beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/459594 / KG RK 25-846
Beslissing van 22 december 2025
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: [verzoeker] ,
strekkende tot de wraking van
mr. I.C.J.I.M. VAN DORP,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 18 november 2025.
[verzoeker] en de rechter zijn niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.
2. Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak
met nummer 11812856 \ CV EXPL 25-2075 tussen [verzoeker] en [belanghebbende]
[verzoeker] heeft blijkens het schriftelijke verzoek aan het verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter ten onrechte bij (rol)beslissing van 12 november 2025 het verzoek van [verzoeker] tot het mogen indienen van nieuwe (bewijs)stukken heeft afgewezen.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten. De rechter heeft niet inhoudelijk gereageerd op het wrakingsverzoek.
3. De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
[verzoeker] vindt de rechter vooringenomen omdat deze een onjuiste beslissing heeft genomen. De rechter heeft bij rolbeschikking van 12 november 2025 – onder verwijzing naar artikel 6.2 van het geldende procesreglement – beslist dat [verzoeker] niet in de gelegenheid wordt gesteld nieuwe stukken in het geding te brengen. Het daartoe strekkende verzoek van [verzoeker] is derhalve afgewezen. De juistheid van de rechterlijke beslissing kan alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. De aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet.
4. De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. D.S.M. Bak, voorzitter, mr. M.J.H. Schuurman en mr. S. Boot, leden in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 22 december 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.