ECLI:NL:RBGEL:2025:11717

ECLI:NL:RBGEL:2025:11717

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 04-07-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 05/400564-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling voor artikel 6 WVW, wegens aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijden. Er is onvoldoende geanticipeerd op rode verkeerslichten door de snelheid onvoldoende te verminderen, daardoor ontstond een kettingbotsing. Gekneusde ribben bij het slachtoffer als gevolg van de botsing worden niet gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel, wel werd het slachtoffer verhinderd in het uitvoeren van zijn dagelijkse bezigheden als taxichauffeur. Geldboete van 1.000 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.400564.24

Datum uitspraak : 4 juli 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats].

raadsvrouw: mr. H. de Kroon, advocaat in Hilversum .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 15 maart 2024 te Heelweg in de gemeente Oude IJsselstreek als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Varsseveld, gaande in de richting van Lichtenvoorde, daarmede heeft gereden over de Twente-Route 8 en naderend de verkeerslichten ter hoogte van de Radstake, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl hij beginnend bestuurder was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie,

terwijl op die weg (de Twente-Route 8 ter hoogte van de verkeerslichten de Radstake) meerdere motorrijtuigen (personenauto’s) stilstonden voor het rooduitstralende verkeerslicht en/of

- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of

- zijn aandacht gedurende enige tijd niet heeft gericht, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

- niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(vervolgens) heeft hij, verdachte, toen het voor hem uit rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen (met nagenoeg onverminderde snelheid) een kettingbotsing veroorzaakt, althans is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voor hem uit langzamere rijdend of stilstaande meerdere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s) (welke op hun beurt zijn gebotst tegen, althans in aanrijding zijn gekomen met, een of meerdere andere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s)),

en aldus heeft hij, verdachte, zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 15 maart 2024 te Heelweg in de gemeente Oude IJsselstreek als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Varsseveld, gaande in de richting van Lichtenvoorde, daarmede heeft gereden over de Twente-Route 8 en naderend de verkeerslichten ter hoogte van de Radstake,

terwijl hij beginnend bestuurder was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl op die weg (de Twente-Route 8 ter hoogte van de verkeerslichten de Radstake) meerdere motorrijtuigen (personenauto’s) stilstonden voor het rood uitstralende verkeerslicht,

- daarbij niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of

- zijn aandacht gedurende enige tijd niet heeft gericht, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

- niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(vervolgens) heeft hij, verdachte, toen het voor hem uit rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen (met nagenoeg onverminderde snelheid) een kettingbotsing veroorzaakt, althans is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voor hem uit langzamere rijdend of stilstaande meerdere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s) (welke op hun beurt zijn gebotst tegen, althans in aanrijding zijn gekomen met, een of meerdere andere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s)),

en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 15 maart 2024 te Heelweg, gemeente Oude IJsselstreek als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Twente-Route 8 ter hoogte van de verkeerslichten van de Radstake, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers heeft hij een kettingbotsing veroorzaakt, waarbij hij is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voertuig (personenauto), welke op zijn beurt is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een ander voertuig (personenauto), welke op zijn beurt is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een ander voertuig (personenauto);

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 15 maart 2024 heeft een kettingbotsing plaatsgevonden op de Twente-Route 8 ter hoogte van de verkeerslichten van de Radstake. Verdachte reed met ongeveer 50 km/u als beginnend bestuurder in zijn personenauto vanuit de richting van Varsseveld in de richting van Lichtenvoorde. Verdachte was ter plaatse goed bekend. Op deze weg stonden meerdere auto’s stil voor het rood uitstralende verkeerslicht en verdachte is tegen de voor het verkeerslicht stilstaande voertuig gebotst. Hierdoor is dit voertuig gebotst tegen het voor hem staande voertuig en hetzelfde geldt voor de daarvoor staande voertuigen.

[slachtoffer] raakte bij dit ongeval gewond. Hij had onder meer gekneusde ribben. De geschatte genezingsduur betrof drie maanden. Hij kon maandenlang zijn dagelijkse werkzaamheden niet uitvoeren.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. De officier van justitie stelt dat verdachte aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden en daarmee een aanmerkelijke mate van schuld heeft aan het ongeval. Het letsel van [slachtoffer] maakte dat hij tijdelijk verhinderd werd bij de uitoefening van zijn dagelijkse bezigheden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat er geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Het is niet aan verdachtes schuld te wijten dat [slachtoffer] letsel heeft opgelopen. Ook dient verdachte te worden vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde, nu het maken van één enkele verkeersfout onvoldoende is voor het veroorzaken van gevaar als bedoeld in artikel 5 WVW. Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW)

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Bij de beoordeling hiervan komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de overtreding en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in het algemeen valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van genoemde bepaling. Voorts kan niet reeds uit de aard van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Verdachte heeft verklaard dat hij een kettingbotsing heeft veroorzaakt. Hij was er mogelijk niet helemaal bij en weet niet meer precies hoe het ging. Hij weet wel nog dat het druk was op de weg en dat er veel verkeer achter elkaar reed. Hij heeft bij hectometerpaal 219.5 (de rechtbank: op ongeveer 150 meter vóór de betreffende verkeerslichten) gezien dat er voertuigen stilstonden voor de verkeerslichten die hij naderde. Op het tijdstip dat de kettingbotsing plaatsvond was het schemerig. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij achter de auto van verdachte reed. Het viel hem op dat deze auto diverse keren kort op het voertuig zat dat voor hem reed. Ook zag hij dat de auto diverse keren moest remmen voor zijn voorgangers en dat hij op die momenten nog maar net op tijd tot stilstand kwam. Toen [getuige] het verkeerslicht naderde zag hij vanuit zijn bus dat het verkeerslicht op rood stond. Terwijl de andere voertuigen allemaal tot stilstand kwamen reed de auto van verdachte door. Het voertuig vóór de auto van verdachte stond stil of bijna stil.

Verdachte heeft niet geremd voor de stilstaande auto’s voor het verkeerslicht dat hij naderde. Hij heeft zijn aandacht onvoldoende bij het overige verkeer en de situatie ter plaatse gehouden en zijn snelheid daarop ook niet aangepast. De rechtbank gaat hierbij uit van de verklaring van getuige [getuige] waaruit blijkt dat verdachte al enige tijd dicht op zijn voorgangers reed en telkens maar net op tijd remde voor deze voorgangers. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte het ongeval hebben veroorzaakt en dat deze de conclusie rechtvaardigen dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW.

Aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam.

De rechtbank overweegt met de officier van justitie dat de gedragingen van verdachte onvoldoende zijn om te kunnen spreken van het opzettelijk en in ernstige mate schenden van de verkeersregels en dus onvoldoende om het rijgedrag van verdachte te kwalificeren als roekeloos.

Verdachte naderde met zijn voertuig rood uitstralende verkeerslichten, waarvoor al een aantal auto’s stilstond. Hij heeft deze verkeerslichten wel zien naderen op ongeveer 150 meter ervoor, ook zag hij dat er al stilstaande auto’s stonden. Toch heeft hij op het moment dat hij dichterbij de verkeerslichten kwam niet op de situatie geanticipeerd door zijn snelheid voldoende te verminderen. Daardoor is hij tegen een al stilstaand voertuig gebotst en veroorzaakte hij een kettingbotsing.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte gedurende enige tijd zijn aandacht niet bij het verkeer heeft gehad, terwijl hij wist dat hij de verkeerslichten waarvoor verschillende auto’s al stilstonden naderde. Dat heeft erin geresulteerd dat verdachte helemaal niet heeft geremd en dat hij met een snelheid van ongeveer 50 km/u op zijn stilstaande voorganger is gebotst.

Gelet op dit samenstel van verwijtbaar handelen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden en dat het verkeersongeval aan zijn schuld in de zin van artikel 6 WVW te wijten is.

Het letsel

[slachtoffer] heeft – zoals reeds overwogen – als gevolg van het ongeval onder meer gekneusde ribben. De verwachting was dat hij hiervan drie maanden moest genezen. Gedurende deze periode heeft hij niet gewerkt.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [slachtoffer] niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Wel vindt de rechtbank bewezen dat [slachtoffer] werd verhinderd in het uitvoeren van zijn dagelijkse bezigheden.

Conclusie

Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Hij op 15 maart 2024 te Heelweg in de gemeente Oude IJsselstreek als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Varsseveld, gaande in de richting van Lichtenvoorde, daarmede heeft gereden over de Twente-Route 8 en naderend de verkeerslichten ter hoogte van de Radstake, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl hij beginnend bestuurder was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie,

terwijl op die weg (de Twente-Route 8 ter hoogte van de verkeerslichten de Radstake) meerdere motorrijtuigen (personenauto’s) stilstonden voor het rooduitstralende verkeerslicht en/of

- (daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of

- zijn aandacht gedurende enige tijd niet heeft gericht, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

- niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(vervolgens) heeft hij, verdachte, toen het voor hem uit rijdende verkeer snelheid had verminderd en/of tot stilstand was gekomen (met nagenoeg onverminderde snelheid) een kettingbotsing veroorzaakt, althans is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een voor hem uit langzamere rijdend of stilstaande meerdere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s) (welke op hun beurt zijn gebotst tegen, althans in aanrijding zijn gekomen met, een of meerdere andere voertuigen (personenauto’s en/of bedrijfsauto’s)),

en aldus heeft hij, verdachte, zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van duizend euro met vervangende hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich als beginnend bestuurder schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een kettingbotsing, door enige tijd zijn aandacht niet bij het verkeer te houden en niet te remmen voor een rood uitstralend verkeerslicht waarvoor al een aantal auto’s stilstonden. Hierdoor heeft [slachtoffer] lichamelijk letsel opgelopen. Dit is een ernstig strafbaar feit, waarmee verdachte niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook die van de overige verkeersdeelnemers in gevaar heeft gebracht. Verdachte heeft dit ongeval niet opzettelijk veroorzaakt en hij heeft dit ook niet gewild, maar door zijn toedoen heeft het ongeval wel plaatsgevonden. [slachtoffer] heeft hierdoor enkele maanden zijn dagelijkse bezigheden niet kunnen uitoefenen.

Het is de rechtbank duidelijk, mede uit zijn verklaring ter terechtzitting, dat het verkeersongeval ook impact heeft gehad op verdachte. Verdachte neemt de verantwoordelijkheid voor het veroorzaken van het verkeersongeval. Hij heeft de dag na het ongeval zijn excuses aangeboden aan [slachtoffer] en heeft hem een fruitmand gebracht.

Bij de strafoplegging dient de rechtbank voor ogen te houden dat een aan verdachte op te leggen straf in verhouding dient te staan tot de mate van verwijtbaarheid van het verkeersgedrag en niet in overwegende mate mag worden ingegeven door de ernst en de gevolgen daarvan. De rechtbank weegt in strafverminderende zin mee de oprechte spijt van verdachte, zijn persoonlijke (werk)omstandigheden en het feit dat hij vanaf het begin de volledige verantwoordelijkheid voor zijn handelen – en de gevolgen daarvan – heeft genomen. Verder blijkt uit het strafblad van verdachte dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Van strafverzwarende omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De rechtbank houdt, in het licht hiervan, ook rekening met het gegeven dat een onvoorwaardelijke rijontzegging grote praktische problemen zal opleveren.

De rechtbank zal gelet op de hiervoor genoemde overwegingen de officier van justitie volgen in de strafeis en legt aan verdachte een geldboete van duizend euro op met vervangende hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 23, 24c en 24a van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.J.H. Hovens
  • mr. A.J.H. Steenweg

Griffier

  • mr. E.W.A. Nabbe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?