RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Rechtbank
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/046826-19
beslissing ex artikel 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer naar aanleiding van de op 29 januari 2025 ingekomen vordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde]
geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem.
1. De procedure
Ter terechtzitting van 27 februari 2025 zijn gehoord:
- de veroordeelde,
- de raadsman van veroordeelde,
- de officier van justitie, mr. J. van der Linden.
2. De feiten
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:
- Een advies tenuitvoerlegging van de Reclassering Nederland, gedateerd 20 januari 2025 waarin wordt gerapporteerd dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de meldplicht, behandelverplichting en het drugsverbod.
3. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel.
4. Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de proeftijd te verlengen met eventuele toevoeging van een kortdurende klinische opname aan de bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft - meer subsidiair - verzocht om aanhouding van de zaak mocht de rechtbank de reclassering ter zitting eerst willen horen in verband met de formulering van de bijzondere voorwaarden.
5. De motivering van de beslissing
Uit het voormelde reclasseringsrapport blijkt dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden. Hij heeft de meldplicht, behandelverplichting en het drugsverbod overtreden. Veroordeelde was al langer bekend bij de reclassering. Sinds maart 2022 is het toezicht van de reclassering voortgezet in het kader van de voorwaardelijke ISD-maatregel. Reclassering heeft ingezet om veroordeelde te motiveren om een behandeling te volgen. Veroordeelde is aangemeld bij Iriszorg verslavingszorg. Deze behandeling duurde van 7 juni 2024 tot 18 september 2024 en is stopgezet vanwege het niet nakomen van de afspraken. Geen van de vijf eerdere pogingen tot behandeling bij Iriszorg is van de grond gekomen. Veroordeelde heeft zich daarnaast niet aan de meldplicht gehouden. Hij verscheen meermalen niet op afspraken bij de reclassering. Veroordeelde heeft hiervoor op 9 oktober 2023 een officiële waarschuwing gekregen. Daarbij komt dat veroordeelde in het huidige toezicht drie keer positief is getest op cocaïne. Veroordeelde heeft in het contact met zijn toezichthouder laten weten dat hij (zware) terugvallen heeft gehad.
Gelet op het vorengaande concludeert de rechtbank dat het aan veroordeelde te wijten is dat het reclasseringstoezicht niet naar behoren heeft plaatsgevonden. Veroordeelde heeft zich tijdens de proeftijd niet aan de bijzondere voorwaarden gehouden. Daarom bestaat grond voor toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel en behoort die tenuitvoerlegging in beginsel ook te worden gelast, temeer nu in het vonnis van 22 februari 2022 veroordeelde expliciet een allerlaatste kans is gegund en hem de gelegenheid is geboden om zelf zijn gedrag te wijzigen.
Anderzijds heeft veroordeelde in de afgelopen drie jaren geen strafbare feiten gepleegd. In die zin heeft hij zijn gedrag dus gewijzigd.
Het thans nog toewijzen van de vordering leidt tot het toepassen van een ISD-maatregel, drie jaar nadat deze voorwaardelijk is opgelegd, terwijl in de tussentijd niet is gebleken van nieuwe strafbare feiten en er dus vragen zijn over de noodzaak van het tenuitvoerleggen van die maatregel ter beveiliging van de maatschappij en ter beëindiging van de recidive van veroordeelde. De gevolgen voor veroordeelde zijn daarbij groot temeer nu hij bij toewijzing van de vordering zijn woning en werk zal verliezen. De rechtbank zal gelet op het voorgaande alles afwegende niet de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel bevelen.
Toch is er reden om de voldoende een stok achter de deur te houden in de vorm van de voorwaardelijke ISD-maatregel, om te voorkomen dat veroordeelde alsnog weer terugvalt in strafbare gedragingen.
De achterliggende oorzaak voor het eerdere strafbare handelen van veroordeelde, het drugsgebruik, is immers, mede door toedoen van veroordeelde, niet weggegenomen.
De rechtbank zal daarom de proeftijd van deze voorwaardelijke opgelegde maatregel, die per 14 maart 2025 zou zijn verlopen, met één jaar verlengen.
Vast staat dat het reclasseringstoezicht stroef is verlopen. Reclassering ziet ook geen mogelijkheden meer om bij te dragen tot gedragsverandering en risicobeperking in het huidige ambulante kader. De rechtbank ziet er daarom van af de behandeling in het kader van de bijzondere voorwaarden opnieuw op te leggen De rechtbank ziet ook geen aanleiding om aan de bijzondere voorwaarden de mogelijkheid tot klinische opname toe te voegen. De toepassing van bijzondere voorwaarden vereist bereidheid en veroordeelde heeft meermalen laten zien dat hij zich niet aan bijzondere voorwaarden kan houden.
De rechtbank ziet gelet op het in die zin duidelijke rapport van reclassering dan ook geen reden om de behandeling aan te houden en de reclassering daarover ter zitting te horen.
Veroordeelde zal zelf moeten bewijzen dat hij in staat is ook in de toekomst delict-vrij te blijven. De dreiging van het alsnog moeten ondergaan van de ISD-maatregel indien veroordeelde in de verlengde proeftijd alsnog opnieuw in de fout zal gaan zal hem daartoe moeten motiveren, naast de door hem geuite wil om zelf te bewerkstellingen dat hij zijn leven op de rit krijgt en niet in herhaling valt. Indien hij daartoe niet in staat is zal de ISD-maatregel alsnog worden tenuitvoergelegd.
Alles overziend zal de rechtbank de proeftijd met één jaar verlengen. De bijzondere voorwaarden worden opgeheven. Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te onthouden van het plegen van strafbare feiten. Indien veroordeelde in de proeftijd recidiveert, zal de ISD-maatregel worden toegepast.
6. De beslissing
- bepaalt dat alleen de algemene voorwaarde – dat veroordeelde zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit – van toepassing is;
- verlengt de proeftijd met één jaar;
- verstaat dat de voorwaardelijke ISD-maatregel ongewijzigd van kracht blijft.
Mr. Van Kasbergen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.