RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/057980-24
Datum uitspraak : 2 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] , wonende [adres] .
Raadsvrouw: mr. M.J.R. Roethof, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 19 juli 2023 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (te weten een
Motorola E13), een trui (merk Gucci), een sportbroek (merk Nike) en/of schoenen
(merk Puma), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1]
en/of een derde toebehoorde(n)
door
- die [slachtoffer 1] een of meermalen met een helm, althans een soortgelijk voorwerp,
op of tegen zijn hoofd te slaan,
- op, althans in de richting van, het hoofd van die [slachtoffer 1] te spugen,
- een vloeistof in het gezicht en/of over het lichaam van die [slachtoffer 1] te spuiten,
- een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan
en/of te stompen en/of
- een of meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te trappen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 19 juli 2023 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, althans in
Nederland,
openlijk, te weten aan/op/bij een fietspad in de buurt van de Slokhorsterweg,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke
plaats,
in vereniging,
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,
door
- die [slachtoffer 1] een of meermalen met een helm, althans een soortgelijk voorwerp,
op of tegen zijn hoofd te slaan,
- op, althans in de richting van, het hoofd van die [slachtoffer 1] te spugen,
- een vloeistof in het gezicht en/of over het lichaam van die [slachtoffer 1] te spuiten,
- een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan
en/of te stompen,
- een of meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te trappen en/of
- voornoemde geweldshandelingen te filmen,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een litteken
op de neus, althans in het gezicht, voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;
2.
hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2024 tot en met 29 januari 2024 te Ulft,
gemeente Oude IJsselstreek en/of te Doetinchem, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim
[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig goed, te weten een
geldbedrag van €20, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of aan een derde
toebehoorde,
door
via sociale media, te weten Snapchat,
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij €200 moest betalen,
- ( vervolgens) meerdere berichten aan die [slachtoffer 2] te sturen met daarin onder meer
de tekst “Je kan wel zo kkr bijdehand gaan lopen doen kleine kkr grappenmaker
maar doe dat nog een x en dan ga ik wat anders doen kkr mglyje. Dus hlt breng je
alvast die 2 jueten rn broer als je me nu gaat half swipen of iets last me niet iets
doorsturen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, waarna die [slachtoffer 2]
20 euro heeft betaald,
- ( vervolgens) een of meerdere screenshots te sturen van een seksueel getinte
opname, waarop die [slachtoffer 2] (onder andere) zichzelf herkende en/of
- ( vervolgens) meerdere berichten aan die [slachtoffer 2] te sturen met (onder meer) de
volgende teksten:
“voor vrijdag verwachten wij 3,5 meijer, zo niet komen we wel effe langs zodat je t
ook effe aan je ouders mag gaan uitleggen mag je wel effe aan je ouders gaan
uitleggen waar jij allemaal mee bezig bent”,
“die 2 mijer ga je lakken probeer maar iets en als je niet gellodft dan niet dan gooi ik
wel open kan je kijken of je me niet gelooft Grappenmaker” en/of
“Kla met jou broer laatste kans gehad ik hoef niks meer van jou ik ga straks dat geld
ophalen zie je dan wel op me verhaal sukkeltje”, althans woorden van gelijke aard
en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2024 tot en met 29 januari 2024 te Ulft,
gemeente Oude IJsselstreek en/of te Doetinchem, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door hem en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim
[slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag,
te weten €200, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of aan een derde
toebehoorde,
via sociale media, te weten Snapchat,
- een of meerdere screenshots heeft gestuurd van een seksueel getinte opname,
waarop die [slachtoffer 2] (onder andere) zichzelf herkende en/of
- ( vervolgens) meerdere berichten aan die [slachtoffer 2] heeft gestuurd met (onder meer)
de volgende teksten:
“voor vrijdag verwachten wij 3,5 meijer, zo niet komen we wel effe langs zodat je t
ook effe aan je ouders mag gaan uitleggen mag je wel effe aan je ouders gaan
uitleggen waar jij allemaal mee bezig bent”,
“die 2 mijer ga je lakken probeer maar iets en als je niet gellodft dan niet dan gooi ik
wel open kan je kijken of je me niet gelooft Grappenmaker” en/of
“Kla met jou broer laatste kans gehad ik hoef niks meer van jou ik ga straks dat geld
ophalen zie je dan wel op me verhaal sukkeltje”, althans woorden van gelijke aard
en/of strekking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op of omstreeks 6 januari 2024 te Doetinchem,
opzettelijk en wederrechtelijk
van een persoon, [slachtoffer 2] ,
een afbeelding van seksuele aard, te weten een of meerdere video's en/of foto's,
waarop te zien is dat de verdachte en die [slachtoffer 2] seks hebben,
heeft vervaardigd;
4.
hij op of omstreeks 24 juni 2023 te Silvolde, gemeente Oude IJsselstreek, althans in
Nederland,
[slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem tegen het gezicht te slaan,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus ten gevolge
heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primaire feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 445 – 446;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 462;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 6 maart 2024, p. 261 – 270.
Feit 2 en feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2 primair en feit 3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich voor feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 3 heeft de raadsman de rechtbank verzocht om verdachte vrij te spreken. Verdachte heeft aangeefster [slachtoffer 2] gefilmd maar dit was niet wederrechtelijk. Aangeefster [slachtoffer 2] wist dat er gefilmd werd en ging hiermee akkoord.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 547 - 549;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 februari 2024, p. 234 – 237.
De rechtbank vindt niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] dit feit samen met een ander of anderen heeft gepleegd, zodat de rechtbank hem van dat bestanddeel in de tenlastelegging zal vrijspreken.
Feit 3
Verdachte heeft bekend dat hij aangeefster [slachtoffer 2] op 6 januari 2024 in Doetinchem heeft gefilmd tijdens de seks. Voor een bewezenverklaring van dit feit is het van belang of aangeefster wist dat zij gefilmd werd en daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. Volgens verdachte wist aangeefster [slachtoffer 2] van het filmen en ging zij hiermee akkoord.
Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij niet wist dat verdachte filmde en dat zij geen toestemming heeft hiervoor heeft gegeven. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan die verklaring en vindt daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft gefilmd zonder haar toestemming.
Feit 4
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft bekend dat hij aangever [slachtoffer 3] heeft geslagen in zijn gezicht. Er is dus sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 675;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 689 – 699;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 6 maart 2024, p. 261 - 270.
Zwaar lichamelijk letsel
De rechtbank moet daarnaast beoordelen of sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Uit het dossier blijkt dat aangever [slachtoffer 3] een bloedneus had en een neusfractuur. De neus leek scheef te staan maar dit was niet goed zichtbaar door de zwelling. De KNO-arts heeft aangever [slachtoffer 3] op de wachtlijst gezet voor een neusrepositie. Indien de neus toch recht bleek te staan, kon de repositie worden afgezegd. Een neusfractuur op zich staat niet altijd gelijk aan zwaar lichamelijk letsel. Het dossier bevat verder geen actuele informatie over de verwonding van aangever [slachtoffer 3] , in het bijzonder of (verder) medisch handelen nodig is geweest en/of welke tijd nodig was voor herstel. De rechtbank kan met deze beperkte informatie niet vaststellen of sprake is (geweest) van zwaar lichamelijk letsel en spreekt verdachte van dat deel daarom vrij.
3. De bewezenverklaring
1. primair
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 19 juli 2023 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (te weten een
Motorola E13), een trui (merk Gucci), een sportbroek (merk Nike) en/of schoenen
(merk Puma), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1]
en/of een derde toebehoorde(n) door
- die [slachtoffer 1] een of meermalen met een helm, althans een soortgelijk voorwerp,
op of tegen zijn hoofd te slaan,
- op, althans in de richting van, het hoofd van die [slachtoffer 1] te spugen,
- een vloeistof in het gezicht en/of over het lichaam van die [slachtoffer 1] te spuiten,
- een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan
en/of te stompen en/of
- een of meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te trappen;
2. primair
hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2024 tot en met 29 januari 2024 te Ulft,
gemeente Oude IJsselstreek en/of te Doetinchem, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim
[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig goed, te weten een
geldbedrag van €20, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of aan een derde
toebehoorde, door
via sociale media, te weten Snapchat,
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij €200 moest betalen,
- ( vervolgens) meerdere berichten aan die [slachtoffer 2] te sturen met daarin onder meer
de tekst “Je kan wel zo kkr bijdehand gaan lopen doen kleine kkr grappenmaker
maar doe dat nog een x en dan ga ik wat anders doen kkr mglyje. Dus hlt breng je
alvast die 2 jueten rn broer als je me nu gaat half swipen of iets last me niet iets
doorsturen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, waarna die [slachtoffer 2]
20 euro heeft betaald,
- ( vervolgens) een of meerdere screenshots te sturen van een seksueel getinte
opname, waarop die [slachtoffer 2] (onder andere) zichzelf herkende en/of
- ( vervolgens) meerdere berichten aan die [slachtoffer 2] te sturen met (onder meer) de
volgende teksten:
“voor vrijdag verwachten wij 3,5 meijer, zo niet komen we wel effe langs zodat je t
ook effe aan je ouders mag gaan uitleggen mag je wel effe aan je ouders gaan
uitleggen waar jij allemaal mee bezig bent”,
“die 2 mijer ga je lakken probeer maar iets en als je niet gellodft dan niet dan gooi ik
wel open kan je kijken of je me niet gelooft Grappenmaker” en/of
“Kla met jou broer laatste kans gehad ik hoef niks meer van jou ik ga straks dat geld
ophalen zie je dan wel op me verhaal sukkeltje”, althans woorden van gelijke aard
en/of strekking;
3.
hij op of omstreeks 6 januari 2024 te Doetinchem,
opzettelijk en wederrechtelijk
van een persoon, [slachtoffer 2] ,
een afbeelding van seksuele aard, te weten een of meerdere video's en/of foto's,
waarop te zien is dat de verdachte en die [slachtoffer 2] seks hebben,
heeft vervaardigd;
4.
hij op of omstreeks 24 juni 2023 te Silvolde, gemeente Oude IJsselstreek, althans in
Nederland,
[slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem tegen het gezicht te slaan,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus ten gevolge
heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
feit 2 primair:
afdreiging
feit 3:
opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen
feit 4:
mishandeling
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van de straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:
- een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 49 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten;
- een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming zijn geadviseerd en de dadelijke uitvoerbaarheid van die voorwaarden;
- een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 uren, te vervangen door 70 dagen jeugddetentie.
Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 38v
van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van twee jaar verzocht, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Bij overtreding van dit verbod kunnen zeven dagen jeugddetentie worden opgelegd met een maximum van zes maanden. De officier van justitie heeft tevens gevorderd deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het volgende. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. De feiten zijn al langer geleden. Sindsdien is verdachte niet opnieuw de fout ingegaan. Het is niet zinvol om hem nu nog af te straffen. Hij moet juist begeleid worden zodat verdachte op het gebied van gewetensbesef nog een gedragsverandering kan ondergaan. De raadsman verzoekt daarom om alleen voorwaardelijke straffen aan verdachte op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming zijn geadviseerd. Indien de rechtbank toch een onvoorwaardelijke werkstraf aan verdachte wil opleggen, moet deze gematigd worden ten opzichte van de eis van de officier van justitie.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan vier ernstige strafbare feiten. Zo heeft verdachte in juni 2023 slachtoffer [slachtoffer 3] dusdanig mishandeld dat hij een neusfractuur opliep. Kort daarna heeft verdachte samen met anderen en met geweld het slachtoffer [slachtoffer 1] afgeperst en zijn goederen weggenomen. [slachtoffer 1] werd op een afgelegen plek door verdachte en andere jongens bespuugd, geslagen (met een helm), geschopt en nat gemaakt. Zijn spullen, waaronder zijn kleding, moest hij afstaan en [slachtoffer 1] bleef achter in zijn ondergoed. De rechtbank vindt het invoelbaar dat [slachtoffer 1] ontzettend bang moet zijn geweest en zich vernederd moet hebben gevoeld.
Tot slot heeft verdachte in januari 2024 seksuele handelingen met een toen zestienjarig meisje, slachtoffer [slachtoffer 2] , tegen haar wil gefilmd. Verdachte heeft met die beelden [slachtoffer 2] afgedreigd. Als zij geen geld zou betalen, zou verdachte de beelden online zetten. De rechtbank vindt dit stuk voor stuk ernstige strafbare feiten. Verdachte lijkt zich geen moment bewust te zijn geweest welke gevolgen zijn handelingen hebben voor anderen. Verdachte geeft aan spijt te hebben maar kan zich vervolgens niet verplaatsen in de slachtoffers, toont nauwelijks medeleven en legt de schuld buiten zichzelf neer. Door het handelen van verdachte zijn bij alle slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid ontstaan. Dat blijkt voor de rechtbank ook uit het feit dat twee van de drie slachtoffers geen aangifte wilden doen. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.
De persoon van verdachte
Verdachte is door een psycholoog onderzocht en heeft met de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) gesproken. De psycholoog heeft het volgende gerapporteerd. Bij verdachte is sprake van een ernstige aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en een normoverschrijdende gedragsstoornis. Ook is er een ernstige stoornis in het gebruik van cannabis. Omdat deze stoornissen ook tijdens de feiten aanwezig waren, adviseert de psycholoog de feiten verminderd aan verdachte toe te rekenen. Het risico op recidive wordt hoog geschat. Daarom adviseert de psycholoog strenge begeleiding door de (jeugd)reclassering, behandeling bij een forensische polikliniek zoals Transfor en begeleiding bij het vinden en vasthouden van dagbesteding.
De Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering zien een verdachte die berekenend is en een beperkt geweten en schuldgevoel heeft. Verdachte heeft weinig controle over zijn boosheid en gebruikt snel geweld. Verdachte krijgt sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis strenge begeleiding door de jeugdreclassering en dit lijkt te werken. Verdachte is niet gerecidiveerd al zijn er wel veel (overlast)meldingen bij de politie bekend. Verdachte heeft geen intrinsieke motivatie om aan zichzelf te werken. Daarom is de behandeling bij Kairos afgesloten.
De jeugdreclassering ziet vanwege de houding van verdachte geen meerwaarde in verdere begeleiding. De Raad en de jeugdreclassering vinden het daarom gepast om verdachte verder te laten begeleiden door Reclassering Nederland. Omdat het recidiverisico hoog is en het ernstige feiten zijn, is een deels voorwaardelijke jeugddetentie passend. Als bijzondere voorwaarden adviseren zij een meldplicht bij de reclassering, een verdiepingsonderzoek en eventuele vervolgbehandeling, behandeling voor het middelengebruik, coping mechanismes en emotieregulatie en begeleiding bij het vinden en behouden van een dagbesteding. Daarnaast kan een werkstraf aan verdachte worden opgelegd om hem nogmaals te confronteren met de gevolgen van zijn handelen.
De straf
De rechtbank kan zich vinden in de adviezen van de deskundigen en neemt deze over, ook waar dat ziet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank ziet net als de deskundige een berekenende verdachte zonder intrinsieke motivatie om verdere hulpverlening aan te gaan. Desondanks vindt de rechtbank het wel van belang vanwege het hoge recidiverisico dat verdachte begeleiding blijft krijgen en toch nog een poging gedaan wordt om hulpverlening in te zetten.
Vanwege de ernst van de feiten is jeugddetentie passend. De rechtbank legt aan verdachte op een jeugddetentie van 229 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. Verdachte hoeft dus niet terug naar de jeugdgevangenis.
Bij een proeftijd van twee jaar zal de rechtbank als bijzondere voorwaarden opleggen:
De rechtbank vindt net als de Raad de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden noodzakelijk. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gevaar veroorzaken voor personen. Gelet op het hoge recidiverisico, ondanks de intensieve begeleiding van de afgelopen periode, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Tot slot vindt de rechtbank dat verdachte ook direct een consequentie moet ervaren van zijn strafbaar handelen. Dat betekent dat de rechtbank ook een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf aan verdachte zal opleggen voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie als verdachte die werkstraf niet naar behoren doet. De rechtbank legt een lagere werkstraf op dan de eis van de officier van justitie omdat de rechtbank vindt dat behandeling en verlaging van de kans op recidive voorrang moeten krijgen.
De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Vrijheidsbeperkende maatregel
De officier van justitie heeft de oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 38v
van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van twee jaar verzocht, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . De rechtbank ziet geen noodzaak voor deze maatregel. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat verdachte de afgelopen twee jaar nog (op belastende wijze) contact heeft gezocht met de slachtoffers. Er zijn ook geen aanwijzingen dat verdachte dat nu wel gaat doen. De rechtbank legt dan ook geen contactverboden op.
Beslag
Er ligt beslag op de volgende goederen:
Dit zijn goederen waarvan het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet. Daarom onttrekt de rechtbank deze goederen aan het verkeer.
Er ligt ook beslag op de volgende telefoons:
Met deze telefoons zijn de feiten 2 en 3 begaan. Op beide telefoons zijn beelden van de seksuele handelingen tussen verdachte en de (minderjarige) aangeefster [slachtoffer 2] aangetroffen. Het ongecontroleerde bezit van de telefoons met die beelden erop is in strijd met het algemeen belang en de wet. Daarom onttrekt de rechtbank ook deze telefoons aan het verkeer.
8. De beoordeling van de civiele vorderingen
Feit 1
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 300,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade kan worden toegewezen. De gevorderde immateriële schade moet worden gematigd.
De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadepost is voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst de gevorderde € 300,- toe.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank weegt daarbij in het bijzonder mee het litteken op de neus dat de benadeelde heeft overgehouden aan het geweld en het vernederende karakter van de (gewelds)handelingen. Gelet daarop vindt de rechtbank het gevorderde bedrag van € 2.500,- passend en wijst het volledige bedrag dan ook toe.
Verdachte is vanaf 14 november 2025 (datum indiening vordering) wettelijke rente over het bedrag aan materiële schadevergoeding verschuldigd.
Over het bedrag aan immateriële schadevergoeding is verdachte vanaf 19 juli 2023 (datum feit) rente verschuldigd.
Voor zowel beide bedragen geldt verder:
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Als het bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.
Feit 2 en feit 3
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 20,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade kan worden toegewezen. De gevorderde immateriële schade moet worden gematigd.
De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadepost is voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst de gevorderde € 20,- toe.
Immateriële schade
De benadeelde partij is op andere wijze in haar persoon aangetast en heeft daarmee op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld.
Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Gelet daarop vindt de rechtbank een bedrag van € 1.500,- passend. Daarbij merkt de rechtbank op dat in de Rotterdamse schaal voor sextorion categorie c wordt uitgegaan van een bedrag tot € 2.000,00 voor een periode tot ongeveer 2 maanden en het in dit geval om een kortere periode gaat (minder dan een maand). Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Verdachte is vanaf 29 januari 2024 (einddatum feiten) wettelijke rente over de bedragen verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Als het bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 139h, 300, 312, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot:
een jeugddetentie voor de duur van 229 dagen;
bepaalt dat van die jeugddetentie 180 dagen niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
stelt daarbij een proeftijd vast van 2 jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en
stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:
alles voor zover en zolang de reclassering dit nodig vindt;
geeft Reclassering Nederland, locatie Zutphen, de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
en onder de voorwaarden dat verdachte:
- beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
- beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;
en
een taakstraf, te weten een werkstraf van 60 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;
heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen
[slachtoffer 1]
bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
[slachtoffer 2]