RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Parketnummer: 05/056001-19
Datum uitspraak: 21 november 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1998,
thans verblijvende te [kliniek] (hierna: de kliniek).
Raadsman mr. C.A. Boeve, advocaat te Zwolle.
Procedure
Betrokkene is op 30 oktober 2023 bij vonnis van het Gerechtshof Arnhem veroordeeld waarbij terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd. Deze maatregel is ingegaan op 14 november 2023.
Bij vordering van 29 september 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de kliniek van 28 augustus 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de wettelijke aantekeningen.
Ter zitting van 7 november 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman mr. C.A. Boeve;
- de deskundige S. Oremus, GZ-psycholoog;
- de officier van justitie, mr. A. Reah.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft aangevoerd dat betrokkene pas kort in de kliniek is en nog de nodige concrete stappen moeten worden ondernomen in de komende periode. Het zal tijd kosten om de behandeling van gedragstherapie en delictanalyse te voltooien.
De raadsman van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege:
Dat betekent dat de maatregel onder andere is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen, of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De maatregel is niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, stoornissen in het gebruik van cocaïne (matig, ernstig), cannabis (matig, ernstig) en een amfetamineachtig middel (matig, ernstig). De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene verblijft sinds 2 juli 2025 binnen de [kliniek] . Dat was niet lang genoeg om al een behandeling te kunnen opstarten. Hij is inmiddels een langere periode stabiel in zijn psychische klachten. Hij kan goed aangeven wanneer zijn onrust toeneemt. Op 8 augustus 2025 heeft betrokkene een positieve UC op designerdrugs ingeleverd. Er is een vermoeden dat hij al langere tijd drugs gebruikt binnen de kliniek.
Recidivegevaar
Bij verblijf in de FPK, zonder verlof, wordt het recidivegevaar ingeschat als laag-matig. Er is nog niet genoeg bekend over betrokkene om dit goed in te kunnen schatten. Zonder het kader van de tbs-maatregel wordt het recidiverisico ingeschat als hoog.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Nu het behandeltraject van betrokkene nog niet gestart is, er nog diagnostisch onderzoek gaat plaatsvinden en ook alle daarna te volgen stappen nog gezet moeten worden, zal dit niet binnen één jaar kunnen worden afgerond. Daarom zal de rechtbank het advies van de kliniek opvolgen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen dan wel de algemene veiligheid van goederen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.