ECLI:NL:RBGEL:2025:11782

ECLI:NL:RBGEL:2025:11782

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 05/182539-25 en 21/005330-23(tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal in een woning. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in haar vordering.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05-182539-25 en 21-005330-23 (tul)

Datum uitspraak : 5 december 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] ,

op dit moment gedetineerd in [plaats] .

raadsman: mr. B.P.J. van Riel, advocaat in Ede.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering aanpassing omschrijving feiten, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 december 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, (te weten aan [adres] in Nijmegen) alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een (grote) hoeveelheid goederen, (waaronder een/of meer Sonos (speakers) en/of een televisie en/of een laptop en/of een iPhone en/of oplader(s) en/of bankpassen en/of contant geld en/of een ledger (crypto wallet) en/of parfums en/of een hoeveelheid sieraden) in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Daarvoor is aangevoerd dat de verklaring van getuige [getuige] niet betrouwbaar is en niet als dragend bewijsmiddel kan worden gebruikt. Zij heeft tijdens haar verhoren bij de politie op 1 en 2 juli 2025 belastend over verdachte verklaard, maar kon vervolgens niet door de verdediging worden ondervraagd.

Ook de bij de woning aangetroffen schroevendraaier met daarop het DNA van verdachte is daarvoor onvoldoende, aangezien het om een mengprofiel gaat afkomstig van minimaal drie donoren en omdat het een verplaatsbaar object betreft. De aanwezigheid van die schroevendraaier kan dan ook niet bijdragen aan een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Beoordeling door de rechtbank

De bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [getuige]

Door de verdediging is aangevoerd dat de belastende verklaring van [getuige] niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt. Zo is zij door de politie op het spoor van verdachte gezet en heeft zij aantoonbaar gelogen. Daar komt bij dat de verdediging geen effectieve gelegenheid heeft gehad om haar nader te verhoren, nu zij onvindbaar is gebleken voor de rechter-commissaris. Haar verklaring moet dan ook van het bewijs worden uitgesloten.

De rechtbank oordeelt over het niet kunnen verhoren van [getuige] als volgt. Het verzoek van de verdediging om [getuige] te ondervragen is toegewezen. Er is vervolgens geprobeerd om met haar in contact te komen, maar bij gebreke van een vaste woon- en verblijfplaats zijn die pogingen zonder resultaat gebleven. Dat betekent echter niet zondermeer dat de verklaring die zij eerder al had afgelegd op voorhand moet worden uitgesloten van het bewijs. In lijn met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zal beoordeeld moeten worden of het proces als geheel eerlijk is verlopen, ondanks dat de verdediging geen effectieve mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen. Daarbij moet gekeken worden naar de reden dat dit niet mogelijk is gebleken, het gewicht van de verklaring van die getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek en het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen. Deze drie factoren moeten in onderling verband worden beschouwd.

Uit het dossier is gebleken dat de verklaring van [getuige] niet als “sole and decisive” geldt, wel dat die van “significant” belang is. Als het gaat om de betrouwbaarheid van haar verklaring is van belang of deze wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. Die vraag zal de rechtbank positief beantwoorden. Zo zal hieronder bij de bespreking van de bewijsmiddelen blijken dat de verklaring van [getuige] steun vindt in de aangifte die is gedaan, de bevindingen van de verbalisanten in en bij de woning van aangever, de beschrijving van de camerabeelden bij zowel de woning als bij latere pintransacties met de gestolen bankpas van aangever en de schroevendraaier die in het kozijn van de woning van aangever is aangetroffen met daarop een DNA-spoor van verdachte. De rechtbank concludeert dat de verklaring van [getuige] voldoende betrouwbaar is en dat er geen procedurele waarborgen zijn geschonden. Alles in samenhang bezien, heeft het niet kunnen ondervragen van de getuige [getuige] daarom niet geleid tot schending van het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het EVRM en kan haar verklaring als bewijsmiddel worden gebruikt.

De bewijsmiddelen

Op 26 december 2024 deed [benadeelde] aangifte van diefstal uit zijn woning. Hij verklaarde dat hij op die dag samen met zijn vriendin hun woning aan [adres] in Nijmegen verliet rond 15:10 uur. De lampen in de woning waren uit toen zij vertrokken. Rond 21:20 kwamen zij weer terug. Toen ze de woning inliepen, hadden ze door dat er was ingebroken. Zo zagen zij dat in de woonkamer de televisie weg was, en ook andere elektronica. Ook de rode handtas van de vriendin van aangever met daarin een aantal pinpassen, die bij de voordeur stond, was verdwenen. Later bleek dat er onder andere ook meerdere Sonos speakers weg waren, een laptop en een iPhone inclusief opladers, contant geld, een ledger (crypto wallet), meerdere parfums en meerdere sieraden.

Verbalisanten hebben onderzoek gedaan in en bij de woning. Zij constateerden dat het badkamerraam was geforceerd. In het raamkozijn van de badkamer troffen ze een schroevendraaier aan.

Er is forensisch DNA-onderzoek gedaan naar een van de schroevendraaier afgenomen monster. Verdachte is de mogelijke donor van het DNA-hoofdprofiel dat daarop is aangetroffen; de frequentie van het voorkomen van dit profiel is kleiner dan een op een miljard.

Aangever heeft de politie camerabeelden toegestuurd waarop zijn woning is te zien op die 26 december 2024. Een verbalisant heeft die beelden bekeken. Op de beelden zag de verbalisant dat tussen ongeveer 19:45 uur en 20:15 uur een persoon een aantal keer heen en weer liep over de straat. Op de beelden die rond 21:05 uur zijn gemaakt, zag de verbalisant twee personen die van rechts naar links in beeld liepen. Een van de personen had een fiets vast, en een monitor of televisie. Ook zag de verbalisant dat de lichten in de woning aan [adres] branden.

[getuige] is door de politie verhoord. De eerste vraag die haar gesteld werd was wat zij kon verklaren over de inbraak in de woning op tweede kerstdag aan [adres] in Nijmegen. Zij verklaarde toen dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat hij ging scheiden en spullen moest ophalen bij zijn ex. Dat kan wel op tweede kerstdag zijn geweest. [getuige] ging mee. Zij moest van verdachte om de hoek wachten, om op de uitkijk te staan. Het duurde lang, en toen zij ging kijken bij de voordeur kwam hij daar naar buiten lopen. Verdachte hing tassen aan het stuur van de fiets, en zei tegen [getuige] dat zij die mee moest nemen. Zij herkende zichzelf op de camerabeelden waarop de woning van aangever is te zien in de persoon die voor de woning van aangever heen en weer liep op straat. Verbalisanten lieten haar ook camerabeelden zien die zijn gemaakt bij locaties waar in de dagen na de inbraak is gepind met bij de woninginbraak gestolen pinpassen, en [getuige] herkende zichzelf op die beelden. Anders dan door de verdediging is betoogd is [getuige] door de politie niet op het spoor van verdachte gezet. In reactie op wat zij over de bewuste inbraak wist, kwam [getuige] zelf met de naam van verdachte. Haar verklaring vindt daarbij steun in de camerabeelden die van de woning van aangever zijn gemaakt en ook in de camerabeelden van de pintransacties in de dagen na de inbraak.

De betekenis van het op de schroevendraaier aangetroffen DNA van verdachte

Over de schroevendraaier overweegt de rechtbank het volgende. Een schroevendraaier is weliswaar een verplaatsbaar voorwerp, maar de schroevendraaier zat in het houten kozijn van het badkamerraam, dat is geforceerd om toegang te bieden tot de woning. De schroevendraaier is daarvoor naar alle waarschijnlijkheid gebruikt, zo volgt ook uit de bevindingen van de verbalisanten. Hoewel op de schroevendraaier een DNA-mengprofiel is aangetroffen van minimaal 3 donoren, is er ook één DNA-hoofdprofiel aangetroffen dat gelinkt kon worden aan verdachte. In samenhang bezien met de andere bewijsmiddelen acht de rechtbank dit – in tegenstelling tot wat de verdediging daarover heeft aangevoerd – wel relevant.

Conclusie

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 26 december 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, (te weten aan [adres] in Nijmegen) alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een (grote) hoeveelheid goederen, (waaronder een laptop en/of sieraden en/of een televisie en/of een laptop) in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.

5. De strafbaarheid van de feiten

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte is op tweede kerstdag in de avond naar de woning van aangever gegaan. Hij heeft ingebroken in de woning door met een schroevendraaier het raam bij de badkamer te forceren. Hij heeft daarbij heel veel spullen weggenomen en een grote bende in huis veroorzaakt bij zijn zoektocht naar waardevolle spullen. Niet alleen heeft hij veel elektronica weggenomen, maar ook veel spullen (sieraden) waaraan een grote emotionele waarde gehecht werd door aangever. De materiële schade alleen al ligt ver boven de €10.000,-. Dit heeft gezorgd voor verdriet, maar ook voor gevoelens van onveiligheid bij aangever en zijn vriendin. Zij behoren zich veilig te voelen in hun eigen huis, maar verdachte heeft het tegenovergestelde veroorzaakt. Daarbij had hij kennelijk alleen oog voor zijn eigen financiële gewin. Dat rekent de rechtbank hem aan.

Uit de justitiële documentatie blijkt verder dat de verdachte zich in de afgelopen vijf jaren al meermaals schuldig heeft gemaakt een vermogensdelicten. Dat weegt de rechtbank in zijn nadeel mee.

In het reclasseringsrapport van 4 september 2025 is te lezen dat de reclassering geen risico’s kan inschatten, omdat verdachte het tenlastegelegde ontkent. Wel signaleert de reclassering dat op diverse leefgebieden sprake is van instabiliteit. Dat zegt wat over de algemene (hoge) kans op recidive. Omdat verdachte geen vertrouwen heeft in hulpverlening of de reclassering, is het opstellen van een plan van aanpak binnen een justitieel kader op dit moment niet geïndiceerd. De reclassering adviseert dan ook om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Daarbij worden geen contra-indicaties gezien voor het opleggen van gevangenisstraf of van een taakstraf.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de uitgangspunten voor straffen die de rechtbanken onderling hebben afgesproken (de LOVS-oriëntatiepunten). Voor de inbraak in een woning, terwijl sprake is van recidive, wordt daarin als uitgangspunt genoemd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Alles afwegende en ook rekening houdend met de hoge financiële waarde van de gestolen spullen, zal de rechtbank daarom een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 maanden.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [benadeelde] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 5.620,25 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard wanneer verdachte zou worden vrijgesproken en/of wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

Overweging van de rechtbank

Ter onderbouwing van zijn vordering heeft de benadeelde partij een bijlage overgelegd met daarin een opsomming van de gestolen goederen en de (nieuw)waarde daarvan. Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij toegelicht dat deze lijst gelijkluidend is aan de lijst die hij had ingediend bij de verzekeringsmaatschappij, en dat (mede) op grond daarvan de door de verzekeringsmaatschappij berekende dagwaarde van de opgevoerde posten aan hem is uitgekeerd. Hij verzoekt in deze procedure om een vergoeding die bestaat uit het verschil tussen de (nieuw)waarde van de gestolen goederen en wat al door de verzekeraar is vergoed.

Uit de stukken en de toelichting kan de rechtbank echter niet opmaken of – en zo ja: in welke omvang – de daadwerkelijk geleden schade van de benadeelde partij deze door de verzekeraar al vergoede schade overstijgt.

Een nadere behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21/005330-23)

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte op 20 september 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 20 september 2024 door het hof voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 2 weken gevangenisstraf (parketnummer 21/005330-23)

ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij:

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.C. Leemreize
  • mr. A. Bril

Griffier

  • mr. T.H. Boshuizen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?