ECLI:NL:RBGEL:2025:11854

ECLI:NL:RBGEL:2025:11854

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 08-09-2025
Datum publicatie 23-02-2026
Zaaknummer 049496-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Veroordeling voor meerdere diefstallen van gereedschappen en een bedrijfsauto en een poging tot diefstal tot een gevangenisstraf van 200 dagen waarvan 108 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 140 uren.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.049496.25

Datum uitspraak : 8 september 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] (Roemenië),

wonende aan [adres 1], in [postcode] [woonplaats]

raadsvrouw: mr. A. Petrescu, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 januari 2025 te Beusichem, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

diverse gereedschappen en/of een auto (Renault Master [kenteken]), in elk geval

enig goed, die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft

en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 5 februari 2025 te Beusichem, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

diverse gereedschappen (waaronder onder meer twee schroefboormachines, een

slagschroevendraaier, een slijptol, een reciprozaag en 10 accu's, een

pulslasmachine, een tiglasmachine) en frisdrank, in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan [aangever 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg

te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak en/of verbreking;

3.

hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Maurik, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

diverse gereedschappen (waaronder een breekhamer kango, een kettingzaag, een

heggeschaar en een beitel), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3]

, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen;

4.

hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Maurik, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om goederen naar hun, verdachtes en/of mededader, gading, in elk geval

enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4], in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te

nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking, immers hebben zij verdachte en mededader de roldeur geforceerd en/of

het slot van een deur geforceerd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 tot en met 4.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft eveneens bepleit dat de feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangever [aangever 1] kwam in de ochtend van 22 januari 2025 aan bij zijn bedrijfspand aan de [adres 2] in Beusichem. Hij is eigenaar van een interieurbouwbedrijf genaamd [bedrijf]. [aangever 1] zag dat de roldeur aan de zijkant deels openstond en dat er een gat in zat ter hoogte van de vergrendeling. Daarna constateerde [aangever 1] dat er een grote hoeveelheid gereedschap en zijn Renault Master met kenteken [kenteken] (zijnde een bakwagen) waren weggenomen. De betreffende Renault Master werd op 28 januari 2025 terug gevonden in [woonplaats].

Op de camerabeelden was te zien dat er om 03:53:53 uur 3 mannen bij een hek op het terrein van de [adres 2] stonden en zij meerdere gereedschapskoffertjes over het hek tilden. Om 03:55:14 uur ging er een bakwagen rijden vanaf het terrein.

Verdachte verklaarde dat hij op 22 januari 2024 met 2 andere mannen was gereden naar de [adres 2] in Beusichem, dat hij samen met hen diverse goederen uit het pand heeft gedragen en deze over het hek van het terrein heeft getild.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met 2 anderen heeft ingebroken in het pand aan de [adres 2] door de roldeur te forceren. Daarbij zijn diverse goederen, waaronder gereedschappen en de Renault Master, door verdachte en de mededaders weggenomen. het bedrijf van aangever. De onderlinge samenwerking, waaronder het overhandigen van gereedschapskoffers over het hek, de gezamenlijke aanwezigheid op de [adres 2] en het samen naar Beusichem rijden, wijzen op een nauwe en bewuste samenwerking. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger heeft deelgenomen aan de diefstal met braak.

Feit 2

Aangever [aangever 2] constateerde op 5 februari 2025 dat er een raampje in de roldeur van zijn bedrijfspand aan de [adres 3] in Beusichem was geforceerd en dat er binnen verschillende goederen waren weggenomen. Dit ging om 2 schroefboormachines, 1 slagschroevendraaier, 1 slijptol, 1 reciprozaag, 10 accu’s, 1 pulslasmachine, 1 tiglasmachine en diverse blikjes frisdrank.

Verdachte verklaarde dat hij op 5 februari 2025 met 2 andere mannen aanwezig was op de [adres 3] in Beusichem, dat hij diverse goederen heeft gedragen, in de auto heeft geladen en ermee naar huis is gereden.

Op de camerabeelden waren tussen 04:01 en 04:10 uur 3 mannen te zien die goederen uit het pand droegen, waaronder diverse gereedschapskisten en een zaag. Ook tilden ze met zijn drieën een grote oranjekleurige machine.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met 2 andere mannen heeft ingebroken in het pand aan de [adres 3] in Beusichem door de roldeur te forceren. Daarbij zijn diverse soorten gereedschappen en blikjes frisdrank door verdachte en de mededaders weggenomen. De onderlinge samenwerking, waaronder de gezamenlijke aanwezigheid op de [adres 3], het allen dragen van gereedschapskisten en het gezamenlijk tillen van een grote oranje machine wijzen op een nauwe en bewuste samenwerking. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger heeft deelgenomen aan de diefstal met braak.

Feiten 3 en 4

Aangever [aangever 3] werd op 14 februari 2025 om 02.15 uur gebeld vanwege een alarm dat afging bij zijn pand aan de [adres 4] in Maurik. Ter plaatse constateerde [aangever 3] dat de roldeur van nummer [nummer] was geforceerd.Hij trof in het pand een man aan die later door de politie werd aangehouden. Ter hoogte van nummer [nummer] werden een kettingzaag, heggenschaar en beitel gevonden waren die [aangever 3] herkende als goederen uit zijn pand. Later merkte [aangever 3] dat hij een Kango breekhamer mistte.

Aangever [aangever 4] zag dat die nacht het slot van zijn roldeur van zijn pand aan de [adres 5] in Maurik was geforceerd. In het pand lagen diverse gereedschappen.

Verbalisanten ontvingen die nacht een melding van een inbraak aan de [adres 5]. Ter plaatse zag de politie meerdere mannen wegrennen en kond één man, zijnde verdachte, worden aangehouden. Bij verdachte werden meerdere inbrekerswerktuigen aangetroffen, waaronder 2 tangen, een lange schroevendraaier en een zaklamp.

Verdachte verklaarde dat hij op 5 februari 2025 samen met een vriend op het terrein van de [adres 5] aanwezig was. Hij was daar samen met deze vriend heengereden en had zijn auto in de buurt geparkeerd. Verdachte moest spullen bewaren die zijn vriend uit een pand had meegenomen. Verdachte had onder meer een breekhamer vast gehad en deze 20 meter verplaatst.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte, in nauwe en bewuste samenwerking met een ander diverse gereedschappen uit het pand aan [adres 4], waaronder een Kango breekhamer, heeft weggenomen. Dit blijkt onder meer uit hun gezamenlijke aanwezigheid op het bedrijventerrein en de onder verdachte aangetroffen goederen. Ook ten aanzien van de poging tot diefstal van goederen uit het pand aan de [adres 5] is er om die redenen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Bij verdachte werden meerdere inbrekerswerktuigen aangetroffen, waaruit de rechtbank afleidt dat verdachte of zijn mededader kort daarvoor het slot van de roldeur moet hebben geforceerd. Hierdoor is sprake van een begin van uitvoering van diefstal met braak. Concluderend is er wettig en overtuigend bewijs dat verdachte als medepleger actief heeft deelgenomen aan zowel de diefstal van goederen uit [adres 4] (feit 3) als aan de poging tot diefstal met braak aan [adres 5] (feit 4).

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feiten 1 tot en met 4 van het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 22 januari 2025 te Beusichem, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

diverse gereedschappen en/of een auto (Renault Master [kenteken]), in elk geval

enig goed, die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft

en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 5 februari 2025 te Beusichem, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

diverse gereedschappen (waaronder onder meer twee schroefboormachines, een

slagschroevendraaier, een slijptol, een reciprozaag en 10 accu's, een

pulslasmachine, een tiglasmachine) en frisdrank, in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan [aangever 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg

te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak en/of verbreking;

3.

hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Maurik, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

diverse gereedschappen (waaronder een breekhamer kango, een kettingzaag, een

heggeschaar en een beitel), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3]

, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen;

4.

hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Maurik, gemeente Buren

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om goederen naar hun, verdachtes en/of mededader, gading, in elk geval

enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4], in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te

nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking, immers hebben zij verdachte en mededader de roldeur geforceerd en/of

het slot van een deur geforceerd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 4:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 150 dagen waarvan 58 dagen voorwaardelijk met aftrek en een proeftijd van 3 jaren en daarnaast een taakstraf van 140 uren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat zij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich in een korte tijd schuldig gemaakt aan diefstallen uit 3 bedrijfspanden en een poging daartoe. Deze feiten hebben overlast en schade veroorzaakt, wat ook blijkt uit de vorderingen van de benadeelde partijen. Aangever [aangever 1] schatte de waarde van de gestolen goederen op een halve ton. Daarnaast zorgen de door verdachte gepleegde feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Verdachte lijkt alleen zijn persoonlijke (financiële) belangen voor ogen te hebben gehad en de rechtbank neemt dit verdachte erg kwalijk. De rechtbank gelooft de verklaring van verdachte niet dat hij alleen zijn vriend wilde helpen die een aantal spullen nodig had van een oud werkgever. Verdachte heeft geen logische reden verklaring waarom er daarvoor op meerdere plekken is ingebroken en waarom de feiten plaatsvonden in de nacht.

De persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van een op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 4 juli 2025, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld.

Uit het rapport van de reclassering van 6 mei 2025 met betrekking tot de voorlopige hechtenis is naar voren gekomen dat verdachte uit Roemenië komt, maar zich in Nederland wil vestigen nu zijn Nederlandse vriendin zwanger is. De reclassering denkt dat het ontbreken van een sociaal netwerk en dagbesteding en zijn financiën delictgerelateerde factoren zijn. De officier van justitie heeft ter zitting van 25 augustus 2025 toegelicht dat zij kort voor de zitting heeft gesproken met de toezichthouder van verdachte bij de reclassering. De toezichthouder heeft aangegeven dat het goed gaat met verdachte, hij een fulltime baan heeft gevonden en bij zijn vriendin woont in [woonplaats]. Volgens de reclassering zou het zinvol zijn om als stok achter de deur een voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen.

De straf

Bij het bepalen van de strafmaat weegt de rechtbank mee dat het gaat om meerdere vermogensdelicten in een korte periode. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

De rechtbank ziet net als de officier van justitie en verdediging aanleiding om naast een taakstraf een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. De rechtbank ziet echter reden om een hogere voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen dan geëist. Zij acht dit van belang zodat er een grotere stok achter de deur is om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten pleegt.

Hoewel het niet is geadviseerd, acht de rechtbank het noodzakelijk om aan verdachte een meldplicht en toezicht van de reclassering op te leggen. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven hiervoor open te staan. Gezien de nog prille stabiliteit in zijn leven acht de rechtbank het van belang dat er enige vorm van controle door de reclassering aanwezig blijft om ervoor te zorgen dat verdachte op het rechte pad blijft.

Alles afwegend acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 200 dagen waarvan 108 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 3 jaren passend en geboden. Aan de voorwaardelijke straf zullen naast de algemene voorwaarden aan verdachte als bijzondere voorwaarde meldplicht worden opgelegd. Daarnaast zal de rechtbank de gevorderde taakstraf opleggen.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen

Benadeelde partij [aangever 1]

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert €12.947,95,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het totaalbedrag van de materiële schade is opgebouwd uit de volgende posten:

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en hoofdelijkheid en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat [aangever 1] ten aanzien van de gereedschappen niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat niet van alle gereedschappen facturen zijn overgelegd en niet duidelijk is welke goederen exact zijn weggenomen. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Overweging van de rechtbank

Huur bakwagen

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [aangever 1] vertegenwoordigingsbevoegd is om namens zijn B.V. een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte is rechtstreeks schade geleden doordat de Renault Master is weggenomen. De schadepost is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag à €1.324,15,- kan worden toegewezen.

Gereedschappen met en zonder factuur

Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat er diverse soorten gereedschap zijn weggenomen bij de bedrijfsinbraak en dat daardoor rechtstreeks schade is geleden. Een deel van deze gereedschappen is te zien op de beelden, maar blijkens de aangifte zijn er ook goederen in de bakwagen geplaatst en meegenomen. Het is daarom niet te achterhalen welke goederen exact zijn gestolen. De rechtbank zal om die reden gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek. Er is een totaal van € 11.623,80,- gevorderd aan weggenomen gereedschap. De rechtbank zal een bedrag van € 5.000,- toewijzen. Zij acht dit redelijk en billijk in de gegeven omstandigheden. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in dit deel van de vordering.

Aan de benadeelde partij zal een bedrag worden toegewezen ter hoogte van € 6.324,15,-.

Verdachte is vanaf 22 januari 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachten de schade hebben vergoed.

Benadeelde partij [aangever 2]

De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 565,95,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het totaalbedrag van de materiële schade is opgebouwd uit de volgende posten:

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en hoofdelijkheid en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft aangevoerd dat de gevorderde beveiligingskosten onevenredig hoog zijn en dat niet duidelijk is wanneer de beveiligingsplaten zijn geplaatst. De verdediging heeft gevraagd om [aangever 2] niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Overweging van de rechtbank

Vervangen cilindersloten

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [aangever 2] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden doordat het slot van zijn roldeur is geforceerd. De schadepost is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag à € 99,95,- kan worden toegewezen.

Beveiligingskosten

[aangever 2] heeft daarnaast een bedrag van €466,00,- gevorderd voor het aanschaffen van 12 stuks geperforeerde platen voor de ramen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [aangever 2] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden doordat één van de ramen was ingetikt om de roldeur te forceren. Deze kosten zijn onderbouwd met een factuur van na de inbraak en komen de rechtbank niet onredelijk hoog voor. De rechtbank is van mening dat [aangever 2] deze kosten mocht maken om zijn schade te herstellen en ter beveiliging van zijn pand. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank is van oordeel dat het gevorderde bedrag à €466,00 kan worden toegewezen.

Aan de benadeelde partij zal een bedrag worden toegewezen ter hoogte van € 565,95,-.

Verdachte is vanaf 5 februari 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachten de schade hebben vergoed.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 140 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo intensief als reclassering dat noodzakelijk acht. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak.

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de volgende voorwaarde en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

 hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

Benadeelde partij [aangever 1]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 6.324,15,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

 veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil;

 bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

Benadeelde partij [aangever 2]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 2] van € 565,95,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil;

 bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Mrs. Y.M.J.I. Baauw en S.P.H. Brinkman en griffier mr. N.D. van Egdom zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Y.M.J.I. Baauw
  • mr. S.P.H. Brinkman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?