ECLI:NL:RBGEL:2025:11725

ECLI:NL:RBGEL:2025:11725

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-10-2025
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 05/138401-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling voor poging tot doodslag, door slachtoffer met een mes in zijn halsstreek te steken. Door met een mes met een lemmet van 7,5 centimeter in de halsstreek te steken is de aanmerkelijke kans op de dood door verdachte aanvaard. Het feit kan in verminderde mate aan verdachte worden toegerekend. Gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden. Ook wordt een 38z maatregel opgelegd. Verdachte moet daarnaast een eerder aan haar opgelegde straf van 4 maanden uitzitten, omdat zij in de proeftijd opnieuw een strafbaar feit heeft gepleegd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05.138401.25 + 21.000731.24 (TUL)

Datum uitspraak : 22 oktober 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in [plaats] .

raadsman: mr. G.F. Schadd, advocaat in Arnhem, namens deze ter zitting aanwezig: mr. J.A. Schadd.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 6 mei 2025 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, (eenmaal) met een mes in de halsstreek van die voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden en/of (eenmaal) met een mes in de halsstreek, althans het lichaam heeft getracht te steken/snijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 6 mei 2025 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (eenmaal) met een mes in de halsstreek van die voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden en/of (eenmaal) met een mes in de halsstreek, althans het lichaam heeft getracht te steken/snijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 6 mei 2025 in Arnhem heeft verdachte [slachtoffer] in de halsstreek gestoken met een mes. [slachtoffer] heeft hierdoor een wond in zijn hals opgelopen van 2,5 centimeter lang met scherpe wondranden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde poging tot doodslag. De officier van justitie gaat hierbij uit van voorwaardelijk opzet van verdachte op de dood van [slachtoffer] .

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag en overweegt daartoe het volgende.

Het mes waarmee verdachte [slachtoffer] heeft gestoken, had een lemmet van 7,5 centimeter. Zij heeft [slachtoffer] daarmee in zijn halsstreek gestoken. In de halsstreek bevinden zich vitale organen en belangrijke slagaderen, waarvan het algemeen bekend is dat zij bij het doorsnijden ervan tot potentieel dodelijk letsel kunnen leiden. Verbalisant [verbalisant 1] was na het incident ter plaatse en heeft foto’s van de wond van [slachtoffer] gemaakt. Hij hoorde de ambulancebroeder, die ter plaatse naar de wond keek, zeggen dat als de steekwond 1 centimeter naar links had gezeten, het slachtoffer in zijn slagader geraakt zou zijn.

Door met een dergelijk mes in de halsstreek van [slachtoffer] te steken, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat één of meer vitale organen of belangrijke slagaderen zouden worden geraakt en dat [slachtoffer] als gevolg van de dan ontstane verwondingen zou overlijden.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op of omstreeks 6 mei 2025 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, (eenmaal) met een mes in de halsstreek van die voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden en/of (eenmaal) met een mes in de halsstreek, althans het lichaam heeft getracht te steken/snijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Primair

Poging tot doodslag

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op de ernst van het feit, primair gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De voorwaarde van ambulante behandeling moet als aparte voorwaarde worden opgelegd. Daarnaast moet een gedragsbeïnvloedende maatregel conform artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) worden opgelegd. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat, voor het geval de rechtbank een aanzienlijk kortere gevangenisstraf oplegt, dan wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter hoogte van de duur van het voorarrest, de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. Dit omdat het risico op een misdrijf met schade voor personen groot moet worden geacht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de geëiste gevangenisstraf gematigd moet worden tot een onvoorwaardelijk deel van zes tot negen maanden, met daarnaast een hele stevige voorwaardelijke gevangenisstraf. In dat geval heeft verdachte een flinke stok achter de deur om de bijzondere voorwaarden met daarin een klinische opname zoals geadviseerd door de reclassering, waar zij ook achter staat, gedurende de gehele proeftijd na te blijven komen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte behoefte heeft aan hulpverlening, waarmee zij haar leven anders vorm kan gaan geven. Dit lukt haar immers niet zelfstandig door de bij haar vastgestelde problematiek.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer] . Verdachte heeft [slachtoffer] op klaarlichte dag in een winkelstraat in Arnhem met een mes in zijn nek gestoken. Verdachte heeft [slachtoffer] daarbij op een haar na in een slagader in zijn nek geraakt. Dat het niet erger is afgelopen, is niet aan verdachte te danken. Door haar handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] . Bovendien maakt een dergelijke steekpartij, op straat, een grote inbreuk op de rechtsorde en veroorzaken dergelijke ernstige feiten gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving.

Strafblad

Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte van 1 juli 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden meermaals onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsmisdrijven. De rechtbank weegt dit strafverzwarend mee.

Toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het Pro Justitia rapport over verdachte van 31 juli 2025, opgemaakt door GZ-psycholoog D.R. van der Velden. De psycholoog heeft – kort samengevat – gerapporteerd dat verdachte een disharmonisch intelligentieprofiel heeft en dat sprake is van hechtingsproblematiek, ADHD, een persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van polymiddelen. Ten tijde van het plegen van het feit waren deze stoornissen aanwezig. De psycholoog heeft gerapporteerd dat deze stoornissen van invloed waren op het handelen van verdachte ten tijde van het feit. De psycholoog adviseert om het feit in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Verdachte is bij oplopende spanning of incidenten niet in staat haar impulsen en gedrag te reguleren en controleren. Het middelengebruik op de dag van het feit droeg bij aan haar toch al structureel beperkte emotie- en impulscontrole.

De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies van de rapporteur over. De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde feit in verminderde mate aan verdachte moet worden toegerekend.

Rapportages

De Pro Justitia rapporteur adviseert een klinische forensische behandeling te starten om het hoge recidiverisico op gewelddadig delictgedrag te verminderen. Hierbij wordt gedacht aan twee opties, te weten een forensisch klinische opname als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf met langdurig reclasseringstoezicht of een forensische klinische opname als voorwaarde bij een TBS met voorwaarden.

De reclassering heeft naar aanleiding van de Pro Justitia rapportage gerapporteerd over de mogelijke invulling van bijzondere voorwaarden. Uit het rapport van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 30 september 2025, blijkt onder meer het volgende. De reclassering ziet geen mogelijkheden voor een ambulante behandeling. Uit de indicatie forensische zorg van het IFZ blijkt dat verdachte is geïndiceerd voor een klinische forensische behandeling op het niveau van een FPA met brede expertise waaronder persoonlijkheidspathologie, middelenproblematiek en trauma- en agressieregulatie behandeling. In gesprek met de rapporteur heeft verdachte aangegeven dat zij mee wil werken aan een klinische opname en een traject voor begeleid wonen. GGnet De Boog heeft beoordeeld verdachte passende behandeling te kunnen bieden. De reclassering voegt hier aan toe dat, hoewel er twijfels bestaan over de haalbaarheid en motivatie voor een klinisch traject (binnen een regulier kader), de reclassering meeweegt dat dit traject nog niet eerder is ingezet. De reclassering komt, alles afwegende, tot de conclusie dat een klinische opname binnen het kader van een (deels) voorwaardelijke straf haalbaar is. De reclassering adviseert daarbij wel om ook een gedragsbeïnvloedende maatregel ex artikel 38z Sr op te leggen.

De op te leggen straf

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmodaliteit rekening met de ernst van het feit, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het tijdsverloop en haar verminderde toerekeningsvatbaarheid ten tijde van het feit. Verdachte heeft aangegeven gemotiveerd te zijn voor een klinische behandeling en dit traject is nog niet eerder met haar doorlopen. De rechtbank wil verdachte daarom een kans geven om een dergelijk traject te doorlopen en tot een goed einde te brengen. Dit laat onverlet dat er sprake is van een zeer ernstig feit. De rechtbank houdt daarbij ook rekening met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Alles overwegende komt de rechtbank tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De ambulante behandeling zal hierbij als aparte voorwaarde worden opgenomen.

Ter bescherming van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zal de rechtbank een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Verdachte is immers in het verleden veroordeeld voor meerdere geweldsdelicten en het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal het mes dat aan verdachte toebehoort met behulp waarvan het feit is begaan verbeurd verklaren.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21.000731.24)

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte op 27 maart 2025 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsman heeft primair bepleit dat de vordering moet worden afgewezen omdat de behandeling die aan de voorwaardelijke gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde is gekoppeld, niet is aangevangen. Subsidiair stelt de raadsman dat de proeftijd moet worden verlengd, dan wel dat de vordering moet worden omgezet in een andere strafmodaliteit.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd. De rechtbank zal de proeftijd van de vordering, zoals verzocht door de raadsman, niet verlengen noch zal zij de vordering omzetten in een andere strafmodaliteit, nu aan verdachte in de huidige zaak een voorwaardelijke straf is opgelegd. Daarbij zijn bijzondere voorwaarden opgelegd die op dit moment het meest passend en geboden zijn voor verdachte. De rechtbank acht het niet opportuun dat daarnaast nog een andere voorwaardelijke straf loopt.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 38z, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

o zich meldt na het ingaan van de proeftijd bij het Leger de Heils Reclassering Arnhem op het adres Van Pallandstraat 11, 6814 GM Arnhem . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

o zich laat opnemen in GGNet De Boog Expertisecentrum Forensische Psychiatrie of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;

o meewerkt aan de indicatiestelling en plaatsing, als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt;

o verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor haar heeft opgesteld;

o zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

o meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

o meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

o meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A. van Leeuwen
  • mr. S. Jansen

Griffier

  • mr. E.W.A. Nabbe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?