ECLI:NL:RBGEL:2025:11847

ECLI:NL:RBGEL:2025:11847

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 15-12-2025
Datum publicatie 23-02-2026
Zaaknummer 05/169472-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Veroordeling voor medeplichtigheid aan een poging tot woninginbraak en aan zeer gevaarlijk rijgedrag in de zin van artikel 5a Wegenverkeerswet tot een gevangenisstraf van 18 weken en 12 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05-169472-25

Datum uitspraak : 15 december 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te Argentinië,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande

raadsman: mr. L. van Spanjen, advocaat in ’s-Hertogenbosch.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is na toewijzing van een vordering nadere omschrijving feiten ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 1], althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een

woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten

een woning gelegen aan de [adres 1] , alwaar verdachte en/of zijn

mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende

bevond(en), een of meerdere goederen, te weten:

- een of meerdere (gouden en/of zilveren) sieraden en/of

- een of meerdere horloges en/of

- een geldbedrag (van in totaal ongeveer 1200 euro) en/of

- een of meerdere zilveren bestek en/of

- een of meerdere diploma's,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1]

, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 31 mei 2025 [adres 2] te [plaats 2], althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, een of meerdere goederen, te weten:

- een of meerdere zilveren bestek heeft verworven, voorhanden gehad

en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de

verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en, althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)

voorgenomen misdrijf om in een of meer woningen en/of op een of

meer besloten erven waarop een woning stond, te weten een of meer

woningen gelegen aan de [adres 1] , alwaar verdachte en/of

zijn mededader(s) zich (telkens) buiten weten of tegen de wil van de

rechthebbende bevond(en), goederen naar zijn/hun gading, in elk geval

enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen

met het oogmerk om het zich (telkens) wederrechtelijk toe te eigenen

en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen

en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik

te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een

valse sleutel door:

- naar de voordeur van de woning is toegelopen en/of - (vervolgens)

door het raam naar binnen heeft gekeken en/of - (vervolgens) aan de

deurknop heeft gevoeld en/of

- ( vervolgens) middels de (regen)pijp het balkon is opgeklommen en/of

- ( vervolgens) een (zwart) voorwerp naar beneden heeft gegooid en/of

- ( vervolgens) met een (zwart) voorwerp in zijn hand heen en weer heeft

gelopen en/of - (vervolgens) een wuifbeweging met zijn hand heeft

gemaakt, waarop het leek dat de andere medeverdachte naar beneden

kon komen en/of

- ( vervolgens) een of meerdere malen op de deurbel heeft gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 31 mei 2025 te

[plaats 1], althans in Nederland, ter uitvoering van het door voornoemde

verdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 1]

, weg te nemen goederen van zijn gading en/of geld, geheel

of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , en zich daarbij de toegang

tot die woning te verschaffen door middel van braak en/of verbreking

en/of inklimming, met een of meer mededaders, althans alleen,

- naar de voordeur van de woning is toegelopen en/of

- ( vervolgens) door het raam naar binnen heeft gekeken en/of -

(vervolgens) aan de deurknop heeft gevoeld en/of

- ( vervolgens) middels de (regen)pijp het balkon is opgeklommen en/of

- ( vervolgens) een (zwart) voorwerp naar beneden heeft gegooid en/of

- ( vervolgens) met een (zwart) voorwerp in zijn hand heen en weer heeft

gelopen en/of

- ( vervolgens) een wuifbeweging met zijn hand heeft gemaakt, waarop

het leek dat de andere medeverdachte naar beneden kon komen en/of

- ( vervolgens) een of meerdere malen op de deurbel heeft gedrukt,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is

geweest door:

- met voornoemde medeverdachte(n) naar de plaats van het misdrijf te

rijden (terwijl er in dat voertuig inbrekerswerktuigen, werden

meegevoerd) en/of

- opzettelijk op 31 mei 2025 te [plaats 1] ten behoeve van die

medeverdachte(n) op de uitkijk te staan;

3.

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Rijksweg A12, althans in Nederland,

als bestuurder van een voertuig (personenauto voorzien van het Franse

kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de (Rijks)weg A12, zich

opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate

werden geschonden door:

- het stopteken van de politie en/of de KMAR te negeren en/of

- ( vervolgens) op het laatste moment een afslag te nemen waardoor

overige weggebruikers op het laatste moment moesten remmen en/of

- ( vervolgens) met hoge snelheid over verschillende rijbanen te rijden

waardoor de overige weggebruikers gevaar liepen en/of

- ( vervolgens) met een snelheid van ongeveer 100km/u door het rode

licht rakelings langs een (voertuig) (mogelijk een Mini Cooper) te rijden,

bij de kruising over en weer de Rijksweg A12 op en/of

- ( vervolgens) met een snelheid van ongeveer 200km/u rakelings op de

derde rijstrook te rijden, terwijl deze rijstrook afgekruist was en/of een

werknemer van Rijkswaterstaat op de vluchtstrook stond naast de derde

rijstrook waar verdachte langs reed en/of

- ( vervolgens) op de Rijksweg A50 te rijden richting Renkum met een te

hoge snelheid van ongeveer 200km/u waar 100km/u is toegestaan en/of

- ( vervolgens) links en rechts andere voertuigen in te halen en/of

- ( vervolgens) met een hoge snelheid afslag Renkum te nemen en

hierdoor de controle over het voertuig te verliezen en/of

- slingerend de weg te vervolgen en het voertuig tegen het voertuig van

de verbalisant(en) aan te sturen, door welke verkeersgedraging(en) van

verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een)

ander(en) te duchten was;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Rijksweg A12, althans in Nederland,

als bestuurder van een voertuig (personenauto voorzien van het Franse

kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A12,

- het stopteken van de politie en/of de KMAR heeft genegeerd en/of

- ( vervolgens) op het laatste moment een afslag heeft genomen waardoor

overige weggebruikers (op het laatste moment) moesten remmen en/of

- ( vervolgens) met hoge snelheid over verschillende rijbanen heeft

gereden waardoor de overige weggebruikers gevaar liepen en/of

- ( vervolgens) met een snelheid van ongeveer 100km/u door het rode

licht rakelings langs een voertuig (mogelijk een Mini Cooper) heeft

gereden bij de kruising over en weer de Rijksweg A12 op en/of

- ( vervolgens) met een snelheid van ongeveer 200km/u rakelings op de

derde rijstrook heeft gereden, terwijl deze rijstrook was afgekruist en/of

een werknemer van Rijkswaterstaat op de vluchtstrook stond naast de

derde rijstrook waar verdachte langs heeft gereden en/of

- ( vervolgens) op de Rijksweg A50 heeft gereden richting Renkum met

een te hoge snelheid van ongeveer 200km/u waar 100km/u is toegestaan

en/of

- ( vervolgens) links en rechts andere voertuigen heeft ingehaald en/of

- ( vervolgens) met een hoge snelheid afslag Renkum heeft genomen en

hierdoor de controle over het voertuig heeft verloren en/of

- slingerend de weg heeft vervolgd en het voertuig tegen het voertuig van

de verbalisant(en) heeft aangestuurd, door welke gedraging(en) van

verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden

veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon

worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair. Wat betreft feit 1 primair heeft de officier van justitie gevorderd verdachte partieel vrij te spreken voor de opgenomen goederen. Alleen het wegnemen van de zilveren bestekset kan wettig en overtuigend worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 kan niet worden bewezen dat de medeverdachten meerdere malen op de deurbel hebben gedrukt en de officier van justitie heeft gevorderd verdachte ook daarvan partieel vrij te spreken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 primair bepleit dat er geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, nu verdachte slechts de chauffeur van de auto is geweest. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde onder 1 kan niet zonder redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte wist van de aanwezigheid van de bestekset in de auto. Volgens de verdediging moet verdachte daarom zowel van het primaire als subsidiaire tenlastegelegde worden vrijgesproken. Voor wat betreft feit 2 is er naar mening van de raadsman geen sprake van een begin van uitvoering, nu er geen vernielingen zijn gepleegd aan de woning. Verdachte kan daarnaast enkel worden aangemerkt als medeplichtige en niet als medepleger, zodat moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde onder 2. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Uit de aangifte van [aangever 1] is gebleken dat er op 31 mei 2025 bij haar woning aan de [adres 1] in [plaats 1] is ingebroken door het forceren van een deur en waarbij in ieder geval een zilveren bestekset is weggenomen. [verdachte] heeft verklaard dat hij bij de woning aanwezig is geweest en dat hij de auto heeft gereden naar de woning.

De vraag die voorligt is of [verdachte] op basis van deze bewijsmiddelen kan worden veroordeeld voor medeplegen van woninginbraak. Voor medeplegen is vereist dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en dat een verdachte een significante bijdrage levert aan het delict. Uit het dossier komt geen bewijs naar voren dat [verdachte] een grotere rol heeft gehad dan het besturen van de auto naar de woning. De rechtbank meent dat dat onvoldoende is om [verdachte] te kunnen aanmerken als (mede)pleger van woninginbraak. [verdachte] zal dan ook worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 1 primair.

De vraag is vervolgens of [verdachte] kan worden veroordeeld voor de subsidiair tenlastegelegde heling onder feit 1. De zilveren bestekset die uit de woning van [aangever 1] is weggenomen is aangetroffen in de auto waarin [verdachte] en de medeverdachten zaten ten tijde van hun aanhouding. Uit het dossier is naar voren gekomen dat het bestek op/bij de achterbank lag en was opgeborgen in een zwarte etui. [verdachte] heeft verklaard te hebben gereden en aldus op de bestuurdersstoel te hebben gezeten. In het dossier bevinden zich verder geen aanknopingspunten dat [verdachte] wist of kon weten dat het gestolen bestek in de auto lag.. De rechtbank zal [verdachte] daarom ook vrijspreken van het tenlastegelegde onder feit 1 subsidiair.

Feit 2

Op 31 mei 2025 ontving [aangever 2] via de app van het camerasysteem bij zijn woning aan de [adres 1] in [plaats 1] meerdere meldingen van beweging terwijl hij niet thuis was. Het betrof beelden van de deurbelcamera en andere camera’s rondom de woning.

Op de deurbelcamera was te zien dat persoon 1 om 18.21 uur 4 keer aanbelt. Op de andere beelden zag [aangever 2] dat persoon 1 om 18.23 uur aanklopt op het raam van de woning. Vervolgens was te zien dat persoon 1 om 18.25 uur samen met persoon 2 onder het balkon staat, waarna persoon 1 via de muur naar het balkon klimt. Enkele minuten later kwam persoon 1 weer naar beneden. Beide personen liepen vervolgens naar de achterzijde van de woning, waarbij persoon 2 ergens naar wees, waarna zij via de bosjes uit beeld verdwenen.

De politie bekeek de camerabeelden van de woning waarop 2 personen te zien waren. Verbalisant zag dat persoon 2 naar boven wees, waarna persoon 1 via de regenpijp naar boven klom. Persoon 2 liep intussen heen en weer met een zwart voorwerp in zijn hand. Op de beelden was te zien dat persoon 1 op het balkon een zwarte rugtas naar beneden gooit richting persoon 2. Persoon 2 maakte vervolgens een wuifbeweging in de richting van persoon 1, alsof die volgens hem weer naar beneden kon komen. Op camerabeelden van de zijkant van de woning was verder nog te zien te zien dat persoon 1 naar binnen keek. Persoon 1 droeg een lichtgrijze trainingsbroek met zwarte sportschoenen en persoon 2 droeg zwarte boven- en onderkleding en had een zwarte rugtas bij zich.

Medeverdachte [medeverdachte 1] werd na zijn aanhouding op de camerabeelden herkend als persoon 1 met de persoon met de lichtgrijze trainingsbroek en medeverdachte [medeverdachte 2] werd aan zijn donkere kleding herkend als persoon 2.

[verdachte] verklaarde dat hij niet één van de personen op de camerabeelden is, maar dat hij in de auto is blijven wachten bij de woning. Hij is die dag samen met de medeverdachten vanuit de bed & breakfast vertrokken. Als bestuurder heeft hij de auto op aanwijzingen van de medeverdachten naar de betreffende woning gereden.

Conclusie

Bij de woning aan de [adres 1] stapten de medeverdachten uit en liepen zij blijkens de camerabeelden onder meer rond de woning, keken zij naar binnen, belden en klopten ze aan en klom één van hen via de regenpijp naar boven. Op de beelden was verder te zien dat persoon 1 een zwarte rugtas aan persoon 2 gaf vanaf het balkon. Tijdens de aanhouding van verdachten diezelfde dag werd er in de auto van de verdachten een zwarte rugtas met meerdere stuks gereedschap aangetroffen, waaronder 3 koevoeten en diverse schroevendraaiers. De rechtbank stelt vast dat de inhoud van de zwarte rugzak geschikt was om mee in te breken. Die rugzak met inhoud en de hiervoor genoemde gedragingen van mede-verdachten vormen naar hun uiterlijke verschijningsvorm een begin van uitvoering van een woninginbraak zoals bedoeld in artikel 45 Sr, ondanks het ontbreken van daadwerkelijke braakschade. Anders dan de verdediging heeft bepleit is er dus wel sprake van een strafbare poging.

Ten aanzien van het medeplegen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] niet op de camerabeelden van de woning voorkomt. De vraag is of zijn gedragingen als medeplegen kunnen worden aangemerkt. Uit het dossier volgt niet dat [verdachte] een andere rol heeft vervuld dan het vervoeren van de medeverdachten naar de locatie en het wachten in de auto terwijl zij naar de woning liepen. Evenmin blijkt uit de telefoongegevens of andere bewijsmiddelen dat [verdachte] voorafgaand aan of na afloop van het feit een voldoende intellectuele of materiële bijdrage aan het delict heeft geleverd.

Nu bij gebrek aan een bijdrage van voldoende gewicht niet kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking in de zin van artikel 47 Sr, zal [verdachte] worden vrijgesproken van het onder 2 primair tenlastegelegde.

De volgende vraag die voorligt is of [verdachte] kan worden aangemerkt als medeplichtige aan de woninginbraak. Voor medeplichtigheid, zoals bedoeld in artikel 48 Sr, is vereist dat iemand een door een ander begaan misdrijf bevordert of vergemakkelijkt, met opzet en wetenschap van het beoogde delict. [verdachte] verklaarde dat hij op aanwijzing van de medeverdachten naar de woning is gereden en daar in de auto op hen heeft gewacht. Door deze handelingen heeft [verdachte] het plegen van het delict concreet vergemakkelijkt. Het vervoer naar de plaats van het delict en het beschikbaar zijn als ondersteuning tijdens de uitvoering van het misdrijf is voldoende om medeplichtigheid aan te nemen. Daarnaast verklaarde [verdachte] ook dat hij wist dat de medeverdachten foute dingen deden. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] bewust heeft bijgedragen aan het strafbare feit en dat zijn medeplichtigheid aan de poging tot woninginbraak wettig en overtuigend kan worden bewezen. [verdachte] wordt vrijgesproken van de verdenking dat hij op de uitkijk heeft gestaan nu daarvan niet uit het dossier blijkt.

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, p. 75-77;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 78-79;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 december 2025.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] met een personenauto diverse verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest. De rechtbank meent dat hiervan sprake is, onder andere doordat verdachte met ongeveer 200 km/u over de derde rijstrook reed en daarbij een rood kruis negeerde, terwijl er een weginspecteur van Rijkswaterstaat op de vluchtstrook hulp aan het verlenen was bij een pechgeval. Daarnaast blijkt de kans op levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel voor een ander ook uit dat [verdachte] met zijn voertuig door een rood verkeerslicht rakelings langs een zwarte Mini reed met een snelheid van ongeveer 100 km/u en omdat anderen hard moesten remmen door het rijgedrag van [verdachte] . De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 3 primair.

3. De bewezenverklaring

medeverdachte(n) op de uitkijk te staan.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 2 subsidiair en feit 3 primair van het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 31 mei 2025 te

[plaats 1], althans in Nederland, ter uitvoering van het door voornoemde

verdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 1]

, weg te nemen goederen van zijn gading en/of geld, geheel

of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , en zich daarbij de toegang

tot die woning te verschaffen door middel van braak en/of verbreking

en/of inklimming, met een of meer mededaders, althans alleen,

- naar de voordeur van de woning is toegelopen en/of

- (vervolgens) door het raam naar binnen heeft gekeken en/of

- (vervolgens) aan de deurknop heeft gevoeld en/of

- (vervolgens) middels de (regen)pijp het balkon is opgeklommen en/of

- (vervolgens) een (zwart) voorwerp naar beneden heeft gegooid en/of

- (vervolgens) met een (zwart) voorwerp in zijn hand heen en weer heeft

gelopen en/of

- (vervolgens) een wuifbeweging met zijn hand heeft gemaakt, waarop

het leek dat de andere medeverdachte naar beneden kon komen en/of

- (vervolgens) een of meerdere malen op de deurbel heeft gedrukt,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is

geweest door:

- met voornoemde medeverdachte(n) naar de plaats van het misdrijf te

rijden (terwijl er in dat voertuig inbrekerswerktuigen, werden

meegevoerd) en/of

- opzettelijk op 31 mei 2025 te [plaats 1] ten behoeve van die

3.

hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Rijksweg A12, althans in Nederland,

als bestuurder van een voertuig (personenauto voorzien van het Franse

kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de (Rijks)weg A12, zich

opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate

werden geschonden door:

- het stopteken van de politie en/of de KMAR te negeren en/of

- ( vervolgens) op het laatste moment een afslag te nemen waardoor

overige weggebruikers op het laatste moment moesten remmen en/of

- ( vervolgens) met hoge snelheid over verschillende rijbanen te rijden

waardoor de overige weggebruikers gevaar liepen en/of

- ( vervolgens) met een snelheid van ongeveer 100km/u door het rode

licht rakelings langs een (voertuig) (mogelijk een Mini Cooper) te rijden,

bij de kruising over en weer de Rijksweg A12 op en/of

- ( vervolgens) met een snelheid van ongeveer 200km/u rakelings op de

derde rijstrook te rijden, terwijl deze rijstrook afgekruist was en/of een

werknemer van Rijkswaterstaat op de vluchtstrook stond naast de derde

rijstrook waar verdachte langs reed en/of

- ( vervolgens) op de Rijksweg A50 te rijden richting Renkum met een te

hoge snelheid van ongeveer 200km/u waar 100km/u is toegestaan en/of

- ( vervolgens) links en rechts andere voertuigen in te halen en/of

- ( vervolgens) met een hoge snelheid afslag Renkum te nemen en

hierdoor de controle over het voertuig te verliezen en/of

- slingerend de weg te vervolgen en het voertuig tegen het voertuig van

de verbalisant(en) aan te sturen, door welke verkeersgedraging(en) van

verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een)

ander(en) te duchten was.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2 subsidiair:

medeplichtigheid aan poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming

feit 3 primair:

overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

8. De beoordeling van de civiele vordering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 maanden met aftrek van voorarrest en 1 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid. De officier van justitie heeft gevraagd bij strafoplegging rekening te houden met mobiel banditisme.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er aan verdachte geen langere straf moet worden opgelegd dan dat hij reeds in voorarrest heeft ondergaan. De raadsman heeft verder gevraagd bij strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte first offender is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een medeplichtigheid aan een poging tot woninginbraak. Woninginbraken zorgen binnen de samenleving in het algemeen voor gevoelens van onveiligheid. Het is voor slachtoffers in het bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat er vreemden bij hun woning zijn geweest met inbrekerswerktuig en hebben geprobeerd binnen te komen. De eigen woning is bij uitstek een plaats waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Verdachte heeft door de medeverdachten behulpzaam te zijn hieraan bijgedragen.

Verdachte heeft zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan ernstige gevaarzetting als bedoeld in artikel 5a WVW. Door zijn rijgedrag heeft verdachte onaanvaardbare risico’s genomen en andere weggebruikers zeer in gevaar gebracht. Verkeersdeelnemers zijn voor hun veiligheid immers niet alleen afhankelijk van hun eigen rijgedrag, maar ook van het gedrag van anderen. Verdachte heeft in zijn drang te ontkomen aan de politie zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van zijn medeweggebruikers onvoldoende in acht genomen. De rechtbank neemt verdachte de feiten erg kwalijk.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft in aanmerking genomen het uittreksel justitiële documentatie van 13 oktober 2025, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld. Uit het uittreksel ecris van 13 oktober 2025 is gebleken dat verdachte ook niet eerder is veroordeeld in Frankrijk.

De straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een first offender is het uitgangspunt voor woninginbraak een gevangenisstraf van 3 maanden.

Gelet op de ernst van de feiten ziet de rechtbank geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het dossier blijkt dat verdachte vanuit Frankrijk naar Nederland is gereisd en daar een strafbaar heeft gepleegd, terwijl hij met de mededaders rondreed in een huurauto, inbrekerswerktuig op zak had en in een B&B verbleef. Verdachte had niets in Nederland te zoeken en is vervolgens met de auto gevlucht voor de politie. Gezien het gevaarlijke rijgedrag ziet de rechtbank reden om aan verdachte 12 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid voor motorvoertuigen aan verdachte op te leggen.

Tegelijkertijd is er aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie vanwege de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Volgens de rechtbank is er geen sprake van mobiel banditisme, nu niet is gebleken van een structurele samenwerking tussen de verdachten of rondtrekken over langere afstand, zeker nu er slechts één feit is bewezenverklaard. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 18 weken met aftrek van voorarrest en 12 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid voor motorvoertuigen.

Feit 1

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert €29.492,69,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Dit bedrag is opgebouwd uit:

De benadeelde partij vordert verder vergoeding van de kosten die zijn gemaakt om een vordering in het strafproces te kunnen indienen en vervolgens daadwerkelijk schadevergoeding te krijgen. Het gaat hierbij om €919,-, opgebouwd uit:

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen wat betreft de kosten van de inbraakschade, de opengebroken kluis en de schoonmaakkosten ter hoogte van totaal €2.020,- met toekenning van de wettelijke rente en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen.

Overweging van de rechtbank

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 1, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

9. De beoordeling van het beslag

Verdachte is op 31 mei 2025 aangehouden door de politie. Verdachte had op dat moment een Samsung Galaxy A16 bij zich, welke in beslag is genomen voor onderzoek. De rechtbank zal de teruggave van dit voorwerp (goednummer PL0600-2025253685-14) aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

De rechtbank zal verder gelasten dat de inbeslaggenomen zwarte tas met inbrekerswerktuig (goednummer PL0600-2025253685-8) zal worden verbeurd verklaard, nu met betrekking tot dit goed feit 2 is begaan.

De rechtbank zal verder van de overige inbeslaggenomen goederen (goednummers PL0600-2025253685-31, PL0600-2025253685-30, PL0600-2025253685-29, PL0600-2025253685-28, PL0600-2025253685-27, PL0600-2025253685-26, PL0600-2025253685-34, PL0600-2025253685-35, PL0600-2025253685-6, PL0600-2025253685-33, PL0600-2025253685-32, PL0600-2025253685-65) gelasten dat deze moeten worden teruggegeven aan de rechthebbende(n).

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 45, 48, 49, en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

- 5 a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

11. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 weken;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder feit 3 primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden;

 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] in verband met feit 1 niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

 verklaart verbeurd de zwarte tas met inbrekerswerktuig (goednummer PL0600-2025253685-8);

 gelast de teruggave van de Samsung Galaxy A16 (goednummer PL0600-2025253685-14) aan de verdachte;

 gelast de teruggave van de volgende goednummers (PL0600-2025253685-17, PL0600-2025253685-31, PL0600-2025253685-30, PL0600-2025253685-29, PL0600-2025253685-28, PL0600-2025253685-27, PL0600-2025253685-26, PL0600-2025253685-34, PL0600-2025253685-35, PL0600-2025253685-6, PL0600-2025253685-33, PL0600-2025253685-32, PL0600-2025253685-65) aan de rechthebbende(n).

Dit vonnis is gewezen door J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.G.E. ter Hart
  • mr. A.T.G. van Wandelen

Griffier

  • mr. N.D. van Egdom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?