RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/457738 / FA RK 25-3360
Datum uitspraak: 24 oktober 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.A. Smits uit Nijmegen.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 oktober 2025;
de e-mail met bijlage van [naam 1] , binnengekomen bij de rechtbank op 13 oktober 2025;
het verweerschrift met bijlagen van mr. Smits, binnengekomen bij de rechtbank op 24 oktober 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevr. [naam 1] , dochter van betrokkene (hierna: [naam 1] );
mevr. [naam 2] , dochter van betrokkene (hierna: [naam 2] );
mevr. [naam 3] , dochter van betrokkene (hierna: [naam 3] );
mevr. [naam 4] , als specialist ouderengeneeskunde verbonden aan [naam stichting] , via een beeldbelverbinding;
mevr. [naam 5] , als psycholoog verbonden aan [naam stichting] , via een beeldbelverbinding;
dhr. [naam 6] , als verpleegkundig specialist verbonden aan [naam stichting] ;
mevr. [naam 7] , als zorgmedewerker verbonden aan [naam stichting] ;
mevr. [naam 8] , als leerling-verpleegkundige verbonden aan [naam stichting] .
Bij aanvang van de zitting heeft de advocaat, namens betrokkene, verzocht om de dochters, maar in ieder geval [naam 1] en [naam 2] niet toe te laten tot de zitting, omdat betrokkene boos is op hen. De rechtbank heeft daarop eerst betrokkene gehoord buiten aanwezigheid van de drie dochters. Vervolgens is de zitting voortgezet met alle aanwezigen, inclusief de dochters.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft bij Stichting [naam stichting] , locatie [naam locatie] in [plaatsnaam] .
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Anders dan door de advocaat is bepleit is de rechtbank van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, betrokkene heeft namelijk dementie. De advocaat heeft tijdens de zitting verzocht om een contra-expertise te laten uitvoeren, de advocaat voert daartoe aan dat de medische gegevens onvoldoende zijn, omdat met betrekking tot dementie veel gradaties bestaan. De mate van dementie volgt volgens de advocaat niet uit de stukken. Daarnaast wonen veel mensen nog thuis met een dementieel beeld. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de door de specialist ouderengeneeskunde in de medische verklaring van 2 oktober 2025 gestelde diagnose. De onafhankelijke specialist ouderengeneeskunde heeft de diagnose dementie, meest waarschijnlijk met een vasculaire origine, gesteld. De specialist heeft deze diagnose gesteld op basis van haar eigen onderzoek van betrokkene, dossieronderzoek en gesprekken met de behandelaar en het zorgpersoneel. De specialist ouderengeneeskunde heeft verder toegelicht dat het gedrag dat betrokkene vertoont past bij de gestelde diagnose dementie. Ook bevindt zich in het dossier een verklaring van de huisarts van 10 oktober 2025 waarin de huisarts de diagnose dementie stelt. De specialist ouderengeneeskunde heeft op de zitting toegelicht dat uit het medisch dossier blijkt dat de huisarts deze diagnose heeft gesteld op basis van door hem verricht onderzoek in 2024. De huisarts heeft een voorstel gedaan voor vervolgonderzoek maar dit is door betrokkene destijds geweigerd. Tijdens de zitting heeft de specialist ouderengeneeskunde toegelicht dat de fase van dementie bij betrokkene niet bekend is. Dat er daarmee geen sprake zou zijn van dementie blijkt daaruit echter niet. De Wzd vereist dat gedrag van een betrokkene als gevolg van een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap leidt tot ernstig nadeel. Dementie is een psychogeriatrische aandoening. Dat voor betrokkene niet vaststaat in welke fase haar dementie zich bevindt, maakt niet dat er geen sprake meer zou zijn van een psychogeriatrische aandoening. De rechtbank volgt het verweer van de advocaat daarom niet en zal geen nader onderzoek naar de diagnose laten verrichten.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Uit de stukken en zitting volgt dat er een verhoogd valrisico is voor betrokkene en dat zij niet in staat is om tijdig mensen te alarmeren als zij valt. Betrokkene zelf zegt dat zij thuis een keer is gevallen, omdat [naam 1] boodschappen in haar handen drukte. Tijdens de zitting hebben de behandelaren echter toegelicht dat ook op de huidige afdeling wordt gezien dat betrokkene valgevaarlijk is en dat zij daarbij niet in staat is om te alarmeren. Ook is betrokkene niet in staat om haar eigen dag in te delen en in haar maaltijden te voorzien. Tijdens het huidige verblijf van betrokkene in de accommodatie wordt gezien dat zij zelf geen aanstalten maakt om te eten. Volgens de familie was er daarnaast sprake van het eten of drinken van bedorven producten in de thuissituatie. Betrokkene is zorgwerend en accepteert geen ondersteuning voor algemeen dagelijkse levensverrichtingen. De behandelaren hebben tijdens de zitting toegelicht dat betrokkene sinds haar opname slechts één keer heeft gedoucht, omdat zij hulp niet toestaat. Ook is tijdens de zitting gebleken dat betrokkene niet weet dat zij medicatie moet innemen en dat zij vuile en schone was structureel door elkaar haalt.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Uit de stukken volgt dat indien betrokkene naar haar eigen huis terugkeert er sprake is van een aanzienlijk risico op ernstig nadeel. Betrokkene heeft meer zorg nodig dan haar thuis kan worden geboden. Betrokkene heeft 24-uurs sturing, begeleiding en toezicht nodig. De noodzakelijke zorg en begeleiding kan betrokkene binnen de accommodatie worden geboden.
Betrokkene verzet zich opname en verblijf. Zij vindt dat er niks met haar aan de hand is en dat ze naar huis kan. Tijdens de zitting geeft betrokkene ook aan dat zij niet begrijpt waarom zij bij de accommodatie is, dat het niet nodig is en dat ze naar huis wil. De kans is groot dat betrokkene de accommodatie weer verlaat als dochter [naam 3] haar zou ophalen. Betrokkene is namelijk al eerder door [naam 3] en haar partner opgehaald, waarna zij haar in huis hebben genomen. Tijdens de zitting geeft betrokkene ook zelf aan dat zij met [naam 3] mee zou gaan als zij haar uit de accommodatie wil halen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De advocaat heeft tijdens de zitting bepleit dat betrokkene nog thuis kan wonen met ondersteuning van dochter [naam 3] . Ook zouden boodschappen thuisbezorgd kunnen worden. Uit de stukken volgt echter dat thuiszorg inzetten niet mogelijk is, omdat zij zich niet veilig voelen door dreigementen van dochter [naam 3] en haar partner. Ook [naam 1] , zij deed voorheen de boodschappen en het huishouden voor betrokkene, voelt zich niet meer veilig door dreigementen van de partner. Uit de stukken volgt bovendien dat [naam 3] en haar partner geen inzicht hebben in de zorg die betrokkene nodig heeft. Zij hebben haar bijvoorbeeld meegenomen uit het verpleeghuis zonder haar medicatie, rollator en kunstgebit. Daarnaast kan de 24-uurs begeleiding, toezicht en niet-planbare zorg die betrokkene nodig heeft, onder andere in verband met het verhoogde valrisico, niet in de thuissituatie worden geboden. De rechtbank volgt het verweer van de advocaat daarom niet.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:
- [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2025 door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A. Jans, griffier en op schrift gesteld op 5 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.