RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats [woonplaats]
Parketnummer: 05/063626-22
Datum uitspraak : 4 september 2025
Tegenspraak
tussenvonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] te [woonplaats].
Raadslieden: mr. S.F.W. van ’t Hullenaar, ter zitting waargenomen door mr. S. Grilk, advocaten in [woonplaats].
Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 31 juli 2020, te [woonplaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid waaronder (ongeveer) 190 kg amfetaminepasta (speed) althans (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, in elk geval (steeds) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of
omstreeks de periode 1 april 2020 tot en met 31 juli 2020, te [woonplaats] en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met elkaar, althans één van hem, (telkens), opzettelijk heeft/hebben
geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt
en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een
pand/schuur/opstal op het adres [adres] te [woonplaats]) (telkens) een hoeveelheid
waaronder (ongeveer) 190 kg amfetaminepasta (speed) althans één of meerdere hoeveelhe(i)d(en) amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de hierboven genoemde periode te [woonplaats], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand/schuur/opstal voor de productie van amfetamine ter beschikking te stellen;
feit 2
hij op 15 maart 2022 te [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een)
ander(en), althans alleen, een of meer (vuur)wapen(s) voorhanden heeft gehad, te weten
- een Im-metal Hs2000, zijnde een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, en/of
- een Explorer Sm64, zijnde een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, en/of
-een ploertendoder, zijnde en wapen als bedoeld in categorie I, onder 3 van de Wet wapens en munitie.
2. Procesafspraken
3 van de Wet wapens en munitie,
1 van de Wet wapens en munitie gegeven verbod.
Het openbaar ministerie en de raadsman van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht van het maken van procesafspraken met betrekking tot de afdoening van deze strafzaak. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie een getekende overeenkomst overhandigd aan de rechtbank. Daarmee beogen partijen de onderhavige zaak op korte termijn tot een einde te laten komen.
De procesafspraken houden in dat:
Verder houden de procesafspraken in dat het openbaar ministerie ter terechtzitting zal
rekwireren tot “bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten zoals
opgenomen in bijlage A” en tot de volgende strafoplegging:
een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
De inhoud van de bewezenverklaring – en kwalificatie - in bijlage A is als volgt:
Bewezenverklaring feit 1:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met
31 juli 2020, te [woonplaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met
(een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt
en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of
buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval opzettelijk
aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid waaronder (ongeveer) 190 kg
amfetaminepasta (speed) althans (telkens) een (grote) hoeveelheid van een
materiaal bevattende amfetamine,
in elk geval (steeds) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Subsidiair
[medeverdachte 1] en /of [medeverdachte 2] en /of een of meer onbekend gebleven
personen in of omstreeks de periode 1 april 2020 tot en met 31 juli 2020, te [woonplaats]
en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans één van
hem, ( telkens ) , opzettelijk heeft/ hebben geteeld en/of bereid en /of bewerkt en /of
verwerkt en /of verkocht en/ of afgeleverd en /of verstrekt en/of vervoerd en /of
vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/ hebben gehad ( in een
pand/schuur/opstal op het adres [adres] te [woonplaats] ) (telkens) een
hoeveelheid waaronder (ongeveer) 190 kg amfetaminepasta (speed) althans één of
meerdere hoeveelhe(i)d(en) amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld
op de bij de Opiumwet behorende lijst 1,
<em>tot enem> /of <em>bij het plegen van welkem> ( e ) misdrijf/ misdrijven verdachte in of omstreeks
de hierboven genoemde periode te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, meermalen,
althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en /of middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft en /of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die
[medeverdachte 1] en /of die [medeverdachte 2] en/ of aan die onbekend gebleven
persoon/ personen voornoemd pand/schuur/opstal voor de productie van
amfetamine ter beschikking te stellen;
(zaaksdossier 9)
Kwalificatie feit 1:
Medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder
8, C en D van de Opiumwet gegeven verbod.
Bewezenverklaring feit 2
hij op 15 maart 2022 te [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging
met (een) ander(en), althans alleen, een of meer (vuur)wapen(s) voorhanden heeft
gehad, te weten
- een Im-metal Hs2000, zijnde een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III
onder 1 van de Wet wapens en munitie,
en /of
- een Explorer Sm64, zijnde een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder
en/ of
-een ploertendoder, zijnde en wapen als bedoeld in categorie I, onder 3 van de Wet
wapens en munitie,
(zaaksdossier 27)
Kwalificatie feit 2:
Het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 26 onder 1 en artikel 13 onder
De rechtbank merkt op dat ten aanzien van “de bewezenverklaring feit 1” het primair tenlastegelegde geheel is ‘weggestreept’, dat daarvan dus kennelijk vrijspraak wordt gevorderd en dat bij de procesafspraken met betrekking tot het tenlastegelegde onder feit 1 kennelijk enkel wordt uitgegaan van dat wat subsidiair is tenlastegelegd.
De officier van justitie merkt bij zijn strafeis op:
Het OM geeft mee dat er zonder deze procesafspraken zou zijn gekomen tot een eis bestaande uit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1,5 (anderhalf) jaar.
Voorts heeft de officier van justitie het voorstel voor strafoplegging als volgt gemotiveerd: De handel in en productie van harddrugs en wapenbezit betreffen ernstige feiten. Het OM heeft bij bovengenoemde strafoplegging rekening gehouden met de maximale korting van 6 maanden, wegens schending van de redelijke termijn en de (verslechterde) gezondheidstoestand van verdachte.
De overwegingen van de rechtbank over de procesafspraken
De rechtbank overweegt dat zij alleen acht kan slaan op door het OM en de verdediging gemaakte procesafspraken als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een dergelijke overeenkomst deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten. Daarvan is ook in het onderhavige geval sprake.
De rechtbank heeft de inhoud, strekking en gevolgen van de procesafspraken tijdens de terechtzitting van 21 augustus 2025 aan verdachte voorgehouden en met hem besproken.
De rechtbank stelt vast dat verdachte desgevraagd heeft bevestigd dat hij goed is voorgelicht door zijn advocaten en zich kan vinden in de gemaakte procesafspraken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, bijgestaan door een advocaat zowel tijdens het maken van procesafspraken met het openbaar ministerie als tijdens de terechtzitting, vrijwillig en voldoende geïnformeerd tot de ondubbelzinnige beslissing is gekomen akkoord te gaan met het afdoeningsvoorstel en daarmee afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op de voorgestelde procesafspraken. De rechtbank toetst of de procesafspraken stand kunnen houden, gelet op hetgeen is bepaald in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Meer in het bijzonder heeft de rechtbank getoetst of de voorgestelde strafoplegging in redelijke verhouding staat tot de ernst van de feiten, uitgaande van de bewezenverklaring zoals overeengekomen tussen het openbaar ministerie en de verdachte en zoals hiervoor weergegeven (de inhoud van bijlage A bij de procesafspraken).
Ter zitting heeft de officier van justitie gerekwireerd overeenkomstig de overeengekomen procesafspraken. De verdediging heeft geen (inhoudelijk) verweer gevoerd.
Zonder op enigerlei wijze vooruit te lopen op de bewijsvraag en de vraag naar een eventuele strafoplegging in deze zaak, is de rechtbank van oordeel dat bij een bewezenverklaring van de feiten conform de inhoud van de bij de overeenkomst gevoegde bijlage A (waarvan de inhoud hiervoor is weergegeven), de voorgestelde straf, bij de huidige stand van zaken, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak. Als gekeken wordt naar vergelijkbare zaken en de landelijke oriëntatiepunten ligt bij een dergelijke bewezenverklaring, met een dergelijke hoeveelheid harddrugs (en daarnaast vuurwapens), ook bij medeplichtigheid een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van (rond de) 72 maanden als uitgangspunt in de rede, nog geen rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn. Ook als er een strafvermindering wordt toegepast in verband met de overschrijding van de redelijke termijn en een verdere strafvermindering in verband met het maken van de procesafspraken valt er nog een dermate verschil in strafmaat te overbruggen met de in de procesafspraken overeengekomen straf, dat dit thans, op basis van wat daarover nu bij de rechtbank bekend is, niet met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overige specifieke omstandigheden van het geval te motiveren valt.
De rechtbank zal de procesafspraken dan ook niet volgen. De rechtbank acht het van belang dat de procespartijen zich uitlaten over de verdere behandeling en afdoening van de zaak. Daarom zal de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting heropenen. De zaak van verdachte zal inhoudelijk worden behandeld door een andere samenstelling van rechters.
3. De beslissing
De rechtbank:
heropent het onderzoek dat op 21 augustus 2025 is gesloten en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;
beveelt de oproeping van de verdachte en zijn raadsvrouw tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2025.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.