RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-090565-19
VI-zaaknummer: 99-000652-24
Datum uitspraak: 30 december 2025
Beslissing van de politierechter ingevolge artikel 6:2:12 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de basisregistratie personen:
[adres] ,
op dit moment gedetineerd in PI [plaats] .
Raadsman: mr. D.A.W. Dekker advocaat in Almere.
De procedure
Bij onherroepelijk geworden vonnis van 17 september 2015 van de rechtbank in België is
veroordeelde tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen veroordeeld. Bij onherroepelijk geworden vonnis van 16 november 2018 van de rechtbank in België is
veroordeelde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar veroordeeld.
Op 25 juli 2024 heeft de rechtbank Gelderland de voorwaardelijke invrijheidstelling uitgesteld met maximaal 60 dagen, of zoveel korter als nodig is om een passende plek voor begeleid wonen te vinden.
De datum van voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde was 7 augustus 2024. Het besluit met de voorwaarden voor de voorwaardelijke invrijheidstelling is op 5 augustus 2024 in persoon betekend.
Veroordeelde is op 7 augustus 2024 feitelijk in vrijheid gesteld. Op dat moment is de proeftijd
van 1879 dagen gaan lopen, met een strafrestant van 1879 dagen.
Op 20 maart 2025 heeft de rechtbank Gelderland de voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen met 180 dagen wegens – kort gezegd – terugval in middelengebruik. Vervolgens heeft de rechtbank Gelderland de voorwaardelijke invrijheidstelling op 20 augustus 2025 uitgesteld met 90 dagen en op 21 oktober 2025 met 60 dagen.
Op 1 december 2025 heeft de reclassering advies uitgebracht, inhoudende uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 15 december 2025 strekt ertoe dat besloten wordt deze voorwaardelijke invrijheidstelling uit te stellen met 90 dagen of zoveel korter als noodzakelijk is om de aan detentie aansluitende plaatsing in een kliniek mogelijk te maken.
Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 30 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- veroordeelde;
- de raadsman;
- de officier van justitie mr. M. van der Zee-Polman.
Het advies van de reclassering
De reclassering heeft geadviseerd tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling omdat er nog geen plaatsingsdatum is bij Fivoor, dat hem wel heeft geaccepteerd. Op dit moment is ook geen zicht op een geschikte overbruggingsplek voor veroordeelde. Veroordeelde is gebaat bij dagelijks contact voor het kunnen omgaan met zijn problematiek, waaronder complexe PTSS-klachten. Ambulante behandeling bleek niet toereikend. Dit leidde tot oplopende spanningen, middelengebruik en het niet nakomen van gemaakte afspraken.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft betoogd dat de vordering dient te worden toegewezen. Het in het laatste reclasseringsrapport neergelegde advies houdt hetzelfde in als dat in eerdere rapporten. De problematiek van veroordeelde kan alleen worden behandeld door middel van plaatsing bij Fivoor. Als dit niet gebeurt, is het risico op recidive te groot. Het is vervelend dat nog geen geschikte (tussen)plek voor veroordeelde is gevonden, maar het is van belang dat hij in een goede setting terechtkomt bij het ingaan van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde klachten heeft over de manier waarop hij door de reclassering wordt bejegend. Zodra een nieuwe zitting bij de rechtbank aanstaande is, ontvangt hij een briefje. Verder wordt hij niet geholpen of geïnformeerd. Ook is de verdediging gebleken dat pas op 23 september 2025 goedkeuring voor verblijf is verleend door Fivoor. Kennelijk wordt door de reclassering alleen actie ondernomen als er druk op de ketel zit. Gelet hierop en op de goedkeuring van 23 september 2025, verzoekt de verdediging het uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling te beperken tot 30 dagen.
De beoordeling
De voorwaardelijke invrijheidstelling kan uitgesteld worden of achterwege blijven indien:
d. door het stellen van voorwaarden het recidiverisico voor misdrijven onvoldoende kan worden ingeperkt dan wel indien de veroordeelde zich niet bereid verklaart de voorwaarden na te leven.
De politierechter is van oordeel dat in deze zaak sprake is van de hiervoor onder d. genoemde omstandigheid. Uit het advies van de reclassering komt naar voren dat ambulante behandeling van veroordeelde onvoldoende is om ervoor te zorgen dat de problematiek van veroordeelde goed wordt behandeld en het recidiverisico wordt beperkt. Plaatsing bij Fivoor is de aangewezen weg om tot een goede behandeling te komen. Deze plaatsing dient direct bij de voorwaardelijke invrijheidstelling plaats te vinden. Veroordeelde staat op de wachtlijst voor verblijf bij Fivoor, maar helaas is nog geen datum bekend waarop veroordeelde daar terecht kan. Ook is op dit moment geen andere plek ter overbrugging beschikbaar.
De politierechter is van oordeel dat het van belang is dat veroordeelde zo spoedig mogelijk wordt geplaatst bij Fivoor of een overbruggingsplek en dat daaraan actief wordt gewerkt. De politierechter ziet daarom aanleiding om het uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling te beperken tot 45 dagen.
Beslissing
De politierechter: