ECLI:NL:RBGEL:2025:11707

ECLI:NL:RBGEL:2025:11707

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 11547945 CV EXPL 25-445
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Dexia Effectenlease

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 11547945 CV 25-445

vonnis van de kantonrechter van 10 december 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,

gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,

tegen

de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,

eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en verzoekende partij in het incident,

gemachtigde: USG Legal Professionals.

Partijen worden hierna [eiseres] en Dexia genoemd.

1. Kern van de zaak

[eiseres] heeft via een tussenpersoon effectenleaseovereenkomsten gesloten met (de rechtsvoorganger van) Dexia. Die overeenkomsten hielden het volgende in. [eiseres] leende geld van Dexia en met dat geld kocht Dexia aandelen. [eiseres] betaalde met name rente (inleg) per maand of ineens vooruit. Aan het einde van de overeenkomsten werden de aandelen verkocht en moest [eiseres] het geleende bedrag terugbetalen. In dit geval was de waarde van die aandelen bij verkoop zodanig dat [eiseres] verlies heeft geleden. In deze zaak gaat het om de vraag of Dexia de door [eiseres] geleden schade helemaal moet vergoeden.

Er is al veel rechtspraak over overeenkomsten zoals hier aan de orde en de kantonrechter sluit in deze zaak daarbij aan. Dat betekent dat Dexia de door [eiseres] geleden schade helemaal moet vergoeden.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 12 februari 2025;

de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een incidenteel verzoek;

de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;

de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;

de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.

De bij de laatste conclusie overgelegde producties zijn buiten beschouwing gelaten. Het was daarom niet nodig Dexia hierop nog te laten reageren.

Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen.

3. 3. De feiten

[eiseres] heeft de volgende leaseovereenkomsten (verder ook wel: overeenkomsten I en II) ondertekend waarop zij als lessee stond vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia:

Nr.

Contractnr.

Datum

Naam overeenkomst

I.

51000915

12-03-1998

Triple Effect

II.

56090947

05-12-2000

Profit Effect

Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomsten eindafrekeningen opgesteld met het volgende resultaat:

Nr.

Datum eindafrekening

Resultaat

(Uit)betaald

I.

12-03-2001

+ € 2.502,44

Ja

II.

06-12-2010

- € 6.889,22

Ja

Volgens opgave van Dexia heeft [eiseres] op grond van deze

overeenkomsten – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van

€ 20.049,77 aan maandtermijnen en een bedrag van € 6.889,22 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [eiseres] € 2.443,34 aan dividenden ontvangen en heeft Dexia € 442,05 aan dividenden verrekend. Daarnaast heeft [eiseres] een bedrag van € 2.644,31 aan fiscaal voordeel genoten. Op 18 januari 2012 heeft Dexia een bedrag van

€ 2.995,04 aan [eiseres] uitgekeerd, volgens Dexia tweederde van de restschuld inclusief reeds verschenen rente.

[eiseres] heeft vóór het sluiten van deze overeenkomsten, op 29 november 1996, ook nog een overeenkomst met de naam Accelerator Effect (hierna: overeenkomst III) ondertekend. Deze overeenkomst heeft contractnummer 05000416 en is geëindigd met een positief saldo van € 4.367,50.

De gemachtigde van [eiseres] , Leaseproces, heeft bij brief van 23 mei 2006 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van overeenkomst II ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.

4. De vordering en het verweer in de hoofdzaak en in de verzoeken in het incident en in conventie en in reconventie

[eiseres] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

in de hoofdzaak:

 voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot overeenkomst I en II onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,

 voor recht zal verklaren dat [eiseres] met betrekking tot overeenkomst I en II schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,

 Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eiseres] van al datgene dat [eiseres] aan Dexia heeft betaald onder overeenkomsten I en II, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,

 Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eiseres] , met rente,

 Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente.

Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een tegenvordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

in het incident:

 [eiseres] zal veroordelen om aan Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier, althans van andere schriftelijke documenten waar de door Leaseproces namens [eiseres] in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen aan zijn ontleend,

in de hoofdzaak:

 voor recht zal verklaren dat Dexia na betaling van een bedrag van

€ 1.705,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 december 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening, met betrekking tot de overeenkomsten I, II en III aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [eiseres] verschuldigd is,

 [eiseres] zal veroordelen in de proceskosten.

Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.

5. Beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en het verzoek in het incident algemeen 5.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [eiseres] .

De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend.Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen.

Toepassing van deze jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:

er is sprake van huurkoop;

er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;

Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;

[eiseres] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld;

er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.

verjaring

Dexia betoogt dat een eventuele vordering van [eiseres] inmiddels is verjaard. Daarin kan zij worden gevolgd voor zover haar verweer zich richt tot de vordering die [eiseres] met betrekking tot overeenkomst I heeft ingesteld. Door [eiseres] is namelijk niet weersproken dat zij nooit aan Dexia kenbaar heeft gemaakt dat zij in verband met die overeenkomst iets te vorderen heeft.

De enige vordering aan Dexia kenbaar heeft gemaakt ziet op overeenkomst II. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, wordt dan ook niet ingezien dat [eiseres] de verjarings-termijn, die bij het einde van overeenkomst I op 12 maart 2001 aanving, ooit heeft gestuit. Weliswaar heeft haar gemachtigde de hierboven aangehaalde sommatiebrief van 23 mei 2006 verstuurd, maar daarin wordt Dexia alleen aansprakelijk gesteld voor de schade uit overeenkomst II. Overigens is die brief ook verzonden na het einde van de hiervoor genoemde verjaringstermijn. De vordering van [eiseres] ten aanzien van overeenkomst I zal dan ook worden afgewezen.

Voor zover Dexia stelt dat een eventuele vordering uit hoofde van overeenkomst II van [eiseres] inmiddels is verjaard, wordt dit verweer niet gevolgd. In de jurisprudentie zijn bestendige oordelen te vinden voor wat betreft de stellingen en verweren van partijen die zien op de verjaring. Voor zover in deze zaak geen andere, afwijkende standpunten zijn ingenomen door één van de partijen, wordt op de aan (de gemachtigden van) partijen bekende overwegingen, ook in deze zaak geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat de verweren omtrent de verjaring doel treffen.

tussenpersoon

[eiseres] heeft de overeenkomsten met Dexia afgesloten via de tussenpersonen [naam 1] (overeenkomst I) en [naam 2] (overeenkomsten II en III), verder: de tussenpersonen. Tussen partijen is niet in geschil dat de tussenpersonen niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenlease-overeenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven. Dexia stelt dat het gegeven beleggingsadvies naar het destijds geldende Europese recht niet vergunningplichtig was. In het vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:2548), dat heeft geleid tot de hiervoor genoemde prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022, heeft de rechtbank toegelicht, onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd.

De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon [eiseres] heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had of behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon [eiseres] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op dit product toegesneden advies hebben verstrekt, rusten op [eiseres] als de partij die zich op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen van Dexia beroept. De door [eiseres] gestelde feiten en omstandigheden dienen voldoende concreet te zijn en zo mogelijk voorzien van onderbouwing. Voor zover Dexia de gestelde feiten en omstandigheden betwist, dient die betwisting eveneens voldoende gemotiveerd te zijn.Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eiseres] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.

[eiseres] stelt over de feitelijke gang van zaken het volgende:

[eiseres] was in 1996 recent bij haar partner ingetrokken in zijn woning. De partner van [eiseres] had een verzekeringsadviseur, namelijk een adviseur van [naam 2] . die jaarlijks bij hem thuis kwam om de verzekeringen door te spreken. Zo ook in 1996 kwam de adviseur bij [eiseres] en haar partner thuis langs. [eiseres] was aanwezig bij het gesprek. Tijdens dit gesprek vroeg de adviseur of [eiseres] en haar partner geïnteresseerd waren om de mogelijkheden te bespreken met betrekking tot beleggen. [eiseres] en haar partner stemden hiermee in. De adviseur was op de hoogte van het feit dat [eiseres] en haar partner net waren gaan samenwonen. De adviseur heeft verder geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [eiseres] . Zo is met de adviseur gesproken over het spaargeld van [eiseres] . Daarnaast is met de adviseur gesproken over de wens van [eiseres] om meer vermogen op te bouwen voor de oude dag. De adviseur gaf aan dat het mogelijk was om dit doel te bereiken en dat hij hier een geschikt product voor wist. De adviseur heeft geadviseerd om een Accelerator Effect af te sluiten met een vooruitbetaling van NLG 4.000,00. Volgens de adviseur zou [eiseres] op deze manier een mooi bedrag aan vermogen opbouwen voor de oude dag. [eiseres] heeft het advies opgevolgd en heeft het voornoemde product afgesloten.

[eiseres] kwam in 1998 in contact met een adviseur van [naam 1] . De adviseur van [naam 1] heeft [eiseres] geadviseerd om een Triple Effect van Bank Labouchere af te sluiten met maandelijkse betalingen van ongeveer NLG 300,00. [eiseres] heeft dit advies opgevolgd en heeft een Triple Effect afgesloten met maandelijkse betalingen van NLG 300,31.

In 2000 kwam de adviseur van [naam 2] , tevens de verzekerings-adviseur van de partner van [eiseres] , wederom bij [eiseres] en haar partner thuis. [eiseres] bracht daarbij ter sprake dat haar ex-partner was overleden, en ze vanuit de verkoop van het huis van haar ex-partner een bedrag aan spaargeld op haar rekening had staan. De adviseur bracht wederom de mogelijkheid van beleggen ter sprake en gaf aan dat hij een product kon adviseren waarmee [eiseres] haar doelstelling om vermogen op te bouwen voor de oude dag nog beter zou bereiken. De adviseur adviseerde [eiseres] om een Profit Effect product van Bank Labouchere af te sluiten met een vooruitbetaling van ongeveer NLG 9.700,00. [eiseres] diende voor de vooruitbetaling haar spaargeld in verband met de verkoop van haar ex-partners woning aan te wenden. Volgens de adviseur zou [eiseres] op deze wijze aanzienlijk vermogen op bouwen, waardoor [eiseres] een mooi bedrag voor de oude dag zou opbouwen. De adviseur onderbouwde zijn advies met een brochure met rekenvoorbeelden. Op de brochure staat de stempel van [naam 2] vermeld, onder het woord ‘adviseur’.

De adviseur heeft [eiseres] in geen geval geïnformeerd over de specifieke risico’s. Zo

heeft hij er niet op gewezen dat met geleend geld werd belegd en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen de inleg geheel verloren kon gaan en er bovendien een schuld kon ontstaan uit hoofde van de effectenleaseovereenkomst. Als [eiseres] op deze risico’s gewezen was, had zij het Profit Effect nooit afgesloten. [eiseres] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en vertrouwde daarom volledig op de deskundigheid van de adviseur en zijn advies. Om deze reden heeft [eiseres] het advies van de adviseur opgevolgd. De aanvraag voor het Profit Effect is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomst is op een later moment ondertekend. [eiseres] heeft een Profit Effect afgesloten met een vooruitbetaling van

NLG 9.692,97.

[eiseres] heeft, ter onderbouwing van haar stellingen, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht:

- een kopie van het aanvraagformulier van een Profit Effect op naam van [eiseres] , waarop bij de tekst “Voor overleg en advies kunt u zich wenden tot uw adviseur:” een stempel is geplaatst met de tekst “[naam 2] (…)” en ATP-nummer 0190 is ingevuld,

- een kopie van de overeenkomst van 29 november 1996 met contractnummer 56090947, voorzien van de tekst “Adviseur: [naam 2] B.V.”,

- een kopie van de overeenkomst van 12 maart 1998 met contractnummer 51000915, voorzien van de tekst “Adviseur: 328 [naam 1] ”,

- een kopie van de overeenkomst van 6 december 2000 met contractnummer 56090947, voorzien van de tekst “Adviseur: ATP00190-Groot Kormelink”,

- een brochure van het Profit Effect, met daarin een prognosevoorbeeld en waarop bij de tekst “Voor overleg en advies kunt u zich wenden tot uw adviseur:” een stempel is geplaatst met de tekst “[naam 2] (…)”,

- een kopie van een uittreksel van de KvK van [naam 2] met als beschrijving van de werkzaamheden ‘Bemiddeling in verzekeringen, hypothecaire leningen, financieringen en beleggen in deelname in andere ondernemingen’.

Met deze feitelijke uiteenzetting en stukken heeft [eiseres] voldoende onderbouwd gesteld dat sprake is geweest van vergunningplichtige advisering met betrekking tot overeenkomst II. Dexia heeft de door [eiseres] geschetste gang van zaken slechts in algemene termen betwist. Dexia had echter meer concreet moeten maken dat en waarom volgens haar destijds geen sprake is geweest van advisering. Zo had Dexia moeten uiteenzetten op welke wijze de overeenkomst in haar visie tot stand was gekomen. Dexia heeft weliswaar erop gewezen dat zij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het contact tussen [eiseres] en de adviseur van de tussenpersoon, maar dat kan Dexia niet baten. Voor zover Dexia daardoor in bewijsnood is, komt dat voor haar rekening en risico. Niet alleen had zij zoals hiervoor is overwogen eerder bewijs kunnen verzamelen maar daarbij komt dat Dexia destijds ervan heeft afgezien om eigen voorlichting te geven aan potentiële klanten en gebruik heeft gemaakt van deze tussenpersoon voor de afzet van haar producten. Dit terwijl het voor haar als aan toezicht onderworpen effecteninstelling verboden was om van die tussenpersoon cliënten aan te nemen aan wie adviezen waren verstrekt. Het had op haar weg gelegen om daarop controle uit te oefenen en ervoor te zorgen dat zij wel over concrete informatie beschikte over de totstandkoming van een contract en de daarbij betrokken (medewerker van de) tussenpersoon. Daarom wordt uitgegaan van de juistheid van de door [eiseres] geschetste gang van zaken nu Dexia deze onvoldoende heeft weersproken. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen.

wetenschap Dexia

[eiseres] stelt dat Dexia wist, althans behoorde te weten, dat de tussenpersoon een op de persoon van [eiseres] toegesneden beleggingsadvies heeft gegeven. Dexia betwist dit. Uit diverse uitspraken volgt dat Dexia ermee bekend moet zijn geweest dat tussenpersonen op grote schaal individueel persoonlijk financieel advies gaven. Hoewel in dit geval niet is gebleken dat Dexia concrete wetenschap heeft gehad van de advisering van de tussenpersonen aan [eiseres] , had het op de weg van Dexia gelegen om bij de totstandkoming van de overeenkomst met [eiseres] , actief navraag te doen bij de tussenpersoon of de desbetreffende klant de overeenkomst is aangegaan op advies van de tussenpersoon, om te kunnen beoordelen of zij de overeenkomst met [eiseres] kon en mocht aangaan. Dat Dexia in deze zaak enig concreet hierop gericht onderzoek heeft verricht is gesteld noch gebleken. Zij had derhalve behoren te weten dat [eiseres] door de tussenpersonen is geadviseerd.

aansprakelijkheid Dexia 5.12. Nu Dexia ondanks het voorgaande toch met [eiseres] overeenkomst II is aangegaan, heeft zij jegens [eiseres] onrechtmatig gehandeld. Dit moet Dexia zwaar worden aangerekend. Weliswaar zijn aan [eiseres] omstandigheden toerekenbaar die tot de schade hebben bijgedragen, maar vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten, eist de billijkheid in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft. Weliswaar kunnen er situaties zijn waarin voldoende reden is om een deel van de schade op grond van artikel 6:101 BW voor rekening van de afnemer te doen komen, maar in dit geval zijn dergelijke feiten en omstandigheden niet aanwezig. De schade komt dan ook geheel voor rekening van Dexia.

vorderingen van [eiseres] 5.13. De door [eiseres] gevorderde verklaringen voor recht zullen daarom worden toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia bij de totstandkoming van overeenkomst II onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld door [eiseres] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersonen [eiseres] niet alleen als klant aanbrachten maar [eiseres] tevens persoonlijk hadden geadviseerd en de tussenpersonen geen vergunning daarvoor bezaten.

De als gevolg hiervan door [eiseres] uit overeenkomst II geleden schade kunnen partijen inmiddels berekenen. De voor vergoeding in aanmerking komende schade bestaat uit de door de afnemer betaalde inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen) en het niet vergoede gedeelte van de (fictieve) restschuld. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met te verrekenen genoten voordelen, waaronder daadwerkelijk ontvangen dividenduitkeringen, fiscale voordelen en een eventueel in aanmerking te nemen batig saldo uit voorgaande overeenkomsten. Een en ander volgens het door Dexia overgelegde financiële overzicht waarvan de juistheid door [eiseres] niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist. In het geval reeds eerder een schadevergoeding door Dexia is betaald, geldt ten aanzien van de verrekening daarvan hetgeen is overwogen in de beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7910). De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten als geformuleerd in HR 1 mei 2015 (ECLI:NL: HR:2015:1198) en HR 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164, r.o. 3.6.3).

Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is niet aan de orde. Niet gebleken is dat er meer of andere werkzaamheden aan de orde zijn geweest dan die, welke genoemd zijn in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590.

Gelet op het voorgaande behoeven de andere door [eiseres] aangevoerde gronden geen nadere bespreking.

de incidentele vordering van Dexia

Dexia vordert dat [eiseres] wordt veroordeeld het intakeformulier, dan wel een ander schriftelijk document van haar gemachtigde aan Dexia te verstrekken waaraan de door de gemachtigde ingenomen stellingen zijn ontleend.

Dexia wil kennelijk weten welke gegevens [eiseres] destijds aan Leaseproces heeft verstrekt en vervolgens in het dossier van Leaseproces terecht zijn gekomen. Het verstrekken van informatie aan een rechtsbijstandverlener over een geschil door middel van een gesprek of een intake- of vragenformulier of anderszins dient onbelemmerd te kunnen plaatsvinden. Daarvan is geen sprake meer als een rechtzoekende er rekening mee moet houden dat de aan zijn rechtsbijstandverlener verstrekte gegevens bij zijn wederpartij terecht kunnen komen. Het is van groot belang dat het vertrouwelijke karakter van de informatie-uitwisseling tussen de rechtzoekende en diens rechtsbijstandverlener blijft bestaan. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een hoge uitzondering die maakt dat in dít geval van de beroepsbeoefenaar kan worden verlangd zich niet op zijn verschoningsrecht te beroepen. Al met al oordeelt de kantonrechter dat het incidentele verzoek van Dexia moet worden afgewezen.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

vorderingen Dexia

Gelet op de beoordeling in conventie moet de vordering voor zover die betrekking heeft op overeenkomst II worden afgewezen. Voor zover de vordering ziet op overeenkomst I en III zal deze worden toegewezen. Hierboven is ten aanzien van overeenkomst I immers overwogen dat een daaruit voortvloeiende rechtsvordering is verjaard en ten aanzien van overeenkomst III heeft [eiseres] niet toegelicht welke vordering zij nog op Dexia zou hebben. Voor recht zal daarom worden verklaard dat Dexia met betrekking tot overeenkomst I en III aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [eiseres] is verschuldigd.

proceskosten

Omdat partijen over en weer in het gelijk en ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. Beslissing

De kantonrechter

in het incident van Dexia

wijst de vordering van Dexia af,

in conventie

verklaart voor recht dat Dexia bij de totstandkoming van overeenkomst II onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld door [eiseres] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersonen [eiseres] niet alleen als klant aanbrachten maar [eiseres] tevens persoonlijk hadden geadviseerd en de tussenpersonen geen vergunning daarvoor bezaten,

verklaart voor recht dat [eiseres] met betrekking tot overeenkomst II schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,

veroordeelt Dexia om aan [eiseres] te betalen de schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover een en ander zoals weergegeven in r.o. 5.14.,

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de overeenkomsten I en III aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [eiseres] is verschuldigd,

wijst het overige gevorderde af,

in het incident, conventie en reconventie

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

fh

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?