beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 11444988 \ HA VERZ 24-185
Beschikking van 18 februari 2025
in de zaak van
BPR/FOREGOLFERS V.O.F.,
te Heelsum,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Foregolfers,
gemachtigde: mr. R. Jansen,
tegen
1. STICHTING GOLFBAAN HEELSUM,
te Heelsum,2. GOLFCLUB HEELSUM,
te Heelsum,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: de Golfclub,
gemachtigde: mr. B.S. Witteveen.
1. De zaak in het kort
Sinds 20 december 2010 huurt Foregolfers een ruimte van de Golfclub. Zij runt in die ruimte, in het clubgebouw van de Golfclub, een winkel in golfkleding en toebehoren. Per e-mailbericht van 31 mei 2023 heeft de Golfclub aangekondigd dat zij voornemens is de huurovereenkomst op te zeggen; dat heeft zij vervolgens gedaan op 4 oktober 2023 tegen 30 december 2023. Partijen zijn het echter niet eens over het toepasselijke huurregime; dat van artikel 7:230a BW dan wel van artikel 7:290 BW. Foregolfers heeft de Golfclub in rechte betrokken om hierover duidelijkheid te krijgen en, voor het geval sprake is van het artikel 7:230a BW huurregime, om verlenging van de ontruimingstermijn te verzoeken. De bodemzaak hierover loopt inmiddels bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Echter, de verlengingstermijn loopt door en daarom is nu onderhavige procedure nodig. Voor het geval in hoger beroep wordt vastgesteld dat sprake is van het huurregime van artikel 7:230a BW én het Gerechtshof oordeelt dat Foregolfers een groter belang dan de Golfclub heeft bij de eerste verlenging vanaf 30 december 2023, is nu onderhavige procedure gestart voor een tweede verlenging ex artikel 7:230a BW, voor de periode vanaf 30 december 2024. De kantonrechter is van oordeel dat de Golfclub haar belang bij beëindiging van de huur onvoldoende (concreet) heeft gemotiveerd en dat daarom het belang van Foregolfers bij verlenging van de ontruimingstermijn zwaarder weegt.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 29 november 2024 met producties
- het verweerschrift van 16 januari 2025 met een bijlage
- de brief met bijlagen van de kant van Foregolfers van 22 januari 2025
- de brief met bijlage 2 van de Golfclub van 22 januari 2025.
De mondelinge behandeling heeft plaats gehad op 28 januari 2024. Gemachtigden van partijen hebben pleitnotities voorgehouden en overgelegd.
3. De feiten
De Golfclub bestaat uit een stichting die zich bezighoudt met de realisatie en instandhouding van de golfbaan in samenwerking met de vereniging.
Foregolfers exploiteert winkels in sportartikelen, zes in totaal, ten behoeve van de golfsport en organiseert onder andere golfevenementen.
Partijen sluiten met elkaar op 20 december 2010 een ‘huurovereenkomst golfshop’ met betrekking tot een onafgewerkte ruimte van in totaal 52,5 m2, waarvan 46,5 m2 winkelruimte en 6 m2 opslagruimte in een magazijn. De aanvankelijke huurprijs bedraagt € 653,- per maand excl. btw, vermeerderd met een bedrag van € 135,- aan servicekosten en doorbelasting van de jaarlijkse onroerendezaakbelasting. Daarbovenop wordt vanaf 2012 een gedeelte van de hal van het golfcomplex ter grootte van 10 m2 om niet in gebruik gegeven, waarvoor vanaf 2023 een bedrag van € 100,- per maand wordt betaald. De overeenkomst gaat in op 15 februari 2011 voor de duur van vijf jaar, wordt daarna voor de duur van vijf jaar verlengd en daarna voor onbepaalde tijd voortgezet.
Op 11 juni 2023 mailt de Golfclub aan Foregolfers, dat zij zich bij afwezigheid van een specifieke clausule in het contract tussen partijen beroept op de standaard wetgeving van 12 maanden. Vervolgens schrijft zij op 28 augustus 2023, dat er een opzegtermijn van één maand geldt.
Bij brief van 4 oktober 2023 zegt de Golfclub de huurovereenkomst met Foregolfers op per 30 december 2023. Foregolfers laat op 21 december 2023 weten dat zij daarmee niet instemt.
Bij beschikking van 7 augustus 2024 verklaart de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, Foregolfers niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging van de huurtermijn, kort gezegd omdat er sprake is van huur van bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW, tegen welke beschikking de Golfclub op 5 november 2024 hoger beroep heeft ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In deze zaak is nog geen uitspraak gedaan.
Op 29 november 2024 dient Foregolfers onderhavig voorwaardelijk verzoek in tot verlenging van de ontruimingstermijn ex artikel 7:230a BW.
4. Het verzoek en het verweer
Foregolfers verzoekt de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad, voorwaardelijk, onder de voorwaarden (I) dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep alsnog oordeelt dat Foregolfers wél ontvankelijk is in haar verzoek ex artikel 7:230a BW én (II) dat het eerste verleningsverzoek van Foregolfers alsnog wordt toegewezen:
de termijn, waarbinnen ontruiming van het gehuurde, gelegen te (6866 DZ) Heelsum aan het adres Ginkelseweg 14 zou moeten plaatsvinden, te verlengen met één jaar, derhalve tot en met 31 december 2025, met veroordeling van de Golfclub in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten indien betaling binnen veertien dagen na de te dezen te wijzen beschikking uitblijft.
Indien, voor Foregolfers onverhoopt, de hiervoor genoemde eerste voorwaarde intreedt en vervolgens ook de tweede voorwaarde intreedt, stelt zij dat haar belangen door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de Golfclub bij voortzetting van het gebruik door Foregolfers. De belangen van Foregolfers zijn gelegen in het volgende. Indien Foregolfers geen gebruik meer kan maken van deze locatie moet zijn een alternatieve locatie zoeken, die niet eenvoudig voorhanden is nu zij een specifieke locatie nodig heeft, namelijk een ruimte bij een andere golfbaan. Wanneer zij haar activiteiten niet kan verplaatsen, zal zij deze moeten staken. De locatie bij de Golfclub is daarnaast een belangrijk verkooppunt voor Foregolfers nu hier 28% van de gehele omzet van Foregolfers wordt gerealiseerd. Het wegvallen van deze vestiging heeft bovendien gevolgen voor haar personeel dat op deze locatie werkzaam is. Tot slot heeft Foregolfers financiële verplichtingen die zij na moet komen. Zo heeft zij voor het jaar 2025 voorraad ingekocht voor deze locatie met een waarde van zo’n € 50.000,00 en heeft zij uit corona voortvloeiende schulden bij de Belastingdienst en UWV die moeten worden afgelost.
De Golfclub voert als verweer dat het verzoek te laat is ingediend en dat haar belang bij ontruiming van het gehuurde zwaarder moet wegen dan het belang van Foregolfers bij voortzetting van het gebruik. Het belang van de Golfclub is gelegen in het eigen gebruik van de door Foregolfers gehuurde ruimte. De huidige personele bezetting heeft te weinig ruimte om haar werk goed te kunnen uitvoeren; er zijn te weinig werkplekken. De Golfclub voorziet een herindeling van het clubgebouw voor wat betreft de indeling van werkplekken en de ruimten voor de diverse commissies die binnen de Golfclub werkzaam zijn. Daarnaast komt de horecagelegenheid die eveneens in het pand is gevestigd in de knel met vluchtroutes en regelgeving ten aanzien van hygiëne en voedselveiligheid, reden waarom de Golfclub de ruimte wil herinrichten.
5. De beoordeling
Foregolfers wel ontvankelijk
De Golfclub heeft het preliminaire verweer gevoerd dat Foregolfers niet-ontvankelijk is in haar verzoek nu zij haar verzoek niet binnen de geldende termijn zou hebben ingediend. Ter zitting is dit verweer besproken en vastgesteld, zoals ook uit de overgelegde stukken blijkt, dat het verzoek van Foregolfers binnen de termijn is ingediend, namelijk op 29 november 2024, zodat zij kan worden ontvangen in haar voorwaardelijke verzoek.
Verlenging ontruimingstermijn
De kantonrechter zal het voorwaardelijk verzoek van Foregolfers toewijzen en is met haar van oordeel dat haar belang bij voortzetting van het gebruik van het gehuurde op dit moment zwaarder weegt dan het belang van de Golfclub bij de ontruiming ervan. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.
Foregolfers heeft concreet uiteengezet waarin haar belang is gelegen. Namelijk, dat het gehuurde van de Golfclub een belangrijke locatie/ vestiging van haar bedrijf is, waar relatief veel omzet wordt gegenereerd. Daarnaast is haar belang gelegen in het te werk kunnen stellen van haar personeel, het verkopen van haar voorraad en het afbetalen van haar lopende schulden uit het verleden. De Golfclub heeft daartegenover onvoldoende aangevoerd. Haar verweer over het voorgenomen eigen gebruik van de ruimte, door ruimtegebrek voor personeel heeft zij vrijwel niet onderbouwd met nadere stukken. Zo is niet gebleken welke concrete plannen er zijn. Ook heeft zij haar stelling dat er een herstructurering nodig is omdat het een financieel voordeel zou brengen, dat gewenst is in verband met een belangrijke terugloop in ledenaantal, niet onderbouwd. Dit argument sluit, zonder nadere toelichting, bovendien niet aan op haar stelling dat het personeelsbestand toeneemt. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat het feit dat Foregolfers nog 5 andere golfwinkels heeft niet kan worden tegengeworpen aan haar belang om deze vestiging te willen behouden. Tot slot heeft de Golfclub aangevoerd, maar (wederom) niet nader onderbouwd dat de horecagelegenheid die eveneens in het clubgebouw is gevestigd niet kan voldoen aan de hygiënische eisen en voedselveiligheid door de aanwezigheid van de winkel van Foregolfers.
De Golfclub zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten zoals verzocht. De proceskosten aan de zijde van Foregolfers worden begroot op een bedrag van € 814,00 aan salaris gemachtigde en een bedrag van € 130,00 aan griffierecht.
6. De beslissing
De kantonrechter,
verlengt de ontruimingstermijn tot 31 december 2025, onder de voorwaarde dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep alsnog oordeelt dat Foregolfers wél ontvankelijk is in haar verzoek ex artikel 7:230a BW én dat het eerste verleningsverzoek van Foregolfers alsnog wordt toegewezen,
veroordeelt de Golfclub in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Foregolfers begroot op een bedrag van € 814,00 aan salaris gemachtigde en een bedrag van € 130,00 aan griffierecht te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten indien betaling binnen veertien dagen na de te dezen te wijzen beschikking uitblijft,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2025.