RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/840786-18
Datum uitspraak: 12 september 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna: ‘betrokkene’),
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],
verblijvende bij [instelling] in [plaats].
Raadsman: mr. J.G. Roethof, advocaat te Arnhem.
Procedure
Betrokkene is zowel op 31 mei 2019 door de rechtbank Gelderland te Arnhem, als op 6
oktober 2021 bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, veroordeeld vanwege het
misdrijf opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, tot een
gevangenisstraf van 12 maanden. Daarnaast is terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Deze maatregel is ingegaan op 21 april 2020 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 10 mei 2024.
Bij vordering van 19 maart 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
Bij beslissing van de rechtbank op 9 mei 2025 is de behandeling ten aanzien van de vordering verlenging terbeschikkingstelling tot een nader te bepalen datum en tijdstip voor de duur van ongeveer drie maanden aangehouden.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
- de adviesrapporten van de reclassering van 5 maart 2025 en 1 juli 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met een jaar;
- een afschrift van de voortgangsverslagen;
- het advies van psychiater dr. L.H.W.M. Kaiser, van 17 januari 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet te verlengen;
- de toelichting behandelperspectief van M. Steenbreker, van 27 mei 2025, waarin er drie scenario’s met betrekking tot het perspectief worden beschreven.
Ter zitting van 29 augustus 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman mr. J.G. Roethof;
- de deskundige M. Steenbreker, GZ-psycholoog;
- de deskundige D.A. Laansma, reclasseringswerker;
- de deskundige dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, en
- de officier van justitie, mr. A. Waterman.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat de overgang naar een rechtelijke machtiging nog niet zover is. De reclassering en [instelling] moeten de overgang op een verantwoordelijke wijze vormgeven. Het recidiverisico is niet gewaarborgd bij een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.
De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor beëindiging van de maatregel.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege het misdrijf opzettelijk brand stichten, terwijl
daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen
of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer
perso(o)n(en).
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat betrokkene nog steeds lijdt aan een matig verstandelijke beperking, een neurocognitieve stoornis door multipele oorzaken en een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis in remissie. Verder lijdt betrokkene aan stoornissen in het gebruik van alcohol, cannabis en andere stimulantia, die in remissie zijn in een gereguleerde omgeving.
Verloop van de maatregel
Vanaf het najaar van 2024 is door de behandelend psychiater besloten om de antipsychotica die betrokkene innam, af te bouwen. Betrokkene presenteerde zich daardoor levendiger en meer alert, maar tevens ook ontremd. Betrokkene kon hierdoor niet meer op de afdeling [afdeling 1] verblijven en werd overgeplaatst naar afdeling [afdeling 2] met meer structuur en minder vrijheden. Betrokkene functioneert nu beter, maar is zelf niet tevreden over de strengere regels. Hij heeft nu 1 op 1 begeleiding. Betrokkene is rustiger en dat komt door de nabijheid van personeel. De verloven naar vader verlopen goed.
Uit de toelichting van de deskundige Steenbreker ter zitting blijkt dat [instelling] zoekende is naar wat goed werkt voor betrokkene. Er zijn de afgelopen tijd meerdere personen aan het team toegevoegd. Dit ontregelt betrokkene. Het gaat op het terrein van [instelling] minder goed, dan buiten het terrein. [instelling] is zoekende naar een organisatie voor betrokkene. Daarnaast is er aanvullende diagnostiek aangevraagd. Dit onderzoek is inmiddels gestart.
Uit de toelichting van deskundige Laansma ter zitting blijkt dat de reclassering een rechterlijke machtiging in de toekomst als optie ziet, maar dat dit voor nu te vroeg is. Wanneer betrokkene op een plek voor begeleid wonen zit en een tijdje stabiel is, dan zou het een goed moment kunnen zijn om over te gaan naar een rechtelijke machtiging. Op dit moment zijn er teveel vragen. De reclassering wacht ook op de uitkomst van het aanvullende onderzoek. Betrokkene doet zijn best, maar Laansma merkt dat bij betrokkene vaak onrust en boosheid te bespeuren zijn, die ontstaan vanwege onduidelijkheden. De reclassering wil het komende jaar richten op de uitstroom van betrokkene. De wens van de reclassering is een overgang naar de Wet zorg en dwang.
Uit de toelichting van deskundige dr. Kaiser ter zitting blijkt dat zij veronderstelt dat de situatie bij betrokkene op dit moment nog niet stabiel is. Indien de situatie bij betrokkene stabiel is, dan is het advies om de maatregel te beëindigen.
Recidivegevaar
De reclassering schat de kans op recidive binnen de huidige maatregel in als laag tot gemiddeld. Wanneer er geen sprake meer zal zijn van het huidige behandelingskader, dan schatten zij de kans op recidive in als hoog. Betrokkene heeft blijvende begeleiding nodig om structuur en regelmaat in zijn leven te houden. De psychiater schat de kans op herhaling van het indexdelict (brandstichting in de instelling) als laag binnen de terbeschikkingstelling dan wel een maatregel vanuit de GGZ waarmee betrokkene begrensd kan worden, ook als betrokkene zich verzet. De delictfactoren kunnen daarbinnen ondervangen worden. Als er geen terbeschikkingstelling of geen rechtelijke machtiging is, wordt de kans op een impulsieve actie die gevaarlijk is voor een ander in een stresssituatie vooralsnog door de psychiater als matig tot hoog ingeschat. Er wordt ingeschat dat het beschermende en sturende kader ook geboden kan worden vanuit een machtiging krachtens de Wet zorg en dwang. Ook met die maatregel wordt de kans op herhaling als laag ingeschat. Als betrokkene ondanks veranderingen (overplaatsing naar een andere afdeling, verloop van het werken en hoe het beeld zich ontwikkelt na het staken van de anti-psychotische medicatie) stabiel gebleven is, dan schat de psychiater het risico op herhaling als laag in als de terbeschikkingstelling afloopt en er een rechterlijke machtiging is.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat de stoornissen en het risico op recidive nog aanwezig zijn. Gebleken is dat betrokkene beter functioneert op de nieuwe afdeling binnen [instelling], maar dat er regelmatig sprake is van onrust en boosheid bij betrokkene. De verdiepingsdiagnostiek is aangevraagd en is inmiddels in gang gezet. Er wordt gekeken naar een goede plek voor betrokkene om uit te stromen. Bij verlenging van de maatregel met één jaar kan worden onderzocht welke locaties voor begeleid en beschermd wonen mogelijk zijn voor betrokkene en waar hij zou kunnen blijven met een civiele machtiging en dus zonder een forensische titel.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met één jaar verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met één jaar.