat de maximumsnelheid op de N338 80 km/u bedroeg en dat verdachte met een snelheid heeft gereden die hoger was dan de maximumsnelheid en die gelet op de staat van het wegdek en de weersomstandigheden voor het veilig verkeer geboden was. Het ongeval is veroorzaakt door het samenstel van de gedragingen van verdachte, die ertoe hebben geleid dat zijn auto in een slip raakte en vervolgens tegen de auto van [slachtoffer] is gebotst.
Verontschuldigbaarheid verdachte
Verdachte heeft verklaard dat hij moest uitwijken voor de auto van [slachtoffer], omdat zij in zijn beleving op hem af gereden kwam. Daarom gaf verdachte gas en stuurde hij naar links, waardoor uiteindelijk het ongeval is ontstaan. Hij handelde aldus uit overmacht en het ongeval valt hem daardoor niet te verwijten.
Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op de N338 achter een Mercedes (de rechtbank begrijpt: van verdachte) reed. Toen [getuige] na de rotonde zelf optrok, zag hij dat de Mercedes harder optrok dan hijzelf deed. Hij zag de Mercedes vervolgens ter hoogte van de zandwinning ineens naar links schieten en op de andere weghelft terecht komen doordat hij in de slip raakte en hij kwam in botsing met een auto welke uit de richting kwam van Duiven.
De bestuurster van de Suzuki (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), reed op het moment van de aanrijding nagenoeg in het midden van de voor haar bestemde rijstrook.
Na analyse van de data uit het wegkantsysteem dat zich op een afstand van ongeveer 651 meter van de ongevalslocatie bevond, blijkt dat voertuig C omstreeks 20:05:40 werd gedetecteerd door dit wegkantsysteem. Het wegkantsysteem registreerde daarbij een snelheid van 56 km/u. Uit het infotainmentsysteem van de Mercedes bleek dat deze omstreeks 20:05:39 uur het telpunt passeerde. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat voertuig C de Mercedes van verdachte is.
Voertuig B passeerde genoemd telpunt om 20:05:39. De Mercedes had minimaal 1 tot maximaal 2 seconden volgafstand tot zijn voorligger voertuig B.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande in onderlinge samenhang bezien dat de verklaring van verdachte dat hij moest uitwijken voor [slachtoffer] niet aannemelijk is. De rechtbank overweegt dat verdachte ruim vóórdat de aanrijding plaatsvond erg dicht op zijn voorganger reed. Verdachte maakte vlak voordat de aanrijding plaatsvond een plotselinge stuurbeweging naar links en gaf hierbij flink gas totdat hij 85 km/u reed. De rechtbank heeft geen enkele aanwijzing dat [slachtoffer] op zijn weghelft terecht is gekomen of in zijn richting stuurde, integendeel: [slachtoffer] reed in het midden van haar eigen rijbaan. De rechtbank stelt aldus vast dat de onderzoeksresultaten niet passen bij de verklaring van verdachte, terwijl zich in het dossier overigens geen aanknopingspunten voor de verklaring van verdachte bevinden.
De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vraag of verdachte schuld heeft in de zin van artikel 6 WVW dan ook uit van het scenario dat verdachte met zijn Mercedes vlak voor het ongeval flink gas heeft gegeven, heeft geaccelereerd tot een snelheid van 85 km/u, naar links heeft gestuurd en mede als gevolg van de staat van het wegdek en de slechte weersomstandigheden in een slip is geraakt, waardoor hij volledig op de rijbaan van het tegemoetkomend verkeer is gekomen en aldaar met een tegenligger in botsing kwam.
Schuld in de zin van artikel 6 WVW
Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW komt het aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de overtreding en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in het algemeen valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van genoemde bepaling. Voorts kan niet reeds uit de aard van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.
Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto meer gas gegeven en met een hogere snelheid gereden dan ter plaatse als gevolg van de staat van het wegdek en de weersomstandigheden veilig was. Verdachte is in een slip geraakt en de macht over het stuur verloren waardoor hij op de weghelft van het tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen en in botsing is geraakt met [slachtoffer] ten gevolge waarvan laatstgenoemde is overleden. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte het ongeval hebben veroorzaakt en dat deze de conclusie rechtvaardigen dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW.
Aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam
Op basis van de bewijsmiddelen kan enkel worden vastgesteld dat verdachte een manoeuvre heeft uitgevoerd onder omstandigheden waaronder dit niet verantwoord en veilig was. Deze gedraging is onvoldoende om te kunnen spreken van het opzettelijk en in ernstige mate schenden van de verkeersregels en dus onvoldoende om het rijgedrag van verdachte te kwalificeren als roekeloos. De hiervoor overwogen omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden tot het oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden.
Conclusie
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 24 november 2023 te Lathum, gemeente Zevenaar als bestuurder van een voertuig (personenauto merk: Mercedes), daarmee rijdende op de weg, de N338, roekeloos, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het hagelde, althans er neerslag viel en/of terwijl het wegdek ter plaatse glad was en/of verdachte hiervan wetenschap had,
- flink gas heeft gegeven en/of geaccelereerd, althans meer gas heeft gegeven en/of geaccelereerd dan voor veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- heeft gereden met een snelheid van 85 km/uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse (onder de geschetste weersomstandigheden) geboden was en/of
- in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van zijn voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- in strijd met artikel 3 van voornoemd reglement niet aan zijn verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het voornoemd reglement de (dubbele) doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de N338) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richtingen, heeft bevonden en/of
- het door hem bestuurde voertuig onvoldoende onder controle gehouden, immers is hij de macht over het stuur verloren en/of is hij met het door hem bestuurde voertuig in een slip geraakt en/of is hij met het door hem bestuurde over de dubbele doorgetrokken streep en/of de invoegstrook en/of de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft gereden en/of
- (vervolgens) op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto merk: Suzuki),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Primair
Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, gelet op de ernst van het feit waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen en de geldende richtlijnen van het Openbaar Ministerie voor dergelijke feiten, gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen voor de duur van één jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat hem niets kan worden verweten. Subsidiair heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de gevolgen van de aanrijding voor verdachte. Hij heeft zijn rug op meerdere plekken gebroken en kampt nog elke dag met enorme pijnklachten. Ook psychisch heeft verdachte veel last van het feit, omdat hij niet uit zijn hoofd kan zetten wat er zou zijn gebeurd als zijn dochter toch bij hem in de auto was gestapt. Hij kan bovendien niet verwerken dat hij [slachtoffer] niet heeft kunnen spreken of helpen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een verkeersongeval met dodelijke afloop door aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag. Verdachte heeft met zijn personenauto een manoeuvre uitgevoerd, terwijl het wegdek zeer glad was en zijn zicht beperkt. Hierdoor is hij met 85 km/u de macht over het stuur verloren en in een slip geraakt waardoor hij tegen de auto van [slachtoffer] is gebotst. Nadat zij met ernstige verwondingen naar het ziekenhuis is gebracht, is zij enkele uren na het ongeval aan haar verwondingen overleden. De kleinkinderen van [slachtoffer] hebben ter terechtzitting op indringende wijze naar voren gebracht hoe groot de verslagenheid en het verdriet is vanwege het plotselinge verlies van hun oma. Uit de slachtofferverklaringen die op de zitting zijn voorgelezen, blijkt dat het ongeluk veel impact op de nabestaanden en hun dierbaren heeft gehad.
De rechtbank zal bij de bepaling van de strafmaat de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt hanteren. De vraag die zich vervolgens aandient is of er feiten en omstandigheden zijn die dit uitgangspunt in strafverzwarende of strafverminderende zin kunnen beïnvloeden. Bij de strafoplegging dient de rechtbank voor ogen te houden dat een aan verdachte op te leggen straf in verhouding dient te staan tot de mate van verwijtbaarheid van het verkeersgedrag en niet in overwegende mate mag worden ingegeven door de ernst van de gevolgen ervan. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij ter terechtzitting liet blijken dat hij de gevolgen van het ongeval niet heeft gewild. Bovendien is verdachte al geruime tijd aan het revalideren en ondervindt hij zelf ook nog dagelijks de gevolgen van de door hem gemaakte verkeersfout.
Vooropstellende dat geen enkele straf recht zal doen aan het leed dat de nabestaanden van [slachtoffer] is aangedaan, zal de rechtbank gelet op de hiervoor genoemde overwegingen opleggen een taakstraf voor de duur van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen van 1 jaar.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 22 c en 22d van het Wetboek van Strafrecht, en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest.