ECLI:NL:RBGEL:2025:11730

ECLI:NL:RBGEL:2025:11730

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-08-2025
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 05/234564-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling voor het voorbereiden van het vervaardigen van drugs en het voorhanden hebben van zes volmantel kogelpatronen. In de auto van verdachte worden spullen aangetroffen die zijn bedoeld voor het maken van MDMA en metamfetamine. Ook in de schuur van de woning van verdachte zijn dergelijke spullen aangetroffen. De rechtbank gelooft verdachte niet in zijn verhaal dat hij niet wist dat deze spullen in zijn auto en zijn schuur lagen. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 200 uren.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05-234564-24

Datum uitspraak : 22 augustus 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

Raadsman: mr. R.S.F. ten Kortenaar, advocaat in Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 augustus 2025.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 19 juli 2024 te Herveld, gemeente Overbetuwe en/of te Tiel, althans in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of- het opzettelijk vervaardigen van MDMA en/of (meth)amfetamine en/of een of meer andere stoffen, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door het voorhanden hebben van- diverse grondstoffen, waaronder (in totaal) (ongeveer) 55.520 gram, althans een hoeveelheid MAMDPA en/of een of meer jerrycans bevattende (in totaal)(ongeveer) 107,68 gram, althans een hoeveelheid fosforzuur en/of- een of meer mengmachines en/of- een temperatuur controller en/of- een of meer versnijdingsmiddelen en/of- een pillenmal en/of- een lagerpers,ten behoeve van de productie van MDMA en/of (meth)amfetamine en/of een of meer andere middelen;

2.hij op of omstreeks 19 juli 2024 te Herveld, gemeente Overbetuwe, althans in Nederland, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten zes, althans een of meer volmantel kogelpatronen van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van feit 1: voorbereidingshandelingen vervaardigen harddrugs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 19 juli 2024 is verdachte bij zijn auto aangetroffen op de A15 bij Tiel na slingerend rijgedrag en tonen van een scherpe kogel. In zijn auto bleken de volgende spullen te liggen,

- twee bigshoppers en één vuilniszak met in totaal 55.520 gram MAMDPA;

- twee jerrycans met in totaal 107,68 gram fosforzuur.

MAMDPA en fosforzuur kunnen worden omgezet in BMK en PMK, grondstoffen voor MDMA en metamfetamine. Deze middelen zijn vermeld op lijst I van de Opiumwet.

In en bij de schuur bij de woning van verdachte aan de Duifkruid 187 in Tiel zijn op 20 juli 2024 de volgende goederen aangetroffen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen van harddrugs, door het voorhanden hebben van goederen die hiervoor bestemd zijn.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit, omdat hij niet wist dat het ging om goederen en middelen die geschikt waren voor het produceren van (hard)drugs. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans hierop, bij gebrek aan wetenschap, dus ook niet bewust kunnen aanvaarden.

Verdachte heeft verklaard dat de middelen en goederen van zijn vriend waren en dat hij ze tijdelijk moest bewaren. Hij wist niet waar ze voor waren bedoeld.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van de vaststaande feiten vast dat de grondstoffen en voorwerpen die in de auto van verdachte en in en bij de schuur van zijn woning zijn aangetroffen naar hun aard en onderlinge samenhang bezien, zijn bedoeld om feiten zoals omschreven in artikel 10, vierde lid van de Opiumwet voor te bereiden dan wel te bevorderen. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte deze grondstoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad.

Geur in de auto

In de auto zijn dus tassen (bigshoppers) en jerrycans aangetroffen met MAMDPA resp. fosforzuur 85%, chemische stoffen waarmee uiteindelijk MDMA kan worden gemaakt.

Tijdens de doorzoeking van de auto van verdachte ruiken verbalisanten, na het openen van één van de verpakkingen in een bigshopper, direct een hevige chemische lucht uit deze verpakking komen. Zij besloten de doorzoeking in het voertuig te staken en af te sluiten gezien deze chemische lucht. Ook in de schuur ruiken de ruimte en de restanten op de aangetroffen goederen naar een zoete geur van anijs. De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat dergelijk sterk chemisch ruikende spullen veelal verband houden met de productie van harddrugs.

Conclusie rechtbank

Deze chemische geur die verbalisanten meteen ruiken, kan niet aan de aandacht van verdachte zijn ontsnapt op het moment dat hij in die auto reed. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij de middelen moest vervoeren, hij wist niet waar ze vandaan kwamen, wie ze in de auto had geplaatst en ook niet waar ze naartoe gebracht moesten worden. Ze lagen al maanden in zijn auto. Ten aanzien van de spullen in zijn schuur heeft verdachte met een vriend afgesproken deze naar de stort te brengen. Hij wist niet waar deze spullen voor waren, ze lagen er al geruime tijd. Deze verklaringen zijn volstrekt onaannemelijk. Eigenlijk kan het niet anders of verdachte wist heel goed wat er aan de hand was, dat deze spullen werden gebruikt om synthetische drugs te fabriceren.

In ieder geval kan worden gezegd dat, door ondanks alle onduidelijkheden, de geheimzinnige gang van zaken en de sterke chemische geur die van de goederen afkwam, de keuze te maken de middelen te vervoeren en de goederen in zijn schuur te bewaren verdachte zich op zijn minst bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het ging om spullen met een illegale bestemming. Door geen nadere informatie te vragen over de spullen heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat het ging om spullen die bestemd waren tot het plegen van enig misdrijf. In dit geval het voorbereiden en/of bevorderen van feiten zoals omschreven in artikel 10, vierde lid van de Opiumwet.

Verdachte heeft door het voorhanden hebben van de bij hem aangetroffen voorwerpen en stoffen het voorwaardelijk opzet gehad op het plegen van het strafbare feit van artikel 10a van de Opiumwet.

Ten aanzien van feit 2: het voorhanden hebben van munitie

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 26 en 27.

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 90;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op of omstreeks 19 juli 2024 te Herveld, gemeente Overbetuwe en/of te Tiel, althans in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of- het opzettelijk vervaardigen van MDMA en/of (meth)amfetamine en/of een of meer andere stoffen, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door het voorhanden hebben van- diverse grondstoffen, waaronder (in totaal) (ongeveer) 55.520 gram, althans een hoeveelheid MAMDPA en/of een of meer jerrycans bevattende (in totaal) (ongeveer) 107,68 gram, althans een hoeveelheid fosforzuur en/of- een of meer mengmachines en/of- een temperatuur controller en/of- een of meer versnijdingsmiddelen en/of- een pillenmal en/of- een lagerpers,ten behoeve van de productie van MDMA en/of (meth)amfetamine en/of een of meer andere middelen;

2.hij op of omstreeks 19 juli 2024 te Herveld, gemeente Overbetuwe, althans in Nederland, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten zes, althans een of meer volmantel kogelpatronen van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

het voorbereiden en/of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Daartoe is aangevoerd dat de productie van synthetische drugs buitengewoon schadelijk is voor de volksgezondheid en dat verdachte door zijn handelen een essentiële schakel was in dit proces. Het recidivegevaar wordt ingeschat op gemiddeld en verdachte staat niet open voor enige begeleiding, een gevangenisstraf zoals geëist is de enige passende afdoening.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de strafeis van de officier van justitie aanzienlijk gematigd moet worden. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte moet een voorwaardelijk strafdeel overwogen worden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid grondstoffen en voorwerpen voor de productie van harddrugs en heeft voorbereidingshandelingen getroffen voor het bereiden/vervaardigen van harddrugs. In het kader daarvan beschikte verdachte over grondstoffen die bestemd waren voor het vervaardigen van MDMA en metamfetamine. Daarnaast had verdachte zes volmantel kogelpatronen van het kaliber 9x19mm voorhanden.

Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs een gevaar oplevert voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt berokkend. Door het voorhanden hebben van dergelijke middelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van deze problematiek.

Verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen voor soortgelijke feiten. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat verdachte na één jaar weer een goede omgangsregeling heeft met zijn zoontje, waarbij hij hem al een aantal maanden ziet. De rechtbank acht het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan ook niet opportuun. Wél zal de rechtbank aan verdachte een aanzienlijke taakstraf opleggen te weten een taakstraf voor de duur van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 legt op een taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W. Bruins
  • mr. R.D. Leen

Griffier

  • mr. E.W.A. Nabbe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?