RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 84/191571-23
Datum uitspraak : 6 februari 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige economische kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat in Harderwijk.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
Hij in of omstreeks de periode van 30 oktober tot en met 31 oktober 2022 in de gemeente Epe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk en/of (een) pyrotechnische artikel(en) voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik, te weten:- 190 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Colpo), en/of- 18 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (TP2), en/of- 4 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Touno Gold 30), en/of- 10.000 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (FP3 New Edition), en/of- 18 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Viper 1 White), en/of- 20 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Colpo), en/of- (ongeveer) 0,5 kg, knalvuurwerk (Pirat), en/of- een rookbom van (ongeveer) 1,2 kg (White Smoke), en/ofheeft opgeslagen (in een woning aan [adres] en/of in een auto voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of voorhanden heeft gehad;
2.
Hij in of omstreeks de periode van 30 oktober tot en met 31 oktober 2022 in de gemeente Epe, althans in Nederland, een wapen van categorie I, te weten een ploertendoder, althans een slag- of stootwapen, voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk en het voorhanden hebben van een ploertendoder.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken voor het medeplegen van feit 1. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw geen verweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 114;
- het proces-verbaal onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 129-160 en 177, 190-193;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 januari 2025.
De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het tenlastegelegde medeplegen. Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, is onvoldoende gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte ten aanzien van het opslaan en voorhanden hebben van illegaal vuurwerk.
Ten aanzien van feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 106;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 93;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 januari 2025.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
Hij in of omstreeks de periode van 30 oktober tot en met 31 oktober 2022 in de gemeente Epe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk en/of (een) pyrotechnische artikel(en) voor theatergebruik, bestemd voor particulier gebruik, te weten:- 190 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Colpo), en/of- 18 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (TP2), en/of- 4 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Touno Gold 30), en/of- 10.000 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (FP3 New Edition), en/of- 18 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Viper 1 White), en/of- 20 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (Colpo), en/of- (ongeveer) 0,5 kg, knalvuurwerk (Pirat), en/of- een rookbom van (ongeveer) 1,2 kg (White Smoke), en/ofheeft opgeslagen (in een woning aan [adres] en/of in een auto voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of voorhanden heeft gehad;
2.
Hij in of omstreeks de periode van 30 oktober tot en met 31 oktober 2022 in de gemeente Epe, althans in Nederland, een wapen van categorie I, te weten een ploertendoder, althans een slag- of stootwapen, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
Ten aanzien van feit 2:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld een taakstraf van 100 uren met aftrek vanwege de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat het jeugdstrafrecht wordt toegepast en dat kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke (werk)straf. Indien een onvoorwaardelijke straf wordt opgelegd, acht de raadsvrouw een geldboete passend.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft grote hoeveelheden illegaal vuurwerk in zijn schuur opgeslagen. Het is algemeen bekend dat illegaal vuurwerk ernstig gevaar kan opleveren, omdat het meestal een zwaardere explosieve lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland aan consumenten mag worden verkocht. Dit type vuurwerk werd in een schuur opgeslagen in een woonwijk. Bij een ontploffing van het vuurwerk waren de gevolgen niet alleen voor verdachte en zijn gezin, maar ook voor de omwonenden, niet te overzien. Verdachte heeft ook illegaal vuurwerk (20 stuks Colpo) in het dasboardkastje van zijn auto bewaard. Verdachte heeft hiermee zeer gevaarlijke situaties in het leven geroepen en dat neemt de rechtbank hem kwalijk.
Daarnaast heeft verdachte een ploertendoder voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een illegaal wapen is bijzonder gevaarlijk, nu het gebruik daarvan zou kunnen leiden tot zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank heeft acht geslagen op het blanco strafblad (van 11 december 2024) en zijn proceshouding. Verdachte heeft openheid van zaken gegeven en heeft de feiten bekend.
De reclassering adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen, omdat zij onvoldoende indicaties heeft voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. De rechtbank gaat uit van dit advies en past bij het bepalen van de straf het volwassenenstrafrecht toe.
Gelet op de aard en ernst van het strafbare feit is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in een dergelijk geval doorgaans passend. Gelet op de leeftijd van verdachte, zijn blanco strafblad en proceshouding alsmede het tijdsverloop in deze zaak ziet de rechtbank aanleiding om verdachte geen gevangenisstraf op te leggen.
Alles overziend zal de rechtbank – conform de eis van de officier van justitie – aan verdachte een taakstraf van 100 uren opleggen, bij niet uitvoeren te vervangen door 50 dagen hechtenis, met aftrek vanwege de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 22 c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
- 1 a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 1.2.2 en 1.2.4 van het Vuurwerkbesluit;
- 9.2.2.1 Wet milieubeheer.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 (honderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.