ECLI:NL:RBGEL:2025:11726

ECLI:NL:RBGEL:2025:11726

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-10-2025
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 05/156467-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling voor de Opiumwet, te weten het invoeren van 692 lachgas in Nederland. Taakstraf van 200 uren en een gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaren en oplegging van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.156467.25

Datum uitspraak : 22 oktober 2025

Tegenspraak (279 Sv)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] .

Raadsman: mr. C.P. Timmers, advocaat in Middelharnis.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 december 2024 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 692 kg distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 december 2024 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad 692 kg distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Primair tenlastegelegde

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 14 t/m 16;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 8;

- Het proces-verbaal van bevindingen, p. 18 en 19.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 18 december 2024 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 692 kg distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Primair

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en het advies van de reclassering gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het leven van verdachte compleet zou ontwrichten. Bovendien heeft verdachte geen strafblad op het gebied van opiumwetdelicten. Volgens de raadsman kan de rechtbank volstaan met het opleggen van een maximale taakstraf, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs, te weten 692 kilo lachgas. De invoer van softdrugs houdt de illegale handel daarin in stand en dergelijke handel is ondermijnend en schadelijk voor de samenleving. Verdachte heeft daar door zijn handelen ook een bijdrage aan geleverd.

In het voordeel van verdachte stelt de rechtbank vast dat verdachte na zijn aanhouding, waarbij hij overigens ook direct een bekennende verklaring heeft afgelegd, niet meer in aanraking is gekomen met politie en/of justitie. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het advies van de reclassering van 11 september 2025.

De reclassering rapporteert dat er zorgen zijn rondom het sociale netwerk van verdachte, zijn financiën en mogelijk zijn psychosociaal functioneren. Daarentegen is verdachte gemotiveerd voor het vinden en behouden van betaald werk. Het recidiverisico schat de reclassering in op laag-gemiddeld, gelet op de problemen die bestaan op meerdere leefgebieden. Gezien deze problemen ziet de reclassering een meerwaarde in het opleggen van reclasseringstoezicht. Zij adviseren dan ook een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.

Alles afwegend, maar vooral gelet op de direct door verdachte afgelegde bekennende verklaring en het tijdsverloop tussen het feit en de terechtzitting, waarbij hij bovendien niet meer in aanraking is gekomen met politie en/of justitie, zal de rechtbank een lagere taakstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, namelijk een taakstraf van 200 uren en daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

   legt op een taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

   stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Bonder
  • mr. S. Jansen

Griffier

  • mr. E.W. A. Nabbe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?