ECLI:NL:RBGEL:2025:11705

ECLI:NL:RBGEL:2025:11705

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 11372096 EL 24-21
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Apeldoorn

Samenvatting

Dexia Effectenlease

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Apeldoorn

Zaaknummer: 11372096 EL 24-21

vonnis van de kantonrechter van 10 december 2025

in de zaak van

[eiser 1] , [eiser 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,

gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,

tegen

de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,

eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en verzoekende partij in het incident,

gemachtigde: USG Legal Professionals.

Partijen worden hierna [gezamenlijke eisers] en Dexia genoemd.

1. Kern van de zaak

[gezamenlijke eisers] heeft via een tussenpersoon een effectenleaseovereenkomst gesloten met (de rechtsvoorganger van) Dexia. Die overeenkomst hield het volgende in. [gezamenlijke eisers] leende geld van Dexia en met dat geld kocht Dexia aandelen. [gezamenlijke eisers] betaalde met name rente (inleg) per maand of ineens vooruit. Aan het einde van de overeenkomst werden de aandelen verkocht en moest [gezamenlijke eisers] het geleende bedrag terugbetalen. In dit geval was de waarde van die aandelen bij verkoop zodanig dat [gezamenlijke eisers] verlies heeft geleden. In deze zaak gaat het om de vraag of Dexia de door [gezamenlijke eisers] geleden schade helemaal moet vergoeden.

Er is al veel rechtspraak over overeenkomsten zoals hier aan de orde en de kantonrechter sluit in deze zaak daarbij aan. Dat betekent dat Dexia de door [gezamenlijke eisers] geleden schade helemaal moet vergoeden.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 15 oktober 2024;

de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een incidenteel verzoek;

de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;

de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;

de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.

Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen.

3. 3. De feiten

[gezamenlijke eisers] heeft op 14 augustus 2000 een leaseovereenkomst met de naam AEX Plus Effect Maandbetaling (verder: de overeenkomst) ondertekend, waarop hij als lessee stond vermeld met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia. De overeenkomst heeft contractnummer 39283426.

De overeenkomst is op verzoek van [gezamenlijke eisers] in 2012 tussentijds beëindigd. Er is geen restschuld ontstaan. Het positief resultaat van € 206,13 is door Dexia aan [gezamenlijke eisers] uitbetaald.

Volgens opgave van Dexia heeft [gezamenlijke eisers] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 6.625,48 aan maandtermijnen aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [gezamenlijke eisers] geen bedrag aan dividenden ontvangen en € 81,43 aan fiscaal voordeel genoten.

De gemachtigde van [gezamenlijke eisers] , Leaseproces, heeft bij brief van 6 maart 2007 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.

4. De vordering en het verweer in de hoofdzaak en in het verzoeken in het incident in conventie en in reconventie

[gezamenlijke eisers] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

in de hoofdzaak:

 voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gezamenlijke eisers] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,

 voor recht zal verklaren dat [gezamenlijke eisers] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,

 Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [gezamenlijke eisers] van al datgene dat [gezamenlijke eisers] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,

 Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [gezamenlijke eisers] , met rente,

 Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente.

Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een tegenvordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- in het incident:

 [gezamenlijke eisers] zal veroordelen om aan Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier waar de door Leaseproces namens [gezamenlijke eisers] in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen aan zijn ontleend,

- in de hoofdzaak:

 voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de overeenkomst met nummer 39283426 aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [gezamenlijke eisers] verschuldigd is,

 [gezamenlijke eisers] zal veroordelen in de proceskosten.

Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.

5. Beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en het verzoek in het incident algemeen 5.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [gezamenlijke eisers] .

De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend.Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen.

Toepassing van deze jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:

er is sprake van huurkoop;

er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;

Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;

[gezamenlijke eisers] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen;

er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.

verjaring

Voor zover Dexia stelt dat een eventuele vordering van [gezamenlijke eisers] inmiddels is verjaard, wordt dit verweer niet gevolgd. In de jurisprudentie zijn bestendige oordelen te vinden voor wat betreft de stellingen en verweren van partijen die zien op de verjaring. Voor zover in deze zaak geen andere, afwijkende standpunten zijn ingenomen door één van de partijen, wordt op de aan (de gemachtigden van) partijen bekende overwegingen, ook in deze zaak geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat de verweren omtrent de verjaring doel treffen.

tussenpersoon

[gezamenlijke eisers] heeft de overeenkomst met Dexia afgesloten via de tussenpersoon Pensioen Partners (verder: de tussenpersoon). Tussen partijen is niet in geschil dat de tussenpersoon niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven. Dexia stelt dat het gegeven beleggingsadvies naar het destijds geldende Europese recht niet vergunningplichtig was. In het vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:2548), dat heeft geleid tot de hiervoor genoemde prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022, heeft de rechtbank toegelicht, onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd.

De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon [gezamenlijke eisers] heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had of behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon [gezamenlijke eisers] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op dit product toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [gezamenlijke eisers] als de partij die zich op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen van Dexia beroept. De door [gezamenlijke eisers] gestelde feiten en omstandigheden dienen voldoende concreet te zijn en zo mogelijk voorzien van onderbouwing. Voor zover Dexia de gestelde feiten en omstandigheden betwist, dient die betwisting eveneens voldoende gemotiveerd te zijn.Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [gezamenlijke eisers] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.

[gezamenlijke eisers] stelt over de feitelijke gang van zaken het volgende:

[gezamenlijke eisers] had eerder een Delta Lloyd lijfrente afgesloten via Pensioen Partners en was om

deze reden in contact met Pensioen Partners. Een financieel adviseur van Pensioen Partners

kwam bij [gezamenlijke eisers] thuis langs om opnieuw de financiële situatie van [gezamenlijke eisers] door te

nemen.

Tijdens het eerste gesprek heeft de adviseur van Pensioen Partners, geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [gezamenlijke eisers] Zo is met de adviseur gesproken over het inkomen, het werk, de woning en de gezinssituatie van [gezamenlijke eisers] Daarnaast is met de adviseur gesproken over de wens van [gezamenlijke eisers] om in de toekomst de woning te verbouwen. De adviseur gaf aan dat het mogelijk was om dit doel te bereiken en dat hij hier een geschikt product voor wist.

De adviseur adviseerde [gezamenlijke eisers] om een AEX Plus Effect product van Bank Labouchere af te sluiten met een maandelijkse inleg van NLG 100,-. Volgens de adviseur zou [gezamenlijke eisers] op deze wijze aanzienlijk vermogen opbouwen, waardoor [gezamenlijke eisers] in de toekomst zijn woning zou kunnen verbouwen. De adviseur gaf aan dat dit de meest veilige vorm van beleggen was en hij ondersteunde zijn verhaal aan de hand van grafieken en rekenvoorbeelden die hij liet zien op zijn laptop. De adviseur heeft [gezamenlijke eisers] niet geïnformeerd over de specifieke risico’s. Zo heeft hij er niet op gewezen dat met geleend geld werd belegd en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen, de inleg geheel verloren kon gaan en er bovendien een schuld kon ontstaan uit hoofde van de effectenleaseovereenkomst. Als [gezamenlijke eisers] op deze risico’s gewezen was, had hij het AEX Plus Effect product nooit afgesloten. [gezamenlijke eisers] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en vertrouwde daarom volledig op de deskundigheid van de adviseur en zijn advies. Om deze reden heeft [gezamenlijke eisers] het advies van de adviseur opgevolgd en een AEX Plus Effect product van Bank Labouchere afgesloten met een maandelijkse inleg van NLG 100,-. De aanvraag voor het AEX Plus Effect product is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomst is op een later moment ondertekend.

[gezamenlijke eisers] heeft, ter onderbouwing van zijn stellingen, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht:- een kopie van een aanvraagformulier met logo’s van onder andere Pensioen Partners, op naam van [gezamenlijke eisers] , waarop een stempel is geplaatst met de data 7 augustus 2000 en 10 augustus 2000. Op het formulier zijn met pen de naam en andere personalia ingevuld van [gezamenlijke eisers] Bij ‘naam adviseur’ is met pen ingevuld ‘R. Sterling’. Op het formulier staat het TP-nummer 962,

- een kopie van de overeenkomst van 14 augustus 2000 met contractnummer39283426, voorzien van de tekst “Adviseur: ATP00962 Pensioen Partners B.V.” . en een stempel met de tekst: “geboekt 05 sep 2000”, - informatie van de website van Pensioen Partners van 2 februari 2001.

Met deze feitelijke uiteenzetting en stukken heeft [gezamenlijke eisers] voldoende onderbouwd gesteld dat sprake is geweest van vergunningplichtige advisering. Dexia heeft de door [gezamenlijke eisers] geschetste gang van zaken slechts in algemene termen betwist. Dexia had echter meer concreet moeten maken dat en waarom volgens haar destijds geen sprake is geweest van advisering. Zo had Dexia moeten uiteenzetten op welke wijze de overeenkomst in haar visie tot stand was gekomen. Dexia heeft weliswaar erop gewezen dat zij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het contact tussen [gezamenlijke eisers] en de adviseur van de tussenpersoon, maar dat kan Dexia niet baten. Voor zover Dexia daardoor in bewijsnood is, komt dat voor haar rekening en risico. Niet alleen had zij zoals hiervoor is overwogen eerder bewijs kunnen verzamelen maar daarbij komt dat Dexia destijds ervan heeft afgezien om eigen voorlichting te geven aan potentiële klanten en gebruik heeft gemaakt van deze tussenpersoon voor de afzet van haar producten. Dit terwijl het voor haar als aan toezicht onderworpen effecteninstelling verboden was om van die tussenpersoon cliënten aan te nemen aan wie adviezen waren verstrekt. Het had op haar weg gelegen om daarop controle uit te oefenen en ervoor te zorgen dat zij wel over concrete informatie beschikte over de totstandkoming van een contract en de daarbij betrokken (medewerker van de) tussenpersoon. Daarom wordt uitgegaan van de juistheid van de door [gezamenlijke eisers] geschetste gang van zaken nu Dexia deze onvoldoende heeft weersproken. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen.

wetenschap Dexia

[gezamenlijke eisers] stelt dat Dexia wist, althans behoorde te weten, dat de tussenpersoon een op de persoon van [gezamenlijke eisers] toegesneden beleggingsadvies heeft gegeven. Dexia betwist dit. Uit diverse uitspraken volgt dat Dexia ermee bekend moet zijn geweest dat tussenpersonen op grote schaal individueel persoonlijk financieel advies gaven. Hoewel in dit geval niet is gebleken dat Dexia concrete wetenschap heeft gehad van de advisering van de tussenpersoon aan [gezamenlijke eisers] , had het op de weg van Dexia gelegen om bij de totstandkoming van de overeenkomst met [gezamenlijke eisers] , actief navraag te doen bij de tussenpersoon of de desbetreffende klant de overeenkomst is aangegaan op advies van de tussenpersoon, om te kunnen beoordelen of zij de overeenkomst met [gezamenlijke eisers] kon en mocht aangaan. Dat Dexia in deze zaak enig concreet hierop gericht onderzoek heeft verricht is gesteld noch gebleken. Zij had derhalve behoren te weten dat [gezamenlijke eisers] door de tussenpersoon is geadviseerd.

aansprakelijkheid Dexia 5.11. Nu Dexia ondanks het voorgaande toch met [gezamenlijke eisers] de overeenkomst is aangegaan, heeft zij jegens [gezamenlijke eisers] onrechtmatig gehandeld. Dit moet Dexia zwaar worden aangerekend. Weliswaar zijn aan [gezamenlijke eisers] omstandigheden toerekenbaar die tot de schade hebben bijgedragen, maar vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten, eist de billijkheid in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft. Weliswaar kunnen er situaties zijn waarin voldoende reden is om een deel van de schade op grond van artikel 6:101 BW voor rekening van de afnemer te doen komen, maar in dit geval zijn dergelijke feiten en omstandigheden niet aanwezig. De schade komt dan ook geheel voor rekening van Dexia.

vorderingen van [gezamenlijke eisers] 5.12. De door [gezamenlijke eisers] gevorderde verklaringen voor recht zullen daarom worden toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens [gezamenlijke eisers] heeft gehandeld door [gezamenlijke eisers] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [gezamenlijke eisers] niet alleen als klant aanbracht maar [gezamenlijke eisers] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat.

De als gevolg hiervan door [gezamenlijke eisers] geleden schade kunnen partijen inmiddels berekenen. De voor vergoeding in aanmerking komende schade bestaat uit de door de afnemer betaalde inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen) en het niet vergoede gedeelte van de eventuele (fictieve) restschuld. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met te verrekenen genoten voordelen, waaronder daadwerkelijk ontvangen dividenduitkeringen, fiscale voordelen en een eventueel in aanmerking te nemen batig saldo uit voorgaande overeenkomsten. Een en ander volgens het door Dexia overgelegde financiële overzicht waarvan de juistheid door [gezamenlijke eisers] niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist. In het geval reeds eerder een schadevergoeding door Dexia is betaald, geldt ten aanzien van de verrekening daarvan hetgeen is overwogen in de beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7910). De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten als geformuleerd in HR 1 mei 2015 (ECLI:NL: HR:2015:1198) en HR 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164, r.o. 3.6.3). [gezamenlijke eisers] heeft aan de hand van het door Dexia overgelegde financiële overzicht in de conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie de schade berekend op € 6.337,92. Omdat Dexia de berekening niet heeft betwist, zal de kantonrechter uitgaan van dit bedrag. Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is niet aan de orde. Niet gebleken is dat er meer of andere werkzaamheden aan de orde zijn geweest dan die, welke genoemd zijn in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590.

Gelet op het voorgaande behoeven de andere door [gezamenlijke eisers] aangevoerde gronden geen nadere bespreking.

de incidentele vordering/verzoek van Dexia

Dexia vordert dat [gezamenlijke eisers] wordt veroordeeld het intakeformulier, dan wel een ander schriftelijk document van haar gemachtigde aan Dexia te verstrekken waaraan de door de gemachtigde ingenomen stellingen zijn ontleend. In verband met de inmiddels gewijzigde wettelijke regeling wordt deze vordering als een verzoek ex artikel 195 Rv beschouwd.

Dexia wil kennelijk weten welke gegevens [gezamenlijke eisers] destijds aan Leaseproces heeft verstrekt en vervolgens in het dossier van Leaseproces terecht zijn gekomen. Het verstrekken van informatie aan een rechtsbijstandverlener over een geschil door middel van een gesprek of een intake- of vragenformulier of anderszins dient onbelemmerd te kunnen plaatsvinden. Daarvan is geen sprake meer als een rechtzoekende er rekening mee moet houden dat de aan zijn rechtsbijstandverlener verstrekte gegevens bij zijn wederpartij terecht kunnen komen. Het is van groot belang dat het vertrouwelijke karakter van de informatie-uitwisseling tussen de rechtzoekende en diens rechtsbijstandverlener blijft bestaan. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een hoge uitzondering die maakt dat in dít geval van de beroepsbeoefenaar kan worden verlangd zich niet op zijn verschoningsrecht te beroepen. Al met al oordeelt de kantonrechter dat het incidentele verzoek van Dexia moet worden afgewezen.

De proceskosten van dit incident komen voor rekening van Dexia omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. De proceskosten aan de zijde van [gezamenlijke eisers] worden begroot op € 82,00.

vorderingen Dexia

Gelet op de beoordeling in conventie worden de vorderingen van Dexia afgewezen.

proceskosten

Omdat [gezamenlijke eisers] inhoudelijk gelijk krijgt, is Dexia aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [gezamenlijke eisers] gevallen.

Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil.

De proceskosten van [gezamenlijke eisers] worden begroot op:

- dagvaarding € 135,97

- griffierecht € 87,00

- salaris gemachtigde € 542,00 (2 x tarief € 271,00)

- nakosten € 135,00

Totaal € 899,97.

De gevorderde rente over de proceskosten zal als na te melden worden toegewezen.

6. Beslissing

De kantonrechter

in het incident van Dexia

wijst de vordering van Dexia af,

veroordeelt Dexia in proceskosten van [gezamenlijke eisers] , tot op heden begroot op € 82,00,

in conventie

verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [gezamenlijke eisers] heeft gehandeld door [gezamenlijke eisers] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [gezamenlijke eisers] niet alleen als klant aanbracht maar [gezamenlijke eisers] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat,

verklaart voor recht dat [gezamenlijke eisers] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,

veroordeelt Dexia om aan [gezamenlijke eisers] te betalen een bedrag van € 6.337,92, vermeerderd met de wettelijke rente daarover een en ander zoals weergegeven in r.o. 5.13.,

veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 899,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,

veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

wijst de vorderingen af,

veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gezamenlijke eisers] gevallen, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?