ECLI:NL:RBGEL:2025:11668

ECLI:NL:RBGEL:2025:11668

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer 458681
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Kort geding. Vordering tot straat- en contactverbod afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat sprake is van ernstig onrechtmatig handelen door gedaagde of concreet gevaar voor herhaling daarvoor. Niet is gebleken dat zich in ieder geval recent (in de afgelopen maanden) nog incidenten hebben voorgedaan.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: C/05/458681 / KZ ZA 25-177

Vonnis in kort geding van 19 december 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. P.W. Bakkum,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. B.J.H.L. Brouwer.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de mondelinge behandeling van 3 december 2025.

2. De feiten

[eiseres] en [gedaagde] hebben een relatie gehad. Deze relatie is verbroken.

[eiseres] heeft op 12 mei 2025 aangifte gedaan van stalking door [gedaagde] .

Op enig moment heeft [gedaagde] een locatieverbod van de politie ontvangen dat ziet op het pand waar [eiseres] woonachtig is.

Per e-mail van 3 september 2025 bericht mevrouw [naam 1] , werkzaam bij de Politie Midden-Nederland als Medewerker GGP, het volgende aan (de advocaat van) [eiseres] :

In uw vorige mailtje had u een vraag over de aangifte van uw client. Ik weet dat er, nadat er aangifte is gedaan door het slachtoffer, contact is geweest tussen de officier van justitie en de recherche. Toen is er besloten dat er op dit moment niks met de aangifte werd gedaan, omdat er onvoldoende bewijs is.

De afgelopen maanden hebben wij meerdere meldingen ontvangen van het slachtoffer over de verdachte.

De zaak is opnieuw door de recherche bekeken. Hierop is besloten dat de zaak wel opgepakt gaat worden. Wat de stand van zaken is met betrekking tot deze zaak, durf ik u niet te zeggen.

Verder is er een locatieverbod opgesteld via het vastgoedbedrijf van het appartementencomplex waar het slachtoffer woont. Voor zover ik weet zijn er, sinds het locatieverbod is uitgereikt, geen incidenten geweest bij het huisadres van het slachtoffer.”

3. Het geschil

Van [eiseres] vordert samengevat - dat aan [gedaagde] een straat- en contactverbod wordt opgelegd.

Van [eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] valt [eiseres] lastig. [eiseres] wordt door [gedaagde] regelmatig benaderd, terwijl zij heeft aangegeven dat zij geen contact meer wil. [gedaagde] benadert [eiseres] ook indirect via haar persoonlijke omgeving door haar zoon en vrienden lastig te vallen. [gedaagde] verspreidt onwaarheden over [eiseres] op Social Media. Het lastigvallen bestaat uit ‘gewoon’ contact, het uitten van bedreigingen en het dreigen met ongegronde schadeclaims. De politie heeft [gedaagde] een locatieverbod opgelegd maar dat heeft er niet toe geleid dat [gedaagde] zijn stalkingsgedrag heeft gestaakt. Het handelen van [gedaagde] dient te worden aangemerkt als een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek en is van dien aard en ernst dat dit handelen het opleggen van een straat- en contactverbod rechtvaardigt. [gedaagde] maakt op stelselmatige en ontoelaatbare wijze inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] . De belangen van [eiseres] dienen te prevaleren. Er bestaat een reële dreiging dat bij afwijzing van de vorderingen, [gedaagde] zal doorgaan en daardoor opnieuw een inbreuk zal plegen op het recht van [eiseres] op een ongestoord leven. [gedaagde] heeft geen rechtens te respecteren belang om contact met [eiseres] te zoeken of om in de omgeving van de woning van [eiseres] te komen.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

[gedaagde] voert het volgende aan. [gedaagde] betwist dat hij zich schuldig maakt aan bedreigingen, stalking, gijzeling, (digitale) huisvredebreuk of ander onrechtmatig gedrag dat een contact- of straatverbod zoals gevorderd rechtvaardigt. [gedaagde] betwist de inhoud van de aangifte. [gedaagde] is niet gehoord door de politie, ook niet sinds het e-mail contact van 3 september 2025 (2.4) waarin is gezegd dat de aangifte verder opgepakt zou worden. De politie heeft [gedaagde] geen formeel straatverbod opgelegd. De politie heeft [gedaagde] een locatieverbod uitgereikt dat was opgelegd door de verhuurder van het pand waar [eiseres] woonachtig is. [gedaagde] heeft dat locatieverbod niet overtreden. Hij heeft een derde een briefje laten bezorgen, maar is niet in het pand geweest. Er is geen sprake van onrechtmatig lastigvallen. De in het geding gebrachte e-mails zijn niet onrechtmatig. Er is verder geen sprake van onwaarheden via Social Media of het onoorbaar lastig vallen van vrienden van [eiseres] . Er zijn meerdere mensen die hebben aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen contact met [gedaagde] . Er is geen sprake van een spoedeisend belang. In de dagvaarding wordt op geen enkele wijze onderbouw dat het vermeende stalkingsgedrag zich voortzet. De e-mailberichten dateren uit mei. Uit het bericht van de politie van 3 september 2025 blijkt dat toen geen nieuwe incidenten bekend waren. De vorderingen moet daarom worden afgewezen. [gedaagde] heeft er geen bezwaar tegen om zich niet meer te bevinden in het [straat en pand] . Dat betreft een doodlopende straat en daar heeft hij niets meer te zoeken. [gedaagde] heeft wel bezwaar tegen de vordering om zich te begeven naar die locatie. [gedaagde] heeft meerdere redenen om zich in [woonplaats] te bevinden. [gedaagde] heeft vroeger in [woonplaats] gewoond, [gedaagde] is waterpoloscheidsrechter en heeft al meerdere keren als zodanig opgetreden in het sport- en recreatiecentrum c.a. 1,5 km bij het [straat en pand] vandaan en [gedaagde] bezoekt regelmatig een fysiotherapiepraktijk c.a. 1 km bij het [straat en pand] vandaan. Hierin mag hij niet belemmerd worden. Ten slotte is de vordering die erop ziet dat [gedaagde] geen contact meer mag opnemen met de familie- of bekendenkring van [eiseres] te ruim geformuleerd. Bovendien kan [eiseres] deze vordering niet namens derden indienen. Het is aan die derden zelf om te bepalen of zij wel of geen contact met [gedaagde] willen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Een straatverbod zoals [eiseres] vordert, is een ingrijpende maatregel die inbreuk maakt op het recht op persoonlijke vrijheid, waaronder begrepen het recht dat iedereen heeft om zich vrij te verplaatsen. Een straat- en contactverbod kan alleen worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd. Het is daarbij aan [eiseres] om dat gevaar voor herhaling aannemelijk te maken.

het is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van ernstig onrechtmatig handelen door [gedaagde] of een concreet gevaar voor herhaling daarvan

[eiseres] stelt in algemene bewoording dat sprake is van een stelselmatige en ontoelaatbare inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer door [gedaagde] . Er is volgens [eiseres] sprake van zodanig onrechtmatig handelen door [gedaagde] dat een straat- en contactverbod gerechtvaardigd is, aldus [eiseres] . [eiseres] heeft haar stellingen echter niet concreet onderbouwd en/of toegelicht welke specifieke gedragingen van [gedaagde] maken dat sprake is van ernstig onrechtmatig handelen. [eiseres] heeft diverse producties overgelegd maar niet naar de inhoud van de producties verwezen, anders dan in algemene bewoording dat het onrechtmatig gedrag van [gedaagde] uit deze producties blijkt. [eiseres] dient echter duidelijk te maken op welke in de producties genoemde feiten zij zich ter onderbouwing van haar standpunt beroept. Uit de producties blijkt niet direct zonder toelichting dat sprake is van onrechtmatige gedragingen. Ter zitting zijn enige stukken besproken, maar hieruit blijkt op zichzelf niet dat sprake is van ernstig onrechtmatig handelen door [gedaagde] .

Voor zover al sprake zou zijn geweest van ernstig onrechtmatig handelen door [gedaagde] blijkt niet dat zich recent nog incidenten hebben voorgedaan. De laatste correspondentie uit de producties bij de dagvaarding dateert van 3 september 2025 en volgens de politie hadden zich toen al recent geen incidenten meer voorgedaan. [eiseres] heeft in de dagvaarding ook niet gesteld dat zich sinds die tijd nog incidenten hebben voorgedaan. Desgevraagd heeft [eiseres] ter zitting aangevoerd dat [gedaagde] nog altijd contact opneemt met bekenden van [eiseres] waaronder haar zoon maar concrete voorbeelden van incidenten heeft [eiseres] niet genoemd. [gedaagde] betwist dat hiervan sprake is en [eiseres] heeft haar standpunt niet verder onderbouwd. [eiseres] heeft daarom ook niet voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van gevaar voor herhaling. [gedaagde] stelt dat hij maar al te goed beseft dat [eiseres] geen contact meer wil, dat hij dat respecteert en dat hij zich niet zal begeven in het gebouw waar [eiseres] woont. Er zijn op dit moment onvoldoende aanwijzingen om aan te nemen dat [gedaagde] zich niet aan deze toezeggingen zal houden. De enkele toezegging van [gedaagde] dat hij zich niet in het gebouw waar [eiseres] woont zal bevinden is onvoldoende om de vordering toe te wijzen gezien de ernstige inbreuk die een dergelijke veroordeling maakt op de persoonlijke vrijheid van [gedaagde] . Dit laat overigens onverlet dat als [gedaagde] zijn toezeggingen niet nakomt, er op enig moment alsnog sprake zou kunnen zijn van ernstig onrechtmatig handelen. Vooralsnog is dit echter onvoldoende gebleken.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht

331,00

- salaris advocaat

1.107,00

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.616,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.616,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?