ECLI:NL:RBGEL:2025:11704

ECLI:NL:RBGEL:2025:11704

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 12-12-2025
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer C/05/456026 / FZ RK 25-2082
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Beroep tegen crisismaatregel met een geldigheidsduur van vier dagen gegrond. Geen schadevergoeding. Voldaan aan vereisten voor crisismaatregel, en de geldigheidsduur van de crisismaatregel zou op grond van de wet verlengd worden. Verzoeker is dus niet zonder geldige titel opgenomen geweest.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Zutphen

Zaakgegevens: C/05/456026 / FZ RK 25/2082

Datum uitspraak: 12 december 2025

Beschikking van de meervoudige kamer over een beroep tegen een crisismaatregel op grond van artikel 7:6 Wvggz en schadevergoeding op grond van artikel 10:12 Wvggz

op het ingediende verzoekschrift van:

[naam verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1985,

hierna te noemen verzoeker,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. P.W.E. Hoezen uit Winterswijk,

tegen

(de burgemeester van) de [gemeente] ,

gevestigd te [plaats] ,

hierna te noemen: verweerder.

1. Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het beroep- en verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 augustus 2025,

- het verweerschrift, ontvangen op 19 september 2025;

- het e-mailbericht met bijlagen van mr. Hoezen van 10 oktober 2025;

- de reactie op het verweerschrift van mr. Hoezen van 10 oktober 2025;

- het e-mailbericht van verweerder van 28 oktober 2025.

Partijen zijn akkoord met schriftelijke afdoening. Er heeft geen zitting plaatsgevonden.

2. Feiten

De burgemeester van de [gemeente] heeft op grond van artikel 7:1 eerste lid Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna Wvggz) ten aanzien van verzoeker een crisismaatregel genomen op 7 augustus 2025 om 11.41 uur met een geldigheidsduur tot en met 11 augustus 2025 11.41 uur.

De officier van justitie heeft op 8 augustus 2025 een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel bij de rechtbank ingediend. Dit verzoek is op 11 augustus 2025 afgewezen.

3. Verzoek en verweer

Verzoeker stelt beroep in tegen de crisismaatregel en verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren onder toekenning van een bedrag van € 400 aan schadevergoeding aan verzoeker.

Verzoeker stelt dat de crisismaatregel in strijd met het bepaalde in artikel 7:5 Wvggz is opgelegd voor de duur van vier dagen, terwijl deze voor ten hoogste drie dagen kan worden opgelegd. Hiermee is de crisismaatregel volgens verzoeker in strijd met een dwingend wettelijke bepaling, niet rechtsgeldig en daarmee zonder rechtsgevolg. De crisismaatregel kan daarom volgens verzoeker niet als grondslag dienen voor vrijheidsbeneming of verplichte zorg.

Volgens verzoeker is hij als gevolg hiervan van 7 tot 11 augustus 2025 opgenomen geweest zonder geldige titel. Een vergoeding van € 100 voor iedere dag is hierbij volgens verzoeker redelijk en passend.

Verweerder voert hier tegen aan dat het beroep tegen de crisismaatregel ongegrond is. Op het moment van het afgeven van de crisismaatregel was er een ernstig vermoeden dat verzoeker leed aan een psychische stoornis waaruit gedrag voortvloeide dat een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakte dat niet zonder verlening van verplichte zorg kon worden afgewend, waarbij de crisissituatie dermate ernstig was dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. De officier van justitie heeft al op 8 augustus een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel bij de rechtbank ingediend. Hierdoor bleef de crisismaatregel van kracht tot de uitspraak op het verzoek tot voortzetting hiervan. Dat het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen maakt de crisismaatregel niet onrechtmatig.

Verzoeker heeft hierop gereageerd en gesteld dat de wet bepaalt dat de burgemeester de geldigheidsduur van de crisismaatregel vaststelt, met een maximum van drie dagen. De verlenging bij het eindigen op een zaterdag, zondag of feestdag is geen bevoegdheid van de burgemeester, maar bij wet geregeld. De duur van de maatregel is relevant gezien het bepaalde in artikel 7:5 Wvggz en cruciaal voor de ontvankelijkheid van het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel. De officier van justitie had nu ook nog op 11 augustus voor 11.41 uur een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel kunnen indienen, wat volgens verzoeker niet strookt met de bedoeling van de wetgever, die bewust gekozen heeft voor een korte maximale duur van drie dagen, zodat er snel een rechterlijke toetsing plaatsvindt.

4. Beoordeling

De rechtbank stelt allereerst vast dat het beroep tegen de crisismaatregel zich richt tegen de burgemeester als degene die de maatregel heeft genomen. Het verzoek om schadevergoeding richt zich tot de gemeente omdat volgens artikel 10:12 lid 1 Wvggz de gemeente kan worden veroordeeld tot schadevergoeding indien de wet niet in acht is genomen bij het nemen van een crisismaatregel.

De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester geen crisismaatregel heeft mogen nemen met een geldigheidsduur tot en met 11 augustus 2025 11.41 uur. Volgens artikel 7:4 Wvggz kan de geldigheidsduur van de crisismaatregel ten hoogste drie dagen bedragen. De burgemeester had dus tot uiterlijk 10 augustus 2025 11.41 uur een crisismaatregel mogen nemen. Omdat 10 augustus 2025 een zondag was, zou de geldigheidsduur vervolgens op grond van artikel 7:4 Wvggz verlengd worden tot en met maandag 11 augustus 2025. De rechtbank verklaart het beroep tegen de crisismaatregel dan ook gegrond.

Omdat de wet niet in acht is genomen bij het nemen van de crisismaatregel kan verzoeker op grond van het eerste lid van artikel 10:12 Wvggz schadevergoeding door de gemeente verzoeken. De rechter kent een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe.

Verzoeker baseert het verzoek om schadevergoeding hierop, dat hij ten onrechte van zijn vrijheid beroofd zou zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat hier geen sprake van is. Niet ter discussie staat dat is voldaan aan de vereisten voor het kunnen nemen van de crisismaatregel, genoemd in artikel 7:1 lid 1 Wvggz, en de geldigheidsduur van de crisismaatregel zou op grond van de wet verlengd worden tot en met maandag 11 augustus 2025. Anders dan verzoeker stelt is het dus niet zo dat de officier van justitie door de fout van de burgemeester langer de tijd heeft gehad om een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel in te dienen. Op 11 augustus heeft verzoeker bij de zitting over het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel aangegeven dat hij bereid is om nog een periode vrijwillig in de accommodatie te verblijven, wat de reden is dat het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen. Verzoeker is dus niet zonder geldige titel opgenomen geweest.

Gelet op het voorgaande is er geen grondslag voor schadevergoeding en zal het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.

5. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep tegen de crisismaatregel gegrond;

wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Grosscurt, voorzitter, mr. M. van der Linde, rechter en mr. R.B.M. Keurentjes, rechter-plaatsvervanger, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open op grond van artikel 358 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?